Bella Italia 2026: van Ponte d’Arbia tot San Quirico (dag 7)

Om half 6 begint roommate 3 – geen idee hoe ze heet of vanwaar ze komt – te stommelen in de kamer en zich klaar te maken voor vertrek. Wat ik wel weet: ze heeft deze nacht gesnurkt als een everzwijn in de bosjes, niet even maar telkens opnieuw. Ik veroorloof me haar een respectloze trut te vinden. Als je zo hard snurkt, waarschuw dan, excuseer je bij voorbaat, deel oordoppen uit, of ga niet in een gemeenschappelijke kamer liggen. Ook al was deze plek met vrije bijdrage voor eten en overnachting heel low budget, ik kijk nu al uit naar het hotelletje vanavond.

Vermits ik toch wakker ben en een beetje vrees dat het weer heet wordt, sta ik om half 8 klaar voor vertrek. De ochtend is verfrissend en de spectaculaire nevelbanken krijg ik er gratis bovenop.

Gisteren was ik nog helemaal in de Crete Senesi, het typische Toscaanse landschap ten zuiden van Siena met geërodeerde kleiheuvels en veel solitaire eiken en cipressen. Vandaag gaan die stilaan over in de Val d’Orcia. De hele streek staat op de Unesco Werelderfgoedlijst en is overduidelijk een land van wijn en olijven. Het ziet er veel groener uit dan de dorre Crete. Al snel zie ik bovenop een heuvel Montalcino liggen, van de gelijknamige wijn en ook van de sjieke en dure brunello. Mijn route loopt er helaas niet langs en een omwegje van een tiental kilometer met klim behoort niet tot de opties.

Op sommige dagtochten van de Via Francigena kom je tusssendoor nergens een dorp of stadje tegen, maar vandaag zijn het er twee: Buonconvento en tegen de middag Torrenieri. Iets voor Torrenieri raak ik aan de praat met J, een Vlaming die mij inhaalt. Hij blijkt de voorpost van een familiegezelschap met een paar decennia stapervaring: in vakanties van telkens twee weken hebben ze de hele Camino afgelegd, een trail door Schotland en nu zijn ze bezig aan het sluitstuk van de Francigena. Ik ben er een groentje tegen. Over het feit dat ik alleen stap, zegt J wat afgemeten: ‘Ieder zo z’n ding.’ Maar even later voegt hij eraan toe: ‘Ik zou het ook niet erg vinden om het alleen te doen.’ Ik merk wel vaker die dubbelheid bij mensen, zeker als ze al wat ouder zijn. Een lichte afkeuring die lijkt te vechten met een verdoken verlangen.

In Torrenieri zijn terrasjes en ik wil wel eten, maar ik heb even geen zin in pelgrimspraatjes. Water tappen, wat noten eten op een schaduwplek en doorgaan. Tot San Quirico d’Orcia in zicht komt, naar Italiaanse gewoonte bovenop een heuvel, dus een klim om te eindigen. Als dit de beloning is, ben ik meteen overal mee verzoend.

San Quirico heeft iets dat mij meteen raakt, het stemt overeen met een blauwdruk die ik in mij heb zitten over Italië van sfeervolle kerkjes, smalle stegen, terrasjes in de zon, geschiedenis en kunst die op elke straathoek liggen en een bijna totale afwezigheid van schreeuwerige moderniteit.

Snel inchecken, dan rondkijken. Ik raak helemaal betoverd door de Giardini Leonini, een park met strakke hagen, beelden en een lange trap naar een hoger gelegen gedeelte. Er is een tijdelijke expositie van sculpturen van Gianfranco Meggiato, mij onbekend, maar de diepzinnige toelichtingen erbij brengen mij in een wat esoterische sfeer.

Plots roept iemand mijn naam. Het is B, de Nieuw-Zeelandse uit het hostel in Ponte d’Arbia. We praten wat – tot haar ergernis deelt ze vannacht opnieuw een kamer met de Verschrikkelijke Snurkster. Ze zegt dat ze nooit eerder iemand zo hoorde snurken. B is ook een zoeker, en een vragensteller. Ze vertelt dat ze last heeft van malende gedachten tijdens het stappen, en of ik dat ook heb. Ik herken het. We nemen afscheid wanneer ik de lange trap op wil en zij vandaag echt geen centimeter meer wil klimmen.

Rond 7 verzamel ik mijn moed en besluit op restaurant te gaan. De plek is prachtig – een ommuurde tuin -, ik probeer me niet te storen aan het feit dat ik als solo-eter aan een tafeltje achterin geparkeerd word en maak er een vegetarisch festijn van: gnocchetti met gesauteerde spinazie erbij en cannellinibonen a la toscana. Er kan zelfs een glas dure brunello vanaf. Dessert zal voor een andere keer zijn.

Gepubliceerd door


Plaats een reactie