Dag 6: Ravenna

(Hier zit ik te schrijven: Parco Rocca Brancaleone. Een ongedwongen park binnen de muren van een 15e-eeuws fort. Er zijn speelplekken voor kinderen, een bar met een terras, grasvelden waar het gras gewoon mag groeien. Veel leuker dan binnen zitten schrijven bij dit weer.)

De dag begint wat kwakkelig met wachten tot de supermarkt opengaat – ik verblijf nu eenmaal niet in viersterrenhotels met ontbijtbuffet – en daarna naar mijn zin veel te lang researchen voor ik beslis hoe ik de dag ga aanpakken. Ravenna is ook weer een Unesco Werelderfgoedstad. Er zijn hier maar liefst acht plekken die op de lijst staan. Verzamel ze allemaal, uw tijd gaat nu in, start. Wijzer geworden door de gemiste Giotto-fresco’s in Padua heb ik eergisteren meteen online een combiticket voor de mozaïeken geboekt. Ik stel vast dat er eentje vlakbij is, in een kerk waar ik gisteren voorbij ben gestapt vanaf het station. Laten we daar maar starten. Een bescheiden kerkje aan de buitenkant, Sant’Apollinare Nuovo.

Ik stap argeloos naar binnen en word volkomen omvergeblazen. Natuurlijk heb ik wel eens foto’s van die mozaïeken gezien, maar in het echt zijn ze waanzinnig mooi. Alsof ze gisteren zijn gemaakt, levendig, sprankelend, kleurig. En dan ook nog al dat goud, de vele details. In elke reis zitten momenten die iconisch zijn, momenten waarop ik dingen zie of beleef die zich diep inprenten, en ik weet meteen dat dit zo’n moment is.

Of misschien beter: zo’n dag. Hij wordt helemaal ingekleurd door de mozaïeken. Basilica San Vitale. Heel de vloer is een tapijt van mozaïeken.

Alsof dat volstond. Kijk omhoog.

Voor de middag kan ook de Sint-Franciscuskerk er nog bij. Binnen is er een rij bij een trapje dat naar een ondergrondse doorkijk leidt. Ik weet niet wat er te zien is, maar ik ga maar mee met de stroom. Dit is er te zien (let op de goudvissen).

Na de middag maak ik een wandelingetje buiten de stadsmuren, naar het mausoleum van Theodorik de Grote, koning van de Ostrogothen. Hij veroverde Ravenna in de 6e eeuw en vestigde zich er.

Even pauze en tekenen. Wat is dat moeilijk, zo’n driedimensionaal gebouw. Kan iemand me dat een keer fatsoenlijk aanleren? Hm, het dak geraakt er niet meer op.

Theodorik bracht ook zijn godsdienst, het arianisme mee, een afsplitsing van het katholicisme. In het arianisme werden de drievuldigheid en de goddelijke aard van Jezus niet erkend, volgens de arianen was Jezus gewoon een mens. Na al die eeuwen staat hun baptisterium er nog altijd, op een wat verloren plek op een binnenpleintje bij een bar, en het heeft een mozaïek in het plafond. Het zit niet in het combiticket en dat is merkbaar. Er staat geen rij aan de toegang en ik ben even helemaal alleen in de kleine ruimte.

Wat kan ik nog doen? Ik sta achter met bloggen en besluit in te halen. Op de terugweg vanaf het Theodorik-mausoleum kwam ik langs Rocco Brancaleone en daar ga ik nu naar terug, het leek een leuke plek om wat te gaan zitten. (Voilà, de cirkel is rond).

Maar de dag is nog niet om. Terugkerend naar ‘huis’ besluit ik te gaan eten in het restaurant naast mijn affittacamere (letterlijk: kamerverhuur). Beide worden door dezelfde artistiek ogende man (zwarte kleren, warrige haardos, hoed) uitgebaat. Een knappe vrouwelijke kelner brengt mij met een grote glimlach – niet altijd verzekerd wanneer je in Italië gaat eten – naar een tafeltje waar ik me als solo-eter niet bekeken zal voelen. Ik kan wel makkelijk de andere eters observeren: een groepje van drie oudere koppels, een gezelschap van zes mannen, wat koppels. Ik hoor alleen maar Italiaans, een goed teken. Op restaurant eten is een bijzondere oefening in alleen zijn, het vergt sowieso een beetje moed, je bent je noodgedwongen bewust van jezelf. Je vindt geen herkenning, want meestal ben je de enige alleeneter. Je kan je maar beter voorbereiden op de lege momenten (terwijl je op je eten wacht of met een leeg bord voor je neus zit) dus een boek of een schrijfboekje zijn handig gezelschap. Het voordeel van alleen eten is wel: je kan het niet gedachteloos doen. Ik zal me de cappelletti con asparagi herinneren, en nu weet ik eindelijk hoe torta della nonna smaakt.

Gepubliceerd door


Plaats een reactie