Ik wil eerst nog wat rondlopen in Bolsena voor ik de korte(re) tocht van ‘maar’ 17 km aanvat naar Montefiascone. Mijn research heeft opgeleverd dat het meer van Bolsena het 5e grootste van Italië is en met 114 vierkante km het grootste kratermeer van Europa. Ter vergelijking: het grootste plasje water in België is goed voor iets meer dan 6 vierkante km (Les Lacs de l’Eau d’Heure, kunstmatig aangelegd). Tja.

Bolsena blijkt een mooi historisch centrum te hebben.


En joekels van laanbomen die boven de huizen uittorenen en in de gemiddelde Vlaamse stad al lang zouden gerooid zijn om vage redenen als overlast of gevaar voor de bevolking. Soms weet ik niet goed of ik blij moet zijn om wat elders wel evident blijkt te zijn of triest om ons schrale landje.

Verder, op naar Montefiascone. De hele tocht is een afwisseling van bos en uitzichten op het meer. In de bossen staat het vol roze cyclamen, bij ons vooral bekend als huiskamerplantje.


Montefiascone ligt ook aan het meer van Bolsena, maar iets verder weg van de oever. Ik heb wat moeite om het centrum en eventuele bezienswaardigheden te vinden. Onderin de kathedraal ligt de crypte van de heilige Lucia Filippini. Een prachtige plek met een bijzondere, intiem-religieuze uitstraling. Los van het feit dat het gemummificeerde lichaam van deze heilige Lucia in een glazen kist onder het altaar te bezichtigen is. Dat soort Italiaanse devotie ben ik geneigd te negeren.


Na mijn omzwervingen stuit ik op het Vlaamse gezelschap dat ik al vaak ontmoet heb op mijn tocht. Ze zitten op een terrasje en zetten een stoel voor me bij. Jongeren op irritant knetterende brommertjes komen langsgescheurd. Het is vrijdagavond, in elke Italiaanse stad het moment waarop tieners de straten lijken over te nemen. Na een gezellige babbel gaan de landgenoten op restaurant – nee, ik wil niet mee – en zoek ik mijn kamer op voor een rustige avond.
Plaats een reactie