Afdwaleritis

Terechtkomen in een zinkgat van afdwalen, lethargie en ‘niets’ doen, ken jij dat ook? Een soort modern oblomovisme. In mijn geval is het een kluwen van te weinig buitenlucht en beweging, te veel suiker en tegelijk te weinig aandachtige stilstand. Het vreemde is dat ik het wel voel en zie gebeuren, maar ik ben dan van een helling beginnen rollen en mijn remmen zijn om zeep. Het proces voltrekt zich. Resultaat: ik lijk op een kwal in het troebele water van een verwaarloosd aquarium. Altijd dezelfde doelloze rondjes zwemmend. Wil ik eruit komen, dan moet ik me tot het uiterste inspannen om opnieuw een zoogdier te worden.

Nu denk ik niet dat ik de enige op deze aardkloot ben die aan dit fenomeen lijdt, maar wanneer ik er middenin zit, kan ik alleen maar denken aan mensen die nooit, maar dan ook nooit last van afdwaleritis lijken te hebben. Altijd bezig, altijd op schema, altijd een antwoord binnen de dag, tonnen daadkracht en energie en dat alsof het hun inherente natuur is. Ik kan zulke mensen mateloos bewonderen, maar ook ronduit kwaad worden omdat ze bestaan en mij die ergerlijke spiegel voorhouden. Waarom kan ik niet zo zijn? Ik schaam me rot en ook dat helpt niet meteen om uit mijn aquarium te kruipen.

En dan komt de volta en ontdek ik plots de fantastische voordelen van die vage ziekte die mij met enige regelmaat overvalt. You wish. Ik zie ze niet. Het cliché van creativiteit die enige chaos, de nodige omtrekbewegingen en een licht modderige ondergrond nodig heeft om zich te manifesteren? Dat van de kunstenaar die gedijt in z’n innerlijke woeste hoogten en laagten en z’n rommelige atelier? Ik geloof er niet in. Dat wil zeggen: voor mezelf. Ik vind het altijd geweldig, van die foto’s van auteurs in hun schrijfhonk met stapels boeken en papieren op de grond, op tafeltjes, stoelen, op hun hoofd en onder hun oksels. Zelf functioneer ik niet in zogenaamd gezellige rommel. Ik ben ook helemaal niet van het creatieve genie met alcohol en andere middelen en een soort excentrieke gekte. Daar heb ik een te saai, nuchter kantje voor.

Het evolutionaire voordeel van afdwaleritis voor iemand als ik, met matig talent en enige creatieve output, heb ik nog niet ontdekt. Het lijkt me eerder te maken te hebben met een defect gen en ik heb geen idee van welke kant het in mijn geval komt, want mijn beide ouders waren/zijn toonbeelden van werklust en zelfdiscipline.

Moraal van het verhaal? Geen, vrees ik. Gewoon naar buiten, wat kilometers stappen, een kwartiertje zit-meditatie, gezonder eten en een nieuwe to do-lijst. Mededogen! Schrijft de boeddhistische lectuur op mijn plankje voor. Tot slot een stiekeme wens: dat ik het bij deze van me afgeschreven heb. Hopelijk is het niet besmettelijk voor lezers.

Gepubliceerd door


Antwoord

  1. inspiring214acaf88a Avatar
    inspiring214acaf88a

    Je bent te hard voor je zachte zelf.

    Valère

    >

    Like

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *