Bella Italia 2026: van Acquapendente naar Bolsena (dag 10)

De klad zit er even in wat het stappen betreft. De twee voorbije dagen waren zwaarder dan verwacht. Goed slapen had kunnen helpen, maar de nacht was onrustig en te kort. Vanavond moet ik in Bolsena zijn. Niet dat ik echt van plan ben om een dag over te slaan, dat zou voelen als de boel bedotten, maar ik kan het niet laten om het even op te zoeken: zijn er treinen? Nee, maar wel een bus die er niet eens een half uur over doet. Dan voel ik me als stapper wel een beetje lullig.

Ondanks alles toch maar op weg. Na de Crete en de bijna-bergen van Val d’Orcia biedt Lazio een makke aanblik. Veel landbouwland met boeren op aftandse tractoren en blaffende honden achter hekken.

Wanneer ik aankom in het enige stadje op de route, San Lorenzo Nuovo, vindt er een ware Francigena-meetup plaats. Wat het Aziatische gezelschap van gisteren betreft blijk ik me transcontinentaal vergist te hebben: ze komen uit Colombia. Alleen het haantje heeft zichtbaar Aziatische roots. Hij moet meteen weten wanneer ik gisteren aangekomen ben en vertelt me nog net niet wat zijn gemiddelde snelheid en totaal aantal stappen waren.

Op een terrasje spot ik Vlaming J en aanhang. Even bijpraten en weer verder. Voorbij het centrale plein wacht een zalige verrassing: het plotse zicht op het meer van Bolsena. Het ziet er enorm uit. Terwijl ik op een bankje mijn picknick eet komt er een groepje Braziliaanse vrouwen voorbij, allemaal met identiek groen shirt met vlagje op de mouw. Kan ik een foto van hen maken? Ze staan erop er op hun beurt één van mij te maken, en zelfs een filmpje (terwijl ik sta te roepen ‘nee, geen filmpje!’).

Ik blijf nog even zitten maar haal hen al gauw weer in en heb korte babbels met enkele van hen. Ze komen uit Saò Paulo, een wandelclub, en ja, de Francigena heeft tot helemaal in Brazilië een naam, zo blijkt. Intussen lopen we door jong bos, een fijne afwisseling na alle open landschappen.

Tussendoor zijn er altijd weer plekken waar je het meer kan zien. De afgelopen dagen heb ik al gemerkt dat de omgeving een heel plotse impact kan hebbben op mijn stemming. Alsof ik een grotere gevoeligheid ontwikkel voor het karakter van landschappen. Het meer voelt als een heel blije, lichte aanwezigheid.

De laatste kilometers stap ik weer alleen. Bolsena heeft de vibe van een wat mondain badstadje. Ik wil liever gewoon rondhangen, maar eerst moet er nog enige stappersdiscipline afgewerkt worden: een paar kledingstukken wassen en wat aankopen voor morgen. Mijn maag geeft duidelijke signalen dat het weer eens tijd is voor een restaurant-moment. Ik mik op de lungomare, de lange laan langs het meer.

Het wordt al donker en ik weet uit ervaring dat een vergelijkende studie van 20 restaurants mij doorgaans niet gelukkiger maakt. Gewoon ergens binnenstappen. Een overdekt terras, en een menu met zowat uitsluitend vis. Goed, vanavond word ik tijdelijk flexitariër dan. Ook hier komt mijn nieuwe mantra ‘open voor wat is’ van pas.

Alleen eten zonder afleiding van tv of radio is een oefening in aandacht. Ik wil geen opengeslagen boek of telefoon naast mijn bord, dus valt mij niks anders te doen dan mij te concentreren op elke hap van mijn gefrituurde vis, ovengebakken aardappels en cicoria (groene blaadjes, wat bitter), elke slok witte wijn frizzante. Ik beoefen mijn eigen versie van slow food. In Italië uitgevonden, trouwens.

Gepubliceerd door


Plaats een reactie