Na het ongeluk

Peggy & Marco Lachmann-Anke via Pixabay

 

Het naambandje om de porseleinen pols probeert mij te overtuigen:
deze vrouw in het bed is wel degelijk uw familielid J.

Ik graaf in de puinhoop van vervormde trekken,
tref geen spoor van haar,
schreeuw bijna mijn protest de gang in:
dit-is-zij-niet-hier-ligt-de-tante-van-een-ander-hoe-durven-jullie!

Dan plots vind ik een wenkbrauw,
het voorhoofd met de juiste welving,
zie hoe ze achter de bonte oogleden knipoogt:
kijk mij hier liggen, nichtje.
Dat gekke haarnet op mijn kapotte hoofd,
ik kan het echt niet helpen hoor.

Ik luister, knik, ik praat met elke beurse plek.
De loop van slangetjes over bleek vel volg ik
tot ze verdwijnen in een plooi.
Waar gaan die dingen heen?

Nu zij bestaat uit cijfers op een scherm,
bij de gratie van brouwsels in zakjes,
neem ik haar bij de hand,
doen we een zweefvlucht door de kamer.

Tot ik het raam open en zij met een zucht ontsnapt.

Levensloterij

su-ju photo via Pixabay

 

En altijd zal je zien dat net de zachtmoedige oom,
de goedlachse nicht met één haal worden geknakt.
Terwijl wat jou betreft de nurkse neef,
de chagrijnige schoonzus eerder in aanmerking kwamen.

De inhalige doet niet aan die logica.
Zijn kennersoog merkt op wat jij en ik niet kunnen zien.
De plotse knik in de knie, de seconde van lichtheid in het hoofd,
het overslaan van de bloedpomp.

Waarop hij knipt met de vastheid van de chirurg
en diens gebrek aan sentiment.
Misschien maar beter zo.
Vreesden we hem nog meer als hij te voorspellen viel.

 

Het verlangen om er niet te zijn

alkemade via Pixabay

 

I.

De bomen ruisen woest.
Plots wil je van je fiets geslagen worden.
Pijnloos weggedragen op een luchtstroom met bestemming onbekend.

II.

Op het natte bankje zitten langs het pad. Niks anders nu.
Opgaan als een halm in het veld.
Onzichtbaar blijven voor wie langsloopt.

III.

Knip de wereld uit als een staande lamp.
Waar ben je dan?
Is het daar zwart en klein of wit en eindeloos?

IV.

Alle mondvollen over de weldaad van stilstand, je begrijpt ze niet.
Altijd is er een volgende seconde.
Zelfs foto’s en rotsen worden ouder.

V.

Het verlangen om er niet te zijn maar nu ook weer niet dood ofzo.
Misschien moet je je schamen om die luxe.
Hoe dan ook trapezewerker zonder net.

Waar zij gaat

AnnRos via Pixabay

 

Het hoofd van de vrouw zit vol.
Vogels, bloemen, vruchten, lianen, een palmboom, een kolibrie om te completeren.
Haar ogen kijken uit dit verborgen oerwoud naar buiten, onverstoorbaar.
Binnenin mag kleur exploderen, zij draagt een shirt met smalle streep.
Hoogstens verraadt een blosje op elke wang, het is nu eenmaal warm.
Voor een hoed zit het hoofd te vol.
Hij zou wankelen, eraf vallen, in de goot rollen.
Vergeet die hoed.

De vrouw draagt dit hoofd behoedzaam als was het een aquarium waaruit niet mag worden gemorst.
Zo dragen vrouwen doorgaans hun hoofd.
Het uitdelen begint, zonder teken, zonder aanleiding.
Zij overhandigt een parkiet.
Een stuk of wat pioenen stromen uit haar mond.
Zij schudt en laat het rijpe vijgen regenen.

Het hoofd loopt leeg.
Tot zij naar buiten kijkt uit leegte.
Zij weert een aanvliegende ijsvogel af.
Strijkt de laatste flinter kamperfoelie van een mouw.
Er komen nu dagen van niets geven.
Zij zal aan tafel zitten, bij de bloesemtak in het vaasje.