Dagboekfragmenten december 2019

Dit is een experiment. Zoals dat gaat met experimenten kan het worden herhaald of niet. Als je deze blog al langer leest, weet je dat ik dagboeken schrijf. Dat het er intussen veel te veel zijn naar mijn gevoel. Dat ik ze probeer te minimaliseren. Intussen blijf ik ook schrijven. Wat zoiets is als je huis uitruimen en tegelijk dag na dag spullen blijven kopen. Vandaag heb ik alweer een schrift vol. Het is precies één maand meegegaan. En ja, ik wil het kwijt, het is nutteloos papier met nutteloze woorden geworden. Papier en woorden wegen in mijn hand en op mijn gemoed. Kunnen ze dan echt niemand meer van dienst zijn? Besluit: ik deel ze. Een beetje, geselecteerd. Flard, vers, gedachte, observatie. Zoals je de spullen die je het huis uit wil naar de kringloopwinkel brengt. Het is een gok, maar misschien is er iemand die er nog iets mee kan.

 

05/12/19

ik word wakker als een stenen roos
ergens luiden klokken in de staart van een droom
heb ik iets kostbaars verspeeld
dichtbij staan rillende paarden in een wei

07/12/19

ik blijf je zien
in elke vermeende kloon
elke gelijkende manifestatie in
supermarkt, bibliotheek of trein
die toch telkens niet jij blijkt te zijn

Alles is goed als ik weet dat ik niet de dirigent van storm of regen kan zijn. Ik kan een greppeltje graven, mij tegen de wind keren, maar veel meer niet.

De literaire avond (poëzievoorstelling) moet nog van mij af geboend, van mij af gehaald als een vel van de melk. Alsof te midden van velen zijn mij bedekt met iets wat dan weer moet worden verwijderd. Is dat voor anderen ook zo? Of heeft de man die tussen de krappe rijen stoelen herhaaldelijk met zijn knieën tegen mijn kont stoot, een gsm heeft die hij blijkbaar niet het zwijgen wil opleggen en zijn appreciatie herhaaldelijk het zaaltje in puft, grinnikt of roept helemaal nergens last van? Hoeft hij achteraf niet weer in zichzelf te acclimatiseren?

11/12/19

Wanneer ik mij klein en niet opgewassen voel gaat dat ook altijd samen met de overtuiging dat de anderen geen kleinheid hebben. Geen demonen. Dat zij wijs, volwassen, beheerst, alles-op-een-rij, aangepast, ‘in control’ zijn, kortom alles vrijelijk ter beschikking hebben wat ik dan zo hard mis.

12/12/19

‘Verzamelde gedichten’ van Hanny Michaelis. Moet ik eigenlijk morgen inleveren in de bib. Eén van de weinige boeken die ik liever achterover zou drukken en op één geliefkoosd plankje zetten. Zoals Tranströmer. Het zijn gedichten die ertoe doen. Ze hebben eenvoud en pertinentie, gaan rechtstreeks naar één of ander doelwit in mij dat graag wil worden geraakt. Ze zijn maar al te vaak een schot in mijn roos.

13/12/19

Vaak lijkt het onmogelijk om te schrijven. Of vind ik het bijna onrein om per se in mijn mentale staat te gaan roeren, er dingen uit te dreggen, afzonderlijke dingen, en ze op te prikken als vlinders. Ik wil het niet doen, maar besef dat ik het wel gedaan wil hebben.

16/12/19

Ik begrijp dat sommigen depressief worden van winter. Alles ligt er nat, verzopen, lichtloos bij. Het is niet heel koud, maar wel heel mat en vreugdeloos buiten. Je moet een sterker innerlijk vuur hebben, meer interne bronnen van potentieel goed voelen om winters in een klimaat als dit door te komen.

21/12/19

Regen voegt water toe aan de wereld.
Zo zijn tranen minder zichtbaar.

Ik verlang naar nieuwe woorden. Soms lijkt het alsof de woorden zo oud zijn dat er alleen maar oeroude, achterhaalde, lamme dingen mee kunnen worden beschreven.