Bella Italia 2026: van San Quirico tot Radicofani (dag 8)

Geen lange verhalen over deze dag. Indrukken, anders raak ik niet meer bijgebeend.

De langste tocht, 32 km. Ik stap voor Gaza en draag het de hele dag mee in gedachten. De donatieteller staat op 1112 € en een groot deel daarvan gaat naar het Noodfonds Gaza van Oxfam. Mijn familie en vrienden zijn geweldig!

Bagno Vignoni, een plaatsje met oude thermale baden.

De hoogten worden hoger, de verten wijdser, wat wilder. Verkoelende wind boven wisselt af met brandende zon beneden.

Mountainbikers passeren en ondervragen mij. Waar ga ik heen? En vanwaar ben ik vertrokken? Wat? Radicofani! Ik kan niet uitmaken of ze mij uitlachen of bewonderen. Ze verdwijnen uit het zicht, roepend: ‘Oh Mariiiia, Radicooofani!’.

De kilometers wegen. Vanaf zowat kilometer 10 heb ik af en toe in de verste verte op een berg een torentje gezien, en ik heb een akelig vermoeden dat ik daar heen moet. Het blijkt te kloppen.

De vraag van B gisteren over malende gedachten blijft mij bij. Het is niet malen, wel een soort processie die voorbij trekt en die zich niet graag laat onderbreken of negeren. Ik maak een mantra: ‘Open voor wat is’ en blijf die de hele dag herhalen wanneer ik merk dat ik ‘weg’ ben.

Open voor wat is (hagedis, geritsel). Open voor wat is (rugzak, schouderpijn). Open voor wat is (wind). Open voor wat is (onrust, hoe lang nog stappen). Open voor wat is (zonnebloemgeel vlindertje). Vooral allerlei vormen van ongemak vergen een terugkeer naar aanwezigheid en proberen niet terug te vechten.

Italiaans oefenen. Ik spreek een man aan die een meterslange muur rond een verder alleenstaand huis middenin het wijde landschap staat te bepleisteren. Ik wissel wat zinnen met een stapper die een jonge speelse hond bij zich heeft.

Water. Even de rugzak af, schoenen en sokken uit. Het begint allemaal meer en meer moeite te kosten.

Daar is het torentje weer, ik moet er nu helemaal heen. De klim duurt meer dan een uur en is genadeloos. Ik voel me helemaal murw, heb het gehad. Basta! Maar er is geen alternatief. Open voor wat is. Ik geraak er, zie dat ik op meer dan 850m hoogte aangekomen ben.

Wat is dit voor een vreemd dorp. Verlaten stegen, alle huizen tegen elkaar aan gebouwd in dezelfde ruwe stenen. Ik heb een mini-huisje helemaal voor mij alleen. Waar is het nu, trappetjes, hoekjes. Eindelijk! De deur is zoals afgesproken gewoon open.

Een desolaat gevoel overvalt mij. De inspanning was te groot en deze plek verwelkomt niet, het huisje voelt te stil en benauwend. Het helpt om even bij het enige winkeltje een broodje met pecorino en gegrilde groenten en een drankje te halen. Maar zo moe, te moe voor een grotere maaltijd. Licht uit om half 10.

Gepubliceerd door


Plaats een reactie