Dag 3: Nice – Turijn

Van Nice naar Turijn is niet de handigste treinverbinding, maar het kan. En als het kan, is er geen reden om het niet te doen. De duur is ondergeschikt, het traject volslagen onbekend en dus spannend, en onderweg zijn is in dit geval ook letterlijk mooi. Eerst gaat het met bijna voortdurend zicht op de Middellandse Zee tot in Ventimiglia, net over de Frans-Italiaanse grens. De trein is overvol, met zowel forensen als toeristen. Ik moet staan en benijd de vroege zwemmers die ik in het transparante water zie dobberen. Na Monaco / Monte Carlo zijn er plots zitplaatsen vrij. Traject 2 gaat tot Cuneo. De trein slingert zich door de Alpes Maritimes: nauwe kloven met steile wanden, op de bodem staat de rivierbedding bijna helemaal droog. Na enkele stations met Italiaanse namen zijn er plots weer bordjes met SNCF erop: Breil-sur-Roya, Saint-Dalmas-de-Tende … De spoorlijn loopt hier afwisselend over Italiaans en Frans grondgebied. De uitzichten zijn vaak indrukwekkend en niet meer dan korte flitsen tussen ontelbaar veel tunnels. De stationnetjes lijken niet op de prioriteitenlijst voor onderhoud of renovatie te staan.

De overstaptijd in Cuneo bedraagt 5 minuten en we zijn iets te laat vertrokken uit Ventimiglia. Zou het lukken? De treinbegeleider maakt een rondje om iedereen die richting Turijn moet op de hoogte te brengen op welk spoor de trein vertrekt en de overstap gaat naadloos. Het gezapige ‘treno regionale’-gevoel is weg: in deze trein is airco en automatische mededelingen in twee talen. Het landschap lijkt niet langer uit een vakantiebrochure te komen: inspiratieloze landbouwgronden strekken zich uit tot zo ver je kan kijken.

Torino Porta Nuova: ik vraag de weg aan drie politie-agenten want ben vergeten opzoeken hoe ik moet stappen naar mijn verblijfplek. Hoewel ik dit jaar een betere telefoon heb dan vorig jaar krijg ik mijn mobiele data niet aan het roamen. Italiaanse politie-agenten zien er doorgaans iets imposanter uit dan Belgische: ze zijn allemaal jong, aan de krachttraining, doen gewichtig en lijken eerder op militairen in het blauw. Ik zeg dat ik weet dat het niet ver is, ongeveer anderhalve kilometer stappen. De ene zegt meteen dat ik best een taxi neem. Nee nee, ik ben geen taxi lady, zeg ik. De volgende wijst naar de juiste uitgang, zegt dat ik de straat moet oversteken en bus 18 moet nemen, het is twee haltes verder. Ok jongens, laat maar. Is het een vorm van machismo, vinden dat een vrouw boven een bepaalde leeftijd en met een tamelijk grote rugzak ofwel in een taxi of in de bus moet gestopt worden, of interpreteer ik te snel? Op het plein voor het station blijkt een informatiepunt te zijn: een oudere dame vouwt een stadsplannetje open, tekent de weg uit, gaat met mij naar buiten en zorgt dat ik de goeie kant opga. Zo moet dat zijn.

Na een kwartier stappen wacht Francesca mij op, de perfect ééntalige kamerverhuurster. Er zijn vier sleutels nodig om binnen te komen, maar de kamer is charmant, met oude meubels en tapijten. Ik versta 80 % van het gebabbel van Francesca en doe mijn best om de juiste replieken uit mijn micro-woordenschat te vissen.

De rest van de dag gaat op aan een verkennend tochtje: hoe klinkt, voelt, ruikt deze stad? Oh ja, juist, er is hier een lijkwade, ze blijkt in de Duomo te hangen. Vier rivieren, waaronder de Po en de Dora. Veel sjieke boetieks, lekkere focaccia uit het vuistje, oranje tramstellen die zo oud zijn dat het lijkt alsof ze voor een plezier-ritje uit het trammuseum zijn gehaald. Ik ga niet meteen overstag voor Turijn: het is statig, met wijdse pleinen en eerder brede en kaarsrechte straten. Niet lelijk, maar ook niet echt gezellig.

De Mole Antonelliana, de iconische toren waarin het Museo del Cinema gehuisvest is, is wel fascinerend. Oorspronkelijk bedoeld als synagoge, maar architect Antonelli had duidelijk andere ambities met het gebouw, dus die synagoge kwam er niet van. Wel een lift die je 85 m hoog brengt naar een panoramisch terras en 360°-uitzicht over de stad. Plannen genoeg voor morgen.

Gepubliceerd door


Plaats een reactie