Ze liggen allebei in dat paradijs-op-aarde-geachte Toscane. Wanneer je googelt ‘Florence or Siena’ krijg je een hele reeks websites en blogs die ze netjes op allerlei punten vergelijken. Het hangt er vanaf wat je precies zoekt en waar je voorkeuren liggen, maar ik doe het op mijn volslagen on-objectieve manier nog een keer over.

In de Middeleeuwen ontwikkelden zowel Firenze als Siena zich tot machtige stadstaten. Tijdens de 15e eeuw werd Firenze onder het sterke leiderschap van de Medici’s de bakermat van de Italiaanse Renaissance, terwijl Siena haar middeleeuwse karakter bleef behouden. Rivaliteit was er volop en Frankrijk en Spanje bemoeiden zich ook nog eens met de strijd om de dominantie in de Toscaanse regio, de Fransen aan de zijde van Siena, de Spanjaarden aan die van Firenze. Resultaat: de slag bij Marciano in 1554. Beide partijen gooiden zo’n 15.000 manschappen in de strijd, maar de Florentijnen wonnen glansrijk, dankzij hun superieure artillerie. Op termijn werd de Republiek Siena ontbonden en geannexeerd door het Hertogdom Firenze. Einde verhaal.
Wat was er gebeurd als Siena het had gehaald? Zou het er nu anders uitzien dan? Ik stel me voor van wel. Het lijkt alsof ze hier een paar tijdperken bewust aan zich voorbij hebben laten gaan, alsof de stad gespaard is gebleven van een alsmaar heftiger oprukkende moderniteit, van de dwang en de eisen die te maken hebben met de centrale stad van een regio zijn. Ik ben voor de derde keer in Siena en vind het weer even betoverend, door en door Italiaans en toch zo anders dan andere steden. Dat heeft zeker te maken met de keuzes die hier gemaakt zijn in de loop van de tijd en waar nog steeds aan wordt vastgehouden. Op het eerste gezicht valt het allemaal niet zo op, maar wanneer ik me afvraag wat ik nu precies zo geweldig vind aan Siena kan ik er wel de vinger op leggen.
De esthetische eenheid en harmonie van deze plek is verbluffend prachtig: hoewel er net als in elke andere stad historische lagen aanwezig zijn die door elkaar heen lopen, met oudere en nieuwere gebouwen, past alles visueel bij elkaar. Het algehele beeld van middeleeuws bruin / oranje / okergeel is intact gebleven, het lijkt zelfs alsof de dakpannen hier door één enkele dakdekker geleverd zijn. Geen hoogbouw aan de horizon, geen uitrafelende randen met aartslelijke bedrijvenzones, geen fabrieksschoorstenen die het zicht verstoren op het glooiende Toscaanse landschap rondom. Waar zie je nog iets dergelijks in Europa?


De middeleeuwse beslotenheid van de stad is bewaard gebleven. Stadspoorten zijn hier nog functioneel, niet die afgebrokkelde overblijfsels met een plakkaatje erbij waar een stadssnelweg onderdoor of langsheen raast. Autoverkeer blijft daarbuiten, als voetganger stap je onder de stenen boog door en ben je ‘binnen’. De straten zijn op prioritaire voertuigen na zo goed als verkeersvrij en een gevoel van traagheid en intimiteit overvalt je. Het centrale plein, de Piazza del Campo, versterkt die intimiteit: het is volledig omsloten door gebouwen en de meeste toegangen zijn overwelfd en voorbehouden aan voetgangers. Door de schelpvorm heeft het iets van een afhellende kom of een natuurlijk theater zonder trappen en nodigt het vanzelf uit om te gaan zitten, ook al zijn er geen zitbanken.
Het Palazzo Pubblico met de typische Torre del Mangia erboven volgt de welving: de zijvleugels staan licht naar de middelvleugel toe gebogen. Op dit plein kan je heilzame leegte ervaren, ‘s morgens wanneer de zon nog niet boven de gebouwen uitstijgt. Zodra dat wel het geval is, zie je de schaduwen van minuut tot minuut opschuiven Ook verderop in de dag voelt het nooit te druk of overbevolkt aan. Terrassen liggen aan de rand en domineren niet, er staan hooguit enkele souvenirkramen en nee, natuurlijk valt hier niet te parkeren. Er klinkt een politiefluitje: twee lange-afstandfietsers moeten afstappen en met de volgepakte fietsen aan de hand verder.

Is het iets wat we in moderne steden veelal niet meer hebben, dit soort van veilige gevoel, je omringd weten door een geheel, een cirkelvorm waarbinnen je je beweegt? Door hier te zijn merk ik het contrast: in veel andere steden voel ik me als het ware blootgesteld in een veel te ruime, openliggende omgeving. Deze stad is nog op mensenmaat. Er zijn geen brede straten, geen lawaaierige kruispunten. Alles is ook binnen stapbereik: op heel veel straathoeken staan wegwijzers naar de belangrijkste ijkpunten van de stad met de afstand in stapminuten. Het maximum is 15. Je hoeft niet met een stratenplan of met je gsm in de hand te lopen.

Toch voelt Siena helemaal niet aan als een Italiaans Bokrijk. Het is geen imitatie of een opzettelijk onder een stolp gehouden plek. Toerisme is er heel aanwezig, maar tegelijk merk je dat mensen er doodgewoon wonen, werken en leven, al kan je je voorstellen dat ze opgelucht ademhalen wanneer het toeristische seizoen weer voorbij is. Er zijn bijzonder veel horecazaken en ook een hoop typische souvenirwinkels die grotendeels goedkope rommel verkopen, maar er lijken nergens plekken te zijn waar ze allemaal op elkaar gestouwd zijn tot toeristenfuiken. Het fenomeen ‘Mc Donald’s naast Primark naast Starbucks naast H&M’ ontbreekt hier, net als het verschijnsel ‘Chanel naast Prada naast Gucci naast Hermès’. Ik ervaar het als een totale verademing. Er is kleinhandel en ook wat keten-winkels, maar er lijkt een duidelijke keuze gemaakt voor Italiaanse merken, kleine oppervlaktes en geen al te sterke concentraties.
Cultuur absorberen kan hier zoals overal in Italië: kerken genoeg, de Duomo is als je het mij vraagt de mooiste kerk in heel Italië – mooier dan die van Firenze en dan de Sint-Pietersbasiliek in Rome -, en met alle musea die er zijn ben je wel een paar dagen zoet, maar er worden geen speciale toeristenervaringen gecreëerd. Er vallen geen 3D-shows, panoramische liften of spectaculaire ervaringen te scoren. Cultuur is hier nog eenvoudig: alleen om de Torre del Mangia te bestijgen – te voet, 300 trappen – heb je een time slot nodig, voor de rest kan je het stellen zonder (online) reservaties, boekingen en apps.



Siena is netjes. Je ziet er geen straatvegers, maar ’s morgens word je wel wakker van de straatveegmachines. Voor de rest lijkt het alsof iedereen zich vanzelf gedraagt en niet achteloos weggooit. Er lijken ook geen bedelaars te zijn. Wijst het op welvaart, een goed sociaal beleid of een rigoureus buiten beeld houden? Ik weet het niet, maar het valt wel op.
Is Siena ook stil? Niet per se. Je nachtrust kan verstoord worden door gezelschappen die zich onder invloed van alcohol luidruchtig naar hun logies begeven, net zo vaak in het Italiaans als in andere talen. Ben je er tijdens het feest van één van de patroonheiligen van de stadswijken, dan kan je genadeloos middenin de nacht uit je bed getrommeld worden. Ook overdag kan je op een stoet of een trommelrepetitie stuiten. Net als in de middeleeuwen waarschijnlijk, want de tradities die samenhangen met de Palio, de beroemde paardenrace, is vele eeuwen oud.

Geen idee in welke mate het aan die slag bij Marciano van 470 jaar geleden ligt, en machtig jammer dat hij voor de Siënezen zo pijnlijk en bloedig afliep, maar ik ben ontzaglijk blij met Siena zoals het is. Voor mij is het een plek waar ik telkens naar wil terugkeren. Iets wat ik dus niet heb met Firenze, ondanks de Duomo en de Botticelli’s, de David, de fonteinen en de pleinen.
Plaats een reactie