Ik word wakker met de kunst van gastvrouw S aan de muur tegenover het bed. En ik ga in de avond naar mijn kamer met dichtbundels van de Perzische dichters Hafiz en Omar Khayyam die ze mij meegeeft.

Daar tussenin ligt een dag die ik aanvoel als verbluffend.
Waar te beginnen? Basel ruikt lekker: de rozenstruiken in de buurt van de airbnb, de opvallende geurtjes die voorbijgangers op hebben, restaurants, bakkers …
De Baselers (of hoe moet ik ze noemen?) hebben de tijd, om in deuropeningen te staan, vanaf balkons of door open ramen naar beneden te kijken, om op bankjes op achterafpleintjes wat te zitten niksen.
Basel is gemoedelijk, bijna kneuterig Zwitsers in de straatjes van de Oude Stad. Maar het is ook hagelwitte hoogbouw van de farma-industrie, moderne architectuur of mix van oud en nieuw.



En natuurlijk is Basel musea. Ik heb mijn wenslijstje voor de dag klaar en begin bij Fondation Beyeler, een eindje buiten het centrum. Voor wie al ooit in Museum Voorlinden in Den Haag was: daar doet het aan denken. Een museum waar buiten in gesprek gaat met binnen en waar je naar kunstwerken kijkt als naar bomen in een park of wolken in de lucht. Je wordt er vanzelf rustig van en alles komt binnen.

Terug naar het centrum, minimalistische lunch op een trapje bij een kerk, waarbij ik me totaal geen toerist voel want die man die net van een bouwwerf lijkt te komen en die twee schoolmeisjes doen het ook zo.
Museum Tinguely. Zwitser, kinetic art, knarsende, piepende, snorrende kunstwerken. Monumentale tuigen en mini-machines, maar altijd een glimlach ontlokkend, om de speelsheid, de nutteloosheid, de absurde details. Onze wereld van machines in het hemd gezet, op de zachtst denkbare manier.

Nummer drie op het verlanglijstje: Kunstmuseum Basel, een klepper, met hoofdgebouw, nieuwbouw én een dependance waarvoor je vijf minuten moet stappen tot aan de Rijn. Ik begin met de dependance die maar tot 18u open blijft, de andere twee sluiten pas om 20u. Een waanzinnige tentoonstelling van Cao Fei, Chinese, nooit van gehoord. Ik kom overprikkeld naar buiten na 85 video-installaties in overdadig ingeklede ruimtes. Er is een brownie, een kop thee en een schrijfpauze nodig om dit te verwerken.

Daarna heb ik weer energie voor al de rest. En die rest is indrukwekkend. De meeste musea pakken uit met een aantal hoogtepunten die je op twee handen kan tellen, maar hier lijken de hoogtepunten zich aan elkaar te rijgen, zaal na zaal. Door de 15e tot de 18e eeuw ren ik een beetje oneerbiedig snel, maar daarna is het echt genieten. Impressionisten, expressionisten, kubisten, futuristen, abstracten … Eerder ontdekt in Zwitserse musea en in onze streken weinig vertegenwoordigd: Ferdinand Hodler. Is het symbolisme of expressionisme of spirituele kunst? Ik wil alles zien van die man.


Valt me ook op: aandacht voor vrouwelijke kunstenaars. Sommige musea doen bewust een inhaalbeweging op dat vlak en Kunstmuseum Basel lijkt er één van. Hoera voor Sophie Taüber-Arp en anderen.
Om 20u heb ik dat hele Kunstmuseum rond, eerder huppelend dan strompelend, helemaal enthousiast over al die geweldige kunst. Een hapje zou nu wel welkom zijn. Op mijn tramroute naar het huis van N en S ligt de Markthalle, met zo’n hippe food court. Vegetarische pad thai wordt het. En dan ‘huiswaarts’. Een babbel met S over kunst en inspiratie en reizen, over poëzie en een eigen atelier/werkkamer sluit de dag af. Morgen richting Lugano.
Plaats een reactie