
Meestal speelt vertrek zich niet zo netjes af als vandaag. Er is niet heel veel tijd, maar wel genoeg om ontbijt en een bescheiden lunch voor onderweg klaar te maken, de rugzak hoeft alleen maar de laatste spullen in ontvangst te nemen en dan staat er nog een mini-tijdvenstertje open. De voordeur hoeft niet in allerijl achter mij dichtgegooid te worden. Er is tijd voor de Russische gewoonte van ‘zitten ten afscheid’: even rustig bij elkaar zitten vlak voor vertrek, dat zou geluk brengen, kwade geesten afwenden die je oproept wanneer je zomaar het huis uitrent. Dus doen we dat. Geen haast, daarna kalmpjes de auto in naar het station.
Uitstappen, en dan, in de loop van een paar seconden, daagt het: de kleine rugzak met telefoon, portefeuille en documenten erin bevindt zich niet in de auto. Ongeloof, adrenaline-rush, terugrijden. Hij blijkt netjes in de buurt van de voordeur te staan, waar hij werd neergezet voor dat nu vervloekte ‘zitten ten afscheid’. Er zijn twee treinen kort na elkaar naar Brussel-Zuid, waar ik de Thalys naar Parijs en daarna Nice moet halen. Ik mis de tweede trein net, de volgende heeft extra haltes en zal in het beste geval één minuut na vertrek van de Thalys aankomen in Brussel. Nog niet vertrokken en ik heb het al een beetje verknald, obstakel één over mezelf afgeroepen.
Wat volgt is een ochtend van totale focus: in Brussel-Zuid recht naar de internationale loketten, het rotnieuws dat ik hoogstwaarschijnlijk een nieuw ticket naar Parijs moet kopen aan een veel hoger tarief, vraag maar aan de boordchef van de trein, misschien mag u wel zonder meer mee. Nee hoor, geen genade voor laatkomers, betalen mevrouw, c’est la politique de Thalys, daar kan ik niks aan doen. Maar ja, u haalt vast wel de aansluiting naar Nice. Ik durf niet te denken aan de aderlating in het geval ik die niet zou halen. Het comfortabele uur dat ik zou hebben gehad om mij van Paris Gare du Nord naar Gare de Lyon te begeven is nu geslonken tot een half uur. Focus, het moét lukken. Bij aankomst in Parijs doe ik naar mijn gevoel beroep op de verenigde krachten van zowat de halve mensheid: kan u me helpen om een ticket voor de RER te kopen (man bij de automaten)? / is dit de goeie richting voor Gare de Lyon (vrouw op de roltrap en daarna man op het perron) / ik moet de Thalys naar Nice hebben op spoor 15, ga ik zo de goeie kant uit? (veiligheidsman in Gare de Lyon) / helpt u me even aub (spoorwegman in de buurt van de automatische doorgang die de QR-code op mijn telefoon weigert op te pikken) / waar is rijtuig 017 aub (SNCF-vrouw op het perron). Zes mensen dragen ertoe bij dat ik om 10u08, twee minuten voor vertrek, instap. Altijd weer vind ik dit spectaculair, hoe de meest betrouwbare hulp in dit zo digitale tijdperk uit de mond en de wijzende armen van mensen komt.
Laat varen nu die stress en focus, relax, de komende zes uren doorkruis je Frankrijk. Lezen, schrijven, uit het raam kijken hoe geleidelijk het zuiden in het landschap kruipt: de kleur van de huizen verandert in vanille-ijs en zachtgeel tot oker, roze en cafe latte. Verdord gras, stoffige aarde, stugge lage bomen en groenbegroeide heuvels.
Ik verwacht ‘grande vitesse’ tot in Nice, maar plots stopt de trein in Marseille en treedt het reisgevoel in: de normaliteit is weg en alles voelt uitheems. We staan een kwartier stil en de trein op het perron tegenover ons lijkt dat nog langer te zullen doen: reizigers lopen in en uit, roken op het perron, geven honden te drinken, zitten op treden in deuropeningen van wagons. Daarna is het uit met de snelheid. Toulon, Les Arcs, … Tussen de bebouwing en de bomen door zie je af en toe een strook Middellandse Zee, de kromming van een baai, witte yachten, strandgangers. In de buurt van Cannes rijden we langs villa’s op rotspunten met duur uitzicht, palmbomen en zwembad. Over een half uurtje Nice. Nog even uit het raam kijken naar glinstering en loomheid, lichtval en graffiti, het bladderen van gevels in de zon.

Plaats een reactie