twee verhaaltjes uit de oertijd

 

opstanding

 

met haar voet tekent ze figuren op de plavuizen
duizend figuren en de mis is uit

voor het eerst valt haar het misdienaartje op
ziet hij haar ook en hoe haar nieuwe jurk valt de bultjes eronder
verdwijnen in lichte schouderkromming

voorbeden en vergeving wiegen oor in oor uit
ze slaat haar benen over elkaar in verse vrouwelijkheid

als je het gezangenboek opent
ver genoeg
krult de rode kaft om tot een hart

voor wie geduld heeft verricht Hij een mirakel
ze wordt twaalf en koopt een album met een slotje
ze schrijft in het grootste geheim de eerste zinnen

 

xxx

 

vluchtig

 

een jeugdhuis ergens in de polder
natte zeelucht neergegooide fietsen
zij is het stugste dertien van de wereld

ze maakt iets met handen
een mand een weefsel een pot
ze vergeet zichzelf en buigt voorover

de handen die achterlangs op haar gaan liggen
kneden haar plots
heeft zij heupen om naar te grijpen

ze schrikt op als een ree
slaat de handen weg
achter haar rug bast een lach met de baard in de keel

 

portret van Edith – Egon Schiele

 

twee handen strijken neer op een veelkleurige rok
als witte kaketoes in de jungle

alleen gekomen om te zeggen dat zij niet wil poseren
vandaag niet lieverd
geeft zij zich over in een glimlach
onder opgestapeld haar

zijn blik kreukelt de stof
haar buik voelt het penseel

hij trekt een baan oranje
zij laat zich vangen als een kat

in strepen kan je zwemmen tot je zinkt
vallen en nooit neerkomen

stadsbibliotheek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de sofa’s zijn er niet al te huiselijk
maar wel zacht genoeg
hij heeft een eenpersoons bemachtigd
en zit nu met de ogen dicht
slechts lichtjes onderuitgezakt
het moet niet lijken of hij slaapt

de beduimelde tassen die zijn bestaan omvatten
heeft hij wijselijk in een locker opgeborgen
de groeven haarklitten woekerende baard
kan hij nergens kwijt

het heeft er alle schijn van
dat hij niet voor de boeken komt
toch staat hij na een tijdje op en gaat dwalen
zijn geurvlag achter hem aan
hij benadert de rekken
zoals hij al lang geen vrouw meer heeft benaderd
hij probeert het nog een keer
zichzelf veroveren op onzichtbaarheid

het cordon van ruggen drijft hem achteruit
de schone vingers waar zij zich graag door laten beroeren
kan hij niet bieden
hij draait zich om en gaat op weg naar de meest verlaten plek
achterin bij de encyclopedieën
ten minste zal hij het warm hebben tot sluitingstijd

Waarom ik op straat kom voor het klimaat

Als je in de loop van de laatste acht-negen maanden hebt meegelopen in één van de vele klimaatbetogingen kan je dit stukje gerust overslaan. Jou hoef ik niet meer te overtuigen. Geloof je dat het heus wel belangrijk zal zijn, maar betogen is niet echt jouw ding, eigenlijk heb je daar geen tijd voor, je bent de adolescentie lang voorbij en als al die echte activisten het doen, zal het ook wel goed zijn zeker … Lees dan vooral verder.

Waarom ik dus op straat kom voor het klimaat (en hoop dat jij hetzelfde gaat doen):

Omdat ik alle verschil maak. Ja, ik. Waar ik vroeger nog wel eens dacht dat mijn aan- of afwezigheid echt niks zou uitmaken in een massa, zie ik dat nu anders. Een massa kan er alleen maar zijn dankzij elk uniek individu, dus ook dankzij mij. Misschien ben ik wel net het kantelpunt, dat ene dominosteentje dat de hele rij doet omvallen.

Omdat het mij een gevoel van eigenwaarde geeft. Ik ben minder consumentenvee, minder eenheidsworst, minder anonieme belastingbetaler en meer mens.

Omdat ik achter de waarden van de klimaatbeweging sta. Telkens wanneer ik meestap valt het mij op dat – ook al is de verontwaardiging manifest – deze massa in wezen vriendelijk is, meedogend, inclusief en vreedzaam.

Omdat ik ervan overtuigd ben dat we op weg zijn naar een tijdperk waarin deze waarden dominanter zullen worden dan nu het geval is.

Omdat ik door mijn aanwezigheid en stem duidelijk wil maken dat ik niet akkoord ga met het soort leiderschap dat nog te invloedrijk is overal in de wereld. Het patriarchale, vrouwonvriendelijke, arrogante en egocentrische leiderschap à la Trump, Bolsonaro en consoorten. En ook het onverantwoordelijke, op verdeeldheid gebaseerde leiderschap van onze politici die Vlaanderen en België op een cruciaal moment in de geschiedenis maandenlang nagenoeg onbestuurd laten.

Omdat meestappen voor mij het verschil maakt tussen machteloosheid en kracht en ik mij liever krachtig dan machteloos voel.

Omdat ik deel wil zijn van dit verhaal. Als ik ooit kleinkinderen heb die me de vraag stellen: ‘Waar was jij toen, oma?’ wil ik kunnen zeggen ‘Ik was erbij en dat deed ik ook voor jullie.’

Omdat het mij telkens ontroert. Noem mij gerust een watje maar wanneer ik mij deel voel van die luidkeels protesterende massa pleeg ik steevast even vochtige oogjes te krijgen.

Omdat ik de leeftijd heb die ik heb. Nog geen grootouder, maar evenmin jong. Ik geloof in de kracht van de jeugd wanneer ik al die piepjonge enthousiaste deelnemers zie en ik vind het uiterst belangrijk dat ze genoeg oudere gezichten rond zich zien, kunnen voelen dat ze niet alleen zijn in hun strijd en bezorgdheid.

Omdat in het brandpunt van de huidige politieke en economische macht in onze samenlevingen een enorm vacuüm gaapt. Een ethisch vacuüm, een zwart gat waarin elk sprankje verantwoordelijkheid wordt opgezogen. Tot politiek en gezond leiderschap weer samengaan moet iemand voortdurend blijven wijzen op het gevaar van dat vacuüm. Dat is wat alle duizenden die de straat op gaan samen doen. Ook daarom stap ik mee.

En ja, natuurlijk om dat brandend woud, die bedreigde diersoorten, vergiftigde aarde, die vervuilde lucht, al dat leven dat niet voor zichzelf kan opkomen, dat lijkt me vanzelfsprekend.

Vrouwen maken ook wel eens wat

 

Vrouwen maken ook wel eens wat, behalve kinderen, appeltaarten en wollen sjaals. Niks mis met kinderen, appeltaarten en wollen sjaals natuurlijk! Wat ik bedoel: vrouwen maken ook schilderijen, foto’s, beeldhouwwerken, installaties … Als je in het gemiddelde museum rondloopt, is daar weinig van te merken. Ik vraag het me soms af: hoe groot het aantal werken van vrouwelijke kunstenaars is. Ik gok dat het in een doorsnee museum niet boven de 10% komt. En ja, daar zit een historische logica in. Nog maar een eeuw of zelfs een halve eeuw geleden hadden vrouwen veel minder ruimte, tijd en kansen om zich met kunst bezig te houden. Heel wat vrouwelijke kunstenaars hadden bovendien een partner die ook kunstenaar was en in wiens schaduw ze bleven hangen of voor wiens kunst ze de hunne opgaven.

Ik let er sinds een tijdje meer op wanneer ik musea bezoek. De vrouwen vallen me meer op dan vroeger. Een constante: vrouwen schilderen vrouwen. Hieronder een lukraak mini-museum van werken die ik de afgelopen jaren zag in Nancy, Metz, Kopenhagen, Stockholm, Wenen en Budapest. Een kleine hulde aan alle vrouwelijke kunstenaars die ondanks alle obstakels toch hun kunst bleven en blijven maken.

 

Françoise Pétrovich (°1964) – Féminin/masculin (2007)

Laura Leroux-Revault (1872-1936) – Anne et Jehanne (1894)

Suzanne Valadon (1865-1938) – Femme aux bas blancs (1924)

Mijn dochters in een installatie van Yayoi Kusama (°1929) – Piéce avec une infinité de miroirs et de lucioles sur l’eau (2000)

IMG_8310

Franciska Clausen (1899-1986) – Circles and Verticals (1930)

IMG_8318

Astrid Holm (1876-1937) – Rose laying the table (1914)

IMG_8416

Hilma af Klint (1862-1944) – Serie VI # a-c (1920)

IMG_8449

Hanne Mago Wiklund – Things that are not and things without names (2018)

IMG_8527

Linda McCartney (1941-1998)

IMG_8529

Evelyn Bencicova (°1992)

IMG_8598

Helene Schjerfbeck (1862-1946) – Girl with Beret (1935)

 

IMG_8682

Tyra Kleen (1874-1951) – Forbidden Fruit (1915)

Czimra Gyula (1901-1966) – Still Life in the Kitchen (1962) / Interior with a Vase (1961) / The Artist’s Room (1957) / Still Life with Candle (1959)

Natalia Gontsjarova (1881-1962) – The peacock (1912)

A drawing a day …

Je kent vast het Engelse gezegde ‘An apple a day keeps the doctor away’. Ik moet daar altijd aan denken wanneer ik teken en vervang ‘apple’ dan door ‘drawing’. ‘A drawing a day keeps the doctor away’. Ik voel me helemaal geen tekenaar, heb er nooit cursussen voor gevolgd en beschouw het ook niet als één van mijn talenten, maar voel het wel aan als een verrijking en een vorm van mentale zelfzorg om het regelmatig – elke dag is wat te hoog gegrepen – te doen. Mijn tekensessies zijn kort – tekeningen van landschappen of natuur in mijn buurt maak ik doorgaans in 10 à 15 minuten, fantasietekeningen in maximum een half uur. Tekenen heeft allerlei heilzame effecten:

  • het is een motivator om naar buiten te gaan
  • het zorgt voor ‘flow’: wanneer je tekent kan je haast niet anders dan in het moment zijn
  • het kan je blij maken middenin een zorgendag of een rotperiode
  • het prikkelt je fantasie en je creativiteit op andere vlakken
  • het doet je stilstaan en kijken naar mooie / bijzondere / doodgewone dingen

Hier zijn wat ideetjes, waarbij ik hoop dat je ook het virus te pakken krijgt.

Een schetsje van vegetatie langs een veldweg. Er was wind en het begon te regenen, zoals je ziet aan de lichter blauwe vlekjes. Materiaal: vulpen op schetsboekpapier

Een veldweg met winterse bomen. Om te selecteren wat je gaat tekenen, ga je het best heel intuïtief te werk. Op sommige momenten valt je een detail op, andere momenten treft het landschap je. Het is zoals wanneer je foto’s maakt op reis: zonder er veel over na te denken laat je je leiden door wat je spontaan mooi vindt. Materiaal: bruine fijnschrijver op schetsboekpapier

 

Je kan ook puur vanuit je fantasie werken. Schets een omtrek, bv een cirkel of zoals in dit geval een druppelvorm en vul de omtrek helemaal op. Gebruik zo min mogelijk je rationele brein. Plan niet van tevoren de structuur van je tekening en laat je voor vormen en kleuren telkens leiden door wat je hand vanzelf lijkt  te willen doen.. Denk niet na over welke kleuren al dan niet bij elkaar passen, maar grijp naar de kleur waarbij je zoiets als ‘hé ja’ voelt.

Materiaal: potlood en kleurpotloden op schetsboekpapier

 

 

 

Weer een heel snel landschapje. Details hoeven helemaal niet correct te zijn. De gebouwen aan de horizon zijn niet accuraat en de bomen zijn niet meer dan suggestieve krabbels.

 

Soms kan een tekening ontstaan omdat je even niks anders te doen hebt. Deze maakte ik omdat ik ergens moest zitten wachten. Ik had toevallig ruitjespapier bij en tekenmateriaal – niet dat ik dat standaard overal mee naartoe sleep. De woorden kwamen op een bepaald punt toen ik voelde dat het zonder niet af zou zijn.

Materiaal: ruitjespapier, kleurpotloden, gekleurde balpennen en fijnschrijvers, goud- en zilvermarker, zwarte marker.

 

 

 

 

 

Ben ik altijd tevreden over wat ik teken? Helemaal niet! Soms vat ik niet de sfeer die ik in een tekening wil hebben. Deze ontstond tijdens een recente wandeling in een natuurgebied. Overal waren ontluikende blaadjes, prille bloesems, katjes, alles bewoog in de wind, de bomen rondom ruisten en kraakten. Die indrukken kwamen helemaal niet in de tekening terecht, zoals ik graag had gewild. Het lettertype van de tekst vind ik te stijf, het had veel natuurlijker gekund. Maar dat hoort bij tekenen, en al helemaal bij snel en spontaan tekenen.

Wanneer je vaker tekent, leer je ook je beperkingen kennen. Ik krijg dieren zelden goed op papier en aan portretten durf ik me nauwelijks te wagen. Dat wil niet zeggen dat we ons moeten laten beperken. Misschien is het gewoon een kwestie van iets meer tijd nemen of een keer wat handboeken over tekentechniek bekijken.

Ik wens je zalige tekenervaringen!