Spring naar inhoud

sandra roobaert

    • Blog
    • Boek mij!
    • De inventaris van wat blijft
    • Dichter&Dichter
    • Over mij
    • SchrijfTijdlijn
    • Welkom!
  • Voeten op de grond (2): waarom ik loop

    Ik had het eerder over mijn plan om veel meer te lopen. En nee, het is niet joggen, niet rennen, niet met een pakje of loopschoenen aan, geen zweetband, geen muziek of podcast in mijn oren. Het hoeft ook niet ultra, geen 50 km op een dag, het is geen prestatie. Gewoon rustig de ene voet voor de andere is goed genoeg.

    Omdat ik zo het natuurlijke tempo van mijn lichaam weer kan voelen. Vijf kilometer per uur op een vlakke ondergrond, dat is het zowat voor een mens. Dat natuurlijke tempo ervaren we nog maar zelden. Zou een lichaam daar niet triest van worden?

    Omdat ik door alle technologie die totaal vanzelfsprekend lijkt van doener die het leven fysiek vorm geeft een bediener van apparaten geworden ben. Mijn lichaam is een knoppendrukker. Geen wonder dat ik me soms (vaak?) down voel.

    Omdat mijn lichaam het recht heeft om meer te zijn dan een huls die mijn buitenproportioneel werkend brein moet vervoeren en ik ellendig word van dat permanente onevenwicht.

    Omdat ik het denken in termen van efficiëntie, nut en tijdwinst laat varen.

    Omdat ik plekken ontdek die mij nooit zijn opgevallen of die mij plots verrassen:
    een hondenweide
    een pad achter huizen
    een onopvallend parkje met een bank
    een muurschildering

    Omdat ik mensen tegenkom:
    iemand zegt dag, iemand glimlacht of er ontstaat een kort gesprek.

    Omdat ik (sporen van) dieren tegenkom:
    schalen van vogeleieren
    geitjes in het gras
    een haas in het veld
    een dood muisje
    vlinders
    reeën
    een eekhoorn
    een vos
    Vaak voelt het betekenisvol.

    Omdat ik het zwaartepunt in mijn dagen verleg en van mijn verplaatsingen avonturen op kleine schaal maak.

    Omdat de wereld prachtig is. De Britse schilder David Hockney zei: ‘De wereld is heel, heel erg mooi wanneer je er echt naar kijkt, maar de meeste mensen nemen niet de moeite om te kijken, toch? Ik wel.’

    Omdat ik creatief kan zijn: met de auto is er vaak maar één route mogelijk, met de fiets enkele, te voet wel tien.

    Omdat ik me een beetje een zwerver kan voelen wanneer ik met een omweg naar een heel gewone bestemming als de bib of de bakker loop.

    Omdat ontevredenheid over mijn leven, gedachten dat ik niet zinvol bezig ben, dat ik te weinig tijd heb, dat ik een andere richting wil maar niet weet welke vanzelf afnemen.

    Omdat wanneer ik loop er na een tijd schijnbaar toevallige herinneringen opkomen. Alsof mijn lichaam weet wat nog een keer moet afgespeeld worden vanbinnen. Gebeurtenissen waarvan ik sporen draag die nog verwerkt moeten worden.

    Omdat mijn zintuigen vrij spel krijgen. Wanneer ik fiets of autorijd moeten ze veel harder werken in functie van de weg, de verkeersregels en andere weggebruikers.

    Omdat lopen niks te maken heeft met work-out / wellness / fitnessen / body culture / sporten / lifestyle / apps om stappen te tellen / bewegen om ‘je hoofd leeg te maken’.

    Omdat lopen gaat over soevereiniteit aan mijn lichaam teruggeven en vertrouwen op de wijsheid ervan, het ritme van een moment kiezen, een intuïtieve route afleggen, mij verbinden met een omgeving, kiezen voor traagheid.

    Omdat ik aan één stuk kansen krijg om in het moment te zijn: daar loopt de buurjongen met de hond, er luidt een klok, op een bank ligt een verloren kindertruitje, bij het huis op de hoek hangt een baklucht.

    Omdat lopen, doordat ik in de analoge werkelijkheid ben en in de verte kijk in plaats van op een scherm, een digitale detox is, en een anti-vervreemdingskuur.

    Omdat ik me wanneer ik regelmatig loop krachtiger voel ten opzichte van alles wat in de wereld gebeurt. Ik ervaar minder machteloosheid en ben sneller geneigd om iets te ondernemen.

    Omdat … (ga lopen en vul zelf je redenen in).

    Foto bovenaan (Landen), midden (achter het station van Sint-Niklaas), onder (David Hockney).

    • Voeten op de grond (2): waarom ik loop
    • Bella Italia 2026: een plan
    • Voeten op de grond (1): Florenville – Villers-devant-Orval, Oostende
    • Reiskater
    • UGP (Unique Giving Point)
    14 augustus 2026
    voeten op de grond

  • Bella Italia 2026: een plan

    Na mijn eerste (grotendeels solo) treinreis naar Italië in 2022 was ik hooked. Wat een land, wat een licht, wat een musea, steden, kusten, landschappen, eten … En hoe geweldig om het allemaal met de trein te doen. Ik werd helemaal fan van Trenitalia en Italo, de efficiëntie van de frecciarossa-hogesnelheidstreinen, het gezapige van de regionale-treintjes en de knappe jonge treinbegeleiders. Er volgden nog reizen in 2023 en in 2025. Voor aflevering vier bleef ik het plannen alsmaar uitstellen, hoewel ik vorige winter al een Interrail-pas kocht.

    Waarheen? Sicilië is al langer een droom, maar helemaal met de trein? Of de zuidelijke provincies Puglia, Basilicata en Calabria? Ook machtig ver, natuurlijk. Ik doorploegde reisgidsen en websites, vond treinlijnen, staproutes en de ene must-see-plek na de andere. Maar een coherent plan werd het niet.

    Tot de logische oplossing plots vanzelf bezorgd werd, in die toestand tussen slaap en wakker waar je meestal de beste ideeën krijgt. Waarom niet voortzetten waar ik vorig jaar gestopt ben? Ik stapte toen vier dagen van de Via Francigena, de pelgrimsroute die van Canterbury tot Rome loopt (en helemaal tot Leuca in het uiterste zuiden). Toen kwam ik aan in Siena (mijn absolute soft spot in Italië, ik moét er telkens weer heen). Waarom niet gewoon verder stappen vanaf Siena?

    Het vervolg van de Via Francigena loopt zuidwaarts Toscane uit en de provincie Lazio in, richting Rome. Het plan klikte in mijn hoofd in enkele dagen tijd. Deze keer wordt het 8 dagen stappen, van Siena over Bolsena en Viterbo tot Vetralla, in totaal ongeveer 185 km. En nee, dan ben je nog lang niet in Rome, daar zijn nog eens drie dagtochten van meer dan 30 km voor nodig.

    Met de trein sta je vanuit België trouwens ook niet zomaar in een wip in Siena, én er is het extra plan om dochter N te gaan bezoeken die vanaf september een semester in Lugano (net nog Zwitserland) studeert. Concreet zal ik de eerste dagen een aanloop via Basel nemen – veel musea daar, naar het schijnt – en reis ik met een nachtje tussenstop in Lugano tot Siena. Dan wordt het heel veel stappen met aansluitend nog een paar daguitstappen. En om af te sluiten enkele dagen Lugano. Wanneer? Vanaf 15 september.

    Wat ik spannend vind?
    Lugano terugzien (ik was er in 2025), dochter N zien op haar Erasmus-plek, Siena terugzien (blijf ik het er even geweldig vinden?), 8 dagen achter elkaar stappen, met een uitschieter van 32 km op dag 3, de meren onderweg (dat van Bolsena tijdens het stappen, en dat van Bracciano achteraf), slapen in een pelgrimshostel (tegen vrije bijdrage), weer dag na dag Italiaans spreken, treinen halen, de weg vinden met de Francigena-app, … Eigenlijk heeft in je eentje reizen sowieso een tamelijk hoge spannend-factor. Anderzijds ook een onvergetelijk-factor.

    Terugkerende vraag: ga je nog eens reizen? Ja dus. Daaropvolgende vraag: ga je weer schrijven onderweg? Zeker weten. Over een goeie maand is het zo ver.

    Eigen foto’s: Toscane (2025), meer van Lugano (2025)

    • Voeten op de grond (2): waarom ik loop
    • Bella Italia 2026: een plan
    • Voeten op de grond (1): Florenville – Villers-devant-Orval, Oostende
    • Reiskater
    • UGP (Unique Giving Point)
    9 augustus 2026
    Bella Italia 2026

  • Voeten op de grond (1): Florenville – Villers-devant-Orval, Oostende

    Ik loop graag. Ik bedoel: ik stap graag, maar lopen vind ik een mooier woord. Laat mij maar dagen aan een stuk kilometers afleggen in een inspirerend landschap en ik voel me licht en happy. In mijn hoofd ook, alles ontknoopt en wordt eenvoudiger. Wanneer ik terugkom, heb ik bijna altijd last van ontwenningsverschijnselen. Vind ik de wereld veel te snel en vol en benauwend. Eigenlijk wil ik blijven lopen. Maar kan dat dan niet gewoon? Ik hoef misschien niet per se dag na dag 25 km af te leggen in één of ander buitenland. Besluit: ik ga meer lopen, er een bedding voor zoeken in het leven van alledag.

    *

    Eind juli. Ik heb het nooit eerder gedaan: met de rugzak stappen van het station van Florenville naar Villers-devant-Orval, waar ik gemiddeld 7 dagen per maand werk en verblijf. De kortste weg gaat door veld en bos, de afstand is twaalf kilometer en tussen de bomen hangt geen 4G-reddingslijn. Nadat ik de route een paar jaar geleden met rugzak en vouwfiets aflegde, hopeloos vastliep op modderpaden en verdwaalde, durfde ik het geen volgende keer meer aan. Maar ik wil die weg echt kennen. Nieuwe poging dus.

    Ik stap in Florenville uit de trein en het doet wat het in weken niet heeft gedaan: regenen. Net genoeg om de regenhoes van mijn rugzak en mijn broekspijpen wat vochtig te maken. Voorbij het centrum van Florenville – befaamd ijssalon, terrasjes, kledingzaken – klaart het weer op. Dan velden. In de verte zie ik een vos lopen. Alles is vredig, ik kom haast niemand tegen.

    De donkere bosrand slokt mij op. Afdalen, een lange weg. Op een open plek – een beetje onwaarschijnlijk middenin een bos – het restaurant waar je blijkbaar paling moet eten. In de schaduw staan twee paarden geparkeerd. Het restaurant wordt plots een herberg 200 jaar geleden. Het uitzicht verderop doet denken aan Oostenrijk: een groene helling met chalets. Maar dit is Frankrijk, wanneer ik doorstap wordt het weer België.

    Hier en daar heb ik wat twijfel en weet ik niet waar ik precies zal uitkomen, maar de richting lijkt me juist. Sommige plekken verrassen. Ook het water volgen helpt. Na tweeënhalf uur kom ik zonder verdwalen op mijn werkplek aan. Nog even tijd om rond te lopen, dag te zeggen aan collega’s, uit te pakken en vol energie aan het werk te gaan. Een beetje trots op mezelf. Dit ga ik vaker doen.

    *

    Een volle week later en ik reis naar mijn moeder, die – nog even – aan zee woont. Ik heb weinig met de Belgische kust, maar ik besluit een uur vroeger dan gewoonlijk te vertrekken, zodat ik een strandwandeling kan maken. In Oostende stromen de dagjestoeristen uit de trein, het is druk in de straat met de vele viskramen. Voorbij het kunstwerk met de rode ingedeukte dozen ga ik het strand op. Hier is het nog rustig, maar wel al flink warm.

    De zee ziet er vandaag blauwer uit dan het grijzige beeld dat ik altijd krijg wanneer ik aan de Noordzee denk. Er staat nauwelijks wind, het water rolt kalmpjes aan, bijna zonder golven. Alles ziet er op één of andere manier blij uit, feestelijk. Misschien kan ik van deze Belgische kust toch een klein beetje houden. Na een half uur stappen wordt het me te warm op het zand.

    Ik kom ter hoogte van de Koninklijke Gaanderijen. Even gaan kijken hoe het staat met de renovatie.

    Op een dag als deze lijkt het wel Italië. In het midden van de gaanderijen ligt een chique brasserie. Ik zie van buiten een wandvullend glasraam. Het ziet er mooi uit. Ik ga naar binnen en vraag of ik foto’s mag maken. Het mag. Verderop neem ik de tram naar mijn moeder. Het is nog maar 11 uur, maar het lijkt alsof deze dag me al een mini-avontuur bezorgd heeft.

    Voeten op de grond en lopen. Ik ga het blijven doen.

    5 augustus 2026
    voeten op de grond

  • Reiskater

    Heb jij dat ook? De zo-veel-heid, de veel-te-veel-heid die je op sleeptouw neemt, ook al wil je dat niet. Stilstaan is geen optie, alles raast verder. En ik heb zelfs helemaal geen voltijdse job (hoe doen al die mensen die er wel één hebben dat?). Enige gêne, schaamte. Kan ik echt maar zo weinig (aan)? Blijkbaar wel.

    Een ander besluit zou kunnen zijn dat de wereld structureel ongezond is, té. Dat haalt het onvermogen bij mij weg. Ik hoef niet de combinatie aan te kunnen van werken, schrijven (deadlines), volwassen kinderen, hoogbejaarde moeder, vrienden, nieuwsstroom (de grote wereld), berichtenstroom (de kleine wereld), de tuin (verwildering, slakken!) en alle gevoelens van onvermogen die ermee samenhangen.

    Af en toe vraagt er iemand: ‘Wanneer ga je nog een keer reizen? Dan kan ik weer meeliften met jouw reisverhalen’. Ik schrijf alleen wanneer ik in mijn eentje reis, en ja, het plan is om dat dit jaar opnieuw te doen, maar wanneer vind ik de tijd om het te organiseren? Pijnlijk.

    Intussen verdoof ik mezelf met de verhalen / filmpjes van andere reizigers en droom ik over traag reizen als manier van leven. Gewoon in de wereld zijn en van dag tot dag de afstand afleggen, van A naar B, van B naar C. Onlangs deed ik dat weer een keer, samen met het lief. We stapten langs de Schotse oostkust.* Met wolken en grijsheid, wolken en zon op het water, wat motregen. We hadden gemengde gevoelens over de vele golfterreinen waar we langs kwamen, en over de voorliefde van de Britten voor eindeloze strak gemaaide grasvelden, ook als er niet op gegolfd wordt. We genoten van ongerepte zandstranden zonder hoogbouw, vulkanische rotsen en authentieke kuststadjes met mini-vissershaventjes.

    Ik ga dan altijd dromen van blijven stappen, gewoon blijven doorlopen. De hele kust langs, het hele eiland rond. Dat soort dingen. Voorlopig gebeurt dat niet. Gedachten als ‘Later! Pensioen.’ voelen ongemakkelijk. Reizen blijft de kleine ontsnapping, waarna ik altijd weer in het gareel moet.

    En dan is er dat cijfer: 1 op 5 Belgen kan zich zelfs geen weekje vakantie in het buitenland veroorloven. Ik blijk een luxebeest met luxeverlangens. Hup, nog een laagje schuldgevoel er bovenop. Maar ook: ho, stop! We leven – bewust – op twee deeltijdinkomens en hoefden niet in onze spaarbuffers te duiken om dit reisje te maken, dus laat ik mezelf nu maar niet op de kop timmeren. Ieder zo z’n prioriteiten.

    Maar voorlopig een reiskater, dus. Een punthoofd krijgen van het veel te veel. Websites afschuimen op zoek naar ideeën voor die volgende soloreis. Richting zuiden, sowieso. Nog even al die zeefoto’s bekijken. Het helpt.

    * Voor wie wil weten waar: Fife Coastal Path tussen South Queensferry en Dundee.

    18 juni 2026

  • UGP (Unique Giving Point)

    Misschien is het de vraag die ik me het allervaakst stel: wat doe je voor de wereld? Er komen ook wel antwoorden op: ik probeer mijn werk goed te doen, er te zijn voor partner, kinderen, moeder, vrienden, de aarde niet te hard te belasten door zo groen mogelijk te leven, ik doneer wat hier en daar, doe vrijwilligerswerk. Dat soort dingen. Maar genoeg vind ik het niet. De antwoorden voelen altijd te slap. Ik krimp met enig schaamrood in elkaar wanneer ik zie, hoor, lees hoeveel meer sommigen doen. Hoe ze heldhaftig, dwars, rechtuit. Aanklagen, opkomen, lijfelijk desnoods.

    Ik heb het gedaan. Moest het echt proberen. Burgerlijk ongehoorzaam. In zo’n wit pak, geen gsm of papieren bij, kwestie van anoniem te blijven. Politie-cordon om ons heen. In elkaar haken en stand houden tegen het trekken, sleuren aan armen en benen. Tegen de grond gedrukt worden, armen op je rug, geboeid met ziplocks, in een bus gestopt, uren wachten bij een politiecommissariaat. Het was niet traumatiserend, wel indringend. We waren met velen en de overtuiging dat we allemaal voor hetzelfde stonden en niemand zou gaan schreeuwen, spuwen, slaan of schoppen om zich te verdedigen voelde eindeloos krachtig en veilig.

    Toch heb ik het intussen niet meer opnieuw gedaan. Misschien ben ik bang dat het een volgende keer niet zo zal meevallen. Dat ik gewond raak, slecht behandeld word, vernederd. Misschien mis ik mensen met wie ik het echt zou zien zitten om samen actie te voeren. Zeker ben ik bang voor het repressieve klimaat tegen activisten. Voor je het weet sta je in de rechtbank of heb je een reuzenboete beet. Ik denk niet dat ik martelaarschap over heb voor wat ik belangrijk vind. Ook al neem ik mezelf dat soms kwalijk. Tenslotte moet iemand het doen. Als we zwijgen en ons koest houden gaat het verder: verrechtsing, verwoesting, ultrakapitalisme, de autoritaire reflex die de democratische langzaam voortkruipend wegdrukt. Zoals zovelen wil ik dat niet: een brute, elitaire, gevoelloze, hermetisch afgegrendelde samenleving waarin we alleen nog aan onze koopkracht verknocht zijn en overtuigd dat meer wapens en oorlogsretoriek bescherming bieden.

    Dus wat kan ik doen dan? In mijn hoofd komt – ironisch – een marketingterm op: USP, Unique Selling Point. Dat wat een product duidelijk onderscheidt van een ander, gelijkaardig product en zo een meerwaarde biedt. Ik pas het aan en maak er UGP van, Unique Giving Point. Wat is het mijne? Op welke manier kan ik het meeste van mezelf geven, wat past het beste, kan ik het langst volhouden ten dienste van de wereld (ok, het klinkt een beetje gezwollen). Ik weet wel wat dat is: schrijven, natuurlijk. Niet omdat ik dat het liefste wil – liever was ik een activist die weken in weer en wind in een boom leeft zodat die niet wordt omgehakt – wel omdat ik uit ervaring weet dat ik er nu eenmaal beter in ben. Omdat het datgene is waarop mensen reageren wanneer ik het doe. Met enthousiasme, of dank. Het gaf hen iets, blijkbaar.

    Het is een veel zachtere manier van reageren op de wereld, dat besef ik. Ik blijf erop broeden of het genoeg is. Hoe ik kan schrijven, maar ook echt actief zijn. Er zijn wat ideeën die graag naar buiten willen en tegelijk uitvluchten zoeken om binnen te blijven. Voor nu moet het volstaan. Ik lees over hoop. Ik hoop.

    ‘Wat is hoop eigenlijk … een emotie?’
    ‘Nee, het is geen emotie.’
    ‘Wat is het dan?’
    ‘Het is een aspect van ons voortbestaan.’
    ‘Is het een overlevingskunst?’
    ‘Het is geen kunst in die zin. Het is meer ingebakken, dieper. Het is bijna een gave. Kom op, bedenk een ander woord.’
    ‘Vermogen? Aanleg? Talent?’
    ‘Talent zou kunnen. Talent, kracht. In die richting.’
    ‘Een overlevingsmechanisme …’
    ‘Beter, maar minder mechanisch. Een overleving …’ Jane viel even stil. Ze probeerde de juiste term te bedenken.
    ‘Impuls? Instinct?’ probeerde ik.
    ‘Eigenlijk is het een eigenschap om te overleven’, concludeerde ze ten slotte. ‘Dat is het. Het is een eigenschap zonder welke we niet overleven.’

    Jane Goodall in gesprek met Douglas Abrams in ‘Het boek van hoop / Levenslessen voor een mooiere toekomst’ (2021)

    Foto: Banksy, Flower Thrower, 2019

    • Voeten op de grond (2): waarom ik loop
    • Bella Italia 2026: een plan
    • Voeten op de grond (1): Florenville – Villers-devant-Orval, Oostende
    • Reiskater
    • UGP (Unique Giving Point)
    7 april 2026

  • Hoop-koffer

    In de kringwinkel heeft ze een geschikt model gevonden. Dit wordt de Hoop-koffer. Hij is bruin, van leer, ouderwets met verstevigde hoeken en metalen sloten met een veertje die openspringen wanneer ze met haar duimen de knoppen verschuift.

    In de Hoop-koffer verzamelt ze alles wat ze hoopgevend vindt en waarvan ze denkt dat het misschien ook een ander in van hoop verstoken tijden kan opbeuren. Met haar koffer reist ze van stad tot stad, van dorp tot dorp. Met de trein, natuurlijk. Hoop kan je niet goed vervoeren met de auto.

    Bij voorkeur stelt ze zich op bij een bibliotheek, dat is vanzelf al een hoopgevende plek. Met krijt trekt ze een grote cirkel en schrijft binnen de omtreklijn ‘HOOP NODIG? HIER IS HOOP (GRATIS)’. Ze gaat samen met de koffer middenin de cirkel zitten en wacht af. Heeft er iemand hoop nodig?

    De meeste bibliotheekbezoekers kijken even vanuit hun ooghoeken en lopen dan snel met een boog om haar heen naar binnen. Na een half uur komt een vrouw met een tas vol boeken met haar praten, daarna een oudere man met een hond, een meisje met een wenkbrauwpiercing en een tattoo op de linkerpols. Soms is het een hele tijd stil, soms komen er verschillende mensen tegelijk. Op een bepaald moment zijn er genoeg voor een cirkel, die even later weer uitwaaiert.

    Allemaal hebben ze hoop nodig. Ze luistert aandachtig. Heeft geen oplossingen. Soms volstaat het om samen te besluiten dat je het niet weet, je machteloos voelt bij alles wat er gebeurt.

    Af en toe gaat de Hoop-koffer open, wanneer het moment geschikt lijkt. Er komt een postkaart uit van een berglandschap. Zo zag het eruit in 1906.

    En ook een verhaal over de opkomst van social crafting, samen iets creatiefs doen in plaats van in je eentje achter je naaimachine of schetsboek zitten.

    Heeft iemand een gedicht nodig? Hier is er een:

    In de koffer zitten gladde stenen met een bijzondere tekening, schelpen, gedroogde bladeren waarin een herfst voor altijd bewaard ligt.

    Mooie dingen geven hoop, het zachte en warme van ouders en kinderen dicht bij elkaar, zonder schermen, zonder woorden. De fotografe noemt het skinship.

    Iemand droomt van geweldloos verzet, maar durft nog niet goed. In de koffer zitten filmpjes. Hoe mensen met velen de bouw van zinloze dingen tegenhouden: een regionale luchthaven, een gigantisch waterbekken dat sneeuwkanonnen in de Alpen moet bevoorraden.

    Af en toe schrijft iemand dingen over hoop om te bewaren. Om op het juiste moment uit een Hoop-koffer te halen en voor te lezen: dat hoop geen lot uit de loterij is dat je vasthoudt, waarna je achterover leunt en op je geluk gaat zitten wachten. Nee, hoop is een bijl waarmee je desnoods deuren inslaat, hoop jaagt je het huis uit en laat je de mogelijkheid van een andere wereld aanvoelen, zonder dat die beloofd of gegarandeerd is.

    Het wordt frisser, de bib sluit. Ze pakt de koffer weer in, neemt afscheid van de laatsten in de Hoop-cirkel. Morgen wast de regen de krijtsporen weg. Geeft tegelijk de nieuwe zaden van hoop water.

    Het schilderij is van Ferdinand Hodler. Het verhaal over social crafting kan je lezen in Flow (nummer 3 – 2026). Het gedicht is van Lotte Dodion en komt uit ‘Verzachtende omstandigheden’. Het citaat over hoop (vrij verwoord) is van Rebecca Solnit, uit ‘Optimisme. Protesten die de wereld veranderen’, p. 13.

    • Voeten op de grond (2): waarom ik loop
    • Bella Italia 2026: een plan
    • Voeten op de grond (1): Florenville – Villers-devant-Orval, Oostende
    • Reiskater
    • UGP (Unique Giving Point)

    31 maart 2026

  • ‘VOLZET’

    Foto: Pexels (Ricky Esquivel)

    De bib belt.
    Of we nog wat verder kunnen afspreken voor de lezing van donderdag.
    Ja, zeker.
    Het gaat over lampen en tafeltjes, over schermen en zetels.
    Over Q&A.
    Over muziek.
    Over de hamvraag hoeveel inschrijvingen er nu zijn.
    Oei, dat valt een beetje tegen.
    Maar we doen nog een extra promoronde hoor de komende dagen.
    Mensen schrijven vaak laat in.
    En we rekenen ook op aanwezigen die komen zonder inschrijven.
    Ok, duimen maar.

    Poëzie, niet altijd een spontane hit.
    Misschien moest het meer ingekleed zijn?
    Meer toeters en bellen.
    Niet zomaar alleen mijn kop en de aankondiging ‘gedichten’.
    Misschien moest er een grote naam in plaats van mijn kleine.
    Misschien moest ik zelf nog veel meer mensen uitnodigen.
    (Maar die mensen kennen mij / mijn poëzie al wel, moeten ze dan telkens opnieuw komen luisteren om me een plezier te doen?).
    Misschien een bijhorende expo.
    Misschien een prijs die je kan winnen.
    Misschien een mini-stuntje.

    In elk geval, ik zal er zijn.
    Met gedichten.
    Voorlopig hoef je niet te vrezen voor een bordje ‘VOLZET’ aan de deur.
    Ik zal er staan om je te begroeten.
    Het wordt exclusief.
    Je zal deel uitmaken van een select gezelschap poëzieproevers.
    Vooruit dan maar, omdat jij het bent mag je nog iemand extra meebrengen.
    Of twee.

    27 januari 2026

  • Tegenstroom

    Bij wijze van kerstcadeautje valt ‘Oikos, het onafhankelijk tijdschrift voor de sociaal-ecologische tegenstroom’ in mijn brievenbus. Een themanummer over democratie. Een beetje verrassend heeft ‘Oikos’ ook een literaire rubriek, waarin deze keer drie dichters: Margot Delaet, Veerle Decaestecker en ik. Ik vind het een prettige gedachte dat poëzie deel kan uitmaken van de sociaal-ecologische tegenstroom. Niet dat ik de illusie koester dat gedichten stormenderhand de wereld gaan veranderen. Wel denk ik dat we alle vormen van taal nodig hebben om een visie op de wereld over te brengen die ingaat tegen de kapitalistische, neoliberale mainstream. We hebben artikels en non-fictie nodig, maar ook romans, songs, films en poëzie, kwestie van op uiteenlopende manieren verbaal uitdrukking te geven aan onze ideeën en overtuigingen.

    Ik denk nooit bewust: tijd voor een klimaatgedicht, maar merk wel dat ik schrijvend telkens terugkeer naar dat thema. Wat mij erin drijft is een mengeling van bezorgdheid en verdriet om wat verloren dreigt te gaan en gaat, maar ook altijd weer hoop en verwondering om al het levende. Dus ik ben blij dat dit titelloze gedicht van me via de klimaatdichtersbeweging zijn weg vond naar ‘Oikos’ en zo weer een nieuw publiek krijgt.

    En verder: het jaar loopt af. Voor dichters vaak een gelegenheid voor een gedicht. Wensen die met net wat meer verbale schwung en elegantie verpakt worden dan de tekst op de gemiddelde kerstkaart. Ik heb er altijd een dubbel gevoel bij. Alsof het een dichtersplicht is die ik onder dwang moet vervullen.

    Dit jaar heb ik extra het gevoel dat het – tegen een achtergrond van oorlog en verwoesting, giftig leiderschap en nog veel meer ellendigs – onmogelijk voor me is om wat luchtige eindejaarssfeer de ether in te blazen. Ik voel het niet, en kan het dan ook niet faken. De vlam flakkert. Goed, laten we het dan gewoon daarover hebben. Terwijl ik schrijf, ontdek ik dat ik wel een weg zie. Dat die weg ‘iemand’ is. We kunnen het alleen maar samen. Ik denk aan de concrete ‘iemanden’ in mijn leven. En wens iedereen op alle momenten waarop het nodig is iemand die voorbijkomt en de dingen anders maakt. Ook: dat je zelf voor anderen iemand kan zijn.

    25 december 2025

  • Warme dichters

    Sinds enkele maanden maak ik deel uit van Dichters in Beweging in Leuven en daar heb ik nog geen seconde spijt van gehad. Het zet mijn schrijven in een nieuw licht en geeft een gezonde draai aan de molen. Wat me lang tegenhield, was onder meer dat ik mezelf geen geweldige gelegenheidsdichter vind. En thematisch schrijven is net eigen aan Dichters in Beweging. De deelnemende dichters schrijven telkens over een specifiek thema, houden twee feedbackmiddagen en geven dan een lezing van geselecteerde gedichten.

    Vaak zijn de thema’s ruim genoeg om er ‘oude’ gedichten bij te betrekken die je nog in de lade hebt liggen of werk dat eerder gepubliceerd is, maar het is natuurlijk net pittig om de uitdaging van het opgelegde onderwerp aan te gaan en iets nieuws te schrijven. Dat lukt uiteindelijk beter dan verwacht, de themastress blijft beperkt. Feedbackmomenten groeien telkens uit tot gonzende bijenkorven van creatieve kruisbestuiving. Mooi meegenomen ook dat er altijd maatschappelijke betrokkenheid in de thema’s zit.

    Logisch dus dat de Dichters in Beweging meedoen met de Warmste Week. Op zaterdag 13 december geven we zichtbaarheid aan onzichtbare ziektes. Dat doen we via onze gedichten en door twee Leuvense verenigingen uit te nodigen die een project indienden voor de Warmste Week. Wie de gelegenheidsbundel koopt, steunt vanzelf de Warmste Week.

    Enkele dagen later krijg ik het nog een keer warm op de Voorleesavond van Woordentij in het Bisschopshuis in Brugge. Meer dan 100 dichters bezorgden ‘Dichtregels voor onzichtbare zieken’, meteen ook de titel van een bloemlezing die ten voordele van de Warmste Week verkocht wordt. Een heleboel dichters zullen hun gedicht voorlezen op 17 december. Vermoedelijk wordt dat een heuse marathon daar in Brugge.

    Al even een opwarmertje? Hieronder de start van één van de gedichten die ik in Leuven zal lezen. Welkom!

    je bent niet de bladzijde in het handboek
    niet de symptomenlijst online
    je bent niet de lijm op het etiket
    niet de fibro de nervosa
    niet de parkinson de bipolair
    je bent niet de wachtzaal
    niet de stoel in de wachtzaal
    je bent niet de mri
    het resultaat van de mri
    niet de diagnose
    het dossier

    …

    • Voeten op de grond (2): waarom ik loop
    • Bella Italia 2026: een plan
    • Voeten op de grond (1): Florenville – Villers-devant-Orval, Oostende
    • Reiskater
    • UGP (Unique Giving Point)
    30 november 2025

  • Wereldreis

    Vanaf het station door het park, oase van oker, amber, caramel, roest. De bomen staan in vlam in de zon, de dag voelt lente-achtig, het is veel te warm voor de tijd van het jaar. Heerlijk en tegelijk zorgwekkend. Is er een woord voor de complexe gevoelens die klimaatverandering oproept? Klimaatverwarring? Klimaatgespletenheid? Of is het een klimaatspagaat, dit weten dat er iets grondig fout zit maar toch genieten van het zachte weer?

    Daar is het museum. De tentoonstelling van de fotograaf over de zee. Er zijn heel veel mensen, zich verdringend voor de zeefoto’s, de zeeschilderijen. Veel meer mensen dan op een doorsnee herfstdag op een strand. We willen kijken met de blik van de fotograaf, niet met onze eigen blik op een werkelijke zee.

    Zo heb ik de zee nog niet gezien.
    Onbeweeglijk met hooguit fronsrimpels.
    Als een doek van onderop bewogen door een melancholisch zeedier.
    Als de vacht van een rennende wolf.
    Als een laat donker schilderij van Rothko.
    Als een bergketen.
    Een mysterieus traag waterlandschap.

    Waarom kijken we niet met de blik van de vissen?

    In het filmpje spreekt de fotograaf over het vlies op de zee, de zee als plafond van het water, als bodem van de lucht. En dat ze opwoelt: ideeën, gedachten, twijfels, gevoelens neigend naar het extreme, diepe angst, maar ook vitaliteit en levenslust.

    Voor het tijd is om te vertrekken een ommetje in het voor de rest bijna lege museum. Even dag gaan zeggen bij een paar geliefde schilderijen.

    Volgende etappe van de dag: lunch met vriendin/dichter. Bijpraten: volgende-bundelverhalen, uitgevers-verhalen, zeg-wist-je-al-verhalen. Is dat laatste een beter woord voor roddels? Er moet ook nog iets gevierd, een prachtig excuus voor taart.

    Samen naar de bundelvoorstelling van een collega-dichter. In de auto: gezinsverhalen. De dame van de gps stuurt ons zowat het kanaal in. Of onze aandacht was iets te veel bij de gezinsverhalen, dat kan ook.

    Een mooi voormalig schildersatelier. Bekenden, kussen, een compliment, een hoge concentratie dichters. Gedichten zijn in staat de lucht op te warmen. Te weven en je in te wikkelen. Met velen in de woordendeken.

    Daarna met een andere vriendin/dichter huiswaarts. Nog meer dichtersverhalen, plannen-verhalen. Soms vervloek je jezelf: kon je niet iets coolers bedenken dan dichter worden? Maar op dagen als vandaag is dichter zijn ook gewoon spannend, ben je deel van een genootschap. Dat van de taalontdekkingsreizigers, of zoiets.

    Net de aansluiting missen voor het laatste stukje trein tot thuis. Een uur wachten. Naar het Frietcafé dan maar. Gedichten lezen in de vette walm, een Russisch sprekend gezelschap aan het buurtafeltje afluisteren.

    De dag was een wereldreis.

    ——————————————————-

    De tentoonstelling is Transcripts of a Sea – Stephan Vanfleteren

    De schilderijen zijn van Valerius De Saedeleer (‘Pachthoeve in de sneeuw’ – 1907 en ‘Einde van een sombere dag’ – 1907).

    Het gedicht is van Matthias Haeck, uit zijn pas verschenen debuut ‘Staat van genade’.

    • Voeten op de grond (2): waarom ik loop
    • Bella Italia 2026: een plan
    • Voeten op de grond (1): Florenville – Villers-devant-Orval, Oostende
    • Reiskater
    • UGP (Unique Giving Point)
    10 november 2025

Volgende pagina

Maak een website of blog op WordPress.com

Reacties laden....
  • Abonneren Geabonneerd
    • sandra roobaert
    • Voeg je bij 61 andere abonnees
    • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
    • sandra roobaert
    • Abonneren Geabonneerd
    • Aanmelden
    • Inloggen
    • Deze inhoud rapporteren
    • Site in de Reader weergeven
    • Beheer abonnementen
    • Deze balk inklappen