Traag levende mensen

Iets over traag levende mensen. De slakjes op de snelweg.

Ik praatte onlangs met eentje. Voelde verdriet om haar ontreddering, haar gevoel alsmaar meer een alien te zijn, niks te hebben om met anderen over te praten, haar in niet-begrijpen de hoogte inschietende zinseindes.

Het is moeilijk als jij het slakje bent en daar op zich vrede mee hebt, maar tegelijk de luchtverplaatsing van de Ferrari’s langs je heen voelt woesjen. Ben je niet eigenlijk gewoon een sufferd?

In de sociale salade van babbels en borrels is de smaakmakende vraag (zoiets als de kruimels feta of de croutons met look): ‘En waar ben jij zoal mee bezig de laatste tijd’?

De vraag is niet: ‘Hoe kom jij de laatste tijd aan je trekken wat niksen betreft?’. ‘Nog een interessante manier gevonden om die klotestress finaal de nek om te wringen?’.

Nee dus. Mee bezig. Het Nieuwste Project.

Het valt me erg op omdat ik ook deel uitmaak van de traag levenden. Enkele jaren geleden zei mijn vader op verwijtende toon: ‘Het lijkt wel alsof jij al op pensioen bent.’

Dat gevoel heb ik niet. Ik hou van werken als ik iets kan doen wat klopt. (Op dat vlak luistert het nauw). Het jaar waarin ik op pensioen kan, hangt niet als een lichtbaken in mijn kop. Maar vijf dagen op de week werken voelt als een waanzinnig, moorddadig ritme. Vier eigenlijk ook. En drie dagen zowat exact hetzelfde doen op dezelfde plek met dezelfde mensen week in week uit is ook een recept voor opbranden aan het tempo van een lucifer.

Heb ik er last van, van de keuze om weinig maar gevarieerd te werken (en dus ook een voor sommigen waarschijnlijk onvoorstelbaar laag inkomen te hebben)? Ja! Een eigenzinnige keuze die ingaat tegen de mainstream is zelden verworven.

Als ik ‘Het Nieuwste Project’ kon gaan aangeven wegens stalking zou ik dat af en toe zonder nadenken doen. In deze periode bijvoorbeeld.

Duizend jeukerige gedachten of het wel genoeg is, ok is, je bent helemaal niet jong meer, wat is de zin, de waarde (ineens maar voor de wereld, godbetert), oprispingen over missie, onverteerbare brokken over schrijfdiscipline, af en toe een pijnscheut van impostor syndrome.

En doelloze uren, heel veel doelloze uren. Ik beken: ik kan perfect het helemaal niet druk hebben. Tegelijk worstelen met de leegte. Eigen schuld, dikke bult. Aan de oppervlakte loopt het allemaal lekker, (in de sociale salade de mensen die tegen je zeggen ‘wat ben jij goed bezig!’) daaronder de malaise, het dag na dag wakker worden met lauwe drab in het hoofd.

Wat helpt?

Zo weinig mogelijk toegeven aan de duizend giftige substanties: van Facebook tot suiker, van Netflix tot kopen.

Studeren. De betekenis van de tarotkaarten, Italiaans (duizend keer in je hoofd de zinnen herhalen uit die serie omdat ze zo mooi klinken: ‘è un animale ferito, gli animali feriti sono pericolosi.’)*, een tentoonstellingscatalogus van Louise Bourgeois, de poëzie van Kouwenaar, dat boek over klimaat en klassenstrijd dat zo moeizaam leest.

Kunst. Wie de Museumpass uitvond, kan rekenen op mijn levenslange dankbaarheid.

De dag buiten beginnen, een nieuwe gewoonte. Wanneer het kan, ga ik nog voor ontbijt en aankleden achterin de tuin zitten op de stoeltjes bij de berk en de ginkgo, de frambozen en het appelboompje en de netels. Ik schrijf wat zonder vormvereisten of lengtedwang. In deze tijd van het jaar bij het druipen en de grijsheid, de waarschuwende boodschappen van de kraaien of het overmoedige trrrrrri – trrrrtrrrrri van één of andere fiedelaar, windvlagen of windstilte, aarzelende zon, roekoeduiven op de daken. Elke dag is anders. Een banale verbazingwekkende vaststelling.

Met mate mensen zien en lezen en horen. Hun schurende en zalvende, schokkende en strelende eigenheid die met de mijne clasht.

Het ergste is leegte wanneer er geen uitdrukkingsvorm voor is. In mijn geval: woorden. Misschien is de weg uit het dal aangevat.

* ‘Hij is een gewond dier. Gewonde dieren zijn gevaarlijk. ‘ (Uit seizoen 2 van ‘Tutto chiede salvezza’)

Gepubliceerd door


Plaats een reactie