Wanneer ben je een pelgrim?

Hoe sluit je een reis af? Doorgaans rol ik met gemengde gevoelens de grens over. De overstap in een Belgische trein voelt meestal als een anticlimax. Ik beken: mijn vaderlandsgevoel is nul. Laat mij maar in een buitenland zijn. België is me te klein, in elk mogelijk opzicht. Alleen in de Ardennen heb je echte vergezichten en kan je kilometers lopen zonder een levende ziel tegen te komen.

En ja, ik kan ook wel goeie dingen zien, maar licht, lucht en ruimte vind ik tamelijk fundamenteel, en vooral die laatste twee ontbreken schrijnend. Natuurlijk is het zo dat familie en vrienden zich toevallig in dit deel van de wereld bevinden, en dat ik hen na weken reizen mis. Ook mijn huis en tuin voelen als ankers.

Dus kom ik terug. Sla alle foto’s op een veilige plek op. Gooi de inhoud van mijn rugzak in de wasmachine. En geef ter afsluiting nog even geld weg: mijn eigen donaties aan goeie doelen gelinkt aan mijn staptocht, en een paar bedragen die me werden overgemaakt met de boodschap: zorg jij maar dat het terechtkomt. Dat is in elk geval heel prettig om mee af te sluiten.

Verder blijft de vraag hangen of ik nu een pelgrim ben of niet. Vorig jaar liep ik vier dagtochten van de Via Francigena en vond ik van niet. Ik deed maar wat, ik probeerde uit, en toevallig bevond ik me op een pelgrimsroute. Dit jaar liep ik het dubbele en stelt de vraag zich opnieuw. Ook: anderen confronteerden mij met de kwestie.

In het hostel na stapdag 1: heb je de credenziale, zullen we die afstempelen? Nee, heb ik niet. Maar waarom zou ik dat willen, zo’n stempelboekje? Verontwaardiging! Het is toch een mooi souvenir, en een bewijs dat je dit gedaan hebt. Goh, de herinneringen zitten in mijn hoofd en hart, en in mijn foto’s. Gesnuif. Ik voelde dat het zo’n moment was waarop je mensen niet onnodig tegen de haren in moet strijken. Ok, geef me dat boekje en die stempel maar.

Nu merkte ik ook wel dat die credenziale een veel grotere lading heeft dan stempels op papier. In Italië, waar het katholicisme nog veel meer leeft dan in België betekent het ook: ik situeer mezelf binnen het geloof, of minstens, ik leg een spirituele tocht af. De gretigheid waarmee mij keer op keer gevraagd werd of ik naar Rome ging. Niet dus. Rome trekt me niet en de Sint-Pietersbasiliek heb ik gezien, dat hoeft niet opnieuw.

Ik stelde de vraag ook aan een aantal medestappers: voelden zij zich pelgrim? Er kwamen allerlei antwoorden uit, maar geen enkele overtuigde ja. De ene zei: ik hou gewoon van de natuur en het stappen, een ander: ik ben een luxe-pelgrim, vrees ik, want ik slaap in goeie hotels. Een derde vond dat echte pelgrims bidden en dat deed zij niet. Ik had verwacht ook wel enkele mensen te ontmoeten die de hele tocht van Canterbury naar Rome aan één stuk aan het stappen waren, maar dat was niet zo. Iedereen pelgrimeerde in periodes van maximum twee weken.

Wat wil dat zeggen? Dat we gewoon stappers zijn met een pelgrimssausje light erover? Dat we de investering om maanden onderweg te zijn niet kunnen of willen maken? Dat dit soort routes stappen uiteindelijk gewoon een vorm van vakantie is? Volgens de website van het Compostela-genootschap is pelgrimeren:

‘… reizen naar een heilige plaats. Dat was vroeger een duidelijke omschrijving, pelgrimeren was een volledig religieus gebeuren. Pelgrims gingen op stap om te bidden, om een heilige te vereren, om boete te doen, om vergeving te vragen.

Maar pelgrimeren evolueert. In de geseculariseerde wereld kan het pelgrimeren ook een niet-religieuze betekenis hebben. Elke pelgrim vult het begrip pelgrimeren op zijn manier in. Een pelgrim kan één motief hebben maar heeft er dikwijls meerdere. En eens op weg kunnen de motieven ook veranderen.

Er zijn nog altijd religieuze motieven, naast sportieve en sociale: vriendschapsbanden aanhalen, cultuurhistorische interesses, genieten van landschap en natuur. Maar heel veel pelgrims willen in deze soms hectische samenleving ook alles op een rijtje zetten, achteruit- en vooruitkijken (na de studies, bij pensionering …), willen opnieuw onderkennen wat belangrijk is in hun eigen leven, in het samen-leven met de andere mensen, in hun relatie met – of de zoektocht naar – dé Andere, het bovennatuurlijke, meestal God genoemd.’

Zo gesteld kan ik er beter inkomen. Ja, stappen, en zeker alleen stappen, is een traag en stil gebeuren en leidt tot inkeer. Soms hield ik even halt en stelde ik vast dat zonder het geluid van mijn voetstappen het wel heel erg stil was: geen autoweg, vliegtuig, bouwwerf of fabriek in de wijde omtrek. Ik besef ook dat die stilte één van de hoofdmotieven is om te gaan stappen. De aandacht die ik dan aan de dag kan leggen. Telkens wanneer ik een stuk in gezelschap stapte, stelde ik vast dat ik nauwelijks iets waargenomen had van de omgeving en dat vond ik dan jammer, hoewel de babbels prettig waren.

In de loop van de dagen ontwikkelde zich doorheen de stille stapuren dus wel een soort pelgrimsgevoel. Ondersteund door mijn aandacht om mezelf terug te brengen naar het moment wanneer ik in gedachten verdwaalde. Ook door dingen buiten het stappen: observaties en overdenkingen opschrijven, af en toe zitmeditatie (minder dan ik gewild had, maar goed), aandachtig eten zonder boek naast mijn bord en af en toe een stukje ‘spiritueel lezen’.

Alles bij elkaar zijn dat dingen die ik eigenlijk niet wil reserveren voor afgebakende periodes van een week of twee in een jaar. Liever wil ik er mijn streefdoel van maken om een soort ‘permanente pelgrim’ te zijn. Sowieso was ik er al mee bezig om veel meer een fundament van lopen te leggen in mijn dagen.

Gisteren haalde ik intuïtief ‘Gedicht aan de duur’ van Peter Handke uit mijn boekenkast. Ik heb het al vaak gelezen en keer er ook altijd naar terug. Dat het woord ‘pelgrimeren’ in die amper 52 bladzijden enkele keren voorkomt, terwijl het niet het onderwerp van het boek is, was me nooit eerder opgevallen. Synchroniciteit, dacht ik. Dit klopt.

Gepubliceerd door


Antwoord

  1. simply_desmet op Instagram Avatar
    simply_desmet op Instagram

    Het kernwoord is stilte en hoewel dit woord verre van resoneert en allesbehalve stoer klinkt in een samenleving waar alles harder en luider weerklinkt – met dj’s in winkels en een overvloed aan festivals – is de stilte in een bos en tijdens een tocht in de natuur, over berg en dal, van een zo’n bedwelming dat ze niet anders dan goddelijk kan zijn.

    Like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *