Bagnoregio, volgens de gastvrouw van mijn b&b moet ik erheen. Het stond sowieso al op mijn wenslijstje, dit bijzonder fotogenieke dorpje. Er gaan geen treinen, het moet met de interstedelijke bus. Wat ze hier ‘il pullman’ noemen. Vertrek ergens aan de stadsrand, een terminal waar wel twintig bussen staan. Ik vind het altijd veel gecompliceercer dan de trein, maar deze keer gaat het vlotjes.
Ik ben bijna de hele rit van 40 minuten de enige passagier, terwijl ik een bus vol toeristen verwachtte. Bagnoregio ziet er een gewoon Italiaans stadje uit, naar deelgemeente Cività is het anderhalve kilometer stappen. Naarmate ik dichter kom, verhoogt het percentage opzichtige Aziaten in het straatbeeld.
En daar ligt het dan. Het staat op de lijst van ‘mooiste dorpen van Italië’, je kan er alleen heen via een 300 meter lange voetgangersbrug en het wordt ‘het dorp dat sterft’ genoemd. Niet omdat het leegloopt, wel omdat het op een smal, eroderend plateau van tufsteen staat. Spectaculair is het wel, met die deels beboste, deels rotsige vallei errond.


Het is er druk en ook al is alles er authentiek geeft het door het massatoerisme een Bokrijk-gevoel, of een Brugge-gevoel. Als er nog lokaal leven is buiten de vele horecazaken kan je dat niet echt merken. Dit soort plekken zijn mooi, maar doordat we hier met zovelen zijn, wordt toch de ziel ervan een beetje doodgeknepen. Ik doe m’n best om foto’s zonder al te veel mensen te maken. En bedenk dat het in de zomermaanden waarschijnlijk veel voller is.



In de bus terug dommel ik in. Met een wazig hoofd stap ik uit in Viterbo. Ik ben aan rust toe en ga naar de b&b. Waar ik vaststel dat mijn telefoon niet in mijn tas zit. Meteen de 2 km terug stappen naar de busterminal. Stressgedachten over foto’s en contacten kwijt zijn, mijn interrailpas die erop staat.
Het loket blijkt dicht, een onverwacht scenario. Iets verderop in het gebouw staat een deur open, waar een tiental personeelsleden van de busmaatschappij een geanimeerd gesprek voeren. Zou ik? Hm, keel schrapen, met een klein stemmetje ‘Scusa’. Ik verwacht dat ze me onvriendelijk gaan afpoeieren met morgen terugkomen, of online verlies melden. Maar het gaat heel anders. Het volledige gezelschap gaat in hulpmodus: wie reed die rit, waar bevindt de bus zich nu, telefoontje hier en daar. Ze sporen op welke collega, de bus is intussen naar Acquapendente. Wat is mijn nummer? Van de zenuwen vergeet ik twee cijfers, maar daarna krijg ik mijn hoofd weer op orde. Een vrouw belt mijn nummer, ik hoor mezelf op de voicemail. Even later blijkt de buschauffeur mijn telefoon gevonden te hebben. Hij keert vandaag niet meer terug naar Viterbo, maar morgen kan ik de telefoon aan het loket ophalen. Grazie mille, lieve mensen.
Ik stap opgelucht terug naar het centrum, onder de indruk van de behulpzaamheid en de snelle actie van het personeel. Er kwam geen formulier, identiteitskaart of online registratie aan te pas. Gewoon menselijke efficiëntie en vriendelijkheid. De Italianen hebben bij mij flink gescoord vandaag.
Plaats een reactie