‘De psychologie van totalitarisme’ – Mattias Desmet

Totalitarisme, het woord alleen al maakt emoties los. Sommigen vinden dat je wel erg aan het overreageren bent als je het in de mond durft te nemen met betrekking tot de evolutie van de afgelopen twee jaar. Dat je alles in perspectief moet kunnen zien. Moet stoppen met op boze toon je vrijheid claimen want wat jij bedoelt met vrijheid is vast een egoïstisch streven dat geen rekening houdt met de rechten van anderen. Dat er geen enkele vergelijking mogelijk is met de écht totalitaire samenlevingen van het verleden. Etcetera. Anderen waarschuwen dan weer onomwonden: we zitten in een neerwaartse spiraal, en de autoritaire tendensen zijn manifest. Mattias Desmet schreef een boek over de achterliggende psychologie van het totalitarisme. En ja, hij verwijst regelmatig naar de huidige realiteit, genuanceerd formulerend en zonder in sensatie of hysterie te vervallen. Feit: de eerste druk van ‘De psychologie van totalitarisme’ was in enkele weken uitverkocht. In andere tijden zou een publicatie als deze waarschijnlijk voornamelijk in academische kringen opgemerkt worden. Het thema leeft dus wel degelijk als zo’n behoorlijk droog ogende titel plots in de non-fictie top 10 staat in de boekhandel, nog voor de tuingidsen en de kookboeken.

De eerste notities voor zijn boek maakte Mattias Desmet niet naar aanleiding van de coronacrisis, maar al jaren eerder, toen hij merkte dat de greep van de overheid op het privé-leven hand over hand toenam en er telkens een correlatie was met een object van angst. Angst voor terrorisme werd gevolgd door angst voor klimaatrampen en die maakte dan weer plaats voor de angst voor het virus. Elke keer werd een sterke vermeende dreiging aangegrepen om toenemende controle en regulering te rechtvaardigen.

Maar misschien eerst even wat begrippen afbakenen. Totalitarisme en dictatuur worden wel eens door elkaar gebruikt, maar zijn in wezen verschillend. Dictaturen steunen grofweg op het inboezemen van angst voor fysieke agressie, waardoor dictatoriale leiders hun macht in stand kunnen houden. Totalitarisme berust op andere principes en is gelieerd aan massavorming, zoals eind 19e eeuw beschreven door Gustave Le Bon. Mattias Desmet put ook veelvuldig uit het werk van Hannah Arendt, die na de Tweede Wereldoorlog het totalitarisme diepgaand bestudeerde vanuit filosofische hoek en voorspelde dat het totalitarisme van de toekomst er niet één van charismatische leiders zou zijn, maar van bureaucraten en technocraten. De grondstroom van het totalitarisme wordt gevormd door de overtuiging dat men vanuit een wetenschappelijke theorie een ideale mens en maatschappij kan voortbrengen. Elk totalitair regime schermde met theorieën en praktijken die als wetenschappelijk werden voorgesteld. Bij het nazisme het sociaal darwinisme, rassentheorieën en eugenetica. Onder het stalinisme het ideaal van de proletarische maatschappij. Eén van de theorieën die nu opgang maakt, is die van het transhumanisme, dat de door de natuur aan het menselijke bestaan opgelegde grenzen wil doorbreken en de mens via technologische weg wil upgraden of laten integreren met technologie.

Terug naar het idee van massavorming nu. Typische omstandigheden die een voedingsbodem vormen voor massavorming zijn: wijdverbreide gevoelens van sociaal isolement, gebrek aan zinverlening, een hoge mate van angst die niet gericht is op concrete objecten en veel ongebonden frustratie en agressie. Dat we hiervan tekenen zien in onze huidige samenleving kan moeilijk worden ontkend. Het aantal gevallen van burn-out, depressie en zelfmoord piekt, velen ontlenen weinig zingevoel aan hun werk (denk maar aan het fenomeen van de bullshit jobs), op sociale media wordt grenzeloos tekeer gegaan. Waar ligt dit aan? Mattias Desmet wijt het aan het ontbreken van een Groot Verhaal. De Verlichting bevrijdde de mens in de 18e eeuw van de dwang van de religie en zette aan tot kritisch denken en zelfbeschikking. Zo kwamen we in een positief Groot Verhaal van toenemende kennis en vooruitgang terecht. Maar intussen zitten we in de afbrokkeling daarvan, of is het verhaal zo ver doorgeslagen dat we ons in een door technologie geobsedeerde wereld bevinden waarin de inherente menselijke subjectiviteit aan de kant geschoven is ten voordele van een rationeel-mechanistische ideologie. Elke technologische verworvenheid verleidt ons weer met nieuwe vormen van gebruiksgemak. De keerzijde is dat ons telkens ook iets van onze menselijke ervaring wordt ontnomen en dat de band met onze lichamelijkheid, onze fysieke omgeving en de natuur elke keer een stukje verder wordt doorgeknipt. Op de duur leidt dat tot vervreemding en verlorenheid.

Wanneer in omstandigheden als deze door leiders met een zekere autoriteit een object van angst wordt aangeduid en een strategie aangereikt hoe ermee om te gaan, kan massavorming getriggerd worden. Mensen smachten naar sturing en leiders bieden die door een strak regelsysteem met een morele component. Er ontstaat een narratief, een ideologisch gekleurd verhaal dat een overheersende rol gaat spelen in de samenleving en waarin zowel leiders als massa sterk opgaan. De samenleving die in de greep raakt van massavorming heeft een aantal typerende kenmerken: een groot verlangen naar controle, intolerantie ten opzichte van dissidente stemmen, verklikkermentaliteit, vatbaarheid voor pseudo-wetenschappelijke indoctrinatie en propaganda en verzwakking van kritische afstand en ethisch besef.

Herkenbaar? Het virus als angstobject, aangereikte oplossingen – lockdowns, anderhalve meter en mondmaskers, en later vaccins en coronapas – , het ridiculiseren en labelen als coronascepticus, complotdenker of antivaxer van iedereen die het aandurfde om tegen het narratief van het levensgevaarlijke virus en de legitimiteit van de maatregelen in te gaan. En wie te veel auto’s op de oprit had staan, kon rekenen op een bezoekje van de politie, na een telefoontje van iemand uit de buurt.

Maar wat met die pseudo-wetenschappelijke indoctrinatie? Maakte de overheid zich daaraan schuldig? Waren het niet net de wetenschappers – virologen, epidemiologen, vaccinologen – naar wie plots zo aandachtig werd geluisterd? En was het niet al wie zich kritisch opstelde ten opzichte van het dominante verhaal die ervan werd beschuldigd onwetenschappelijk te zijn? Hier moeten we even een zijsprong maken naar de wetenschappelijke wereld en de geloofwaardigheid van bevindingen die als wetenschappelijk werden gepresenteerd. Mattias Desmet beschrijft een diepe crisis in de wetenschappen, de zogenaamde replicatiecrisis. Vanaf ongeveer 2005, met een culminatiepunt in 2010, werd vastgesteld dat heel veel, soms baanbrekende, onderzoeken niet reproduceerbaar waren, iets wat net de basis vormt voor solide wetenschappelijke bevindingen en het zogenaamde peer review-systeem. Er kwamen een aantal gevallen van flagrante wetenschapsfraude aan het licht en bovendien werd vastgesteld dat een onrustwekkend groot deel van het wetenschappelijk onderzoek tot foute conclusies kwam of dat er veelvuldig geblunderd werd bij de verwerking van cijfermateriaal. Er werden oplossingsstrategieën ontwikkeld, voorlopig zonder veel succes. Tegen de achtergrond hiervan klinken claims van wetenschappelijkheid meteen al een stuk minder absoluut. Volgens Desmet zijn een aantal uitgangspunten van de moderne wetenschap sinds de Verlichting meer en meer in de verdrukking geraakt. Hij maakt een onderscheid tussen wetenschap en ideologie. Wetenschap kenmerkt zich door openheid van geest, opschorting van oordeel, twijfel als deugd, een diversiteit aan circulerende ideeën en hypothesen en de aanpassing van theorieën aan een geobserveerde werkelijkheid. Zulke wetenschap stuit uiteindelijk op een kern die zich aan logica onttrekt. De auteur verwijst hier naar de grote fysici van het begin van de 20e eeuw – Einstein, Heisenberg, Bohr, Planck – die alle tot de bevinding kwamen dat de werkelijkheid zich bij de meest verregaande analyse niet op een mechanistisch-rationele manier laat verklaren. Daar tegenover staat ideologie, die pretendeert wetenschappelijk te zijn, maar in feite blijk geeft van een gesloten geest, dwingend discours, het veroordelen van dissidente stemmen, het verbod om te twijfelen en het aanpassen van de werkelijkheid aan de theorie. De manier waarop wetenschap wordt gepresenteerd vertoont sinds het begin van de coronacrisis meer en meer de tekenen van ideologie: de ideologie die zegt dat maskers overdracht verhinderen, aanvankelijk stellig beweerde dat vaccins besmetting zouden uitsluiten, dat immuniteit wordt bereikt door vaccins, de vaccins veilig zijn en nodig voor iedereen, ongeacht leeftijd of gezondheidstoestand. Aan dit soort ‘juiste dingen’ word je geacht niet te twijfelen, op straffe van maatschappelijke uitsluiting. Een aura van wetenschappelijkheid wordt gecreëerd door cijfers, waarbij mensen in de greep van massavorming de cijfers gelijkstellen met de werkelijkheid. Terwijl – afhankelijk van de manier waarop wordt gemeten – cijfers sterk kunnen verschillen. Iemand die om een andere reden dan covid in het ziekenhuis wordt opgenomen maar bij opname positief test, wordt die bij het covid-cijfer van de ziekenhuisopnames geteld? Sterft iemand op hoge leeftijd met onderliggende aandoeningen die een covid-besmetting oploopt aan covid of aan een andere aandoening? Wordt bij de stijging van het aantal besmettingen vermeld dat er ook een stuk meer werd getest, of niet? Dat soort dingen. Opvallend was ook dat de covid-cijfers dag na dag in het nieuws zaten, terwijl andere zaken niet werden becijferd: het aantal faillissementen onder invloed van de lockdowns, de stijging van huiselijk geweld en armoede, toename van psychisch lijden en zelfmoord, sterfte onder invloed van vereenzaming bij ouderen in WZC’s. In een technocratisch georiënteerde samenleving blijft wat niet in cijfers wordt voorgesteld, buiten beeld, het heeft geen relevantie. Terwijl er een sterke morele focus kwam te liggen op ‘goed gedrag’, bleef zorg voor psychisch en sociaal welzijn in al z’n facetten onder de ethische radar. Ook op andere vlakken leek er een verzwakking van ethisch besef: een aanzienlijk deel van de bevolking werd door politici geculpabiliseerd en letterlijk gebrandmerkt als ‘egoïsten’, segregatie op basis van vaccinatiestatus werd rechtvaardig bevonden en toenemende vrijheidsbeperkingen in het vooruitzicht stellen werd gebruikt als tactiek om mensen tot gewenst gedrag te drijven.

Kunnen we spreken van een complot? Volgens Mattias Desmet niet. Complotten vereisen vooropgezette plannen die geheim worden gehouden en dan systematisch doorgevoerd, in combinatie met kwaad opzet. Dit lijkt niet het geval met betrekking tot covid of tot dingen als de zogenaamde Great Reset. Met een beetje spitwerk kan je online heel veel informatie vergaren, ook al berichten de mainstream media er weinig over. Er werd door politici tijdens de coronacrisis veelvuldig gestunteld, op eerdere beslissingen teruggekomen of van strategie veranderd, zodat er van vooropgezette plannen ook al niet veel sprake lijkt. Het lijkt vooral zo te zijn dat leiders, net als heel wat burgers, gevangen zitten. Enerzijds in angstdenken: wat als we verantwoordelijk worden gehouden, wat als we in strengheid onderdoen voor buurlanden, we kunnen nu geen tegenstrijdige meningen toelaten want dat brengt mensen in onzekerheid. Anderzijds is een groot deel van de samenleving in de greep van de mechanistische wetenschappelijke ideologie : de overtuiging dat de oplossing voor dit soort gezondheidsvraagstukken voornamelijk ligt in meer monitoring, controle over het menselijke lichaam, doorgedreven technologische innovatie, het opgeven van privacy en vrijheid voor een belang dat hoger wordt ingeschat.

Hoe raken we uit de totalitaire tendenzen weg? Niet door tegengeweld. Ook niet door zwijgen en de andere kant opkijken. Wel door geweldloos verzet en door ‘waarheidsspreken’, een term die de auteur ontleent aan het werk van Michel Foucault. Het deel van de bevolking dat niet in massavorming is meegesleurd moet authentiek, met respect voor wie er een andere mening op nahoudt, ingaan tegen het dominante discours en er telkens opnieuw de eigen inzichten en argumenten tegenover stellen.

Uiteindelijk komt het erop neer om de greep van de heersende mechanistische visie losser te maken. De visie waarbij materie heerst over geest, waarbij de menselijke geest wordt gezien als een uitvloeisel van chemische processen in de hersenen. Wanneer we daarin slagen worden opnieuw de vragen relevant die ondergesneeuwd zijn geraakt in het verhitte covid-discours: hoe verhouden we ons tot anderen? Tot ons lichaam, tot genot, tot de natuur, tot ziekte en dood? Op dit soort vragen kan de wetenschap nooit definitieve antwoorden bieden, maar alleen al het formuleren van antwoorden, het zoeken en tasten en respectvol luisteren naar elkaar, ook bij groot verschil in visie , vormt een buffer tegen gevoelens van zinloosheid en tegen polarisering.

Met ‘De psychologie van totalitarisme’ heeft Mattias Desmet alvast een mooi staaltje ‘waarheidsspreken’ neergezet. Niet in de zin van dé waarheid, wel als zijn visie op een aan de gang zijnde evolutie. Hij is één van de kritische stemmen die gemakshalve van een denigrerend label worden voorzien en weggezet. Mijn tip: lees wat hij te vertellen heeft en oordeel dan. Of luister naar zijn bevlogen en integere manier van vertellen (zie links hieronder). Gelukkig zijn er kanalen die daar een forum voor bieden. Nog een tip: informeer je. Kijk verder dan wat het tv-journaal of je krant doorgaans in de aanbieding heeft. Doe wat opzoekingswerk naar de digitale identiteit die op Europees vlak in de maak is. Vraag je af of het ok voor je voelt om in de toekomst misschien voor allerlei dingen een code op je telefoon te moeten presenteren of een groen vinkje te krijgen als beloning voor ‘het juiste gedrag’. Met complotdenken heeft dat heel weinig te maken. Wel met gezonde alertheid.

Tegenwind tv (aflevering 2)

De Nieuwe Wereld (verschillende video’s)

Wat is het alternatief? Een oefening in verbeelding

Afbeelding: Gordon Johnson via Pixabay

Het begint stilaan zo ver te komen dat ik me met enige angst en beven afvraag wat het volgende is dat we kunnen verwachten. Wat ik vandaag of morgen weer op de radio of in het tv-journaal zal horen, in de krant of op nieuws-sites zal lezen. Ik zou er een lijstje van kunnen maken onder de titel ‘What’s next?’. Het zou gaan over nog sterker polariserende uitspraken van mensen die bij uitstek eenheid zouden moeten nastreven in het land, of over nog meer verregaande morele druk en inbreuken op de privacy. Maar ik besluit bewust om af te zien van zo’n lijstje, dat zou zijn ingegeven door mijn bezorgde verbeelding. Als ik nu eens een alternatief scenario zou bedenken.

Daar gaan we. Wat is het alternatief?

De koning houdt een op alle nationale zenders vlak voor het avondjournaal uitgezonden toespraak waarin hij zijn bezorgdheid uit en oproept om de vrijheid en gelijkheid van alle burgers te blijven respecteren, ongeacht de keuzes die ze maken met betrekking tot de eigen gezondheid. Hij benadrukt het belang van de vrije meningsuiting, de vrijheid van onderzoek en de vrije discussie binnen de wetenschappelijke wereld. Hij spoort de hele Belgische samenleving – zowel burgers als overheid – aan om samen (pauzeert even en kijkt nadrukkelijk in de camera) en los van vooropgezette morele, sociale of andere oordelen terug te keren naar een normaal functioneren van het maatschappelijk leven op alle vlakken.

Nationale en internationale pers berichten over het initiatief van het Belgische staatshoofd. Staatshoofden van andere naties spreken zich op hun beurt in dezelfde zin uit.

Bezorgde burgers starten een beweging op onder het motto ‘Gevaccineerd of niet – allen samen’/ ‘Vacciné ou pas – tous ensemble’. Via banners op sociale media, buttons en andere visuele middelen betuigen sympathisanten hun steun.

Binnen de horeca ontstaat een initiatief waarbij restaurants en cafés een sticker op hun deur kleven ‘Wij respecteren uw privacy. Welkom zonder pasjes of bewijzen’.

In de kunstensector komt een reflectie op gang over controle, polarisering en exclusie. Waar die in het verleden toe hebben geleid. Welke nieuwe vormen van polarisering en exclusie er ontstaan en welke rol media en sociale media erin spelen. Kunstenaars maken theater- en dansvoorstellingen, concerten, tentoonstellingen. Schrijvers en dichters leveren bijdragen voor themanummers van literaire tijdschriften.

Onderwijsinstellingen stellen over netten en koepels heen een charter op in verband met privacy en non-discriminatie bij schoolse activiteiten.

Leerlingen- en studentenraden nemen het initiatief tot ‘Geprikt of nie? Vrienden!’. Een tweetalig rapnummer, opgenomen door Brusselse jongeren, gaat viraal op sociale media en Youtube.

Personeel in de zorgsector, huisartsen en specialisten delen – met respect voor vertrouwelijkheid en deontologie – in daarvoor voorziene werktijd op een blogplatform verhalen over hoe het er nu echt aan toe gaat in hun praktijk, instelling, op hun afdeling of intensive care unit en formuleren voorstellen voor een betere waardering van hun werk.

Een aantal ondernemers en bedrijfsleiders ontwikkelen een label ‘Waardering voor je talent en inzet / Respect voor je privé-leven’. Ze engageren zich ertoe de privacy van hun werknemers te respecteren en niet te discrimineren op basis van medische informatie, vermits ze deze niet wensen te vernemen.

Er wordt een breed georiënteerd wetenschappelijk adviesorgaan opgericht dat als taak heeft om zo veel mogelijk informatie uit onderzoek – zowel medisch, psychologisch als sociaal-maatschappelijk – te verzamelen, te verifiëren en te verspreiden naar overheid, media en geïnteresseerde burgers. De leden van dit adviesorgaan worden gescreend op belangenvermenging en geweerd in het geval van te sterke banden met de farmaceutische of andere bedrijfssectoren. Er wordt maximaal ingezet op transparantie. Er wordt ook verslag uitgebracht van meningsverschillen en verschillen in interpretatie en visie binnen dit orgaan.

De premier verbindt zich er namens de regering toe maximaal rekening te houden met door het adviesorgaan geleverde informatie. Er zal vanaf nu ingezet worden op besluitvorming op basis van voortschrijdend inzicht, in het belang van de volksgezondheid. De premier vraagt begrip aan de bevolking voor het feit dat in dit proces mogelijk in het verleden genomen beslissingen worden bijgestuurd op basis van nieuwe informatie. Hij benadrukt zijn vertrouwen in de wetenschap, maar benadrukt dat wetenschappelijke informatie ook evolueert en zelden in steen gebeiteld is.

De minister van Volksgezondheid lanceert een brede voorlichtingscampagne over ziektepreventie door gezonde voeding, beweging en stressreductie. Er komen extra aandacht en middelen voor psychisch welzijn en het verminderen van angst en depressie.

Kerken, religieuze, spirituele en niet-confessionele bewegingen verspreiden mee een boodschap van eenheid en verdraagzaamheid. Ze roepen op tot bezinning over onzekerheid en niet-weten als fundamentele kernaspecten van het menselijk leven en over onze houding tegenover ziekte en dood in een tijd van wetenschap en secularisering.

Tot zover. Er ontbreekt vast allerlei in mijn scenario. Waarschijnlijk kan je zelf nog meer evoluties in dezelfde richting verzinnen. Wat mij opvalt tijdens het bedenken: het gaat in wezen over de mate van verdraagzaamheid die we kunnen opbrengen, over niet toegeven aan angst en bewustzijnsvernauwing. Eigenlijk is de huidige situatie een showcase waarin een samenleving kan laten zien hoe solidair en sterk ze zich opstelt. Geen solidariteit die berust op de druk om elk van haar leden identiek dezelfde, door de overheid gepropageerde, keuze te laten maken, wat een kenmerk van een starre, autoritaire samenleving is. Wel door ieder autonomie te gunnen. Elk van ons te laten ademen. En herademen.

Pleidooi voor meer dan één verhaal

Er is een zinnetje dat ik naar mijn zin veel te vaak hoor de laatste tijd. Stel je een situatie voor waarin geen fysieke afstand wordt gehouden, mondmaskers blijven achterwege. Het voelt lichtjes onwennig aan, want we zijn het nu al zo lang gewend mét maatregelen. Maar het mag. En dan komt het zinnetje. Iemand zegt:

‘Ach, we zijn toch allemaal gevaccineerd’.

Behalve dat het klinkt als ‘en dus mag alles weer’ klinkt het in mijn oren ook als: want dat is hoe het hoort en het is toch ondenkbaar dat we iemand onder ons zouden hebben die ingaat tegen wat hoort? Die zo onverantwoordelijk / egoïstisch / dom / anti-wetenschappelijk zou zijn om zich niet te laten prikken. Een onbehaaglijk gevoel bekruipt mij. Het zinnetje lijkt een rechtstreeks gevolg van de beeldvorming die het afgelopen jaar doelbewust gecreëerd is door de overheid en zowat de hele wereld en die zonder meer wordt overgenomen en uitgedragen door de media :

dat het vaccin dé weg naar de vrijheid is / de enige en volstrekt betrouwbare strategie om ons uit de pandemie te halen / een teken van verantwoordelijkheid / van solidair zijn.

Door dit verhaal wordt het een kwestie van morele plicht. Er is geen andere vorm van ethisch te verantwoorden gedrag mogelijk, blijkbaar. Een hele tijd werd het volgehouden: het zou een vrije keuze zijn, nee nee, geen verplichting, en ook geen discriminatie tussen wie wel en wie niet. Het werd zelfs in een resolutie van de Raad van Europa vastgelegd (2361, artikel 7.3).

Intussen zijn we zo ver gekomen dat een partijvoorzitter het zonder problemen kan hebben over de egoïsten die zich niet laten vaccineren en die ‘we’ niet zullen toestaan het voor anderen te verknallen. Intussen is de discussie op gang welke vrijheden allemaal kunnen worden ontnomen om het percentage overal omhoog te krijgen.

Onder zoveel sociale en morele druk plooit zelfs de sterkste dwarsdenker.

Ja, maar het moet. Is het beste voor iedereen, voor ieders veiligheid, voor het grotere goed.

Is dat zo? Het rijk van de vrijheid is nog niet aangebroken. Dus wordt het verhaal aangepast. Het rijk van de vrijheid zal pas aanbreken als iedereen het ene verhaal accepteert en zich ernaar schikt.

Nu we het toch over zinnetjes hebben. Er zijn er die je leest in boeken en die recht door je huid gaan en dan exploderen vanbinnen. Ik had het afgelopen week met deze:

Isaiah Berlin analyseert de totalitaire dictatuur als het gevolg van de opvatting dat op grote vragen van ethische aard één definitief antwoord mogelijk is. Dit moreel monisme kan geen rekening houden met andere opvattingen, omdat die onredelijk, onlogisch en onzinnig zijn en het bereiken van het ideaal hinderen. Binnen dit bewustzijnsvernauwende idealisme is het niet alleen verklaarbaar, maar ook redelijk om andere opvattingen te onderdrukken en met alle mogelijke middelen te bestrijden.’

Ik denk dat we al een tijdje helemaal die kant opgaan. Het maatschappelijke debat over maatregelen en vaccinatiestrategie mag niet gevoerd worden. Elke wetenschapper of deskundige die een afwijkende mening heeft, elke weldenkende vrouw of man die nog kritische vragen stelt, krijgt te maken met doodzwijgen, in diskrediet brengen, censuur, criminaliseren, marginaliseren, ontslag. Krijgt meteen labels opgeplakt: complotdenker, antivaxer, onwetenschappelijk.

Ik las dat zinnetje over Isaiah Berlin trouwens in de roman ‘Eden’ van Marcel Möring. Een prachtig, complex boek, onder andere over waarheid. Dat ze nooit onomstotelijk en eenduidig kan zijn. Dat er vele waarheden zijn, dat wij ze maken door onze unieke blikken, onze verhalen, door die te delen en met elkaar te confronteren.

Ik ben dankbaar om wie zich laat vaccineren. Natuurlijk helpen vaccins. Tegelijk ben ik bezorgd, want we kennen de lange-termijneffecten nog niet en we maken onze samenlevingen sterk afhankelijk van oppermachtige industrieën die nauwelijks enige morele standaard hanteren.

Ik ben ook dankbaar om wie de weloverwogen moed heeft zich niet te laten vaccineren. Omdat ik denk dat ook dat een deel van de uitweg is.

Zoals ik denk dat er nog vele anderen dingen deel van de uitweg kunnen zijn: campagnes voor preventie, onze immuniteit versterken door gezond eten, bewegen, extra vitamines, angst en stress verminderen, zorg dragen voor mentaal welzijn en sociaal contact.

Mag het alsjeblieft én-én-én zijn? In plaats van dat ene, onaantastbare verhaal dat een scherpe polarisering doet ontstaan tussen ‘goeden’ en ‘slechten’. Waarbij vrije keuze, altijd al een fragiele zeepbel, uit elkaar gespat is. Kunnen we proberen om ons niet uit elkaar te laten spelen door een overheid en media die beslist hebben wat het verhaal moet zijn, en dat er behalve dat ene geen andere meer kunnen worden getolereerd? Kunnen we allemaal samen gewoon wijzer zijn dan dat zwart-witdenken?

Ik hoop dat er terug enig gezond debat komt. Dat we er geraken door een kruisbestuiving van visies uit allerlei hoeken in plaats van die ene staatsvisie die we nu hebben. Dat er eerlijkheid mogelijk is. Dat bevindingen van wetenschappelijke studies die niet passen bij het ene verhaal ook onder de aandacht komen. In plaats van één groep in de samenleving tot zondebok uit te roepen en massaal te beweren dat als er nog besmettingen zijn dat komt door dat slinkende percentage dat niet gevaccineerd is, dus nog meer vaccins is het antwoord, ram de boodschap erin, vaccineer desnoods ook de kinderen, vaccineer drie keer, vier keer, eindeloos.

Ik kijk en luister op Tegenwindtv naar Sam Brokken. Hij durfde het aan om zijn kritische visie uit te drukken. Hij werd ontslagen als lector aan een hogeschool. Nee hoor, niet om zijn visie, natuurlijk niet.

Ik kom bij mezelf uit, denk: komaan, stop nu met je alsmaar gedeisd te houden, alsmaar te denken dat je geen deskundige bent en dus beter je kop kan houden.

Ik schrijf bovenstaande. Ik deel het.

ik hou vandaag van al wat achterblijft nadien daarna

foto: naeim a via Pixabay

 

ik hou vandaag van al wat achterblijft nadien daarna
de kruimels van een snel ontbijt de boter op het bord
het boek op het tapijt geen tijd voor lezen en voor spijt
de sweater op een stoel het gat de knoop de losse naad
de kranten fout gevouwen hoofden koppen goeie raad

ik hou vandaag van al wat achterblijft daarna nadien
bebloede lappen vet papier een platgetrapte fles
half weggewaaide tenten vieze dekens lepel mes
begraasde heuvels waar de bom viel kraters in een lijf
een kat bij godverlaten huizen stramme poten stijf

ik hou vandaag van al wat achterblijft nadien daarna
het kind dat draalt een eind achter haar moeders regenjas
de man die nipt de trein mist leeg perron met aktentas
de buschauffeur de laatste rit alleen geen hond rijdt mee
de poetsvrouw landschap dweilend na de witte-hemden-zee

ik hou vandaag van al wat achterblijft daarna nadien
elk kind dat niet mee vluchtte later komt misschien of nooit
de oude vrouw die foto’s kijkt van samen vroeger ooit
het meisje aan de bar net hopper maar dan om de hoek
mezelf jou missend ook na al die tijd een zucht een vloek

 

twee verhaaltjes uit de oertijd

 

opstanding

 

met haar voet tekent ze figuren op de plavuizen
duizend figuren en de mis is uit

voor het eerst valt haar het misdienaartje op
ziet hij haar ook en hoe haar nieuwe jurk valt de bultjes eronder
verdwijnen in lichte schouderkromming

voorbeden en vergeving wiegen oor in oor uit
ze slaat haar benen over elkaar in verse vrouwelijkheid

als je het gezangenboek opent
ver genoeg
krult de rode kaft om tot een hart

voor wie geduld heeft verricht Hij een mirakel
ze wordt twaalf en koopt een album met een slotje
ze schrijft in het grootste geheim de eerste zinnen

 

xxx

 

vluchtig

 

een jeugdhuis ergens in de polder
natte zeelucht neergegooide fietsen
zij is het stugste dertien van de wereld

ze maakt iets met handen
een mand een weefsel een pot
ze vergeet zichzelf en buigt voorover

de handen die achterlangs op haar gaan liggen
kneden haar plots
heeft zij heupen om naar te grijpen

ze schrikt op als een ree
slaat de handen weg
achter haar rug bast een lach met de baard in de keel

 

portret van Edith – Egon Schiele

 

twee handen strijken neer op een veelkleurige rok
als witte kaketoes in de jungle

alleen gekomen om te zeggen dat zij niet wil poseren
vandaag niet lieverd
geeft zij zich over in een glimlach
onder opgestapeld haar

zijn blik kreukelt de stof
haar buik voelt het penseel

hij trekt een baan oranje
zij laat zich vangen als een kat

in strepen kan je zwemmen tot je zinkt
vallen en nooit neerkomen

stadsbibliotheek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de sofa’s zijn er niet al te huiselijk
maar wel zacht genoeg
hij heeft een eenpersoons bemachtigd
en zit nu met de ogen dicht
slechts lichtjes onderuitgezakt
het moet niet lijken of hij slaapt

de beduimelde tassen die zijn bestaan omvatten
heeft hij wijselijk in een locker opgeborgen
de groeven haarklitten woekerende baard
kan hij nergens kwijt

het heeft er alle schijn van
dat hij niet voor de boeken komt
toch staat hij na een tijdje op en gaat dwalen
zijn geurvlag achter hem aan
hij benadert de rekken
zoals hij al lang geen vrouw meer heeft benaderd
hij probeert het nog een keer
zichzelf veroveren op onzichtbaarheid

het cordon van ruggen drijft hem achteruit
de schone vingers waar zij zich graag door laten beroeren
kan hij niet bieden
hij draait zich om en gaat op weg naar de meest verlaten plek
achterin bij de encyclopedieën
ten minste zal hij het warm hebben tot sluitingstijd

Waarom ik op straat kom voor het klimaat

Als je in de loop van de laatste acht-negen maanden hebt meegelopen in één van de vele klimaatbetogingen kan je dit stukje gerust overslaan. Jou hoef ik niet meer te overtuigen. Geloof je dat het heus wel belangrijk zal zijn, maar betogen is niet echt jouw ding, eigenlijk heb je daar geen tijd voor, je bent de adolescentie lang voorbij en als al die echte activisten het doen, zal het ook wel goed zijn zeker … Lees dan vooral verder.

Waarom ik dus op straat kom voor het klimaat (en hoop dat jij hetzelfde gaat doen):

Omdat ik alle verschil maak. Ja, ik. Waar ik vroeger nog wel eens dacht dat mijn aan- of afwezigheid echt niks zou uitmaken in een massa, zie ik dat nu anders. Een massa kan er alleen maar zijn dankzij elk uniek individu, dus ook dankzij mij. Misschien ben ik wel net het kantelpunt, dat ene dominosteentje dat de hele rij doet omvallen.

Omdat het mij een gevoel van eigenwaarde geeft. Ik ben minder consumentenvee, minder eenheidsworst, minder anonieme belastingbetaler en meer mens.

Omdat ik achter de waarden van de klimaatbeweging sta. Telkens wanneer ik meestap valt het mij op dat – ook al is de verontwaardiging manifest – deze massa in wezen vriendelijk is, meedogend, inclusief en vreedzaam.

Omdat ik ervan overtuigd ben dat we op weg zijn naar een tijdperk waarin deze waarden dominanter zullen worden dan nu het geval is.

Omdat ik door mijn aanwezigheid en stem duidelijk wil maken dat ik niet akkoord ga met het soort leiderschap dat nog te invloedrijk is overal in de wereld. Het patriarchale, vrouwonvriendelijke, arrogante en egocentrische leiderschap à la Trump, Bolsonaro en consoorten. En ook het onverantwoordelijke, op verdeeldheid gebaseerde leiderschap van onze politici die Vlaanderen en België op een cruciaal moment in de geschiedenis maandenlang nagenoeg onbestuurd laten.

Omdat meestappen voor mij het verschil maakt tussen machteloosheid en kracht en ik mij liever krachtig dan machteloos voel.

Omdat ik deel wil zijn van dit verhaal. Als ik ooit kleinkinderen heb die me de vraag stellen: ‘Waar was jij toen, oma?’ wil ik kunnen zeggen ‘Ik was erbij en dat deed ik ook voor jullie.’

Omdat het mij telkens ontroert. Noem mij gerust een watje maar wanneer ik mij deel voel van die luidkeels protesterende massa pleeg ik steevast even vochtige oogjes te krijgen.

Omdat ik de leeftijd heb die ik heb. Nog geen grootouder, maar evenmin jong. Ik geloof in de kracht van de jeugd wanneer ik al die piepjonge enthousiaste deelnemers zie en ik vind het uiterst belangrijk dat ze genoeg oudere gezichten rond zich zien, kunnen voelen dat ze niet alleen zijn in hun strijd en bezorgdheid.

Omdat in het brandpunt van de huidige politieke en economische macht in onze samenlevingen een enorm vacuüm gaapt. Een ethisch vacuüm, een zwart gat waarin elk sprankje verantwoordelijkheid wordt opgezogen. Tot politiek en gezond leiderschap weer samengaan moet iemand voortdurend blijven wijzen op het gevaar van dat vacuüm. Dat is wat alle duizenden die de straat op gaan samen doen. Ook daarom stap ik mee.

En ja, natuurlijk om dat brandend woud, die bedreigde diersoorten, vergiftigde aarde, die vervuilde lucht, al dat leven dat niet voor zichzelf kan opkomen, dat lijkt me vanzelfsprekend.

Vrouwen maken ook wel eens wat

 

Vrouwen maken ook wel eens wat, behalve kinderen, appeltaarten en wollen sjaals. Niks mis met kinderen, appeltaarten en wollen sjaals natuurlijk! Wat ik bedoel: vrouwen maken ook schilderijen, foto’s, beeldhouwwerken, installaties … Als je in het gemiddelde museum rondloopt, is daar weinig van te merken. Ik vraag het me soms af: hoe groot het aantal werken van vrouwelijke kunstenaars is. Ik gok dat het in een doorsnee museum niet boven de 10% komt. En ja, daar zit een historische logica in. Nog maar een eeuw of zelfs een halve eeuw geleden hadden vrouwen veel minder ruimte, tijd en kansen om zich met kunst bezig te houden. Heel wat vrouwelijke kunstenaars hadden bovendien een partner die ook kunstenaar was en in wiens schaduw ze bleven hangen of voor wiens kunst ze de hunne opgaven.

Ik let er sinds een tijdje meer op wanneer ik musea bezoek. De vrouwen vallen me meer op dan vroeger. Een constante: vrouwen schilderen vrouwen. Hieronder een lukraak mini-museum van werken die ik de afgelopen jaren zag in Nancy, Metz, Kopenhagen, Stockholm, Wenen en Budapest. Een kleine hulde aan alle vrouwelijke kunstenaars die ondanks alle obstakels toch hun kunst bleven en blijven maken.

 

Françoise Pétrovich (°1964) – Féminin/masculin (2007)

Laura Leroux-Revault (1872-1936) – Anne et Jehanne (1894)

Suzanne Valadon (1865-1938) – Femme aux bas blancs (1924)

Mijn dochters in een installatie van Yayoi Kusama (°1929) – Piéce avec une infinité de miroirs et de lucioles sur l’eau (2000)

IMG_8310

Franciska Clausen (1899-1986) – Circles and Verticals (1930)

IMG_8318

Astrid Holm (1876-1937) – Rose laying the table (1914)

IMG_8416

Hilma af Klint (1862-1944) – Serie VI # a-c (1920)

IMG_8449

Hanne Mago Wiklund – Things that are not and things without names (2018)

IMG_8527

Linda McCartney (1941-1998)

IMG_8529

Evelyn Bencicova (°1992)

IMG_8598

Helene Schjerfbeck (1862-1946) – Girl with Beret (1935)

 

IMG_8682

Tyra Kleen (1874-1951) – Forbidden Fruit (1915)

Czimra Gyula (1901-1966) – Still Life in the Kitchen (1962) / Interior with a Vase (1961) / The Artist’s Room (1957) / Still Life with Candle (1959)

Natalia Gontsjarova (1881-1962) – The peacock (1912)

A drawing a day …

Je kent vast het Engelse gezegde ‘An apple a day keeps the doctor away’. Ik moet daar altijd aan denken wanneer ik teken en vervang ‘apple’ dan door ‘drawing’. ‘A drawing a day keeps the doctor away’. Ik voel me helemaal geen tekenaar, heb er nooit cursussen voor gevolgd en beschouw het ook niet als één van mijn talenten, maar voel het wel aan als een verrijking en een vorm van mentale zelfzorg om het regelmatig – elke dag is wat te hoog gegrepen – te doen. Mijn tekensessies zijn kort – tekeningen van landschappen of natuur in mijn buurt maak ik doorgaans in 10 à 15 minuten, fantasietekeningen in maximum een half uur. Tekenen heeft allerlei heilzame effecten:

  • het is een motivator om naar buiten te gaan
  • het zorgt voor ‘flow’: wanneer je tekent kan je haast niet anders dan in het moment zijn
  • het kan je blij maken middenin een zorgendag of een rotperiode
  • het prikkelt je fantasie en je creativiteit op andere vlakken
  • het doet je stilstaan en kijken naar mooie / bijzondere / doodgewone dingen

Hier zijn wat ideetjes, waarbij ik hoop dat je ook het virus te pakken krijgt.

Een schetsje van vegetatie langs een veldweg. Er was wind en het begon te regenen, zoals je ziet aan de lichter blauwe vlekjes. Materiaal: vulpen op schetsboekpapier

Een veldweg met winterse bomen. Om te selecteren wat je gaat tekenen, ga je het best heel intuïtief te werk. Op sommige momenten valt je een detail op, andere momenten treft het landschap je. Het is zoals wanneer je foto’s maakt op reis: zonder er veel over na te denken laat je je leiden door wat je spontaan mooi vindt. Materiaal: bruine fijnschrijver op schetsboekpapier

 

Je kan ook puur vanuit je fantasie werken. Schets een omtrek, bv een cirkel of zoals in dit geval een druppelvorm en vul de omtrek helemaal op. Gebruik zo min mogelijk je rationele brein. Plan niet van tevoren de structuur van je tekening en laat je voor vormen en kleuren telkens leiden door wat je hand vanzelf lijkt  te willen doen.. Denk niet na over welke kleuren al dan niet bij elkaar passen, maar grijp naar de kleur waarbij je zoiets als ‘hé ja’ voelt.

Materiaal: potlood en kleurpotloden op schetsboekpapier

 

 

 

Weer een heel snel landschapje. Details hoeven helemaal niet correct te zijn. De gebouwen aan de horizon zijn niet accuraat en de bomen zijn niet meer dan suggestieve krabbels.

 

Soms kan een tekening ontstaan omdat je even niks anders te doen hebt. Deze maakte ik omdat ik ergens moest zitten wachten. Ik had toevallig ruitjespapier bij en tekenmateriaal – niet dat ik dat standaard overal mee naartoe sleep. De woorden kwamen op een bepaald punt toen ik voelde dat het zonder niet af zou zijn.

Materiaal: ruitjespapier, kleurpotloden, gekleurde balpennen en fijnschrijvers, goud- en zilvermarker, zwarte marker.

 

 

 

 

 

Ben ik altijd tevreden over wat ik teken? Helemaal niet! Soms vat ik niet de sfeer die ik in een tekening wil hebben. Deze ontstond tijdens een recente wandeling in een natuurgebied. Overal waren ontluikende blaadjes, prille bloesems, katjes, alles bewoog in de wind, de bomen rondom ruisten en kraakten. Die indrukken kwamen helemaal niet in de tekening terecht, zoals ik graag had gewild. Het lettertype van de tekst vind ik te stijf, het had veel natuurlijker gekund. Maar dat hoort bij tekenen, en al helemaal bij snel en spontaan tekenen.

Wanneer je vaker tekent, leer je ook je beperkingen kennen. Ik krijg dieren zelden goed op papier en aan portretten durf ik me nauwelijks te wagen. Dat wil niet zeggen dat we ons moeten laten beperken. Misschien is het gewoon een kwestie van iets meer tijd nemen of een keer wat handboeken over tekentechniek bekijken.

Ik wens je zalige tekenervaringen!