A drawing a day …

Je kent vast het Engelse gezegde ‘An apple a day keeps the doctor away’. Ik moet daar altijd aan denken wanneer ik teken en vervang ‘apple’ dan door ‘drawing’. ‘A drawing a day keeps the doctor away’. Ik voel me helemaal geen tekenaar, heb er nooit cursussen voor gevolgd en beschouw het ook niet als één van mijn talenten, maar voel het wel aan als een verrijking en een vorm van mentale zelfzorg om het regelmatig – elke dag is wat te hoog gegrepen – te doen. Mijn tekensessies zijn kort – tekeningen van landschappen of natuur in mijn buurt maak ik doorgaans in 10 à 15 minuten, fantasietekeningen in maximum een half uur. Tekenen heeft allerlei heilzame effecten:

  • het is een motivator om naar buiten te gaan
  • het zorgt voor ‘flow’: wanneer je tekent kan je haast niet anders dan in het moment zijn
  • het kan je blij maken middenin een zorgendag of een rotperiode
  • het prikkelt je fantasie en je creativiteit op andere vlakken
  • het doet je stilstaan en kijken naar mooie / bijzondere / doodgewone dingen

Hier zijn wat ideetjes, waarbij ik hoop dat je ook het virus te pakken krijgt.

Een schetsje van vegetatie langs een veldweg. Er was wind en het begon te regenen, zoals je ziet aan de lichter blauwe vlekjes. Materiaal: vulpen op schetsboekpapier

Een veldweg met winterse bomen. Om te selecteren wat je gaat tekenen, ga je het best heel intuïtief te werk. Op sommige momenten valt je een detail op, andere momenten treft het landschap je. Het is zoals wanneer je foto’s maakt op reis: zonder er veel over na te denken laat je je leiden door wat je spontaan mooi vindt. Materiaal: bruine fijnschrijver op schetsboekpapier

 

Je kan ook puur vanuit je fantasie werken. Schets een omtrek, bv een cirkel of zoals in dit geval een druppelvorm en vul de omtrek helemaal op. Gebruik zo min mogelijk je rationele brein. Plan niet van tevoren de structuur van je tekening en laat je voor vormen en kleuren telkens leiden door wat je hand vanzelf lijkt  te willen doen.. Denk niet na over welke kleuren al dan niet bij elkaar passen, maar grijp naar de kleur waarbij je zoiets als ‘hé ja’ voelt.

Materiaal: potlood en kleurpotloden op schetsboekpapier

 

 

 

Weer een heel snel landschapje. Details hoeven helemaal niet correct te zijn. De gebouwen aan de horizon zijn niet accuraat en de bomen zijn niet meer dan suggestieve krabbels.

 

Soms kan een tekening ontstaan omdat je even niks anders te doen hebt. Deze maakte ik omdat ik ergens moest zitten wachten. Ik had toevallig ruitjespapier bij en tekenmateriaal – niet dat ik dat standaard overal mee naartoe sleep. De woorden kwamen op een bepaald punt toen ik voelde dat het zonder niet af zou zijn.

Materiaal: ruitjespapier, kleurpotloden, gekleurde balpennen en fijnschrijvers, goud- en zilvermarker, zwarte marker.

 

 

 

 

 

Ben ik altijd tevreden over wat ik teken? Helemaal niet! Soms vat ik niet de sfeer die ik in een tekening wil hebben. Deze ontstond tijdens een recente wandeling in een natuurgebied. Overal waren ontluikende blaadjes, prille bloesems, katjes, alles bewoog in de wind, de bomen rondom ruisten en kraakten. Die indrukken kwamen helemaal niet in de tekening terecht, zoals ik graag had gewild. Het lettertype van de tekst vind ik te stijf, het had veel natuurlijker gekund. Maar dat hoort bij tekenen, en al helemaal bij snel en spontaan tekenen.

Wanneer je vaker tekent, leer je ook je beperkingen kennen. Ik krijg dieren zelden goed op papier en aan portretten durf ik me nauwelijks te wagen. Dat wil niet zeggen dat we ons moeten laten beperken. Misschien is het gewoon een kwestie van iets meer tijd nemen of een keer wat handboeken over tekentechniek bekijken.

Ik wens je zalige tekenervaringen!

 

Ladder, lift, bucket list of nog wat anders?

Als je de manier waarop je naar je leven kijkt in één beeld moest vangen, welk beeld zou dat dan zijn? Bij mij is het altijd een ladder geweest. Tenminste, tot nu toe. Tenzij je eraf dondert ga je via een ladder de hoogte in, ze voert je ergens heen, naar een positie die meer uitzicht biedt dan de vorige. Ladders en succes vormen een innig paartje. Ik heb altijd met half bewuste beelden rondgelopen dat ik op weg was – of moest zijn – naar hoger en beter: interessanter werk, een fijnere woonplek, meer kwaliteit in mijn relaties, een betere versie van mezelf … Wat eigenlijk impliceert dat waar ik ben niet goed genoeg is. Het is natuurlijk ook waar onze wereld in suddert en marineert: hoger, beter, uitdagender, spannender, bijzonderder … Zelfs in de tendenzen die de andere kant op lijken te gaan dan onze crazy streefsamenleving zit het verweven: meer eenvoud, aan jezelf werken, spiritueler zijn, meer mindful … Nooit mogen we gewoon zijn waar we zijn want er moet toch minstens iets worden opgeblonken. De ontelbare aanbiedingen voor verbeterbaarheid op elk mogelijk levensterrein – van gadgets en apparaten tot peperdure cursussen – drukken ons er permanent met de neus op: stilstand op de ladder is fout, of minstens not done.

Als we het beeld van de ladder nog even vasthouden, kan ik wel stellen dat ik me de afgelopen maanden eraf voelde vallen. Of misschien verbrokkelde ze gewoon onder mijn voeten en was er alleen nog een gat. Het perspectief maakte een tuimeling. Ik bespeurde plots helemaal niks meer van een opgaande lijn of evolutie. Mijn verleden voelde als een rugzak vol kasseien in plaats van als een schatkist om af en toe met een glimlach in te gluren. Toen ik op zoek naar wie ik nu eigenlijk ben oude dagboeken ging herlezen viel het me op: de pijnlijke weerhaken waar ik last van heb, die waren er 10 jaar geleden ook al. Niet zo heel anders dan nu.  Daag betere versie van mezelf!

Ik zocht naar een ander beeld en kwam uit op de lift. Die gaat naar boven, maar komt ook weer naar beneden. Eén verdieping omhoog en weer drie naar beneden. Stijgen en dalen als wetmatigheid van liften. En van het leven. Wat nog altijd opwaartse en neerwaartse beweging inhoudt, en dus eventueel oordelen van goed, beter, minder en slecht, daar ben ik me van bewust. Maar toch een voor mij meer bruikbaar en realistisch beeld.

Ik had behoefte aan nog een ander beeld. Vaak heb ik er last van dat ik wat weg heb van een berggeit die grillig van rots naar rots springt, eerder dan van een pelgrim die rustig z’n weg bewandelt. Ik kan mateloos bewondering hebben voor mensen die 15 of 20 jaar met passie aan één of ander project werken en steeds deskundiger worden. Zelf ontbeer ik totaal het juiste gen daarvoor en zwerf ik nomadisch op de golven van wat mij tijdelijk boeit. Ik werd bijvoorbeeld geen docent Russisch met uitzicht op een lang academisch leven, al had dat 25 jaar geleden gekund. En ik studeerde vorig jaar niet netjes af als pianist, al zat het erin. Meestal beschouw ik het als een wat beschamende tekortkoming. Telkens weer komt de vraag ‘wat ga je nu verder doen met je diploma / kennis / vaardigheid?’. Er moet een logisch vervolg zijn, want anders kom je toch helemaal nergens op die levensladder (laat staan dat het ooit nog in orde komt met je pensioen en wanneer ga je je nu een keer als een verantwoordelijke volwassene gedragen)!

Onlangs daagde het: eigenlijk benader ik het leven als een bucket list. Veel meer dan naar succes na succes in één of ander doel ben ik altijd op zoek naar ervaringen om toe te voegen aan mijn bonte lijstje. Met een studiebeurs naar Rusland in de prille post-sovjettijd: check! Thuis bevallen: check! Mijn kinderen buiten het reguliere schoolsysteem grootbrengen: check! Snare drum spelen in Rio tijdens het carnaval: check! Op mijn 45e aan het conservatorium gaan studeren: check!

Als ik het zo bekijk worden de kasseien in die rugzak van het verleden langzaam kiezelsteentjes. Het woog zo zwaar omdat ik er allesbehalve trots op was. En het gaat niet zonder slag of stoot, maar ik mag – stilaan, misschien – van mezelf grillig zijn. Meer nog: ik moet het vooral blijven, want blijkbaar is het mijn natuur. Ik maak zelden echte bucket lists op papier, want als het er staat, dan wordt het meteen zo dwingend. Berggeiten plannen nu eenmaal ook niet vooruit waar ze morgen heen springen. Maar het beeld hou ik vast. Net als de lift. Ladders gebruik ik voortaan alleen nog om appels te plukken of op mijn dak te klauteren.

 

Kerstbrief aan mijn dierbaren

Liefsten,

Laat ik maar meteen helderheid scheppen: verwacht geen traditioneel kerstcadeau van me dit jaar, en wees voorbereid voor de komende jaren. Het is uit, ik doe niet meer mee. De afgelopen dagen viel het me op in mijn contacten, van alle kanten kwam het op me af: de ene had het over namen trekken en lijstjes opstellen, de ander sms’te me over shopping-perikelen, een derde moést nog het perfecte cadeau scoren voor x of y. Telkens overviel mij een wee, beklemd gevoel. Ik beschouw jullie stuk voor stuk als kritische, weldenkende mensen en zie met lede ogen hoe jullie door KKK – KerstKoopKoorts – worden bevangen. Begrijp me goed: ik wil me niet superieur opstellen. Ik geef toe dat het me op sommige momenten  ergert en ik mijn ogen in toom moet houden zodat ze niet gaan rollen, mijn tong omdraai in mijn mond opdat er geen ‘oh my god’ zou ontsnappen. Ik voel me erbuiten staan en ervaar een zekere gekweldheid, omdat ik het jammer vind dat jullie je blijkbaar gedwongen voelen om aan de consumptiegekte mee te doen.

Ik weet het wel, het gaat om sfeer. Ik weet het wel, het kan gezellig zijn om bij een opgetuigde spar en het nodige voer en drank cadeautjes uit te pakken. Maar ik kan me ook niet ontdoen van de indruk dat het allemaal wel heel obligaat is, dat het een evenwichtsoefening wordt in wederzijdse materiële verwachtingen.
Jij koopt voor mij een keukengadget.
In ruil koop ik voor jou een dvd-box.
Tot en met afspraken over maximale budgetten. Het lijken de Belgische begrotingsonderhandelingen wel. En uiteindelijk komt het neer op: nog meer overbodige spullen, nog meer ballast, nog meer afval en de koopindustrie die nog maar eens haar almacht bevestigd ziet.

Het doet mij denken aan een uitspraak van de Sloveense filosoof Slavoj Zizek dat het doel van het kapitalisme erin bestaat ons te laten ophouden met denken. Liefsten, jullie zijn stuk voor stuk intelligente mensen, laten we weer helder worden in het hoofd, laten we dit juk afgooien en heerlijk samen zijn met kerst zonder al die ingepakte koude kak. Mijn verstand kan er niet bij dat heel dit commerciële circus is gebouwd omheen de vermeende geboortedag van een man die eenvoud en menslievendheid uitdroeg en zich kritisch opstelde ten opzichte van de samenleving waarin hij was opgegroeid. Laten wij dat dan ook doen.

Ik hou oprecht van jullie allen en ik besef dat ik dat veel te weinig laat blijken. Mea culpa, ik ben soms een onvermogend opdondertje. Daarom het volgende besluit: elk van jullie mag de komende tijd bij wijze van alternatief cadeau een persoonlijke eindejaarsbrief van me verwachten. Op papier of digitaal, zoals het uitkomt. Ik zal erin neerschrijven waarom ik van elk van jullie hou, wat ik in jullie bewonder en wat me als bijzonder fijn bijblijft van het afgelopen jaar. Ik hoop dat jullie het mij niet kwalijk nemen dat er verder niks uit te pakken zal vallen of dat ik hier de kerstpret zit te vergallen met mijn gezeur.

Hou vooral je mailbox en  je slakkenpost in het oog.

Liefs,

Sandra

 

 

Zwarte bladzijden in een zwart boek

Een kiezel in je schoen geeft een instant rotgevoel. Het mag nog zo’n klein flintertje steen zijn,  je voet of tenen hebben het meteen door. Weg met dat ding, het moet eruit, nu! Anders is het gesteld met een kiezel in je kop, en dat is precies het gevoel waar ik al dagen mee rondloop. Alsof er iets kleins zit te schuren en schrapen daar vanbinnen en ik het niet kwijt kan raken. Het is geen hoofdpijn, tenzij er zoiets als existentiële hoofdpijn zou bestaan. Ik kan het niet duiden, maar één ding is zeker: het zit even fout als een kiezel in een schoen. Ik kan het niet vergeten, en ik slaag er totaal niet in om me normaal te voelen. Alsof alles in mij een eindje verschoven is en mijn bewustzijn niet in staat is om in z’n gebruikelijke plooi te vallen. Zodat ik me on-mij en vervreemd en verloren voel.

WTF is dit? Het is niet dat ik me nooit eerder wat depri of niet helemaal in de haak heb gevoeld, maar dit is van een ander kaliber. Donkerder, zwarter. Gisteren welden er opeens woorden in mij op, zoals dat mij wel vaker overkomt. Ze zijn er plots, alsof ik een scherm in mijn hoofd heb waarop iemand die ik niet ken ze tikt. Gisteren was het:

zwarte bladzijden die met
zwart worden beschreven
in een zwart boek

Ik zie me al zitten, uit het raam kijkend naar de tuin, met dat zwarte boek met zwarte bladzijden voor me, vergeefs pogend erop te schrijven. Dus ja, WTF is dit? Bij alle wat vreemde gewaarwordingen die ik sinds een tijdje heb, ben ik geneigd te denken ‘menopauze zeker?’, hoewel ik geen idee heb. Misschien is het ook wel midlife of een voedingstekort, Seizoensafhankelijke Depressie (SAD) of nog wat anders.

Of ik het niet gewoon kan omhelzen, zoals dan uit spirituele hoek een wijze stem fluistert? Hell, no! Ik wil dat dit weggaat. Ik heb geen zin om me dag na dag deze inadequate loser met kiezelkop te voelen.

Vorige week ging ik met een vriend naar een theatervoorstelling, ‘De Meester en Margarita’ (een productie van Froefroe en Laika). Op een bepaald moment gaat het personage Margarita in op een wat louche uitnodiging voor een feest. Ze moet zichzelf met één of ander smeersel insmeren en hallucineert een sensuele vlucht door de stad voor ze op de plaats van bestemming aankomt. (Het is een verhaal met enig fantasiegehalte, laat dat duidelijk zijn.) Op het feest krijgt zij – argeloze meid met zwierig knalrood jurkje aan – de opdracht te dansen met alle aanwezigen. Opzwepende muziek, bevreemdende atmosfeer en telkens wordt haar meegedeeld wie de volgende danspartner is. Het blijken stuk voor stuk oplichters, schurken en misdadigers te zijn, maar zij moet ondanks haar schrik en afkeer mee in de wervelende caroussel.

Ik voel het helemaal niet aankomen daar in mijn theaterstoeltje, maar plots staan er tranen in mijn ogen. Mijn lichaam en gevoel hebben het eerder begrepen dan mijn hoofd, blijkbaar, dat dit een snaar in mij raakt. Met enige seconden vertraging begrijp ik het ook: dat de vrouw in het rode jurkje gedwongen wordt te dansen met haar eigen schaduwkanten, wat er in haarzelf ligt aan duistere sujetten. Dit is een test, en zij moet hem doorstaan. Geen wonder, want de uitnodiging voor het feestje kwam van de duivel in hoogsteigen persoon. Een tamelijk verlichte duivel trouwens.

Is dit het dan: dansen met de schaduw? Ach laat me met rust! Naar mijn gevoel heb ik eerder al met duizend schaduwen gedanst, ik ben intussen specialist in het genre, lijkt me. Ik ben moe, ik hoef niet, eigenlijk wil ik niet weten wat er komt.

Een maand of twee geleden had ik ook al zo’n donkere periode, en toen volgde er wel degelijk nieuwe helderheid op. Iets met meer rustig stromen en kleine dankbaarheid erin dan doorgaans mijn deel is. Misschien moet ik daarop hopen. En intussen samenleven met een kiezel in een hoofd dat niet even kan worden uitgetrokken als een schoen.

De Meester en Margarita (Froefroe en Laika)

‘De heilzame depressie’

Mag ik het nog eens over de menopauze hebben? Wie zich – testosteronvat zijnde of onder 40 – niet aangesproken voelt, klikt maar gewoon weg. Bij uitbreiding gaat het ook over ouder worden, en daar komen we in ieder geval allemaal zonder uitzondering ooit aan toe.

Ik lees wel eens wat hier en daar – understatement, ik ben een onvervalste letterveelvraat – en als het over de menopauze gaat, valt dit me op: alle auteurs – vrouwelijke auteurs, ik heb eigenlijk nog geen mannelijke auteurs over dit topic gelezen – willen weg van het beeld van die zielige vrouwen die nu onvruchtbaar en dus oud, afgeschreven en on-sexy zijn. Begrijpelijk, en niemand kan daar rouwig om zijn. Dat beeld klopt ook niet, of niet meer. Maar het lijkt wel alsof de menopauze-schrijfsters de beeldvorming dan maar ineens met de hardnekkigheid van een terriër helemaal de andere kant op willen sturen.

Vrouwen van 50+ zijn oh zo sexy, ‘forever young and beautiful’, klaar om met één grote zwiep alle bullshit uit hun leven te schrappen – die knullige man die hen nooit een orgasme heeft bezorgd inbegrepen – en de switch te maken naar een sensationeel-denderende nieuwe levensfase waarin ze plots alle gefrustreerde droompjes die ze nooit gerealiseerd hebben toch zullen doen uitkomen. Misschien overdrijf ik een beetje, maar daar komt het toch wel wat op neer. Het lijkt mij perfect te passen in onze tijdgeest van maakbaarheid. Als je het maar genoeg wil en er hard genoeg voor gaat, is alles mogelijk. Menopauze wordt het zoveelste ding in het vrouwenleven waaraan hard moet gewérkt worden (en vrouwen ploeteren zich doorgaans al te pletter). Alles staat daarbij in het teken van beheersbaarheid en verbetering, en het gaat voornamelijk over het lichaam. Als je het zo eens inschat, moeten vrouwen in de overgang zowat 24 uur per dag bezig zijn: met fysieke oefeningen voor elk verslappend deel van hun lijf, met de juiste supplementen kiezen en ze slikken, met hun borsten en bekkenbodem inspecteren en in topvorm houden, met fillers / botox / een plastische ingreep overwegen en laten uitvoeren, met hun carrière-omslag plannen en hun oerdroom verwezenlijken.

Kortom: actie! Durf dat verleidelijke vijftigers-hoofdje niet te laten hangen! De vlotte woordspelingen zetten het nog eens goed in de verf: ‘menopower’, ‘me? no pauze’. Vrouwen boven de 50 worden ‘wifty’ (Women Over Fifty), en zeg nu zelf, dat klinkt als een kruising tussen speels en lichtjes wuft.

Nu voel ik mij door 50 te worden niet ineens een oud wijf dat maar beter een knotje of een korte bijgekleurde coupe kan hebben en een stel breipennen moet aanschaffen. Maar toch denk ik: waar is de ruimte om bewust te mogen en ook moéten ervaren dat niet alles onder controle kan worden gehouden en te perfectioneren valt? Waarom zegt niemand dat overgaan van vruchtbaarheid en leven kunnen geven naar zachtjes ouder worden en je gezicht en lichaam zien veranderen ook minder leuke kanten heeft die vaak weinig te sturen vallen? Dat het misschien ook wel de bedoeling is dat we dit zo bewust mogelijk ervaren in plaats van elk aspect ervan krampachtig te verdoezelen of meteen te bombarderen met praktische oplossingen.

Ik geef toe dat ik me eerder ook wat blind heb gestaard op alle fysieke menopauze-kwaaltjes die altijd in veel te lange lijstjes worden opgesomd, maar toen ik mij onlangs weken aan een stuk in onverklaarbare somberheid gedompeld voelde, begon het te dagen. De overgang is ook al die gevoelens die horen bij deze scharnierfase in het leven:
bang zijn voor fysieke aftakeling en het onbekende wat in het verschiet ligt,
rouwen om het verlies van jeugdige schoonheid en deuren waarvan je het gevoel hebt dat ze dicht gaan,
boos zijn om de rotkop die je soms in de spiegel ziet of het verslappend vel op je buik dat alle crèmes en wonder-oliën ten spijt nooit meer helemaal stevig wordt,
twijfels over de weg die je naar het heden heeft gevoerd en hoe je verder wil,
verdriet over wat je aanvoelt als mislukkingen en die je blijkbaar maar niet weet te integreren,
onbestemde somberheid over dingen die je niet echt weet te benoemen …

Moet dit soort vervelende dingen opgelost worden met hormoonsubstitutie – want het is toch vooral hormonaal allemaal? – of met aangepaste voeding, oefeningen, pillen en ingrepen? Ik hoop van niet. Ik wil best een vitamientje of plantenextract slikken als ik daarmee de scherpe hoeken wat kan afronden, maar ik hoop dat die fameuze overgang ook doodgewoon mag zijn wat het is: met vallen en opstaan leren om goed ouder te worden, met ook alle intense gevoelens die daarbij horen. Met de realiteit dat een ouder lichaam en gezicht ook heel mooi kunnen zijn, maar dat er hoe dan ook iets verloren gaat wat ons dierbaar en eigen was en we die realiteit recht in de ogen moeten zien. Dat zijn trouwens verouder-taken waar mannen net zo goed voor staan als vrouwen. Bij hen heet het misschien eerder midlife, maar in wezen komt het op hetzelfde neer.

Laat dit dus een pleidooi zijn voor de onverbloembare ‘kut-kantjes’ van de menopauze, de kwetsbaarheid, de lelijkheid, het verlorene. Dat ze er mogen zijn en we niet meteen weer hup-en-flink powerwoman moeten zijn. Als we ze kunnen zien als de modderige bodem waarop ongetwijfeld iets anders en nieuws gaat groeien, kan de overgang naar de volgende levensfase misschien de ‘heilzame depressie’ zijn, waarover Marie de Hennezel het heeft in haar boek over ouder worden ‘De warmte van het hart voorkomt roest’.

Ik ga ervoor.

Ultieme droom? Nee, danku.

Ik heb een tijdje geleden gezegd dat als er nog iets te melden viel over de aankomende menopauze ik het hier zou vertellen. Nu stel ik vast dat wat er mij de laatste tijd fysiek of mentaal ook overkomt ik denk: ”t Zal de menopauze wel zijn zeker?’. Een dag hondsmoe met watten in de kop: menopauze zeker? Jeuk achter mijn oren, vettig haar of te veel gesnoept: de menopauze zeker? Nu ja.

Wat ik denk dat er wel mee te maken heeft: ik ben de evidenties van onze knettergekke doe-maatschappij spuugzat. Wat ik bedoel? Onder andere dit: je komt iemand tegen die je al een tijdje niet meer gezien hebt en de vraag luidt ‘Oh, en waar ben jij zoal mee bezig de laatste tijd?’. Versta: je moet iets zodanig geweldigs en sensationeels in de maak hebben dat het entertainend genoeg is voor je gesprekspartner.

Waar het zich nog in uit? In de goedbedoelde maar eigenlijk ook wel ferm opgeklopte boodschappen die we aan één stuk onze strot in geramd krijgen. Bereik je potentieel! Vervul je soul quest! Volg de ware weg van je hart! Je kan wonderen tot stand brengen! Realiseer je ultieme droom! Wees diegene die jij écht bent! 10 geheime tips voor jouw persoonlijke succes! Vind je droomjob/ het geluk /de vervulling/ de ware/ je diep verborgen talent/ je roeping … En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ik geef toe, ik laat me daar ook door verleiden. Wie wil er nu niet een kortere route naar meer geluk of geld, verpakt in hoera-sfeer met een licht spiritueel sausje erover? De keerzijde daarvan is: er wordt echt wel van ons verwacht dat we ‘het maken’. Zeventien yes-you-can-boeken gelezen en nog altijd niet in Patagonië aan het backpacken in je dooie eentje, nog steeds niet de omzet van je zelf uit de grond gestampte hippe business verdubbeld of verhuisd naar een tiny house op de Russische steppe? Ja sorry, maar dan ben je echt wel een hopeloos geval.

Ik zeg het je: al dat overgespannen dromen-realiseren-getoeter zet ons in een snelkookpan en binnenkort ontploffen we. De laatste tijd weet ik het eerlijk gezegd niet meer. Ik weet niet goed meer of ik nu per se mijn eerste dichtbundel op de wereld wil krijgen of pianoles wil gaan geven, een vrouwenworkshop organiseren of weer eens een ‘project’ opstarten. Geen hond zit op die dichtbundel te wachten, misschien heb ik geen talent om les te geven, voor die workshop schrijft geen vrouwmens zich in en maffe projecten heb ik al wel een paar keer eerder uit mijn hoed getoverd. Misschien heb ik wel totaal geen ultieme droom in de la liggen nu. Misschien  ….

WIL IK WEL HELEMAAL NIKS NU!

Of laten we zeggen:

Ik wil nu mijn planten water geven, nah!

Ik wil nu tot in mijn haarwortels genieten van het glas naar de glasbak brengen (zalig toch dat kapotvallen-geluid?).

Waarom zou ik niet eens op zoek gaan naar een job met de minste poespas en de kleinste intellectuele uitdaging die ik maar kan vinden (voor zover zoiets nog bestaat?)

Ik wil nu besluiten – nee, ik heb al besloten – dat er niks speciaals, zelfverwezenlijkends, magisch hoeft te gebeuren.

Gedaan met die tralala!

De eerstkomende tijd ga ik mezelf toestaan hartsgrondig geen zin te hebben, hier en daar mijn voeten aan te vegen en misschien is zo vaak mogelijk naar de sauna gaan ook wel een idee. En wie weet gaat er in de vruchtbare modder van al dat met de middelvinger opgestoken leven wel weer een (liefst heel rustig) plan broeden.