Maak eens een visueel gedicht

Vandaag een mini-cursusje ‘visuele poëzie’ gevolgd van Wisper in Leuven, begeleid door creatieve fee Sandrine Lambert. Een beetje nieuwe wereld voor mij. Hieronder twee ideeën. Ik zou zeggen: ‘Do try this at home’, ter opfrissing van je bezwete zomerhoofd.

1. Druk een mooie zin (of twee). Als je geen drukpers hebt kan je de letters ook stempelen of ergens uitknippen of zelf mooi schrijven of printen. Maak er met stiften, potloden, verf, foto’s, stempels … een beeld bij. Het wordt dan zoiets als dit …

 

2. Maak een schrapgedicht. Neem een volledige pagina tekst, maakt niet uit welke de inhoud is, druk die af op papier en selecteer de tekst die nog leesbaar moet zijn. Al de rest schrap je door of kleur je in. Je kan er nog andere visuele details aan toevoegen, op schilderen, erbij plakken. Deze hieronder is niet opbeurend, maar geeft wel een idee van wat het kan worden. Bij visuele poëzie komt er gewoon wat er komt.

Wat doe je met 59 dagboeken?

Ik zit al weken in een minimaliseer-fase. Ik schreef er onlangs over, en ik doe het ook echt. Intussen staan er enkele kubieke meters kartonnen dozen klaar om volgende week door de kringwinkel te worden opgehaald.

Kasten, schouwmantels en tafels zijn plots niet langer de oppervlakken die dankbaar gebruikt worden om alles en nog wat kwijt te kunnen. Ze zijn leeg. Verkwikkend, zen-achtig, maar ook lichtjes confronterend – moet daar nu echt niet één of ander decoratiedingetje staan? – leeg.

Eén van mijn bezittingen komt niet in aanmerking om aan de kringwinkel te schenken, en wel deze:

Een kartonnen doos met welgeteld 59 dagboeken erin. Volgeschreven tussen begin 1983 en vandaag. Dat maakt dik 35 jaar levensgeschiedenis. En dus de mogelijkheid om te achterhalen wat mij bezighield op mijn 14e, 26e, 33e, 41e, en alle jaren daar tussenin. De mogelijkheid om te weten wat ik dacht of voelde bij het stuk gaan van relaties, bij de geboorte en het opgroeien van kinderen, bij verliefdheid, bij wat er gebeurde in vriendschappen en in jobs en in een lang lang huwelijk en op doodgewone dagen van geluk of miserie.

Maak ik ook gebruik van die mogelijkheid? Eerder zelden eigenlijk. Als ik herlees, dan is het meestal het meest recente wat ik heb geschreven, ook omdat die dagboeken zich nog ergens in mijn buurt ophouden. Waar de kartonnen doos met oudere dagboeken zich nu eigenlijk bevond in mijn huis wist ik niet meer precies. Wat ik er uiteindelijk mee moet, is wel iets wat al jaren af en toe opduikt in mijn gedachten. En mij dan een wat ongemakkelijk gevoel geeft, zoals alles wat met het verstrijken van tijd en met vergankelijkheid te maken heeft dat kan doen. Want ultiem kan ik er niet onderuit om er een beslissing over te nemen, of iemand anders doet dat als ik het zelf niet doe. Ik ben ook op een leeftijd gekomen waarop je nog niet echt oud bent, maar toch al wat vaker aan je eindigheid denkt dan wanneer je 30 bent.

Dus wat met die dagboeken? Laat ik eens creatief alle mogelijkheden oplijsten:

  1. Gewoon weg ermee. Oud papier. (= de radicale oplossing, geen sentimenteel gedoe)
  2. Verbranden. (= de met symboliek geladen oplossing, loutering, het verleden achter je laten)
  3. Integraal nalaten aan partner en/of kinderen bij overlijden. (= de psychologisch complexe oplossing, sowieso doet het wat met hen)
  4. Bij leven en welzijn dagboeken wegschenken aan gezins- of familieleden, vrienden, bekenden en bewust kiezen wie welk deel uit welke periode krijgt. (= de moedig/kwetsbare oplossing, potentieel kan het relaties flink beïnvloeden, in positieve of negatieve zin)
  5. Bij leven en welzijn dagboeken wegschenken aan om het even wie erin geïnteresseerd is, bekende of onbekende, en de ontvanger de periode laten kiezen. (= de uiterst avontuurlijke oplossing, dit is zoiets als van een klif in zee springen of een bungeejump in de Grand Canyon)
  6. Bij leven en welzijn op parkbanken, in publieke vuilnisbakken, aan bushaltes of in treincoupés afzonderlijke dagboeken achterlaten, zonder contactgegevens erbij. (= de romantische oplossing, zoiets waar een auteur een roman uit zou kunnen puren of een scenarioschrijver een film).
  7. Schenken aan het Nederlands Dagboekarchief. (= de licht griezelige oplossing, wie wil eigenlijk dat haar dagboeken potentieel door wetenschappers worden bestudeerd?)
  8. Alle dagboeken herlezen en enkel die die het beste gevoel geven of het interessantst zijn bijhouden. (= de pragmatische oplossing, of de positivo-oplossing, weg met de depri-dagboeken en de zeurpagina’s)
  9. Van elk dagboek een foto van de kaft maken. Vervolgens elk dagboek lukraak openslaan en een foto maken van de opengeslagen bladzijden. De foto’s bijhouden op een computer. (= de creatieve, luchthartige oplossing)
  10. Gewoon alle dagboeken bijhouden (= de angstvallige oplossing, niet kunnen loslaten).
  11. Online verkopen (= de zakelijke, materialistische oplossing, maar wie wil in vredesnaam ook maar een cent uitgeven aan een doos dagboeken van een nobele onbekende?)
  12. Alle mogelijke variaties op bovenstaande.

Wat het wordt? Ik zou het voorlopig echt niet weten. Intussen herlees ik hier en daar, word ik beurtelings aangenaam en onaangenaam verrast, of word ik melancholisch of nog wat anders. Wat ik wel vaststel: herinneringen aan periodes verschillen meestal van de beleving zoals ik ze toen heb beschreven en van sommige dingen kan ik me helemaal niet herinneren ze ooit te hebben geschreven, hoewel ik mezelf erin herken. Voorlopig geen uitkomst dus. In afwachting toch alvast foto’s maken. En geef toe: mooi zijn ze wel.

 

 

14 verhaaltjes over vrouw zijn

Heel vaak zal ik in wat volgt zeggen ‘er was eens’ of ‘en dan was er ook nog’. Dat is niet omdat ik van sprookjes hou of omdat wat ik vertel verzonnen zou zijn. Integendeel, alles wat ik vertel is waar. Het is alleen dat mensen gemakkelijker iets onthouden als je er een verhaal over vertelt.

1. Er was eens een onderzoekster die aan een theorie over de stress-respons werkte. Op een dag volgde ze de zoveelste lezing over de stress-respons bij ratten. Ze verwonderde zich erover dat ze in wat ze te horen kreeg, niets herkende wat overeenstemde met haar dagelijkse onderzoek bij mensen. Toen ze hierover in discussie ging met collega-wetenschappers, vertelde één van hen langs zijn neus weg dat haast alle studieresultaten bij dieren gebaseerd waren op onderzoek bij mannelijke ratten. Blijkbaar zijn er vrouwelijke onderzoekers nodig om te bedenken dat het misschien de moeite waard is om ook onderzoek bij vrouwelijke exemplaren van de soort te doen, en dat daar – wie weet, misschien – andere resultaten uitkomen.

2. Toen ik in het 4e middelbaar zat was mijn leerkracht Frans een grote vrouw met een weelderig lichaam en lang golvend zwart haar. Ik zal haar mevrouw F. noemen, ze was van Italiaanse afkomst, streng in haar vak en tegelijk lachte ze graag en gul. Ik was 15 en ik begon Simone de Beauvoir te lezen, ‘Le deuxième sexe’. Een wereld ging voor mij open. Mijn moeder vond het een beetje zorgwekkend en sprak tijdens een oudercontact mevrouw F. aan. Mevrouw F. gaf geen krimp, integendeel, ze begon te stralen en moedigde mij aan om vooral zo door te gaan. Dat deed ik dan ook. Toen ik 20 was verkondigde ik: ‘Mama, ik ga waarschijnlijk nooit een langdurige relatie hebben, vele kortere relaties achter elkaar lijkt mij veel beter’. Mijn moeder maakte zich nog meer zorgen. Intussen ben ik 23 jaar getrouwd (ik heb er geen spijt van trouwens).

3. En dan is er de strijd om gelijk loon voor mannen en vrouwen. Ik snap het wel, maar waarom gaat het dan alleen over het feit dat de vrouwelijke boekhouder of het vrouwelijke kaderlid hetzelfde moet verdienen als de mannelijke? Waarom gaat het er niet over waarom de sectoren waarin massaal veel vrouwen werken – toevallig of niet – die zijn waarin de laagste lonen worden verdiend, zoals het onderwijs en de zorg. Waarom gaat het er niet over dat dat sectoren zijn waarin – toevallig of niet – ook nog eens hopen vrijwilligerswerk wordt gedaan door vrouwen? In onze samenleving is de beste graadmeter voor de waarde die aan iets gehecht wordt of het in het BNP zit en of er geld voor gegeven wordt. Huishoudelijk werk en de zorg voor kinderen thuis – waarvan vrouwen nog altijd veruit het grootste deel op zich nemen – zitten niet in het BNP en worden op geen enkele manier financieel beloond. Voilà, zo kunnen we meteen de conclusie maken welke waarde onze samenleving daaraan hecht.

4. Maar laten we het even over vrouwenlijven hebben. Ze zijn problematisch, helaas. De hele tijd zijn ze geketend aan hun vrouw-zijn, elke maand weer bloeden ze en daar is iets mee, het is een beetje vies en mysterieus en er in het openbaar over spreken of er ook maar iets van laten zien, dat doe je gewoon niet. Daar moet je mannen niet mee lastig vallen. En dan baren die vrouwenlijven kinderen en dat doet verdomd veel zeer en oh my god daarna hebben ze minstens een half jaar geen zin in seks. En als die vervelende functies eindelijk uitgewerkt zijn dan komt het pas: ok, ze bloeden dan wel niet meer maar dan hebben de dames hun menopauze. Ik weet het, we zouden er beter niks over zeggen, zo’n ouder wordend vrouwenlijf daar wil je toch niks mee te maken hebben zeker. Niks dan miserie trouwens die menopauze, het houdt echt niet op met die problematische vrouwenlijven.

5. En dan hebben we het nog niet over Me too# gehad. Intussen is het zover en zijn zij de arme slachtoffers: als wij maar niet zo hard zeurden, als wij maar ietsje meer humor hadden, als wij maar eens deftig nee leerden zeggen, als wij maar niet constant dubbele boodschappen uitzonden vanuit ons decolleté.

6. Een vraagje: wist je dat Robert Schumann – de componist – een vrouw had, Clara, dat zij een pianovirtuoos was en dat zij ook componeerde? Wist je dat Felix Mendelssohn – die andere componist – een oudere zus had, Fanny, dat zij honderden composities heeft gemaakt en dat sommige van haar stukken onder zijn naam gepubliceerd zijn, maar geen enkel onder haar eigen naam?

woman

7. Er was eens een man van achter in de 50 die met mij sprak over een vrouw van zijn leeftijd: ‘Zij ziet haar vrouwelijkheid wegdeemsteren en dat is normaal op haar leeftijd.’ Ik was te verbouwereerd om hem te vragen hoe het dan met zijn mannelijkheid gesteld was en of hij die ook zag wegdeemsteren en of dat ook normaal was op zijn leeftijd. Ik vermoed van niet.

8. Een vrouw die de sterren van de hemel schrijft wordt ‘één van de beste vrouwelijke auteurs van haar generatie’ genoemd. De man die goed schrijft is gewoon ‘één van de beste auteurs van zijn generatie’. Blijkbaar kunnen vrouwen alleen met de top mee als je ze enkel met andere vrouwen vergelijkt. Of misschien is het ondenkbaar dat vrouwen in de categorie mens vallen en je ze dus ongeacht hun geslacht kan vergelijken met andere mensen – ja ook mannen – die toevallig met hetzelfde bezig zijn.

9. In 2014 publiceerde Rebecca Solnit het boek ‘Mannen leggen me altijd alles uit’. Ze schreef dat vrouwen, ook uiterst professionele en deskundige vrouwen, routinematig beschouwd en behandeld worden als minder geloofwaardig dan mannen. Dat hun inzichten of zelfs hun gerechtelijk getuigenis worden afgewezen tenzij ze gevalideerd zijn door een man. Dat mannen de kwalijke gewoonte hebben dingen aan vrouwen uit te leggen, zelfs wanneer die vrouwen duidelijk over een grotere deskundigheid en kennis beschikken dan zijzelf. Ze verzon daar een nieuw woord voor, ze noemde het ‘mansplaining’.

10. Er was eens de aarde. Nee, er is de aarde, en ze is er belabberd aan toe. Ik zie een connectie tussen de diep wanhopige situatie waarin onze aarde zich bevindt en onze patriarchale cultuur en waarden. Als je de scheiding maakt tussen het hoofd en de rest van het lichaam en de focus legt op rationaliteit, als je emoties en intuïtie als minderwaardig beschouwt en de natuur als één van de dingen waar we vrijelijk over kunnen beschikken en waar we boven staan, dan is dit het resultaat. Succesvol leven in onze tijd steunt op macht, winst, prestatie, competitie. In die eenzijdige focus zijn waarden als zorg, empathie, verbondenheid en aandacht voor spiritualiteit tweederangs. En is er niks mis mee om te vinden dat er nog meer olie en gas uit de grond mag worden gehaald – want aandeelhouders willen ook wat – als dat betekent dat op termijn een aantal eilandstaten door de zee worden verzwolgen en de gezondheid en het leven van elke mens en elk dier, behalve misschien wie op tijd zijn gepantserde bunker ingericht heeft, bedreigd wordt.

11. En dan was er nog die man met wie ik zakelijk moest samenwerken – een jaar of 20 ouder dan ik. Hij permitteerde zich naar mijn zin iets te veel seksueel getinte opmerkingen. Niet rechtstreeks over mij, maar het stoorde, ik hoefde zoiets niet in onze contacten. Toen ik zonder er doekjes om te winden liet verstaan dat het moest stoppen, voerde hij als excuus aan dat in de professionele kringen waarin hij vertoefde dat helemaal niet ongebruikelijk was. Tussen haakjes: we bleven wel samenwerken en hij stopte ermee.

12. Zo, en kunnen we dan nu de conclusies trekken: het is foute boel, het is kutzooi om het maar eens toepasselijk te zeggen, ocharme die vrouwen, ocharme wij, we zijn zo verdrukt, vernederd, onrecht aangedaan, worden zo slecht behandeld …

13. Toch? Misschien, ja, maar we zijn soms ook onnozele miekes, trutjes, flauwe grieten en excuustruzen. We moeten ook in onszelf durven kijken. Durven we ook wel de confrontatie met onze eigen kracht aangaan en vanuit die kracht handelen, durven we in onszelf de wildheid, de natuur terugvinden en die gebruiken? Durven we uit het slachtofferschap treden en ons te gedragen alsof we dat allang achter ons hebben gelaten? Durven we onze rechten als vrouw zo evident vinden dat we niet meer gaan smeken en bedelen om onze waarden in de wereld te mogen zetten maar het doodgewoon doen zonder enige schaamte of twijfel? Durven we tijd nemen om onszelf en onze creativiteit te voeden en vanuit die inspiratie de wereld rond ons te beïnvloeden op onze manier, niet op de manier die van ons verwacht wordt door een op mannen afgestemde samenleving, niet door keihard te werken en zoveel mogelijk te proberen ‘one of the guys’ te zijn of hun goedkeuring te krijgen. We moeten het niet alleen doen, en we moeten mannen ook niet in de hoek zetten. Ik zou ze zo verdomd missen als ze daar allemaal in die hoek zaten. Zoals wij vrouwen onze authentieke vrouwelijkheid een beetje kwijtgeraakt zijn, zo zijn mannen ook van het pad van hun authentieke mannelijkheid af. Terwijl de combinatie van die twee nu net meestal de mooiste resultaten oplevert.

14. We zijn sterk, oh ja, en dat weten we wel van onszelf, maar we vergeten het soms. ‘Gezonde vrouwen lijken op gezonde wolven. Ze delen bepaalde eigenschappen: een scherp waarnemingsvermogen, een speelse geest en een groot vermogen om zich aan iets te wijden. Wolven en vrouwen zijn van nature relatiegericht, onderzoekend, en bezitten een bijzonder uithoudingsvermogen en bijzondere kracht. Ze zijn sterk en intuïtief en bekommeren zich in hoge mate om hun jongen, hun partner en hun groep. Ze zijn er bedreven in zich aan voortdurend veranderende omstandigheden aan te passen: ze zijn uitermate standvastig en heel dapper.’

Bovenstaande verhaaltjes schreef ik voor de workshop ‘Krachtig en creatief vrouw zijn’ die ik organiseer voor Villa VanZelf vzw. Het afsluitende citaat komt uit ‘De ontembare vrouw’ van Clarissa Pinkola Estes. Meer info over de workshop vind je hier.

Sandra

‘Hoop’ is het ding met veren

Een heel jonge Emily Dickinson, één van de zeldzame foto’s die van haar zijn gemaakt.

Emily Dickinson (1830 – 1886, Amerikaanse dichteres) dwaalt even door mijn dagen. Ik had haar graag gesproken, of wat brieven met haar uitgewisseld. Ze woonde in Amherst, Massachussets, en leidde een weinig ophefmakend leven, grotendeels op dezelfde plek, in hetzelfde huis. Ze bleef ongetrouwd en kinderloos, maar had inspirerende vriendschappen met mannen die vooral betrekking hadden op haar poëzie . Trouw aan zichzelf schreef en schreef ze, meer dan 1700 gedichten, waarvan er 7 tijdens haar leven werden gepubliceerd, en dan nog in bewerkte vorm. Haar stijl was voor die tijd vernieuwend: haar voortdurende gebruik van gedachtenstreepjes, hoofdletters middenin de tekst en ongebruikelijk of afwezig rijm pasten niet in de toen strakkere vormschema’s van poëzie. Op de koop toe was ze een vrouw, waardoor nog sneller werd geoordeeld dat wat ze schreef ongeschikt voor een publiek en dus onpubliceerbaar was. Behalve voor haar meest nabije vrienden en familie moet ze soms mensenschuw zijn overgekomen en ze leek er zelf niet altijd op gebrand om een lezerspubliek te hebben. Gelukkig heeft de tijd haar postuum faam gebracht en wordt ze nu als één van de grote vernieuwers in de Amerikaanse poëzie aan het eind van de 19e eeuw beschouwd.

Hieronder een gedicht van Emily Dickinson over hoop. Heel mooi als je het mij vraagt, en hoop is iets wat we allemaal altijd kunnen gebruiken. Niet tevreden over de Nederlandse vertaling in de bundel ‘De mooiste gedichten van Emily Dickinson’ (uitgave De Morgen – Bibliotheek / Wereldpoëzie, 2002) heb ik er zelf een andere gemaakt.

‘Hope’ is the thing with feathers –
That perches in the soul –
And sings the tune without the words –
And never stops – at all –

‘Hoop’ is het ding met veren –
Dat neerstrijkt in de ziel –
Het zingt het lied, de woorden niet –
En niemand – houdt het tegen –

And sweetest – in the Gale – is heard –
And sore must be the storm –
That could abash the little Bird
That kept so many warm –

En zoetst klinkt het – bij felle Wind –
Alleen de zwaarste storm –
kan het verslaan – dit Vogeltje
Bij wie je warmte vindt –

I’ve heard it in the chillest land –
And on the strangest Sea –
Yet, never, in Extremity,
It asked a crumb – of Me.

Ik hoorde ’t in het kilste land –
En op de vreemdste Zee –
Maar vroeg het, zelfs in Hoogste Nood,
Een kruimel van Me? Nee.

Het verzachtend effect van museumbezoek

Is daar onderzoek naar gedaan, naar de effecten van museumbezoek? Dat vroeg ik me plots af. Eigenlijk naar aanleiding van mijn eigen recente bezoek aan Museum M in Leuven. Ik kom er regelmatig. Als een café je stamkroeg kan zijn, dan is Museum M mijn ‘stammuseum’. Het slaat nergens op, want ik ga er altijd in mijn eentje heen, dus van stam is geen sprake, maar dat heeft geen belang. Googlen op ‘psychologisch effect van museumbezoek’ levert nauwelijks wat op, behalve dat museumbezoek, net als contact met dieren en mediteren, het welbevinden van mensen met een hersenaandoening zou verbeteren. Hersenaandoening of niet, mijn welbevinden wordt in elk geval beter van musea. Ik maak een wereldreis in één of andere sfeer – en dat zonder geestverruimende middelen – en word stil en mild binnenin. Als ik me creatief wat opgedroogd voel, gaat alles soms weer stromen. Dat was nu ook weer zo. Ik stapte het museum uit en schreef (zie lager).

LieveBlancquaert6_tcm39-85262Wat er op dit moment te zien is in Museum M? ‘Ecce homo’, een prachtige dialoog tussen fotografe Lieve Blanquaert en de vaste collectie, over de manieren waarop lijden wordt uitgebeeld. De foto’s zijn tussen, naast of tegenover de schilderijen en beelden opgehangen: ze contrasteren en harmoniëren, verruimen, actualiseren, verscherpen of verzachten. Verfrissend dat een museum genoeg durf heeft om verschillende kunstuitingen naast elkaar te presenteren en elkaar te laten versterken. Mooi ook hoe foto’s uit 2016 de springlevendheid van kunstwerken uit soms lang vervlogen eeuwen kunnen laten oplichten. Je hebt nog wel even de tijd om naar ‘Ecce homo’ te gaan kijken – tot 17 januari 2017 om precies te zijn – , maar stel het niet te lang uit.

 

Museum M

 

Binnentreden met

niet meer bagage dan mijzelf.

Hoewel dat weinig lijkt

soms zwaar te tillen toch.

 

Kaartje kopen,

jas en tas achterlaten,

zaal 1,

overgave.

 

Aan de houten engelen met fluiten,

uit die eeuwen toen engelen met fluiten

er nog toe deden.

Aan de roodheid van een gewaad.

Aan het verstikkend veilige duister

van Permekes landschap.

Overgave aan elke tint

van huid, elk vlekje, krasje, elke ader.

Overgave

aan muren,

drempels,

hoogtes,

spiegels,

uitzichten,

stiltes.

 

Gaandeweg binnengesijpeld worden,

met de inhoud van die anderen

die ook toevallige namen hebben.

Nieuwe vloeistoffen wolkend door eigen,

infuus van opluchting.

 

Wanneer ik buiten kom

ben ik meer kunstenaar

dan eerder.

Zo licht

dat ik mijn lippen in mijn gezicht voel zitten,

armen bengelend in het gelid van oksels.

Weer verwachting geworden,

bereidheid,

klaarte.

 

 

10 strategieën voor meer creativiteit in je leven

1.Begin je dag met een vast ochtendritueel

Misschien moet je er vroeger voor opstaan (en dan ook vroeger gaan slapen, moe zijn en creativiteit gaan slecht samen!), maar begin je dag op een manier die voor jou inspirerend is: wakker worden bij een kop dampende thee in je tuin of op je balkon (in de winter met een dekentje om je heen), zomaar wat tekenen, een ochtendwandelingetje, gedichten lezen … Het maakt niet uit wat het is, als het maar bij je past en je dag in zachtheid van start laat gaan. Zelf begin ik elke dag met schrijven, lukraak wat in me opkomt, ook wanneer ik het gevoel heb dat er niks te schrijven valt. Tip: zet je telefoon, laptop of tablet pas aan wanneer je ochtendritueel om is!

2.Gebruik kleur

In een periode toen ik volkomen knock-out was door een moeizame relatie zat ik een keer wezenloos in de auto op de parking van de supermarkt en dacht ik: wat heb ik nu – meteen – nodig? Het antwoord was: pizza en kleurige schrijfstiften. Sindsdien ben ik nooit meer gestopt met schrijven in alle kleuren van de regenboog en ben ik ook mijn schrijfsels gaan versieren met specialere letters, omlijningen en tekeningetjes. Kleur kan je overal toepassen: gekleurd papier, kleurige post-its, een vrolijke agenda in plaats van een nietszeggend zwart exemplaar, meer kleur in je kleding of accessoires, kleur in je huis, bloemen op tafel, …

3. Gebruik een schrijfboekje

Misschien zijn niet voor iedereen schrijfboekjes een even onmisbaar levensonderdeel als voor mij, maar toch geloof ik dat je mét schrijfboekje creatiever bent. Meteen opschrijven wanneer er een idee voorbijkomt, ongemerkt de speciale schoenen van je overbuurman in de trein natekenen, een verbeter-de-wereld-in-10-stappen-lijst maken, … Ongetwijfeld zijn er honderd apps waarmee je dat ook allemaal kan, maar ik heb geen smart phone en hoe dan ook kan zo’n ding de vergelijking met een opschrijfboekje nooit doorstaan.

4.Wees gul voor jezelf

Is er iets waarvan je weet dat het je creativiteit stimuleert, of je doodgewoon in een opgewekte stemming brengt, misschien iets wat je het gevoel geeft dat het een beetje kinderachtig is en je eraan moet weerstaan? Gun het jezelf! Vrolijke stickers, kleurpotloodjes, tape om mee te decoreren, een vulpotlood, een speciale opbergdoos, theelichthouder, grappig uitziende plant, … Als je koopverslavende neigingen hebt moet je hiermee misschien uitkijken, maar als je zoals ik eerder het type ‘ach dat heb je toch helemaal niet nodig!’ bent, is het een goeie.

5.Beschouw jezelf als een kunstenaar en organiseer een wekelijkse ‘artist date’

Dit idee komt uit ‘The Artist’s Way’ van Julia Cameron en bestaat erin dat je elke week een vast moment reserveert voor een exclusief afspraakje met jezelf en niemand anders dan jezelf. Om iets buiten je platgetreden paden te gaan doen. Naar een park waar je nooit eerder bent geweest, een museum, met de trein naar een stad die je niet goed kent, in een koffiebar gaan zitten en verhalen verzinnen over de mensen die je daar ziet, … Heel verfrissend kan zo’n ‘artist date’ zijn, maar de kunst is om het vol te houden. Er lijkt altijd wel een goeie reden te zijn waarom je er deze week ‘geen recht op hebt’ of ‘eerst echt iets moet afwerken’.

6.Lees over creativiteit

5-MANIEREN-OM-JE-DROMEN-OP-TE-VOLGEN1

‘Big Magic’ van Elisabeth Gilbert geeft je een boost. Haar visie op creativiteit is tegelijk no-nonsense, humoristisch en een beetje spiritueel. De al eerder vermelde Julia Cameron helpt je in ‘The Artist’s Way’ via een 12-wekenprogramma je eigen inspiratie te vinden. Ook als je je zoals ik niet netjes aan die 12 weken houdt, kan je er wat aan hebben. ‘Steal like an artist’ en ‘Show your work’ van Austin Kleon lezen snel en gemakkelijk. Het zijn niet de boeken die je leven zullen veranderen, maar als je er hier en daar iets uit kan oppikken, is dat mooi meegenomen. De teken/schrijfboeken van Lou Niestadt – ‘Groots en meeslepend leven’ en ‘Less is luxe’ (zie hierboven) – zijn alleen al leuk om door te bladeren en je te laten inspireren door de combinatie van handgeschreven tekst en kleurige gedetailleerde tekeningen.

7.Wissel hoofd/zitactiviteit doorheen je dag altijd af met beweging

Wanneer ik me niet zo geweldig voel, heb ik de neiging om zo weinig mogelijk te bewegen en zo hard mogelijk te denken hoe ik uit het slop raak, al weet ik dat het hopeloos fout is en nog hopelozer niet werkt. Ook wanneer je je ‘normaal’ voelt een slecht idee. Eigenlijk moet met je hoofd of zittend werken (maximum anderhalf à twee uur) altijd afgewisseld worden met beweging. Wanneer ik een tijd geschreven heb of piano geoefend, ga ik in de tuin werken of afwassen, de was ophangen of fietsen. Niet mogelijk op kantoor? Je kan het raam openzetten en je een paar minuutjes uitrekken, naar de koffie-automaat wandelen, tijdens je lunch naar buiten gaan, een paar verdiepingen traplopen, …

8.Wacht niet op inspiratie maar train je creativiteitsspieren

Vele mensen denken dat je alleen maar creatief kan zijn op het moment dat de heilige inspiratie je overvalt. Natuurlijk kan je op de vleugels van een creatieve golf geweldige dingen doen en voelt de flow daarvan heerlijk. Maar als je daarop zit te wachten, gebeurt er waarschijnlijk niet veel. Creativiteit is als een spier die geoefend moet worden om soepel te werken. Als je ergens creatiever in wil worden – tekenen, fotograferen, koken, schrijven, events organiseren, vergaderen, songs schrijven … – dan moet je dat simpelweg zo vaak mogelijk doen. In plaats van om de 2 maanden een keer dat half uurtje dat er na alle dagelijkse beslommeringen nog overblijft, moet je het een vaste regelmaat in je leven geven en daar zo min mogelijk van afwijken. Schrijf het desnoods in je agenda.

9.Ruim op

Je kent het begrip wel: ‘creatieve chaos’. En je hebt altijd mensen die beweren dat een rommelige werkplek wijst op meer creativiteit. Bij een ander kan dat misschien kloppen, bij mij in elk geval niet. Rommel staat voor mij gelijk met stagnatie op alle vlakken. Rondslingerende spullen die al weken op dezelfde plek liggen maken mij depri in plaats van creatief, terwijl orde mij een fris hoofd en een goed humeur geeft. Even 10 minuten in sneltreinvaart opruimen kan een ware opkikker zijn, het kan trouwens precies de beweging uit nummer 7 zijn die je nodig hebt. En je zal zien: terwijl je loopt op te ruimen, valt je één of ander leuk idee in.

10.Zorg na een moment of periode van inspiratie voor structuur

Iedereen heeft het wel eens: een uur, halve dag of zelfs een paar dagen waarin je een soort hemelse bevlogenheid hebt. Ideeën buitelen je hoofd in, het voelt allemaal alsof je even een ander mens bent en je bent er zeker van dat je geweldige dingen op het spoor bent. Dat betekent dat je  op rechterhersengolven van intuïtie en associaties aan het surfen bent. Heel mooi allemaal, maar oh zo jammer als je twee weken of zelfs maar een dag later het ontnuchterende gevoel hebt ‘waar ging dit nu eigenlijk over?’ of ‘ik heb er alweer niks mee gedaan’. Dat laatste moet je dus bewust wél doen. Je linkerhersenhelft moet nu harder gaan werken. Keer terug naar je ideeën, schrijf op, orden, structureer, maak een actieplan, doe opzoekingen, denk verder na … Het kan plots allemaal heel saai lijken, maar laat je niet ontmoedigen. Dump onbruikbare delen van ideeën en geef niet te snel op. Het is mogelijk dat je tijdens meer gestructureerd werken – of misschien eerder terwijl je een wandeling maakt of wanneer je ’s ochtends wakker wordt – weer nieuwe, aanvullende ideeën krijgt.

Heb je je eigen supertips voor meer creativiteit? Deel ze hieronder!

Op 27 augustus geef ik een ééndaagse workshop creativiteit in Leuven.

Passioneel liefhebber van notitieboeken

Ik kan me nog herinneren hoe het was om te leren schrijven in het eerste leerjaar. De twee hulplijntjes waar alles tussenin moest komen en de beverige hanenpoten die toch oncontroleerbaar altijd weer buiten die oevers traden. De mengeling van angstige spanning en lichte euforie die daarmee gepaard ging. In het tweede leerjaar de verfijning van het ambacht met de krullerige hoofdletters in het schooljuffenschoonschrift dat iedereen tegen het eerste middelbaar definitief de rug toe zou keren. Sinds die tijd ben ik nooit meer gestopt met schrijven: het fysieke schrijven van pen op papier, het mentale schrijven van binnenkant omzetten in buitenkant.

IMG_8018Ben ik ook nooit meer gestopt met het kopen van notitieboekjes en -schriften en heb ik me ontwikkeld tot passionele liefhebber van wat in het Engels met een mooi en wat ondoorzichtig woord ‘stationery’ heet. Mijn eerste exemplaren dateren uit de jaren ’80, tijdperk van duur en leeg snobisme in de mode, maar ook van Indische sjaaltjes, hemden en lange rokken, Chinese fluwelen slofjes en … zwarte notitieboekjes met rode hoeken, rode rug en lage papierkwaliteit die je in welbepaalde winkels tussen de wierookstokjes en de patchouli kon vinden. Ik heb er een stapel volgepend tussen mijn 14e en ergens in de 20e.

Vele jaren later ben ik zo ver heen dat ik af en toe dat droompje koester: om een piepklein winkeltje te hebben volgestouwd met boekjes en schriften, uit alle exotische hoeken van de wereld, waar andere hartstochtelijke liefhebbers van papierwaren op af komen als vliegen op de suikerpot. Nee, ik zal het nooit doen, maar het is een fijn droompje om af en toe heen te vluchten in geval van nood.

Net als naar de herinneringen die sommige boekjes oproepen. Als de gemiddelde toerist souvenirs koopt of lokaal ambacht, dan koop ik een notitieschrift. Eentje in Firenze op mijn 17e, waar een tijdje later het eerste verliefdheidsgesputter op mijn intussen nog steeds geliefde man in kwam te staan. In de vroege jaren ’90 erg sovjet aandoende schriften met plastic covers in Moskou, veel later een exemplaar in New York in de eeuwige Barnes & Noble. Nee, in Rio de Janeiro vond ik er geen, daar dansen ze alleen maar de samba en laten ze hun weelderige ledematen nog een tintje bruiner bakken.

IMG_8002Intussen weet ik dus wel wat af van notitiespul. Mij zal je nooit betrappen met een zielig Atoma-schriftje of een geperforeerd lijntjesblok. Sinds een paar maanden heb ik een ommekeer gemaakt: hoewel ik al zowat mijn hele leven schrijf heb ik nu besloten dat ik een schrijver ben en dat ik voortaan gul zal zijn voor mezelf. Vroeger kocht ik over het algemeen een nieuw notitieboek wanneer het vorige bijna volgeschreven was. Ik had zelfs een vaag bijgeloof dat wanneer ik zomaar op lukrake momenten boekjes kocht en die lege exemplaren ‘God forbid’ zelfs zou gaan oppotten er iets radicaal fout zou gaan. Nu laat ik mezelf gaan, koop ik wat me bevalt op om het even welk moment, in allerlei formaten, beschouw ik dat als het verwennen van de schrijver in mij en weet ik dat op termijn alles altijd volgeschreven raakt.

Laat ik nu maar een paar van mijn favorieten delen, misschien valt er nog wel iemand warm te maken voor de nobele boekjesliefhebberij.

Voor simpel en basic, één adres: de dichtstbijzijnde Hema! In de loop der jaren is het aanbod verbeterd en ze weten te verrassen met leuke en heel betaalbare papierwaren.

Lager zakken is mogelijk, natuurlijk: in Zeeman of Kruidvat vind je ook wel eens iets om in te schrijven. Eén tip: respecteer je schrijvende zelf, koop het niet.

Kies in plaats daarvan voor écht mooie dingen. De boekjes van Jill Bliss bijvoorbeeld. Deze dame, die ergens in een romantisch huisje in de ongerepte natuur woont, maakt heerlijke papierwaren met gedetailleerde natuurafbeeldingen. Extra leuk is dat ook de binnenkanten tekeningen hebben, zonder dat het storend wordt bij het schrijven.

Dille en Kamille heeft een schattige collectie schriftjes – nogal dun wel – met retrolook.

IMG_8012Om Paperblanks kan je niet heen: topkwaliteit en dus prijziger, als je een veelschrijver bent tamelijk onbetaalbaar eigenlijk, maar met prachtige artistieke en decoratieve covers waar telkens achterin een herkomstverhaal(tje) bij wordt geleverd. De webshop voor België is ééntalig Frans (slecht punt), maar je kan ze op heel wat plaatsen vinden, onder andere Standaard Boekhandel en Club.

De blankbooks van het Duitse Tushita Verlag hebben geen lijntjes, minder handig als je ervan houdt om mooi recht te schrijven, maar des te leuker als je tussendoor ook wel eens droedelt of schetst.

Koop ik niet: Moleskine-boekjes. Ik weet het: Van Gogh, Picasso en Hemingway gebruikten ze, maar ze zijn me vaak net wat te sober, saai bijna, duur ook, en als een merk zichzelf legendarisch noemt en een filosofie heeft, word ik tegendraads en hoef ik het niet meer. Maar voel je vrij om je in hopen Moleskines te wentelen als het jouw ding is.

Recente ontdekking: Papiermier, een hele leuke en uitgebreide webshop van een gedreven koppel met als baseline ‘alles papier’. Heel veel schriften en boekjes, alles overzichtelijk en met duidelijke informatie, je krijgt vanzelf zin om op het winkelwagentje-icoon te klikken.

Recente vreugde: een dochter hebben die ook de schrijven/boekjestoer op lijkt te gaan.

En verder: hou je ogen open, de wereld is vol notitieboeken. Kwaliteitsboekhandels, Oxfam Wereldwinkels, spullen- en prullenwinkeltjes allerhande hebben er soms verrassend mooie in huis.

Om af te sluiten nog even een stukje verdriet en horror van deze moderne tijden: google het prachtige woord ‘notebook’ en de eerste links die je krijgt gaan niet naar ingebonden papier en kleurige omslagen maar naar zielloze laptops. Ik droom van een tijd waarin we die onzin z’n juiste plaats hebben weten te geven en we weer met z’n allen één of ander heerlijk boekje meedragen in tas of broekzak.