Zodra ik goed en wel opgestaan ben, is het heet. Ik ontbijt en de zon wurmt zich tussen de gordijnen door, amper half negen en ik zet de ventilator in de kamer aan. Wanneer het in België heet is, voelt dat als iets licht alarmerends, een uitzonderingstoestand. Hier voelt het als een dagelijks feest, een manier van leven. Ik heb maar één volle dag in Nice en ga die opzuigen als een cocktail door een rietje. Hoeveel musea kan je vermenigvuldigen met het doorkruisen van hoeveel wijken en het afvinken van hoeveel uitzichten en gebouwen? De ûbergulzige reiziger in mij wordt wakker. Ik neem de bus die de heuvels rond het centrum in klimt naar Musée Matisse. Openbaar-vervoervergelijkingen, altijd een interessant thema: elke halte wordt zowel op beeldscherm als auditief aangekondigd , je hoeft totaal niet op het puntje van je stoel te zitten om op de juiste plek uit te stappen. En de bus heeft airco. De Lijn kan er voorlopig niet aan tippen.
Musée Matisse bereik je via een parkje met olijfbomen, een sculptuur van Tinguely, een trap.

Van hier af aan wordt de dag een snoer van odalisken, gekoelde zalen, sensuele pentekeningen, een ommetje langs een zuiders kerkhof (Cimetière de Cimiez), het te voet afdalen van de heuvel tot aan Musée Marc Chagall, een onderdompeling in kleuren en Bijbelse thema’s, une baguette de campagne met beleg in een speeltuintje (Nice is best zuinig met openbare zitplaatsen), pop art, Niki de Saint Phalle en Yves Klein in MAMAC (Moderne en Hedendaagse Kunst), verrassende uitzichten vanaf de dakterrassen van laatstgenoemd museum, ‘le vieux Nice’ wat ik gisteravond ook al een keer zag, opklimmen naar een waterval, resten van een voormalig kasteel en toeristen-uitkijkjes op het strand en de baai.






En dan valt de avond. Zal ik iets te eten kopen en dat ‘thuis’ opeten? Ik logeer twee nachten bij N. en haar dochter F. In mijn kamer hangt een citaat uit de Koran dat ik niet kan lezen, op een blaadje staan de huisregels: behalve ‘schoenen uittrekken’ en ‘niet roken’ ook ‘geen hesp, geen varkensvlees’ en ‘geen alcohol’. Is het door dat laatste of eerder door de warme dag dat ik plots zo’n zin krijg in wit of rosé? Besluit: voorlopig niet naar huis. Ik shop alle ingrediënten bij elkaar voor een avondlijke strand-picknick en vooral de 37,5 ml gekoelde Grenache voelt essentieel. Het (keien)strand van Nice heeft mondaine afgebakende bars waar mensen in deftige avondkledij loungen, maar die laat ik met plezier links liggen. Honderd meter verderop kan je een stukje keien uitkiezen en gaan zitten. Terwijl ik mijn slaatje opeet en Grenache uit de fles drink, zie ik dat zich hier een ritueel afspeelt: in groepjes of alleen gaan mensen nog even een paar minuten de zee in, de horizon begint suikerboonroze te kleuren, iedereen praat op gedempte toon terwijl de golfslag hoorbaarder wordt, de zee ruikt plots heel erg naar zee, de laatste zwemmers drogen zich af, hier en daar wordt gegeten. Het licht laat het afweten, de avond daalt in, de Grenache is op. Vanaf Place Massena rijdt tramlijn 1 tot vlakbij het appartementsgebouw van N. en F. Hopelijk is een alcohol-adem geen bezwaar.



Plaats een reactie