
Ik sta op en stel vast dat het regent. Ook al is dat volkomen onverenigbaar met mijn beeld van Italië, het valt niet te ontkennen, het regent. Daar komt nog bij dat ik gisteravond bij mijn online research tot de ontdekking ben gekomen dat je de fresco’s van Giotto in de Cappella degli Scrovegni (Unesco Werelderfgoed) alleen kan zien met een online ticket en gereserveerd time slot. Het eerstvolgende vrije time slot valt op 5 mei, wat mij luidop aan het vloeken bracht. Deze dag begint niet onder het allerbeste gesternte. Maar niet meteen wanhopen.
Aan de kassa van de stedelijke musea leg ik uit dat ik geen reservatie heb. Mi dispiace, Signora, we are sold out for today. Als troostprijs kan ik een combiticket kopen voor verschillende musea. Va bene, dat dan maar. Kan ik niet ergens via een tussendeur ontsnappen naar één van de groepjes op weg naar de begeerde kapel? Nee, ik ben veroordeeld tot kapotte vazen, sarcofagen en andere ouwe rommel. Er is ook schilderkunst en misschien ligt het aan mij, maar het ziet er vanmorgen allemaal wat somber uit. Terug in de centrale hal raap ik mijn moed en mijn beste Italiaans bijeen en spreek een suppoost aan. Gebeurt het niet af en toe dat mensen met een reservatie niet opdagen en er dus lege plekken in een time slot zijn? Jazeker, dat gebeurt, maar de plekken mogen niet doorverkocht worden aan wie toevallig langskomt. Ok, ik heb het geprobeerd, loslaten die fresco’s, ik doorblader de catalogus, maak van mijn hart een steen en ga weer de regen in. Goed dat die portieken er zijn.

In de volgende musea van mijn combiticket heb ik recht op 18e eeuws keramiek, meubels, een muntenverzameling en kleding (geeuw). Met focaccia uit het vuistje krijg ik mezelf er achteraf enigszins bovenop. Tijd voor iets anders, noodgedwongen binnen want het blijft regenen. Er is een tentoonstelling van Vivian Maier. Voor wie haar niet kent: fotograferende nanny, autodidact, onbekend en berooid bij leven, postuum ontdekt toen een student de inhoud van een opslagplaats opkocht en op een aantal dozen met duizenden negatieven van Maier stuitte. Intussen is ze een hype en worden haar foto’s uit de jaren ’50 en ’60 overal in de wereld tentoongesteld.


Wanneer ik buiten kom – moet het nog gezegd? – regent het. Even de kerken opzoeken die ik gisteren in het avondlicht zo indrukwekkend vond.

De basilica van de heilige Antonius en die van Santa Giustina op dat immense plein, de Prato della Valle. Eigenlijk een eiland van gras en een watergracht en brugjes en een heleboel standbeelden rondom. Misschien heeft de plek iets wanneer het zonnig is, maar nu is het er eerder zompig en ongezellig.
Na de kerken en het grasplein ben ik klaar om te ontsnappen naar een werelddeel waar de zon schijnt, of als dat niet mogelijk is, naar iets waar ik helemaal blij van word. Gisteren zag ik een affiche van een tentoonstelling over ‘schilders van de stilte’, met als uithangbord de Deen Hammershoi (denk er een streepje door de o bij). Alleen al van die affiche werd ik blij, maar die tentoonstelling loopt niet in Padua, wel in Rovigo, 40 km verderop. Is daar een station? Volgens de website van Trenitalia wel. Rijdt er uit Padua een trein heen? Ja, over zo’n 40 minuten en een enkeltje kost 5,75€. Kan ik zomaar Padua links laten liggen voor de rest van de dag en me op dit wispelturige pad begeven? Let’s do this. De realiteit is dat ik me aan de tegenovergestelde kant van het centrum bevind ten opzichte van het station. De pas erin. Ik kom door gezellige woonwijkjes langs de zogenaamde Riviera, de oevers van de Bacchiglione-rivier, maar opschieten doet het niet. In het station heb ik nog drie minuten om een ticket te kopen aan de automaten. Ongewoon voor ons Belgen: in Italië koop je een ticket voor een specifieke trein en enkele minuten voor het vertrek van de trein sluit de automaat de verkoop af. Basta, de trein van 15.09u naar Rovigo is geen optie meer.
F*ck m’n leven, zou één van mijn dochters in een geval als dit dramatisch uitroepen. Ik hou het bij even diep ademhalen en me afvragen of er een vloek(je) op deze dag rust. Is de trein over een uur nog een optie? In principe wel, hij doet er 38 minuten over en de tentoonstelling sluit om 19u. Ik bedenk dat ik nu ik toch alle tijd heb een reservatie kan maken voor een trein die ik over 4 dagen wil nemen. Met nog wat lezen daarna is het uur zo om.
Aankomst in Rovigo. Bevindt zich op deze troosteloze plek – met een soort woonkazernes rondom, straten met nauwelijks mensen en des te meer auto’s – het palazzo met de stille schilderijen? Geen spoor ervan, geen affiches, geen volk dat op weg lijkt erheen. Na 15 minuten stappen kom ik in iets wat op een centrum lijkt en ja, daar is het ruwe bakstenen Palazzo Rovarella, en zelfs een knoert van een boekhandel er tegenover. Italië kan ronduit vreemd zijn soms.
Het volgende uur geniet ik in de eerder kleine ruimtes met gedempt licht van de melancholische, ingetogen schilderijen van Hammershoi en anderen. Ik wist niet dat hij inspiratie haalde bij enkele Belgen (Le Brun, Khnopff, Degouve de Nuncques), en dat hij op zijn beurt weer een aantal Italianen inspireerde. Ik kom opgefrist en blij om mijn impulsieve zijsprongetje weer buiten. En een half miljoen foto’s rijker.


Terug in Padova moet ik echt een keer deftig eten. Het regent niet meer en het stadscentrum lijkt half ontploft. Is dit gewoon vrijdagavond of is er een belangrijke voetbalmatch? De pleinen zijn druk, alle terrassen zitten vol, mensen staan met drankjes in de hand buiten bij de cafés waar meestal luide muziek opstaat. Dit kan ik niet langer dan vijf minuten aan, vrees ik. In een achterafstraatje vind ik een Mexicaan waar bijna alle tafeltjes leeg zijn. Niks mis met Mexicaans eten in Italië. Tegen de tijd dat mijn bord leeg is, is het restaurant helemaal volgelopen. De dag zit erop.


























