‘De heilzame depressie’

Mag ik het nog eens over de menopauze hebben? Wie zich – testosteronvat zijnde of onder 40 – niet aangesproken voelt, klikt maar gewoon weg. Bij uitbreiding gaat het ook over ouder worden, en daar komen we in ieder geval allemaal zonder uitzondering ooit aan toe.

Ik lees wel eens wat hier en daar – understatement, ik ben een onvervalste letterveelvraat – en als het over de menopauze gaat, valt dit me op: alle auteurs – vrouwelijke auteurs, ik heb eigenlijk nog geen mannelijke auteurs over dit topic gelezen – willen weg van het beeld van die zielige vrouwen die nu onvruchtbaar en dus oud, afgeschreven en on-sexy zijn. Begrijpelijk, en niemand kan daar rouwig om zijn. Dat beeld klopt ook niet, of niet meer. Maar het lijkt wel alsof de menopauze-schrijfsters de beeldvorming dan maar ineens met de hardnekkigheid van een terriër helemaal de andere kant op willen sturen.

Vrouwen van 50+ zijn oh zo sexy, ‘forever young and beautiful’, klaar om met één grote zwiep alle bullshit uit hun leven te schrappen – die knullige man die hen nooit een orgasme heeft bezorgd inbegrepen – en de switch te maken naar een sensationeel-denderende nieuwe levensfase waarin ze plots alle gefrustreerde droompjes die ze nooit gerealiseerd hebben toch zullen doen uitkomen. Misschien overdrijf ik een beetje, maar daar komt het toch wel wat op neer. Het lijkt mij perfect te passen in onze tijdgeest van maakbaarheid. Als je het maar genoeg wil en er hard genoeg voor gaat, is alles mogelijk. Menopauze wordt het zoveelste ding in het vrouwenleven waaraan hard moet gewérkt worden (en vrouwen ploeteren zich doorgaans al te pletter). Alles staat daarbij in het teken van beheersbaarheid en verbetering, en het gaat voornamelijk over het lichaam. Als je het zo eens inschat, moeten vrouwen in de overgang zowat 24 uur per dag bezig zijn: met fysieke oefeningen voor elk verslappend deel van hun lijf, met de juiste supplementen kiezen en ze slikken, met hun borsten en bekkenbodem inspecteren en in topvorm houden, met fillers / botox / een plastische ingreep overwegen en laten uitvoeren, met hun carrière-omslag plannen en hun oerdroom verwezenlijken.

Kortom: actie! Durf dat verleidelijke vijftigers-hoofdje niet te laten hangen! De vlotte woordspelingen zetten het nog eens goed in de verf: ‘menopower’, ‘me? no pauze’. Vrouwen boven de 50 worden ‘wifty’ (Women Over Fifty), en zeg nu zelf, dat klinkt als een kruising tussen speels en lichtjes wuft.

Nu voel ik mij door 50 te worden niet ineens een oud wijf dat maar beter een knotje of een korte bijgekleurde coupe kan hebben en een stel breipennen moet aanschaffen. Maar toch denk ik: waar is de ruimte om bewust te mogen en ook moéten ervaren dat niet alles onder controle kan worden gehouden en te perfectioneren valt? Waarom zegt niemand dat overgaan van vruchtbaarheid en leven kunnen geven naar zachtjes ouder worden en je gezicht en lichaam zien veranderen ook minder leuke kanten heeft die vaak weinig te sturen vallen? Dat het misschien ook wel de bedoeling is dat we dit zo bewust mogelijk ervaren in plaats van elk aspect ervan krampachtig te verdoezelen of meteen te bombarderen met praktische oplossingen.

Ik geef toe dat ik me eerder ook wat blind heb gestaard op alle fysieke menopauze-kwaaltjes die altijd in veel te lange lijstjes worden opgesomd, maar toen ik mij onlangs weken aan een stuk in onverklaarbare somberheid gedompeld voelde, begon het te dagen. De overgang is ook al die gevoelens die horen bij deze scharnierfase in het leven:
bang zijn voor fysieke aftakeling en het onbekende wat in het verschiet ligt,
rouwen om het verlies van jeugdige schoonheid en deuren waarvan je het gevoel hebt dat ze dicht gaan,
boos zijn om de rotkop die je soms in de spiegel ziet of het verslappend vel op je buik dat alle crèmes en wonder-oliën ten spijt nooit meer helemaal stevig wordt,
twijfels over de weg die je naar het heden heeft gevoerd en hoe je verder wil,
verdriet over wat je aanvoelt als mislukkingen en die je blijkbaar maar niet weet te integreren,
onbestemde somberheid over dingen die je niet echt weet te benoemen …

Moet dit soort vervelende dingen opgelost worden met hormoonsubstitutie – want het is toch vooral hormonaal allemaal? – of met aangepaste voeding, oefeningen, pillen en ingrepen? Ik hoop van niet. Ik wil best een vitamientje of plantenextract slikken als ik daarmee de scherpe hoeken wat kan afronden, maar ik hoop dat die fameuze overgang ook doodgewoon mag zijn wat het is: met vallen en opstaan leren om goed ouder te worden, met ook alle intense gevoelens die daarbij horen. Met de realiteit dat een ouder lichaam en gezicht ook heel mooi kunnen zijn, maar dat er hoe dan ook iets verloren gaat wat ons dierbaar en eigen was en we die realiteit recht in de ogen moeten zien. Dat zijn trouwens verouder-taken waar mannen net zo goed voor staan als vrouwen. Bij hen heet het misschien eerder midlife, maar in wezen komt het op hetzelfde neer.

Laat dit dus een pleidooi zijn voor de onverbloembare ‘kut-kantjes’ van de menopauze, de kwetsbaarheid, de lelijkheid, het verlorene. Dat ze er mogen zijn en we niet meteen weer hup-en-flink powerwoman moeten zijn. Als we ze kunnen zien als de modderige bodem waarop ongetwijfeld iets anders en nieuws gaat groeien, kan de overgang naar de volgende levensfase misschien de ‘heilzame depressie’ zijn, waarover Marie de Hennezel het heeft in haar boek over ouder worden ‘De warmte van het hart voorkomt roest’.

Ik ga ervoor.

Ultieme droom? Nee, danku.

Ik heb een tijdje geleden gezegd dat als er nog iets te melden viel over de aankomende menopauze ik het hier zou vertellen. Nu stel ik vast dat wat er mij de laatste tijd fysiek of mentaal ook overkomt ik denk: ”t Zal de menopauze wel zijn zeker?’. Een dag hondsmoe met watten in de kop: menopauze zeker? Jeuk achter mijn oren, vettig haar of te veel gesnoept: de menopauze zeker? Nu ja.

Wat ik denk dat er wel mee te maken heeft: ik ben de evidenties van onze knettergekke doe-maatschappij spuugzat. Wat ik bedoel? Onder andere dit: je komt iemand tegen die je al een tijdje niet meer gezien hebt en de vraag luidt ‘Oh, en waar ben jij zoal mee bezig de laatste tijd?’. Versta: je moet iets zodanig geweldigs en sensationeels in de maak hebben dat het entertainend genoeg is voor je gesprekspartner.

Waar het zich nog in uit? In de goedbedoelde maar eigenlijk ook wel ferm opgeklopte boodschappen die we aan één stuk onze strot in geramd krijgen. Bereik je potentieel! Vervul je soul quest! Volg de ware weg van je hart! Je kan wonderen tot stand brengen! Realiseer je ultieme droom! Wees diegene die jij écht bent! 10 geheime tips voor jouw persoonlijke succes! Vind je droomjob/ het geluk /de vervulling/ de ware/ je diep verborgen talent/ je roeping … En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ik geef toe, ik laat me daar ook door verleiden. Wie wil er nu niet een kortere route naar meer geluk of geld, verpakt in hoera-sfeer met een licht spiritueel sausje erover? De keerzijde daarvan is: er wordt echt wel van ons verwacht dat we ‘het maken’. Zeventien yes-you-can-boeken gelezen en nog altijd niet in Patagonië aan het backpacken in je dooie eentje, nog steeds niet de omzet van je zelf uit de grond gestampte hippe business verdubbeld of verhuisd naar een tiny house op de Russische steppe? Ja sorry, maar dan ben je echt wel een hopeloos geval.

Ik zeg het je: al dat overgespannen dromen-realiseren-getoeter zet ons in een snelkookpan en binnenkort ontploffen we. De laatste tijd weet ik het eerlijk gezegd niet meer. Ik weet niet goed meer of ik nu per se mijn eerste dichtbundel op de wereld wil krijgen of pianoles wil gaan geven, een vrouwenworkshop organiseren of weer eens een ‘project’ opstarten. Geen hond zit op die dichtbundel te wachten, misschien heb ik geen talent om les te geven, voor die workshop schrijft geen vrouwmens zich in en maffe projecten heb ik al wel een paar keer eerder uit mijn hoed getoverd. Misschien heb ik wel totaal geen ultieme droom in de la liggen nu. Misschien  ….

WIL IK WEL HELEMAAL NIKS NU!

Of laten we zeggen:

Ik wil nu mijn planten water geven, nah!

Ik wil nu tot in mijn haarwortels genieten van het glas naar de glasbak brengen (zalig toch dat kapotvallen-geluid?).

Waarom zou ik niet eens op zoek gaan naar een job met de minste poespas en de kleinste intellectuele uitdaging die ik maar kan vinden (voor zover zoiets nog bestaat?)

Ik wil nu besluiten – nee, ik heb al besloten – dat er niks speciaals, zelfverwezenlijkends, magisch hoeft te gebeuren.

Gedaan met die tralala!

De eerstkomende tijd ga ik mezelf toestaan hartsgrondig geen zin te hebben, hier en daar mijn voeten aan te vegen en misschien is zo vaak mogelijk naar de sauna gaan ook wel een idee. En wie weet gaat er in de vruchtbare modder van al dat met de middelvinger opgestoken leven wel weer een (liefst heel rustig) plan broeden.

Voor jou

Ik heb de woorden voor je opgeladen.
Hier zijn ze dan.
Gedicht.
Ook heb ik er een lampje in gezet.
Nu zijn ze dus verlicht.
Ik hoop dat je erin kan komen.
Een huis waarvan behalve jij geen één de sleutel heeft.
Je kan er heen wanneer de aarde beeft
en ook die enkele keer wanneer je denkt:
Ik heb al veel te veel geleefd.

huisje

Woedende shampoo

Ik ben in het station.
Lees achteloos de reclameborden waar ik langs loop.
‘Het woedende recept voor zeer droog haar’.
Het valt mij op en ik denk: ‘Hé ja, dat klopt eigenlijk wel, om heel droog haar te lijf te gaan, heeft die shampoo best wel wat knetterende energie nodig. Zoiets van: erop of eronder. Dit varkentje – of eigenlijk, deze kurkdroge haardos – wassen we zo even. Kaboemmmm!’
Euh, nee dus.
Er staat gewoon: ‘Het voedende recept voor zeer droog haar’.
Je fantasie gaat met je op de loop, schat.
Je wordt echt een beetje kierewiet.
Wat zegt dit over jouw energie, als je ‘woedend’ leest in plaats van ‘voedend’ en drie keer moet kijken voor je door hebt dat het eerste echt niet is wat er staat.
Het is vooral jouw energie die knettert en laait de laatste tijd.
Geregeld richting woedend in plaats van voedend.
Maar eigenlijk … so what?
Ik weet het, woedend is zo ‘not done’.
Zo oei-oei-wat-scheelt-er?
Zo ‘kan je je niet een beetje beheersen’?
Nee, er scheelt niks.
Ik weet het gewoon van mezelf.
Ontkenning noch verontschuldiging, het gaat niet ondergronds.
Ik leef even in een wereld waarin woedende shampoo plausibel is en alles soms flink oplaait vanbinnen.
Omdat het mag hoef ik niet binnenkort iets in de fik te steken, hoef ik – meestal – geen onschuldige verrot te schelden of niet helemaal loos te gaan op sociale media.
Zo werkt dat.
Best voedend eigenlijk.

 

Fabuleus 50 of ouwe doos?

Ik word vijftig. Nog niet helemaal heel binnenkort, maar toch. In september is het zo ver. Nu moet je weten dat ik de afgelopen jaren bij momenten met een mengeling van weerzin en benauwdheid aan alles wat dat getal voor mij betekende heb zitten denken: menopauze – ugghhh! – , nog meer rimpels, eventueel oprukkende kilo’s en vetrollen, slap vel, slapeloosheid, hormoon-rollercoasters met bijhorend idioot gedrag. Kortom, zieligheid en gruwel troef leek het mij. Ik kon er met de beste wil van de wereld niks positiefs aan ontdekken om de mistige kaap van 50 te ronden. Mijn echtgenoot suste tussendoor dat het allemaal heus wel zou meevallen en een man van een eind in de 50 verzekerde mij dat het allemaal alleen maar beter werd met de jaren voor intelligente mensen zoals ik. Dat laatste was mooi meegenomen als compliment, maar voor de rest vond ik dat ze vooral één detail over het hoofd zagen: zij zijn geen vrouwen, dus weten zij veel.

vintage50

Ik bespeur in de media een wat hijgerig discours over vrouwen van 50 en ouder dat vooral door vrouwen zelf wordt onderhouden (lees er Sonja Kimpen en Martine Prenen op na): ze tellen echt nog mee / nee, ze zijn niet oud / niet klaar om alleen nog koekjes te bakken en de geraniums water te geven. Tot en met het overspannen uitbazuinen van peptalk à la ‘een heel nieuwe levensfase’ / ‘begin lekker opnieuw’ / ‘nergens te laat voor’ / ’50 worden is fabuleus’. Met perfect gestileerde foto’s met de juiste lichtinval erbij zodat de intredende aftakeling nog niet al te zichtbaar is.

Ik heb besloten dat ik het op mijn geheel eigen wijze ga aanpakken. Dat wil zeggen: wegkwijnen noch doen alsof 50 het nieuwe 35 is, niet flauw doen, niet in ontkenning gaan en wel zien wat zich aandient. Ik weet dat ik af en toe in stilte ga blijven gillen dat ik geen zin heb om een oud wijf te worden, dat ik met een zekere regelmaat de echtgenoot aan de kop ga zeuren en dat ik met enige afgunst ga zitten gluren naar een mannengezicht hier, een mannenarm daar waarvan ik vind dat die zoveel eleganter ouder worden dan mijn onderdelen. (Waarbij ik eerlijkheidshalve moet toegeven dat sommige mannen-onderdelen dan weer minder gracieus verouderen dan mijn equivalent, maar laat ik nu niet té veel in detail treden.)

Wat ik ook ga doen: mijn zegeningen tellen. Ik ben bijna vijftig en nee, ik verga niet van de opvliegers, heb voorlopig hetzelfde figuur als 10 jaar geleden, nauwelijks een grijze haar en het maandelijkse klokje tikt nog tamelijk netjes. Ik heb van de natuur gewoon de tijd gekregen om er helemaal klaar voor te zijn, en dat ben ik nu wel zowat geloof ik. Op die grijze haren zit ik eigenlijk bijna te wachten omdat ik denk dat ze, geloof het of niet, flatterend zullen staan.

Ik ging er helemaal van uit dat het in mijn lijf zou starten, het hele meno-gedoe, maar nee, sinds kort stel ik vast dat mijn hoofd het startschot heeft gegeven. Met de regelmaat van een klok ben ik kwaad, woedend, laaiend van ergernis en frustratie en slaan de vlammen net niet uit mijn haar. Want alle kut-klerezooi kan de hort op, inclusief alle verdomde lastpakken rond mij – euhm, sorry jongens – en ik sta klaar om mijn strijdwagen met 4 zwarte merries ervoor van stal te halen, denderend de straat uit te jagen en alles achter mij te laten. Godverdomme!

Nu moet ik zeggen dat ik woede ken bij mezelf. Toen ik jonger was, had ik er af en toe flink last van, maar met de jaren was het op dat vlak wel wat kalmer geworden in de huishouding. Echtgenoot, Kinderen en ik kunnen nu vaststellen dat Hare Wilde Boze Ontembaarheid opnieuw de kop opsteekt.

Maar ik herhaal: niet in ontkenning gaan en zien wat zich aandient. Woede dus voorlopig, en een verlangen om uit te breken. Geef Me Iets Anders, godbetert. Voorlopig verlaat ik huis en haard nog niet, maar ik voel dat het wel goed is, de evidenties die uit hun tuttige hoesjes worden geschud en op de grond in scherven vallen. In vraag stellen of ik altijd moet proberen om correct, verzoenend, sociaal wenselijk gedrag te vertonen. Niet dat ik dat eerder altijd deed (vooral Echtgenoot en Kinderen kunnen daarover meespreken, vrees ik), maar zelf voel ik het zo aan dat ik al mijn halve leven zo verdomd mijn best heb zitten doen en het nu misschien stilaan wat minder mag.

Laverend tussen fabuleus – meer dan ooit vaststellend dat het leven veel kleine en grote snoepmomentjes heeft – en weerspannige ouwe doos – nee, ik wil pertinent geen botox, geen lifting en ja die stomme voorhoofdrimpels en die lijnen rond mijn mond zijn lelijk en diep en dat is dan maar zo – vaart mijn vrouwelijke-piratenkapiteinboot richting september. Als het zo uitkomt stuur ik de komende tijd nog wel eens een postkaartje.

 

 

 

‘Mais … vous ne me l’aviez pas dit!’

Een paar decennia geleden liepen zijn weg en de mijne even parallel. Daarna gingen we verschillende kanten uit. Heel af en toe, met jaren tussenin, was er een miniem stapsteentje van contact. Onlangs leidden de ondoorgrondelijke stromen van de sociale media ons allebei naar hetzelfde evenement in de stad. We deden wat hele oude kennissen dan doen: bijpraten met een drankje. Zijn verhaal was voor mij verrassend en onvermoed, ogen-openend en treffend …

belgium-2628337_960_720

Ik belde aan. Het was donderdag om vijf voor elf – zoals altijd. Eerst sprak niemand. Dan klonk een stem die als het ware uit bed kwam:

      ‘Qui est-ce ?

      ‘Mais … c’est moi’.

–      ‘Mais, c’est le 21 juillet !’, zei mijn psychanaliste die ik aanbad. ‘Je ne reçois pas aujourd’hui’.

–      ‘Mais … vous ne me l’aviez pas dit.’

      ‘Non. Naturellement pas. C’est évident, non ? C’est la Fête nationale….’

Zij en ik hadden het eindelijk gevonden – na zoveel maanden.

Autisme.

Een psychodiagnose bevestigde het: ‘Vermoedelijk autisme – “active but odd”’. Ik ben degene die je, sympathiek maar wat raar, aanspreekt aan de bushalte. Ik doe aan politiek om mensen op straat te kunnen aanklampen. Verder vond de psychologe zware hiaten in verwerkingssnelheid, stressbestendigheid, oplossingsvermogen en geheugen…

Maar ik was opgelucht. En het internet leerde me dat ik niet alleen ben. Je rond de vijftig omdraaien en de puinhoop achter je zien ? En plots begrijpen waarom ? Zo zijn er velen.

We brachten ons dochtertje naar een sportkamp. Het kamp werkt ook met autistische kinderen. Een mooie affiche vol bloemen vermeldde heel liefjes veel van wat ik ben : “Geef me bedenktijd als je iets zegt of vraagt” – “Als ik boos ben kan dat zijn omdat het te druk is. Laat mij dan maar eventjes. Alleen zijn helpt mij echt” – “Een vast plekje vind ik fijn” – “Raak mij liever niet onverwacht aan” – “Wachten of niets doen vind ik moeilijk” – “Praat langzaam en met korte zinnen” – “Verwacht niet van me dat ik je in de ogen aankijk. Ik ben dan snel afgeleid. Ik kan misschien beter luisteren als ik ergens anders naar mag kijken”. Ik voeg er enkele aan toe: mijn soldaatjes stonden altijd zorgvuldig in slagorde, maar vechten deden ze zelden. Ik heb ook nooit een model gevonden in andere mensen. Angst ligt op elk plekje van mijn huid. En heel problematisch: ik weet pas hoe ik een situatie zal aanvoelen wanneer ik me erin bevind. Is het een gebrek aan verbeeldingskracht?

Onbewust gruwde ik voor wereldvreemdheid en isolement. Ik wilde ‘in het echte leven staan’. Ik koos voor het professionele leven dat het minst bij me paste: hyper-internationaal, met een massa sociale contacten. Onbewust koos ik vermoedelijk een beroep niet als beroep maar als therapie. Ik haatte de ontworteling die met verplaatsingen gepaard ging, maar besefte het niet. De contacten putten me uit.  (Een anekdote: ik leerde mensen in de ogen kijken, vermoedelijk toen ik aan de universiteit begon, maar wat ik niet kan is mijn blik doen glijden van een persoon naar een ander. Ik sprak op een receptie met een man. Zijn vrouw voegde zich bij ons. Ik kon haar niet begroeten. Wat ik ook nooit heb gekund is mensen aan elkaar voorstellen).

Veel is nu stuk. En veel mensen heb ik kwaad gedaan. Of ik professioneel de berg weer wat op kan is niet zeker. Maar ik ken nu mijn beperkingen, en ik zal me niet meer in onmogelijke situaties stoppen. Ik geniet meer van kleine dingen, en ik kan me heel gezellig in mezelf terugtrekken. En vooral: ik ken mezelf. “Mensen met autisme begrijpen de ander niet goed”, dat weten we. Maar ik kende mezelf niet. In griezelfilms staat iemand voor een spiegel en ziet hij of zij niemand. Er bestaan zeer weinig foto’s van me. Ik vermeed die. Een Canadese vriend vroeg me telkens met veel aandrang: “How are you doing today?”. Ik werd altijd woedend. Zonder dat ik het begreep, deed zijn vraag me voelen dat ik niet wist hoe ik me voelde.

De vergeetachtige engel

angel

Engelen spreken tot de verbeelding. Zijn ze wel zo heilig als ze er meestal uitzien? Wat zit er onder hun gewaad? Hoe zitten hun vleugels vast? Wat eten ze? Kan je op ze rekenen wanneer je ze nodig hebt? Een gedicht schrijven bij een kunstwerk doe ik zelden, maar bij deze engel van Paul Klee kon ik het niet laten. Wanneer Klee begint te tekenen sluipt er meestal eenvoud en speelsheid in, maar ook dubbele bodems. Is het toeval dat hij uitgerekend in 1939 een serie engelen tekent?

 

 

 

 

Vergeetachtige engel, 1939

Dat hij eergisteren al de gewaden van de opperengel had moeten halen in de stomerij.
Dat er dringend gouden lepeltjes moeten bijbesteld.
Dat de stoep voor de poort moet geveegd.
De bazuinen moeten opgepoetst want morgen is het zondag.

Zijn hoofd loopt om, hij is van het dromerige type, weet je wel.
Hij staart vaak in de wolken en vraagt zich af of geen vleugels hebben ook voordelen heeft.
Misschien mag alles dan trager hoewel als hij eens naar beneden kijkt weet hij het niet zo zeker.

Ondanks dat mankement wil Klee hem tekenen vandaag.
Hij had ook kunnen zeggen: stuur je broer of neef maar naar me toe, die hebben tenminste vereeuwiging verdiend.
Maar nee, de kunstenaar begrijpt die neergeslagen blik, die van gêne friemelende handen.
Met wat lijnen heeft hij hem zo op papier.
Niet ten voeten uit, want vergeetachtigen hebben altijd meer te verbergen dan zo op het eerste gezicht lijkt.
Wanneer hij klaar is en de engel uitgeleide doet, plukt hij discreet een stofpluk uit diens linkervleugel.
Vast vergeten opschudden na het ragen van de gewelven.