verlangen

 

wit is een sneeuwhaas in de sneeuw
en lakens in de oude linnenkast
het servies van de minimalist is wit
ook de overhemden van de man in de herinnering van de vrouw
wit zijn de gedachten van een eenvoudig mens
wit pingpongballen stilte rijst papier
de handen van een drenkeling zijn wit
uit wit zijn we gekomen
naar wit gaan we terug
wit zijn de seconden voor we uit een droom ontwaken
wit was je stem toen in het bos
en wit zijn lelies zwanen engelen
wit is dat wat gezegd is en vergeten
wit zijn ledematen in het gips
en laatste woorden zonder iemand bij het bed

Daar staat je gedicht

En dan sta je daar dus in, in het januarinummer van Poëziekrant, een literair tijdschrift. Of beter: daar staat je gedicht, en twee meneren – zelf ook dichters natuurlijk – hebben er zowaar een interpretatie bij geschreven. Het is vreemd en bijzonder en ook doodgewoon. Het is helemaal niet zoals vijf seconden op tv komen en twee zinnen zeggen, waarna nog weken later iemand tegen je zegt ‘ik heb jou op tv gezien’. Gedichten zijn onopvallend en bijna niemand leest ze. Vreemd genoeg krijg je wanneer je gedichten schrijft wel de indruk dat minstens de halve Vlaamse bevolking dat ook doet. Het lijkt wel alsof uit alle holen en kieren, uit spleten en konijnenpijpen plots de dichters tevoorschijn komen. Allemaal wapperend met hun laatste gedicht en ‘kijk mij! lees mij!’ smekend. Ik vind het soms wat benauwend gezelschap. Vraag mij soms af of ik nog wel iets zou schrijven. En doe dat toch altijd weer wel. Dus daar sta ik dan met mijn gedicht. En denk: ‘Waarom kiezen ze precies dit en niet dat andere?’.

Of ik me kan vinden in de interpretatie van de twee meneren? Een beetje hier en daar en ook een beetje helemaal niet. Ik voelde me minder rusteloos dan zij tussen de woorden lezen. Wat zij als ‘irrealis’ bestempelen is voor mij een staat van zijn waar heel af en toe aan kan geraakt worden. En hoe mooi dat dan is. Maar iedereen mag lezen wat-ie wil, natuurlijk. Met gedichten mag dat, moet het misschien zelfs. Dus ga je gang, lezer.

Ladder, lift, bucket list of nog wat anders?

Als je de manier waarop je naar je leven kijkt in één beeld moest vangen, welk beeld zou dat dan zijn? Bij mij is het altijd een ladder geweest. Tenminste, tot nu toe. Tenzij je eraf dondert ga je via een ladder de hoogte in, ze voert je ergens heen, naar een positie die meer uitzicht biedt dan de vorige. Ladders en succes vormen een innig paartje. Ik heb altijd met half bewuste beelden rondgelopen dat ik op weg was – of moest zijn – naar hoger en beter: interessanter werk, een fijnere woonplek, meer kwaliteit in mijn relaties, een betere versie van mezelf … Wat eigenlijk impliceert dat waar ik ben niet goed genoeg is. Het is natuurlijk ook waar onze wereld in suddert en marineert: hoger, beter, uitdagender, spannender, bijzonderder … Zelfs in de tendenzen die de andere kant op lijken te gaan dan onze crazy streefsamenleving zit het verweven: meer eenvoud, aan jezelf werken, spiritueler zijn, meer mindful … Nooit mogen we gewoon zijn waar we zijn want er moet toch minstens iets worden opgeblonken. De ontelbare aanbiedingen voor verbeterbaarheid op elk mogelijk levensterrein – van gadgets en apparaten tot peperdure cursussen – drukken ons er permanent met de neus op: stilstand op de ladder is fout, of minstens not done.

Als we het beeld van de ladder nog even vasthouden, kan ik wel stellen dat ik me de afgelopen maanden eraf voelde vallen. Of misschien verbrokkelde ze gewoon onder mijn voeten en was er alleen nog een gat. Het perspectief maakte een tuimeling. Ik bespeurde plots helemaal niks meer van een opgaande lijn of evolutie. Mijn verleden voelde als een rugzak vol kasseien in plaats van als een schatkist om af en toe met een glimlach in te gluren. Toen ik op zoek naar wie ik nu eigenlijk ben oude dagboeken ging herlezen viel het me op: de pijnlijke weerhaken waar ik last van heb, die waren er 10 jaar geleden ook al. Niet zo heel anders dan nu.  Daag betere versie van mezelf!

Ik zocht naar een ander beeld en kwam uit op de lift. Die gaat naar boven, maar komt ook weer naar beneden. Eén verdieping omhoog en weer drie naar beneden. Stijgen en dalen als wetmatigheid van liften. En van het leven. Wat nog altijd opwaartse en neerwaartse beweging inhoudt, en dus eventueel oordelen van goed, beter, minder en slecht, daar ben ik me van bewust. Maar toch een voor mij meer bruikbaar en realistisch beeld.

Ik had behoefte aan nog een ander beeld. Vaak heb ik er last van dat ik wat weg heb van een berggeit die grillig van rots naar rots springt, eerder dan van een pelgrim die rustig z’n weg bewandelt. Ik kan mateloos bewondering hebben voor mensen die 15 of 20 jaar met passie aan één of ander project werken en steeds deskundiger worden. Zelf ontbeer ik totaal het juiste gen daarvoor en zwerf ik nomadisch op de golven van wat mij tijdelijk boeit. Ik werd bijvoorbeeld geen docent Russisch met uitzicht op een lang academisch leven, al had dat 25 jaar geleden gekund. En ik studeerde vorig jaar niet netjes af als pianist, al zat het erin. Meestal beschouw ik het als een wat beschamende tekortkoming. Telkens weer komt de vraag ‘wat ga je nu verder doen met je diploma / kennis / vaardigheid?’. Er moet een logisch vervolg zijn, want anders kom je toch helemaal nergens op die levensladder (laat staan dat het ooit nog in orde komt met je pensioen en wanneer ga je je nu een keer als een verantwoordelijke volwassene gedragen)!

Onlangs daagde het: eigenlijk benader ik het leven als een bucket list. Veel meer dan naar succes na succes in één of ander doel ben ik altijd op zoek naar ervaringen om toe te voegen aan mijn bonte lijstje. Met een studiebeurs naar Rusland in de prille post-sovjettijd: check! Thuis bevallen: check! Mijn kinderen buiten het reguliere schoolsysteem grootbrengen: check! Snare drum spelen in Rio tijdens het carnaval: check! Op mijn 45e aan het conservatorium gaan studeren: check!

Als ik het zo bekijk worden de kasseien in die rugzak van het verleden langzaam kiezelsteentjes. Het woog zo zwaar omdat ik er allesbehalve trots op was. En het gaat niet zonder slag of stoot, maar ik mag – stilaan, misschien – van mezelf grillig zijn. Meer nog: ik moet het vooral blijven, want blijkbaar is het mijn natuur. Ik maak zelden echte bucket lists op papier, want als het er staat, dan wordt het meteen zo dwingend. Berggeiten plannen nu eenmaal ook niet vooruit waar ze morgen heen springen. Maar het beeld hou ik vast. Net als de lift. Ladders gebruik ik voortaan alleen nog om appels te plukken of op mijn dak te klauteren.

 

Kerstbrief aan mijn dierbaren

Liefsten,

Laat ik maar meteen helderheid scheppen: verwacht geen traditioneel kerstcadeau van me dit jaar, en wees voorbereid voor de komende jaren. Het is uit, ik doe niet meer mee. De afgelopen dagen viel het me op in mijn contacten, van alle kanten kwam het op me af: de ene had het over namen trekken en lijstjes opstellen, de ander sms’te me over shopping-perikelen, een derde moést nog het perfecte cadeau scoren voor x of y. Telkens overviel mij een wee, beklemd gevoel. Ik beschouw jullie stuk voor stuk als kritische, weldenkende mensen en zie met lede ogen hoe jullie door KKK – KerstKoopKoorts – worden bevangen. Begrijp me goed: ik wil me niet superieur opstellen. Ik geef toe dat het me op sommige momenten  ergert en ik mijn ogen in toom moet houden zodat ze niet gaan rollen, mijn tong omdraai in mijn mond opdat er geen ‘oh my god’ zou ontsnappen. Ik voel me erbuiten staan en ervaar een zekere gekweldheid, omdat ik het jammer vind dat jullie je blijkbaar gedwongen voelen om aan de consumptiegekte mee te doen.

Ik weet het wel, het gaat om sfeer. Ik weet het wel, het kan gezellig zijn om bij een opgetuigde spar en het nodige voer en drank cadeautjes uit te pakken. Maar ik kan me ook niet ontdoen van de indruk dat het allemaal wel heel obligaat is, dat het een evenwichtsoefening wordt in wederzijdse materiële verwachtingen.
Jij koopt voor mij een keukengadget.
In ruil koop ik voor jou een dvd-box.
Tot en met afspraken over maximale budgetten. Het lijken de Belgische begrotingsonderhandelingen wel. En uiteindelijk komt het neer op: nog meer overbodige spullen, nog meer ballast, nog meer afval en de koopindustrie die nog maar eens haar almacht bevestigd ziet.

Het doet mij denken aan een uitspraak van de Sloveense filosoof Slavoj Zizek dat het doel van het kapitalisme erin bestaat ons te laten ophouden met denken. Liefsten, jullie zijn stuk voor stuk intelligente mensen, laten we weer helder worden in het hoofd, laten we dit juk afgooien en heerlijk samen zijn met kerst zonder al die ingepakte koude kak. Mijn verstand kan er niet bij dat heel dit commerciële circus is gebouwd omheen de vermeende geboortedag van een man die eenvoud en menslievendheid uitdroeg en zich kritisch opstelde ten opzichte van de samenleving waarin hij was opgegroeid. Laten wij dat dan ook doen.

Ik hou oprecht van jullie allen en ik besef dat ik dat veel te weinig laat blijken. Mea culpa, ik ben soms een onvermogend opdondertje. Daarom het volgende besluit: elk van jullie mag de komende tijd bij wijze van alternatief cadeau een persoonlijke eindejaarsbrief van me verwachten. Op papier of digitaal, zoals het uitkomt. Ik zal erin neerschrijven waarom ik van elk van jullie hou, wat ik in jullie bewonder en wat me als bijzonder fijn bijblijft van het afgelopen jaar. Ik hoop dat jullie het mij niet kwalijk nemen dat er verder niks uit te pakken zal vallen of dat ik hier de kerstpret zit te vergallen met mijn gezeur.

Hou vooral je mailbox en  je slakkenpost in het oog.

Liefs,

Sandra

 

 

Het gedoe dat liefde heet (4) : ‘Het monogame drama’

Enkele jaren terug verscheen ‘Het monogame drama’ van filosofe Simone Van Saarloos. De wat provocatieve titel zegt het al: de auteur – 25 op het moment van publicatie en dus nog heel jong – heeft geen hoge pet op van de monogame liefdesrelatie. Terwijl we in een tijd van ongekende individuele vrijheden en zelfbepaling leven, verwacht monogamie van ons net het instemmen met onvrijheid en beknotting van onze individualiteit. Het hebben van een vaste en monogame relatie is de norm – de single wordt vaak als een soort paria beschouwd of als iemand die op zoek is naar een relatie. Ongemerkt komt het relatiebelang boven het individueel belang te staan. Partners verhouden zich meestal tot elkaar in functie van hun relatie en zijn geneigd om de ander als wezenlijk andere uit het oog te verliezen. Ziehier in kort bestek de visie van Van Saarloos.

Daartegenover stelt de auteur vanuit eigen ervaring het leven als single. Je kan haar essay gerust een ode aan het single bestaan noemen en een hulde aan de single als levenskunstenaar. Waarbij met single helemaal niet relatieloos wordt bedoeld. Simone Van Saarloos pleit namelijk voor multi-intimiteit. Die intimiteit kan verschillende vormen aannemen: hechte vriendschappen, geliefde A met wie niet wordt samengeleefd, geliefde B, occasionele al dan niet fysiek intieme contacten. Bij wijze van houvast heeft Simone Van Saarloos – verwijzend naar de schijf van vijf in de voedingsleer – een relationele schijf van vijf opgesteld. Kort samengevat:

  1. Zie verschillende mensen.
  2. Wees niet te overvloedig in je contactbehoeften en accepteer dat je niet alles kan delen.
  3. Zorg ervoor dat contact geen consumeren wordt en vermijd snackachtige seks (met dit laatste wordt pornoseks bedoeld, geen eenmalige contacten).
  4. Wees ontvankelijk voor verschillende soorten smaken en diversiteit in je contacten.
  5. Vrij veilig wat contraceptie betreft maar koester niet de illusie dat risicoloos contact bestaat.

Wat wel duidelijk is: de auteur breekt zeker geen lans voor zelfzuchtig consumeren in de liefde.  Ze haalt er psycho-analyticus Erich Fromm bij die in de jaren ’50 schreef dat velen in de liefde vooral gericht zijn op wat ze kunnen krijgen en op het maken van de juiste match, terwijl we liefde ook kunnen beschouwen als een oefening in geven en het in dat laatste is dat we onze levenskracht vinden en een uitbreiding van onze menselijke vermogens.

Ook hoeft het doorbreken van de monogame relatie volgens Simone Van Saarloos niet het einde van de romantiek te betekenen. Ze roept eerder op voor meer romantiek en voor een veel ruimere opvatting van het begrip. Waarom zouden romantische gebaren alleen maar in die éne exclusieve relatie kunnen? Proberen we op die manier soms om romantiek zo risicoloos mogelijk te maken? Van je zo vertrouwde partner weet je immers wel van tevoren welke romantische move het goed zal doen. Terwijl romantiek ook kan inhouden dat je iets doet waarvan je het effect niet zo goed kan inschatten, bv omdat je gebaar buiten de gebaande paadjes valt of buiten de context van monogamie en langdurigheid.

De verdienste van ‘Het monogame drama’ bestaat erin dat Simone Van Saarloos de moed heeft om de monogame relatie, toch een beetje een heilig huisje, een tik te geven. Dat ze het thema vanuit een persoonlijke hoek als ongebonden single met wisselende contacten durft te benaderen en ze dus ook over zichzelf schrijft, pleit voor haar. Tegelijk is het een zwakte. Een aantal aspecten blijven zo namelijk buiten beschouwing. Als eerste en niet bepaald een detailkwestie: waar blijven de kinderen als we allemaal latrelaties hebben en het samenleven als gezin op de schop gaat? Hoe pak je het aan ten opzichte van je nageslacht als mama en papa ook nog andere intieme partners hebben? Hoe leg je dat uit en vanaf welke leeftijd? Geen woord daarover.

Verder ontbreekt het hier en daar aan nuance. Het single zijn met multi-intimiteit, en ook nieuw-samengestelde gezinnen en holebi-gezinnen, worden op een voetstukje gezet als voorbeelden van creatief en flexibel samenleven, terwijl de monogame relatie nogal wordt weggezet als saaie eenheidsworst. Van Saarloos gaat zo voorbij aan een dubbel gegeven: dat a-typische gezinsvorming voor zowel biologische ouders, plus-ouders als kinderen een zware uitdaging kan vormen en lang niet altijd lukt. En dat ook bij heel veel mannen en vrouwen die ooit voor een monogame relatie kozen een gemis wordt gevoeld dat hen aanzet tot nadenken en voorzichtig samen aftasten en experimenteren met alternatieven.

Ook al ga je wat steigeren van de uitgangspunten van single levenskunstenares Van Saarloos, toch prikkelt ze je tegelijk om verder te kijken dan de monogame evidenties onder het motto dat ‘Niet het temmen, maar het trotseren van de chaos de levenskunst is die liefde nodig heeft.’ Mooi, toch?

 

 

 

 

 

 

Zwarte bladzijden in een zwart boek

Een kiezel in je schoen geeft een instant rotgevoel. Het mag nog zo’n klein flintertje steen zijn,  je voet of tenen hebben het meteen door. Weg met dat ding, het moet eruit, nu! Anders is het gesteld met een kiezel in je kop, en dat is precies het gevoel waar ik al dagen mee rondloop. Alsof er iets kleins zit te schuren en schrapen daar vanbinnen en ik het niet kwijt kan raken. Het is geen hoofdpijn, tenzij er zoiets als existentiële hoofdpijn zou bestaan. Ik kan het niet duiden, maar één ding is zeker: het zit even fout als een kiezel in een schoen. Ik kan het niet vergeten, en ik slaag er totaal niet in om me normaal te voelen. Alsof alles in mij een eindje verschoven is en mijn bewustzijn niet in staat is om in z’n gebruikelijke plooi te vallen. Zodat ik me on-mij en vervreemd en verloren voel.

WTF is dit? Het is niet dat ik me nooit eerder wat depri of niet helemaal in de haak heb gevoeld, maar dit is van een ander kaliber. Donkerder, zwarter. Gisteren welden er opeens woorden in mij op, zoals dat mij wel vaker overkomt. Ze zijn er plots, alsof ik een scherm in mijn hoofd heb waarop iemand die ik niet ken ze tikt. Gisteren was het:

zwarte bladzijden die met
zwart worden beschreven
in een zwart boek

Ik zie me al zitten, uit het raam kijkend naar de tuin, met dat zwarte boek met zwarte bladzijden voor me, vergeefs pogend erop te schrijven. Dus ja, WTF is dit? Bij alle wat vreemde gewaarwordingen die ik sinds een tijdje heb, ben ik geneigd te denken ‘menopauze zeker?’, hoewel ik geen idee heb. Misschien is het ook wel midlife of een voedingstekort, Seizoensafhankelijke Depressie (SAD) of nog wat anders.

Of ik het niet gewoon kan omhelzen, zoals dan uit spirituele hoek een wijze stem fluistert? Hell, no! Ik wil dat dit weggaat. Ik heb geen zin om me dag na dag deze inadequate loser met kiezelkop te voelen.

Vorige week ging ik met een vriend naar een theatervoorstelling, ‘De Meester en Margarita’ (een productie van Froefroe en Laika). Op een bepaald moment gaat het personage Margarita in op een wat louche uitnodiging voor een feest. Ze moet zichzelf met één of ander smeersel insmeren en hallucineert een sensuele vlucht door de stad voor ze op de plaats van bestemming aankomt. (Het is een verhaal met enig fantasiegehalte, laat dat duidelijk zijn.) Op het feest krijgt zij – argeloze meid met zwierig knalrood jurkje aan – de opdracht te dansen met alle aanwezigen. Opzwepende muziek, bevreemdende atmosfeer en telkens wordt haar meegedeeld wie de volgende danspartner is. Het blijken stuk voor stuk oplichters, schurken en misdadigers te zijn, maar zij moet ondanks haar schrik en afkeer mee in de wervelende caroussel.

Ik voel het helemaal niet aankomen daar in mijn theaterstoeltje, maar plots staan er tranen in mijn ogen. Mijn lichaam en gevoel hebben het eerder begrepen dan mijn hoofd, blijkbaar, dat dit een snaar in mij raakt. Met enige seconden vertraging begrijp ik het ook: dat de vrouw in het rode jurkje gedwongen wordt te dansen met haar eigen schaduwkanten, wat er in haarzelf ligt aan duistere sujetten. Dit is een test, en zij moet hem doorstaan. Geen wonder, want de uitnodiging voor het feestje kwam van de duivel in hoogsteigen persoon. Een tamelijk verlichte duivel trouwens.

Is dit het dan: dansen met de schaduw? Ach laat me met rust! Naar mijn gevoel heb ik eerder al met duizend schaduwen gedanst, ik ben intussen specialist in het genre, lijkt me. Ik ben moe, ik hoef niet, eigenlijk wil ik niet weten wat er komt.

Een maand of twee geleden had ik ook al zo’n donkere periode, en toen volgde er wel degelijk nieuwe helderheid op. Iets met meer rustig stromen en kleine dankbaarheid erin dan doorgaans mijn deel is. Misschien moet ik daarop hopen. En intussen samenleven met een kiezel in een hoofd dat niet even kan worden uitgetrokken als een schoen.

De Meester en Margarita (Froefroe en Laika)