
Na mijn eerste (grotendeels solo) treinreis naar Italië in 2022 was ik hooked. Wat een land, wat een licht, wat een musea, steden, kusten, landschappen, eten … En hoe geweldig om het allemaal met de trein te doen. Ik werd helemaal fan van Trenitalia en Italo, de efficiëntie van de frecciarossa-hogesnelheidstreinen, het gezapige van de regionale-treintjes en de knappe jonge treinbegeleiders. Er volgden nog reizen in 2023 en in 2025. Voor aflevering vier bleef ik het plannen alsmaar uitstellen, hoewel ik vorige winter al een Interrail-pas kocht.
Waarheen? Sicilië is al langer een droom, maar helemaal met de trein? Of de zuidelijke provincies Puglia, Basilicata en Calabria? Ook machtig ver, natuurlijk. Ik doorploegde reisgidsen en websites, vond treinlijnen, staproutes en de ene must-see-plek na de andere. Maar een coherent plan werd het niet.
Tot de logische oplossing plots vanzelf bezorgd werd, in die toestand tussen slaap en wakker waar je meestal de beste ideeën krijgt. Waarom niet voortzetten waar ik vorig jaar gestopt ben? Ik stapte toen vier dagen van de Via Francigena, de pelgrimsroute die van Canterbury tot Rome loopt (en helemaal tot Leuca in het uiterste zuiden). Toen kwam ik aan in Siena (mijn absolute soft spot in Italië, ik moét er telkens weer heen). Waarom niet gewoon verder stappen vanaf Siena?
Het vervolg van de Via Francigena loopt zuidwaarts Toscane uit en de provincie Lazio in, richting Rome. Het plan klikte in mijn hoofd in enkele dagen tijd. Deze keer wordt het 8 dagen stappen, van Siena over Bolsena en Viterbo tot Vetralla, in totaal ongeveer 185 km. En nee, dan ben je nog lang niet in Rome, daar zijn nog eens drie dagtochten van meer dan 30 km voor nodig.
Met de trein sta je vanuit België trouwens ook niet zomaar in een wip in Siena, én er is het extra plan om dochter N te gaan bezoeken die vanaf september een semester in Lugano (net nog Zwitserland) studeert. Concreet zal ik de eerste dagen een aanloop via Basel nemen – veel musea daar, naar het schijnt – en reis ik met een nachtje tussenstop in Lugano tot Siena. Dan wordt het heel veel stappen met aansluitend nog een paar daguitstappen. En om af te sluiten enkele dagen Lugano. Wanneer? Vanaf 15 september.

Wat ik spannend vind?
Lugano terugzien (ik was er in 2025), dochter N zien op haar Erasmus-plek, Siena terugzien (blijf ik het er even geweldig vinden?), 8 dagen achter elkaar stappen, met een uitschieter van 32 km op dag 3, de meren onderweg (dat van Bolsena tijdens het stappen, en dat van Bracciano achteraf), slapen in een pelgrimshostel (tegen vrije bijdrage), weer dag na dag Italiaans spreken, treinen halen, de weg vinden met de Francigena-app, … Eigenlijk heeft in je eentje reizen sowieso een tamelijk hoge spannend-factor. Anderzijds ook een onvergetelijk-factor.
Terugkerende vraag: ga je nog eens reizen? Ja dus. Daaropvolgende vraag: ga je weer schrijven onderweg? Zeker weten. Over een goeie maand is het zo ver.
Eigen foto’s: Toscane (2025), meer van Lugano (2025)