Dag 8 – 9: Ravenna – San Miniato – Gambassi Terme

De dagen vloeien in elkaar in mijn hoofd. Wat was gisteren, wat eergisteren? Zo lang ik in Ravenna was, was elke dag een mozaïekdag. Wat zo geweldig is aan die mozaïeken: als je je niet zo aangesproken voelt door alle religieuze taferelen kan je ook alle decoratieve randen, geometrische patronen, het vogeltjesplafond, de bloemenhemel bewonderen.

Gisteren was er nog even tijd over voor de trein naar Bologna, daarna Firenze, en ten slotte San Miniato vertrok. Wat kunnen we in een uurtje nog doen? Hedendaagse mozaïeken kijken natuurlijk. Inspirerend om te zien hoe kunstenaars in deze streek blijven zoeken naar een weerwoord op / herinterpretatie van een meer dan duizend jaar oude traditie (La casa di Giosetta, Giosetta Fiorini / Hybrid VII, Michela Tabaton Osbourne / Unicorno, Dusciana Bravura).

Opgeladen door al die kunst en cultuur gaat het nu richting natuur. In een paar uur treinen verlaat ik Emilia Romagna en kom ik aan in het Toscaanse San Miniato. Nooit van gehoord? Ik ook niet voor ik besloot bij wijze van experiment vier dagroutes te stappen van de Via Francigena (accent op de i, ontdekte ik nadat ik het al een jaar of twee over de ‘Francigéna’ had, Italiaanse klemtonen kunnen tricky zijn). Het voelt alsof ik in de lente in de trein ben gestapt in Ravenna en nu uitstap in de zomer. Hier is het voelbaar warmer, minstens 26-27°.

Ik neem de bus naar het Convento San Francesco, waar ik een kloosterkamertje voor de nacht heb geboekt. In kloosters logeren is in Italië een interessante budgetformule. Basic, maar doorgaans wel ok. In dit geval hangt het douchegordijn een beetje halfstok en blijft het toilet wel heel lang doorspoelen, maar ik heb eigen sanitair en krijg zelfs een colazione (ontbijt), al blijkt dat weinig voor te stellen. De broeders franciscanen krijg ik niet te zien.

En dan volgt het moment waar ik me al de hele reis een beetje benauwd over voel: rugzak op de rug en stappen. Eerst is er nog een kwartier meet- en paswerk nodig en moeten er nog wat ritsen overgehaald worden om mee te werken. Tot nu toe was er altijd de redding van een extra tasje waar alle overblijvende rommel in kon, maar 23 km stappen met zo’n slingerend tasje aan mijn schouder is geen optie. Wanneer ik mijn rugzak van de grond optil, krijg ik zowat een hartverzakking. Maar zodra hij op mijn rug zit en alle riemen en gespen netjes aangetrokken zijn, gebeurt er een klein wonder. Ik word een pelgrim, geen gezeur, we doen dit wel even.

In het begin heb ik de neiging om nauwgezet mijn Francigena-app te checken, ik heb het idee dat ik in mijn eentje vast verkeerd loop. Na een tijdje laat ik het los en check ik alleen nog bij twijfel. Ik haal wat andere stappers in en kom op tempo. De kilometers glijden net als het golvende landschap voorbij.

Het is best wat stijgen en dalen maar altijd geleidelijk. Alleen de laatste kilometers wordt het echt zwaar: er is geen bescherming tegen de zon en er moet worden geklommen. Italiaanse stadjes met een historisch centrum hebben hier nogal de neiging op een heuvel te liggen en met Gambassi Terme is dat niet anders.

Ik was voor half 9 al aan het stappen en kom tussen 2 en half 3 aan. Ik ga de kerk in en blijf er minstens een half uur afkoelen voor ik op zoek ga naar mijn verblijfsplek. Pelgrims kunnen kerken ook voor andere dingen dan gebeden waarderen.

Gepubliceerd door


Plaats een reactie