sandra roobaert

    • Blog
    • Boek mij!
    • De inventaris van wat blijft
    • Dichter&Dichter
    • Over mij
    • SchrijfTijdlijn
    • Welkom!
  • Dag 4: Padova

    Ik sta op en stel vast dat het regent. Ook al is dat volkomen onverenigbaar met mijn beeld van Italië, het valt niet te ontkennen, het regent. Daar komt nog bij dat ik gisteravond bij mijn online research tot de ontdekking ben gekomen dat je de fresco’s van Giotto in de Cappella degli Scrovegni (Unesco Werelderfgoed) alleen kan zien met een online ticket en gereserveerd time slot. Het eerstvolgende vrije time slot valt op 5 mei, wat mij luidop aan het vloeken bracht. Deze dag begint niet onder het allerbeste gesternte. Maar niet meteen wanhopen.

    Aan de kassa van de stedelijke musea leg ik uit dat ik geen reservatie heb. Mi dispiace, Signora, we are sold out for today. Als troostprijs kan ik een combiticket kopen voor verschillende musea. Va bene, dat dan maar. Kan ik niet ergens via een tussendeur ontsnappen naar één van de groepjes op weg naar de begeerde kapel? Nee, ik ben veroordeeld tot kapotte vazen, sarcofagen en andere ouwe rommel. Er is ook schilderkunst en misschien ligt het aan mij, maar het ziet er vanmorgen allemaal wat somber uit. Terug in de centrale hal raap ik mijn moed en mijn beste Italiaans bijeen en spreek een suppoost aan. Gebeurt het niet af en toe dat mensen met een reservatie niet opdagen en er dus lege plekken in een time slot zijn? Jazeker, dat gebeurt, maar de plekken mogen niet doorverkocht worden aan wie toevallig langskomt. Ok, ik heb het geprobeerd, loslaten die fresco’s, ik doorblader de catalogus, maak van mijn hart een steen en ga weer de regen in. Goed dat die portieken er zijn.

    In de volgende musea van mijn combiticket heb ik recht op 18e eeuws keramiek, meubels, een muntenverzameling en kleding (geeuw). Met focaccia uit het vuistje krijg ik mezelf er achteraf enigszins bovenop. Tijd voor iets anders, noodgedwongen binnen want het blijft regenen. Er is een tentoonstelling van Vivian Maier. Voor wie haar niet kent: fotograferende nanny, autodidact, onbekend en berooid bij leven, postuum ontdekt toen een student de inhoud van een opslagplaats opkocht en op een aantal dozen met duizenden negatieven van Maier stuitte. Intussen is ze een hype en worden haar foto’s uit de jaren ’50 en ’60 overal in de wereld tentoongesteld.

    Wanneer ik buiten kom – moet het nog gezegd? – regent het. Even de kerken opzoeken die ik gisteren in het avondlicht zo indrukwekkend vond.

    De basilica van de heilige Antonius en die van Santa Giustina op dat immense plein, de Prato della Valle. Eigenlijk een eiland van gras en een watergracht en brugjes en een heleboel standbeelden rondom. Misschien heeft de plek iets wanneer het zonnig is, maar nu is het er eerder zompig en ongezellig.

    Na de kerken en het grasplein ben ik klaar om te ontsnappen naar een werelddeel waar de zon schijnt, of als dat niet mogelijk is, naar iets waar ik helemaal blij van word. Gisteren zag ik een affiche van een tentoonstelling over ‘schilders van de stilte’, met als uithangbord de Deen Hammershoi (denk er een streepje door de o bij). Alleen al van die affiche werd ik blij, maar die tentoonstelling loopt niet in Padua, wel in Rovigo, 40 km verderop. Is daar een station? Volgens de website van Trenitalia wel. Rijdt er uit Padua een trein heen? Ja, over zo’n 40 minuten en een enkeltje kost 5,75€. Kan ik zomaar Padua links laten liggen voor de rest van de dag en me op dit wispelturige pad begeven? Let’s do this. De realiteit is dat ik me aan de tegenovergestelde kant van het centrum bevind ten opzichte van het station. De pas erin. Ik kom door gezellige woonwijkjes langs de zogenaamde Riviera, de oevers van de Bacchiglione-rivier, maar opschieten doet het niet. In het station heb ik nog drie minuten om een ticket te kopen aan de automaten. Ongewoon voor ons Belgen: in Italië koop je een ticket voor een specifieke trein en enkele minuten voor het vertrek van de trein sluit de automaat de verkoop af. Basta, de trein van 15.09u naar Rovigo is geen optie meer.

    F*ck m’n leven, zou één van mijn dochters in een geval als dit dramatisch uitroepen. Ik hou het bij even diep ademhalen en me afvragen of er een vloek(je) op deze dag rust. Is de trein over een uur nog een optie? In principe wel, hij doet er 38 minuten over en de tentoonstelling sluit om 19u. Ik bedenk dat ik nu ik toch alle tijd heb een reservatie kan maken voor een trein die ik over 4 dagen wil nemen. Met nog wat lezen daarna is het uur zo om.

    Aankomst in Rovigo. Bevindt zich op deze troosteloze plek – met een soort woonkazernes rondom, straten met nauwelijks mensen en des te meer auto’s – het palazzo met de stille schilderijen? Geen spoor ervan, geen affiches, geen volk dat op weg lijkt erheen. Na 15 minuten stappen kom ik in iets wat op een centrum lijkt en ja, daar is het ruwe bakstenen Palazzo Rovarella, en zelfs een knoert van een boekhandel er tegenover. Italië kan ronduit vreemd zijn soms.

    Het volgende uur geniet ik in de eerder kleine ruimtes met gedempt licht van de melancholische, ingetogen schilderijen van Hammershoi en anderen. Ik wist niet dat hij inspiratie haalde bij enkele Belgen (Le Brun, Khnopff, Degouve de Nuncques), en dat hij op zijn beurt weer een aantal Italianen inspireerde. Ik kom opgefrist en blij om mijn impulsieve zijsprongetje weer buiten. En een half miljoen foto’s rijker.

    Terug in Padova moet ik echt een keer deftig eten. Het regent niet meer en het stadscentrum lijkt half ontploft. Is dit gewoon vrijdagavond of is er een belangrijke voetbalmatch? De pleinen zijn druk, alle terrassen zitten vol, mensen staan met drankjes in de hand buiten bij de cafés waar meestal luide muziek opstaat. Dit kan ik niet langer dan vijf minuten aan, vrees ik. In een achterafstraatje vind ik een Mexicaan waar bijna alle tafeltjes leeg zijn. Niks mis met Mexicaans eten in Italië. Tegen de tijd dat mijn bord leeg is, is het restaurant helemaal volgelopen. De dag zit erop.

    25 april 2025

  • Dag 3: Lugano – Padova

    De dag begint rustig, met een wandelingetje in het natgeregende park bij het meer. Ik heb me voorgenomen om niet te haasten, waarom zou ik om 9u02 in de trein moeten zitten als 10u02 ook kan. Uiteindelijk ben ik rond kwart over 9 al bij het station. Nog wat mensen kijken dan. Of tekenen. Een man zit te wachten bij de kapper. Al zie ik niet zo meteen wat er te knippen valt. En ben ik niet goed in diepte in tekeningen krijgen.

    Intussen de tijd niet uit het oog verliezen. Laatste beeld van Lugano.

    De trein is mooi op tijd. Het wordt een vlekkeloze rit tot Milaan. Daar is het wachten op de overstap naar Verona. Ik heb besloten om vandaag niet bovenop mijn railpas een reservatie voor een hogesnelheidstrein bij te betalen, dus het gaat heel gezapig met regionale treinen. Iets te gezapig. De trein richting Verona vertrekt niet. Wat Italiaans drama op het perron, geen enkele aankondiging in de trein. Dit ben ik niet gewend van Trenitalia. Uiteindelijk vertrekken we met bijna een half uur vertraging. Vlakbij zitten twee vrouwen, ik schat ze ongeveer van mijn leeftijd, ze hebben allebei een kleurtje maar ik kan niet goed inschatten waar ze vandaan komen. De ene stopt plots haar telefoon onder mijn neus met een door een app in het Italiaans vertaalde vraag. Ze moeten naar Venetië. Ze zijn op de goeie weg, toch? Overstap in Verona? Moeten ze dan een extra ticket kopen? Met hulp van een andere passagier kan ik ze geruststellen. Alles komt goed. Wanneer ik zeg dat ik ook overstap in Verona richting Venetië maar niet zo ver moet als zij tweeën gebaren ze dat ze mij zullen volgen. Euh ok, niet dat ik zo’n autoriteit ben.

    In Verona missen we net de voorziene overstap. Het station is druk. De ene vrouw grabbelt mijn elleboog vast, we kijken op de schermen en zijn het in ons gemeenschappelijk koeterwaals eens wat het alternatief is. Ze hebben mij nu definitief geadopteerd. Ik heb intussen door dat ze Portugees spreken en vraag ‘Do Brasil?’. Heftig knikken, glimlachen, duimpjes. Ik zeg mijn naam en één van de twee blijkt een naamgenote, de andere heet Vera. Voor het delen van één sinaasappel, één appel en een zakje cashewnoten heb je weinig taal nodig. De trein richting Venetië is een extra trage. Hij stopt in elk gat en hol van Pluto. Soms is dat leuk of charmant, maar in dit geval onthult het gewoon een hoop lelijkheid. Jawel, Italië kan ook bijzonder lelijk zijn. Grauwe stadjes met verlaten bouwterreinen, industrie die zomaar in het zielloze landschap neergekwakt lijkt. En het begint ook nog te regenen. Wanneer we eindelijk in Padova aankomen, moeten Sandra en Vera het nog zo’n 50 minuten verder uitzitten. Ciao ciao, buon viaggio!

    Ik vind zonder veel moeite mijn slaapplek en word hartelijk in het Frans ontvangen door Susi. Wanneer ik zeg dat ik Italiaans leer, schakelt ze over, af en toe op de vertraagd-afspelen-knop wanneer ik niet begrijpend kijk. Intussen is het al late middag en wil ik echt nog een paar uurtjes de stad in. Wanneer je al wat andere Italiaanse steden gezien hebt, is het leuk om te vergelijken. Padua roept herinneringen op aan Verona, maar doet ook aan Bologna denken. Beide hebben veel straten met overdekte arcaden, beide zijn universiteitssteden en dat merk je: er zijn veel jonge mensen, in allerlei wijken kom je plots uit op pleinen met levendige terrasjes en eetplekken zonder pretentie. Overal zie je boekenwinkels, groot en klein, altijd geruststellend voor mij.

    Ik stap lukraak en heb weinig research gedaan over wat Padua allemaal te bieden heeft, waardoor ik telkens plots uitkom op mooie plekken.

    Het is bewolkt en af en toe valt er een beetje regen, de arcaden zijn heel welkom. Wanneer ik op het papieren stadsplannetje dat ik uit de B&B heb meegenomen een terugweg uitstippel, vallen er nog twee verrassingen uit de bus.

    Prato della Valle, één van de grootste pleinen in Italië (zo blijkt later). Met die dramatische lucht en avondzon erbij is dit één van die typische adembenemende reismomenten.

    En er volgt nog meer. Ik sla een hoek om en daar is alweer de volgende verrassing. Wow! In Padova gooien ze naar je hoofd met indrukwekkende kerken. Basilica di Sant’Antonio, deze.

    Na deze eerste verkenningsronde vermoed ik dat ik me niet hoef te vervelen morgen. Voor vandaag is het welletjes geweest, zeggen mijn voeten.

    • Tegenstroom
    • Warme dichters
    • Wereldreis
    • Vallen, verdwijnen, doorgaan
    • Mama’s Pride
    24 april 2025

  • Dag 2: Lugano

    De dag begint hier.

    Het uiterste puntje van Parco Ciani bij het meer. Drukke eenden, een koppeltje zwanen (al voorbij op het moment van de foto), voor de rest heel sereen.

    De dag eindigt hier.

    Zelfde park, zelfde bergen in de verte, vurige tulpen op de voorgrond, regenlandschap op de achtergrond.

    Misschien zou de ultieme reisdag kunnen zijn om in een park als dit te gaan zitten en de uren voorbij te laten glijden. Ook in de regen te blijven zitten. Tot ik zo’n zen-reiziger ben doe ik andere dingen.

    Lugano is best een mondaine plek. Er is een casino, een lange promenade langs het meer, duur uitziende terrassen en van elk haute couture-merk dat je kan bedenken een glanzende winkel. Gelukkig zijn de straten smal en is de sfeer gemoedelijk. De shoppinghubs kan je ook gewoon mijden.

    De prijs van een museumbezoek valt in Italië doorgaans enorm mee, terwijl je in Zwitserland altijd even moet slikken, maar ik heb me voorgenomen niet te beknibbelen voor die anderhalve dag dat ik hier ben.

    Dus ja tegen die fototentoonstelling over Frida Kahlo, met foto’s van Lucienne Bloch.

    Natuurlijk ook het MASILugano, Museo d’Arte de la Svizzera Italiana. Een tote bag van dit museum die ik een hele tijd geleden in een Belgische trein zag, heeft ervoor gezorgd dat ik nu hier sta. Altijd leuk wanneer ik zo’n intuïtief spoor heb gevolgd.

    Musea zorgen voor flow, een half meditatieve toestand. Ferdinand Hodler helpt. Zoals altijd maak ik een miljoen foto’s. (Kijk je daar achteraf eigenlijk ooit nog wel naar? JA!).

    Lugano ligt in Ticino, het zuidelijkste kanton van Zwitserland, ten zuiden van de Alpen. (Even terugkeren naar gisteren: de trein dendert aan 200 km/uur door minutenlange tunnels. Vreemd om te bedenken dat er bergen boven je liggen). Volgens Hermann Scherer zag Ticino er zo uit, in 1926:

    Er is ook een tentoonstelling van de jonge Zwitserse kunstenares Louisa Gagliardi. Elk beeld is bevreemdend, en knap. Pushing Buttons:

    Na dit museum ben ik even slap in de benen, museum-moe. Tijd voor heel concrete dingen, zoals iets makkelijks verzinnen om te eten (ik verblijf in een mini-appartementje, dus kan zelf koken). Het is goochelen met het mini-kookplaatje en de twee beschikbare pannen, maar in de beperking smaakt alles beter. Heb ik nu alleen maar een park en musea gedaan vandaag? Welnee. Natuurlijk ook weer kerken, en een hemelse ‘brezel’ met ‘semi di girasole’ en lezen op één van de rode bankjes aan het meer etc. Nu nog even inpakken, morgen de trein naar Padova (Padua).

    • Tegenstroom
    • Warme dichters
    • Wereldreis
    • Vallen, verdwijnen, doorgaan
    • Mama’s Pride
    23 april 2025

  • Dag 1: Landen – Lugano

    Vertrekken is altijd een beetje griezelig, al helemaal wanneer je alleen vertrekt. Een stakingsdag van de spoorwegen maakt het er niet beter op. Ik dacht dat ik met de Eurostar vanuit Brussel wel veilig zou zitten, maar dat bleek niet te kloppen. Enkele dagen geleden kreeg ik het bericht dat mijn trein afgeschaft was. Omboeken naar de trein van een half uur vroeger dus, want in Parijs moet de aansluiting richting Zwitserland gehaald worden. Concreet: om 6u30 stap ik met lodderoogjes in de eerste trein van vier.

    Wonderwel loopt alles als een – nee, die is echt te flauw. Zowel de trein naar Brussel als de Eurostar zijn stipt en om 9u05 sta ik al in Parijs Gâre du Nord. Transfer naar Gâre de Lyon en 40 minuten wachten. Onderweg kom ik een landgenoot tegen.

    In de hal van het Gâre de Lyon loopt een gedrongen vrouwtje rond met grijs haar in een knot. Ze bedelt bij een groepje oudere Amerikanen, die haar straal negeren. Wanneer ze naar mij toekomt, geef ik haar wat kleingeld en vraag of ze een appel wil. Nee, ze heeft problemen met haar tanden en kan die niet kauwen. Maar ze wil wel graag een broodje uit de Monoprix vlakbij, heel goedkoop daar. Ik laat me meevoeren. In het supermarktje kiest ze zonder aarzelen twee pakken koekjes, stevent dan naar de koelkasten en grijpt een flinke verpakking sushi. 19,90 € zie ik op het prijskaartje. Ho, stop, dit ga ik niet betalen. Ze maakt een sussend handgebaar, legt de sushi terug en zeilt naar een andere koelkast, grist een bakje voorgesneden mango’s mee en dan vind ik het welletjes. Ik betaal en besluit dat ik alvast een aantal goeie daden voor lig op schema. Ze bedankt en verdwijnt meteen.

    In de Eurostar richting Dijon zie ik het landschap veranderen: dorpjes tussen heuvels, knalgele koolzaadvelden, bossen, kleine kerkhoven.

    In de trein: mensen kijken. Mijn tekenkunsten zijn middelmatig tot zwak, maar van tekenen word ik bijna altijd blij. Ze zit enkele stoelen verderop en heeft haar sjaal als een soort exotische hoed om haar hoofd gewikkeld om de wereld buiten te sluiten. Gelukkig is mijn tekening klaar voor ze gaat knikkebollen.

    Voorbij Mulhouse rijden we Zwitserland binnen. Exact op tijd komen we in Zürich aan. Ik heb me ingesteld op 35 minuten wachten op de aansluiting naar Lugano, maar over 7 minuten is er ook een trein. Ik moet nog wennen aan de Interrail-app op mijn telefoon, maar hij doet het vlekkeloos: met enkele instructies en wat klikken neemt hij de trein die ik niet voorzien had te halen in mijn reisroute op en maakt hij een nieuw ticket voor me aan. Allemaal offline, wow. Kan ik zomaar instappen? Gewoon doen!

    De deuren klikken dicht en plots overvalt het mij: reisgevoel! Alles is heerlijk onvertrouwd: de indeling van de treinstellen, de bekleding van de stoelen, de uniformen, het uitzicht op het Zürich-meer met zon die schittert op het water. De treinbegeleiders blijken hier al Italiaans te spreken en het landschap verandert alweer. De industrie die in het noorden van Zwitserland alomtegenwoordig was, maakt plaats voor meren, bergen, nog meer meren en bergen, kleine stadjes, valleien.

    Aankomst in Lugano om 16u28. Wanneer ik uitstap, voelt de lucht lauwwarm, de sfeer op het perron is zomers. Het station ligt boven het stadscentrum.

    Ik slaag erin zonder google maps mijn verblijfsplek te vinden – roaming is duur in Zwitserland -, gooi mijn rugzak af en ga de stad in. Lugano blijkt netjes op z’n Zwitsers en charmant op z’n Italiaans en heeft een zonovergoten park aan het meer dat na al die treinuren als een zalige beloning voelt. Verder wordt het lukraak dwalen, wat ontbijtshopping en enkele kerkjes. Ook daar voel ik hoe dicht we bij Italië zijn. De kerken zijn allemaal open, er speelt geen muziek, ze hebben oude houten banken zoals het hoort en ik ga vanzelf even zitten. Hallo God, ben je thuis?

    • Tegenstroom
    • Warme dichters
    • Wereldreis
    • Vallen, verdwijnen, doorgaan
    • Mama’s Pride
    22 april 2025
    Bella Italia 2025

  • Ci vediamo presto, cara Italia!

    Reizen = de trein.
    Reizen met vliegtuig of auto geeft foutmeldingen.

    Reizen naar Italië = solo.
    Reizen naar Italië met het lief veroorzaakt permanente kortsluiting.

    Solo reizen = Italië.
    Solo reizen naar andere bestemmingen leidt tot fatal error.

    Reizen = een slingerlus met tien bestemmingen in twee weken.
    Bij minder dan vijf bestemmingen komt de vermelding try again.

    Reizen naar Italië = Siena moét op de route liggen.
    Siena links laten liggen laat een loeiend alarm afgaan.

    Voilà, op deze manier heb je dus geen keuzestress wanneer je een reis organiseert. Hoewel, hiermee liggen alleen wat grove lijnen vast. Daarbinnen zijn de mogelijkheden eindeloos. Maar toch, het is gelukt. Mijn bijl heeft de data uit de kalender gehakt – 22 april tot 6 mei – en de route gekloven. Hier is ze:

    Landen → Lugano → Padova → Ferrara → Ravenna → San Miniato → Gambassi Terme → San Gimignano → Monteriggioni → Siena → Como → Landen

    Hoe zo’n route tot stand komt? Er moet zowel cultuur als natuur inzitten. Kleine of middelgrote steden hebben de voorkeur. Voor de rest hangt het aan elkaar van toevalligheden en associaties. In een Belgische trein zag ik een keer iemand met een stoffen tasje met daarop MASILugano / Museo d’Arte della Svizzera Italiana. Genoeg om mijn nieuwsgierigheid te wekken. Lugano is trouwens prima als aanloopje naar Italië en je raakt er met de trein in minder dag een dag.

    Mijn oma aanriep de heilige Antonius van Padua (Padova) wanneer ze iets kwijt was en mijn moeder herinnerde me daar heel mijn jeugd aan. Waarom dus niet een keer de stad van de heilige opzoeken?

    Van Padova naar Ravenna is amper 140 km, een boogscheut in een land als Italië. Ik treinde al eerder vanaf Bari in het zuiden zowat de hele Adriatische kust langs en vond die zo rustig ogende zee – het leek op veel plaatsen wel een meer – fascinerend. Ravenna = Adriatische kust + UNESCO Werelderfgoedsites, doén dus.

    In 2022 zag ik pelgrims te voet en fietsend aankomen bij de poorten van Siena en ontdekte ik dat het stadje op de Via Francigena ligt, een oude pelgrimsroute die van Canterbury tot Rome loopt. Ik noteerde op mijn bucket list dat ik ooit te voet wilde aankomen in Siena. Dit jaar kan ik dat – hout vasthouden – afstrepen. Het plan is om vanaf San Miniato vier dagroutes van de Via Francigena te stappen tot Siena.

    Intussen tikken de dagen weg en heb ik volop de gelegenheid om stress te vergaren.

    Durf ik het nog, dat alleen reizen?
    Op mijn vertrekdag staakt de NMBS (wanneer staakt de NMBS niet), zal de alternatieve dienstregeling betrouwbaar blijken?
    Zal de Railplanner van Interrail het doen op mijn telefoon?
    Zal die dagtocht van 30 km lukken?
    Zal de rugzak niet te zwaar blijken bij het stappen?
    Ben ik niet één of andere boeking vergeten?
    Zullen de gaten in mijn Italiaans niet te kwellend zijn?

    Anderzijds probeer ik mezelf ervan te doordringen dat ik niet naar de woestijn noch naar het regenwoud of de boreale bossen vertrek, dus het zal vast wel meevallen. Ik weet ook dat die opbouwende spanning erbij hoort. Dat ze wegvalt zodra ik op dag één de treinkilometers in mijn botten begin te voelen en het landschap zie veranderen. Dat ze weer terugkomt wanneer ik ‘s avonds aankom op een onbekende plek in een wat verlaten stationsbuurt en mij plots een hond voel die het baasje kwijt is. Dat alleen reizen behalve spanning ook duizend-en-één andere sensaties oplevert, van nieuwsgierigheid, vreugde en euforie tot eenzaamheid. Meer dan wanneer ik in gezelschap reis kan ik mij een bescheiden maar moedig ontdekkingsreizigertje voelen. En ik kan me te buiten gaan aan al mijn persoonlijke mini-uitspattingen: drie musea in één dag afwerken, maaltijden overslaan en daarna het tekort ruimschoots inhalen met een driegangenmenu, ultra-trage regionale treinen nemen om het plezier van mensen kijken in al die kleine stations, anderhalf uur zitten schrijven aan mijn reisblog, in het donker zoeken naar dat ene supermarktje dat nog open is en plantaardige yoghurt zonder suiker en vieze smaakjes heeft.

    Ik ben er wel weer aan toe: ijsjes en blaren, Feltrinelli-boekhandels en bordjes pasta, pizza en focaccia uit het vuistje, Sanpellegrino Chinotto, musea die om 8 uur ‘s morgens opengaan en zonlicht dat met bakken over me wordt uitgekieperd.

    Ci vediamo presto, cara Italia, we zien elkaar snel.

    • Tegenstroom
    • Warme dichters
    • Wereldreis
    • Vallen, verdwijnen, doorgaan
    • Mama’s Pride
    10 april 2025

  • Echt

    De week hing scheef in de hengsels. Ik had kunnen weten dat het niet goed zou aflopen. Maar wat is niet goed? Misschien is het net wél goed om eenvoudigweg door je eigen lichaam gevloerd te worden in een zware snotverkoudheid nadat je vader in krap enkele dagen is doodgegaan, je kopje onder geslagen bent in een golf van begrafenisorganisatie en koffietafelgesprekken, je vlak daarna naar het andere eind van het land moet om te werken en je bij terugkomst na amper een ademteug weer present tekent bij die andere werkgever, afgewisseld met een bezoek aan de notaris.

    Het is goed om door te gaan. Bezig blijven, aldus het cliché. Maar het is ook goed om finaal tot stilstand gebracht te worden door het weerspannige lichaam dat veel beter weet dan het hoofd wat in tijden van nood nodig is.

    Eén van je ouders op een rouwprentje zien, dat is van de meest naakte werkelijkheid die er bestaat. Elke keer wanneer mijn blik op de foto valt, is het alsof het leven mij bij de kraag vat en zegt: ‘Voilà, hier ben ik.’ Waarmee het bedoelt: dit is onomkeerbaarheid. Als er tot nu toe voornamelijk zachtjes voorbijgaan was, dan is dit de introductie tot de granaatinslagen van de vergankelijkheid. De hakbijl in mijn stamboom. Natuurlijk is er eerder in die stamboom gehakt: grootouders vielen weg, ooms, tantes. Intussen zitten we bij de dikste takken.

    Ik heb dingen afgezegd deze afgelopen weken: sorry, nu niet, andere prioriteiten, hoofd staat er niet naar. Iedereen heeft begrip voor de dood. Iedereen zegt dezelfde dingen: zorg, troost, steun, herinneringen, kaarsen, tijd. Het is een opluchting wanneer iemand doodgewoon vraagt: hoe heb je geslapen, hoe verliep je dag? Nee, niemand heeft gevraagd of de taart bij de koffietafel lekker was. Ja, ze was lekker.

    Eén ding zegde ik niet af: een al lang vastgelegde ontmoeting met een collega-dichter, in het kader van mijn Dichter & Dichter-initiatief. Ik sta hem op te wachten bij het station en weet niet precies waarom ik doe wat ik doe. Is dit wel het goeie moment? Is het dat ooit? Onderweg in de trein heb ik gedichten van hem gelezen, ze hebben een soort huiselijke intimiteit die toch ook uitvloeit over de wereld. Misschien zijn gedichten mini-dosissen zuurstof in het aanschijn van de dood.

    Daar is hij. Het is zonnig, maar zijn winterjas en muts herinneren mij eraan dat het nog steeds winter is. Later, in de koffiebar, zal hij zijn trui uittrekken en zal ik mij verbazen om tegenover een man in t-shirt te zitten in maart. Zijn die vestimentaire kwesties belangrijk? Nee, ze vormen het verhaal dat zich afspeelt op de achtergrond, als een soort behang. Misschien is behang toch ook niet helemaal onbelangrijk.

    We stuiten op punten van herkenning: de goed ondergegraven onzekerheid van de weliswaar gepubliceerde auteur. Hoe je niet onder je eigen stijl uitkomt. Hoe afgewezen worden altijd een stukje doodgaan is, maar we daarna toch weer met ultieme moed onze teksten de wereld in blijven gooien. Waarom we dit doen? Omdat het essentie is. Het woord ‘impostor’ valt, maar ook het woord ‘acceptatie’.

    In het melkschuim van de koffie tekent zich een wat onhandig gevormd hart af, de thee heet ‘warme gloed’. Het betekent niets op het moment zelf, het valt mij pas achteraf in. Net als de vragen die ik niet gesteld heb. Waarom hou je van parelkettingen? Voel je je het vaakst een toeschouwer of een deelnemer? Ook op de vragen die wel gesteld werden, kwamen geen sluitende antwoorden. We hebben een stukje weg gelopen. Misschien was dat genoeg. En het besef dat gesprekken plaveisel zijn.

    De dood legt een waas over alles, hoe ultrawerkelijk ze tegelijk ook is. Alsof je vervreemdt van jezelf en telkens ergens uit moet terugkeren, al weet je niet precies waaruit. Enkele dagen na de ontmoeting is wat we nog zegden op de terugweg naar het station uit mijn geheugen gewist. Ik herlees de krabbels die hij op de eerste pagina van mijn exemplaar van zijn bundel heeft gezet. Hij schrijft het woord ‘écht’, met een accent erop. Misschien ligt daar een sleutel. Ik weet het nog niet zeker.

    • Tegenstroom
    • Warme dichters
    • Wereldreis
    • Vallen, verdwijnen, doorgaan
    • Mama’s Pride

    16 maart 2025

  • De handen van de muzikant

    In zijn laatste dagen vielen mij de handen van mijn vader op. Ze waren oud, maar nog steeds de vertrouwde handen die ik altijd heb gekend. En ook al lag zijn beroepsleven als muzikant al enkele decennia achter hem, besefte ik dat daar zijn essentie school, in het uren oefenen op zoek naar perfectie, het jarenlang concerten spelen met zijn collega’s in het orkest. Ze mogen rusten nu, die handen.

    de handen van de muzikant

    natuurlijk hebben ze ook gras gemaaid
    de paardenbloemen uit het gazon gelicht
    de vrouw uit het geboortedorp bij de hand genomen
    de auto gewassen, frieten gebakken
    dochters in de lucht gegooid en weer opgevangen

    natuurlijk hebben ze plafonds gewit
    zadels van kinderfietsen vastgehouden
    een schild gebouwd rond het gezin, het huis
    getrommeld op het tafelblad, de stoelen rechtgezet
    kleinkinderen, een achterkleinkind over het hoofd geaaid

    maar naast en boven, rond en onder
    waren ze de handen van de muzikant
    de lichte kromming die na jaren spelen niet meer uit de vingers week
    het spoelen van pistons, de maat slaan, voelen, vormen van de noten
    warmen van het koper

    nooit in te tomen, zonder beven
    waren ze de handen van de muzikant
    ze bleven meebewegen, dirigeerden
    de orkesten op TV, volumeknop op hoogste stand
    ze mogen rusten nu, hun taak volbracht

    24 februari 2025

  • Mansolutioning

    Hij en ik staan voor het nieuwe apparaat. Ook al licht het schermpje op, het apparaat weigert te werken. Wat betekent dat we over zo’n tien minuten in de knoei raken met onze timing ten opzichte van 45 à 50 mensen. Wat nu gezongen? Herhaaldelijk drukken op toetsen en knoppen lost niks op. De tijd tikt.

    Wat als we nu eens gewoon doen alsof het een computer is, zeg ik. Afzetten, stekker uit en weer insteken.

    Hij is licht sceptisch, bekijkt waar het snoer heengaat. Zegt, ja maar kunnen we bij de aansluiting?

    Ik kruip half onder het logge ding, vind de stekker, trek hem uit, steek hem weer in. Het apparaat start tien tellen op en reageert daarna weer perfect op onze commando’s. Opgelost, no big deal. We halen onze timing.

    Wat later zitten we samen met collega’s en coördinator. Hij vertelt wat er gebeurde. Zegt: dus als dit nog een keer gebeurt, weet dan dat je gewoon even de stekker moet uittrekken en hem weer insteken. Ik denk: hij had er ook bij kunnen vertellen dat ik diegene was die daaraan dacht. Ik denk: hij geeft me geen credit want hij had natuurlijk liever zelf deze doodeenvoudige oplossing bedacht. Ik denk: misschien tast het hem aan in z’n mannelijke eer ofzo dat dat niet het geval was.

    Het doet me denken aan wat me wel vaker overkomt met mannen in werkcontexten: wanneer door anderen een appel wordt gedaan op mijn kennis en vaardigheid en zij toevallig in de buurt zijn, nemen ze het over. Zonder aarzelen antwoorden ze in mijn plaats, ondernemen meteen actie om de boel op te lossen. Waardoor zij ten opzichte van anderen overkomen als diegene die de touwtjes in handen heeft en tot wie je je moet richten wanneer er nog eens iets aan de hand is. Elke keer sta ik er een beetje beduusd bij. Reageer ik te traag? Ligt het aan mij? Of zijn er mannen die elke kans aangrijpen om zichzelf als deskundig op te werpen ten koste van anderen? Leven ze vanuit de diepe overtuiging dat een man zijn betekent daadkracht vertonen, de juiste oplossing hebben en daarvoor desnoods een ander opzij schuiven of overpraten? Doen ze dit ook bij mannelijke collega’s, of alleen bij vrouwelijke?

    Ik besluit dit mansolutioning te noemen: de neiging die sommige mannen niet lijken te kunnen bedwingen om dingen op te lossen, ook wanneer er een perfect capabele vrouw in de buurt is die als eerste om hulp werd gevraagd. Het lijkt iets kleins, maar zo heel klein is het niet. Het geeft me telkens een lam gevoel. Dat nog versterkt wordt door het feit dat ik er niet op reageer.

    Wat kan ik zeggen? Ik apprecieer dat je wil helpen, maar ik kon dit ook gewoon zelf oplossen. Als jij het meteen overneemt, lijkt het alsof ik incompetent ben.

    In het geval van het apparaat met een knipoog opmerken: hè, je mag er ook bijvertellen dat ik diegene was die het ding weer aan de praat kreeg.

    Ik vrees dat mijn ad rem-factor voorlopig te laag is. Dat er nog wat rondjes mansolutioning voorbij zullen moeten komen voor ik met perfecte timing de goeie woorden vind.

    Misschien helpt het ook al om er een naam aan te geven. Is het ook al goed als we dit herkennen, zowel mannen als vrouwen. Dan kunnen we reageren wanneer iemand zegt: waar zeur je over, het maakt toch niet uit wie het oplost, als het maar opgelost raakt. Kunnen we reageren wanneer iemand zegt: het is gewoon toevallig dat de nieuwe ministers allemaal mannen zijn.

    10 februari 2025

  • Lezen, deze! (2)

    Alleen al het omslag van deze bundel onthult allerlei, ook al bestaat hij voornamelijk uit saai grijs karton. Om de titel ga ik spontaan glimlachen, ik zet hem voorlopig op nummer 1 in de lijst van mooie titels. Als de omleiding de te volgen richting is, en het woord ‘omleiding’ op z’n kop staat, verwacht ik vanzelf dat hier een dichter aan het werk is die de rechte lijnen loslaat en een speelse insteek heeft. Dat hij de hoofdletters in zijn naam opgeeft, zegt ook iets. Alsof ook hij deel uitmaakt van de onstandvastigheid. Er is ook een motto, van Italo Calvino:

    ‘Alleen nadat je de oppervlakte der dingen hebt leren kennen – concludeert hij – kun je doordringen tot wat eronder ligt. Maar de oppervlakte der dingen is onuitputtelijk.’ Een citaat uit ‘Palomar’, een vroeg filosofisch werk van Calvino over de aard van de werkelijkheid. Hier lijken we al meteen in de omleiding te belanden. Er wordt ons dieper doordringen beloofd, maar tegelijk wordt er een barrière opgeworpen.

    Op de achterflap van de bundel heet het dat bob vanden broeck zoekt ‘naar een ruimte waar taal en omgeving elkaar in beweging kunnen brengen.’ En ‘Hij verzamelt opdat er iets kan ontbreken: steeds weer ontsnapt de werkelijkheid aan zichzelf in zichzelf‘. Klinkt tamelijk abstract allemaal, maar wanneer je begint te lezen, wordt het helderder. Hier het eerste gedicht van de bundel, die niet in cycli is opgedeeld.

    een camera draait driehonderdzestig graden om zijn as op
    een marktplein draaien hijskranen als passers
    kleine groepjes mensen rond elkaar pirouettes
    op een besneeuwde straatstoep in herentals

    een marktkramer is een boom van een vent, zijn stem
    hecht zich aan een verkeersbord waarop een uitroepteken staat

    omgeven door een eeuwige zondag
    duwen pubers elkaar in het water, de opspattende vrijheid
    waar spieren in a bigger splash verdwijnen

    de vloeibare ruimte boven de verhitte fietspaden
    het moerassige gebied tussen droom en werkelijkheid
    enkele ogenblikken voor ik de slaap kan vatten
    daal ik spiraalsgewijs naar beneden op bergwegen

    valleien gevuld met wijnranken cipressen lavendelvelden paarse schapen
    de laatste wolkjes worden door de zon
    naar de rand van de heldere hemel gedreven

    de spuitende fonteinen op een marktplein
    een kudde walvissen in de ondergrondse parking

    boven een muur komt een boomkruin piepen en daarboven
    vertakt een appartementsblok in een woud van schotelantennes

    een duif klimt omhoog met haar houten vleugels
    op de top van de berg duwt zij haar borst vooruit
    zij zwemt naar het dak van het kantoorgebouw

    beneden verlegt een omgewaaide boomstam een fietspad twintig centimeter naar rechts

    een naakte man op een reclamepaneel
    een botergeil gietertje op een vensterbank
    een spuitende fontein op een marktplein

    de op elkaar gestapelde terrasstoelen zijn de bevroren beweging
    van één terrasstoel die in de lucht springt

    Een procédé dat vanden broeck telkens weer herhaalt is het creëren van betekenisclusters zonder dat er een soort eenheid van tijd, plaats, handeling in een gedicht ontstaat. In de eerste strofe ligt er sneeuw en wordt er op verschillende manieren gedraaid, terwijl het in strofe drie en vier duidelijk hartje zomer is. Observaties worden ogenschijnlijk zonder veel verband na elkaar geplaatst. Opvallend is dat de meeste gedichten zich in openbare ruimtes afspelen: op straat, op een plein, in de tuin, in een parkeergarage, bij een vijver. Er zijn mensen, heel wat dieren en een heleboel bijzonder concrete dingen in allerlei situaties, maar altijd geplaatst binnen een grotere omgeving, alsof de grotere omgeving meer bepalend is dan (menselijke) interacties.

    Wanneer je de observaties van naderbij bekijkt, blijken ze veel minder feitelijk dan je zou denken en brengt de taal verschuivingen teweeg die je als lezer vanzelf in de interpretatie brengen. Op die manier betoont vanden broeck zich voortdurend een bricoleur die de werkelijkheid verknipt en de stukjes anders dan tevoren aan elkaar plakt door middel van taal. Zo ontstaan alternatieve werkelijkheden, nog versterkt door de betekenisgeving die we met ons menselijk brein spontaan tot stand brengen. In het bovenstaande gedicht maak je als lezer spontaan associaties tussen naakt / botergeil / spuitend terwijl de auteur ogenschijnlijk drie beelden achter elkaar zet. Zo ontstaat in zowat elk gedicht een wereld die er vaak absurder, grappiger maar soms ook grilliger of gewelddadiger uitziet dan hoe we hem doorgaans ervaren. Je treft er adam en eva aan die in ruimtepakken pesticiden staan te sproeien, een gladiator op een kruispunt, drie koeien die de indianendans doen. Je zou kunnen denken dat er op die manier een wat gratuit wereldbeeld ontstaat waarin anything goes, maar toch is dat niet het geval. Eén van de factoren die daarvoor zorgen is de ik-figuur die spaarzaam opduikt in een aantal gedichten. De ‘ik’ blijkt allesbehalve een zorgeloze flierefluiter te zijn.

    soms zit ik zo vast in mezelf
    dat ik in een pashokje begin te gillen

    En behalve in zichzelf lijkt de ik ook behoorlijk opgesloten in een dodelijk saaie kantoorbaan waar hij de hele dag routineus cellen invult en invoegt.

    ik open een nieuw venster
    voeg een nieuwe rij in een andere rij reproduceer ik cellen
    de genummerde cellen in gevangenissen
    kantoorruimtes die zichzelf kopiëren en plakken in
    een dna-strengetje een letter vervangen

    Het is in dit gedicht dat de titel ‘de richting is richting omleiding’ voorkomt. Het speelse meanderen en bochten maken verandert hier in een werkelijkheid die richtingloos en uitzichtloos lijkt.

    De gedichten in de bundel worden afgewisseld met ‘schetsen’, die in doorlopende tekst geschreven zijn en telkens ongeveer een halve pagina beslaan. Ze vertellen verhalen die veel coherenter dan de gedichten over één situatie lijken te gaan – een visser, een jurk aan een waslijn, een man en een vrouw die een kruispunt oversteken – maar ook hier past vanden broeck zijn knip- en plakprocédés toe. Associaties in het hoofd van de auteur grijpen in in de werkelijkheid, met als resultaat licht absurde poëtische taferelen die een soort bezwerend ritme krijgen. Een fragment uit ‘Schets #1 De visser’:

    De visser zit op zijn stoeltje, een auto rijdt voorbij. De visser gooit zijn hengel in het water. Aan die hengel hangt een haak en aan die haak spartelt een larve. Wat wil de visser vangen? Een vis? Een moment? Een gedachte? De visser kijkt naar de dobber in het water in de dobberende wolken in de blauwe hemel van het stilstaande water. Wat is een kanaal? Water gevangen tussen twee oevers. Het kanaal is recht, de hengel buigt. De buigende hengel, een brug, het water. Heeft de visser beet? De visser draait aan het wieltje, trekt de oever naar zich toe. Het wieltje draait, de tijd gaat voorbij. De haak in de wang van de vis, de wond in de mond van de visser. En de vinger? De vis glijdt spartelend uit zijn handen en valt in het water.

    Indrukwekkend en stilistisch anders dan de rest van de bundel is het laatste, pagina’s lange gedicht dat één lange opsomming is van dingen, fenomenen en mensen die komen en gaan, voortdurend afgewisseld met telkens weer dezelfde vogels. De herhalingen en het kaleidoscopische karakter maken het tot een ritmisch monument van vergankelijkheid, tegelijk benauwend, hartverwarmend en grappig. Een fragment:

    pimpelmees, kuifmees, kraai.
    ze komen, ze gaan, ze komen, ze gaan.
    bonte specht, eekhoorn, wolk, kraai.

    ze komen, ze gaan.
    je vader, je moeder.

    eb, vloed, een ekster, het waait.
    wind, die komt en gaat.

    een knuistje gaat open, een hand gaat dicht.
    koolmees, roodborstje, merel, groenling.

    broers, zussen, nonkels, tantes.
    ze komen, ze gaan, ze komen, ze gaan.

    koolmees, pimpelmees.
    een postbode, ze komt, ze gaat.
    het waait. hij komt, zij gaat.

    een brief gaat open, een brief gaat dicht.
    duif, zon, gaai.

    nickelback, gotye en avril lavigne.

    ze komen, het waait, fonske van myriam.
    pimpelmees, staartmees, bonte kraai.

    gommaar, gusta, janneman, de maan.

    ze komen, ze gaan.
    koolmees, pimpelmees.

    de verwaarloosde fresco op een gelijkvloerse verdieping op de turnhoutsebaan:
    bakkerij vermaelen.
    pizzeria giovanni.

    Met ‘de richting is richting omleiding’ levert bob vanden broeck een intrigerende bundel af die je zowat lukraak kan openslaan en waar je telkens opnieuw verrast en meegenomen wordt in een kluwen van taal en (alternatieve) werkelijkheden. Als iemand beelden kan maken als ‘een fanfare van kletterende besteklades’ of plots herkenning kan oproepen bij zoiets als ‘het moment waarop je in een stedelijk zwembad / met een vingertop tegen de kuit van een tegenligger tikt’ dan heeft-ie mij als lezer in elk geval mee.

    • Tegenstroom
    • Warme dichters
    • Wereldreis
    • Vallen, verdwijnen, doorgaan
    • Mama’s Pride

    4 februari 2025

  • Lezen, deze! (1)

    Ik neem me voor om wat vaker te delen wat me onlangs geraakt heeft in de leesstapel. Het heeft een dubbel doel: als ik ook maar iemand kan aansteken om te gaan lezen – bij uitstek poëzie – word ik daar heel happy van. En twee: het kan geen kwaad om mezelf als serial reader af en toe een beetje af te remmen. Na te denken waarom precies ik iets goed vind, en dus aandachtiger te gaan (her)lezen om dat op het spoor te komen. Anderzijds beseffend dat het waarom ook iets is dat deels in het woordeloos intuïtieve mag blijven. Daar gaan we!

    Rozige maanvissen – Sytse Jansma

    Rozige maanvissen gaat over rouwverwerking. De vriendin van Jansma stierf op haar 32e onverwacht aan een hersenbloeding. In de bundel geeft hij inkijk in zijn rouwproces en maakt hij haar heel aanwezig. Het geheel leest als een zoektocht naar troost en acceptatie. Deze info staat meteen op de eerste bladzijde van de bundel. Een extra bijzonderheid: Jansma schreef eerder twee bundels in het Fries, dit is zijn debuut in het Nederlands.

    ‘Rozige maanvissen’ is heel strak gecomponeerd in vier cycli van telkens 12 gedichten. 12 doet denken aan een jaar, sterrenbeelden, apostelen en telsystemen, maar misschien moet ik het niet zo ver zoeken. In elk geval voelt het heel harmonisch, alsof de auteur dit stevige raamwerk nodig had om diepe gevoelens een anker te geven. De eerste twee cycli heten ‘lichaam I’ en ‘lichaam II’ en hebben elk een sterke vormelijke herkenbaarheid: alle gedichten van I zijn achtregelig, alle gedichten van II vierregelig, telkens zonder witregels. Terwijl het in I gaat over wat er met het lichaam van de geliefde gebeurt vanaf de hersenbloeding tot na de uitstrooiing van de as, gaat II over fysieke, soms erotische herinneringen.

    De derde en vierde cyclus hebben als titels ‘post’ en ‘hiernamaalsvariaties’ en bevatten gedichten die vormelijk vrijer zijn en ook allemaal een titel hebben. Ze lezen als een soort brieven aan de geliefde over hoe het leven zonder haar loopt, en als lyrische voorstellingen van hoe een hiernamaals er zou kunnen uitzien.

    Wat opvalt: de zachte toon van Jansma. Er is geen rauwheid, verscheurdheid, of boosheid te bekennen. Ongetwijfeld zijn die er (geweest), maar de auteur kiest ervoor om ze buiten de bundel te houden. Er is veel liefde en betrokkenheid, maar ook afstand, het rouwproces lijkt al een stuk uitgekristalliseerd. In het eerste gedicht van ‘lichaam I’ klinkt het:

    wat er toen gebeurde: duizend rode draden
    als warme lenteregens, drenkten de grond
    achter je ogen en toen werd je meegenomen,
    zo is het gegaan, zachter dan dit kan ik niet

    Dat zet meteen de toon, zegt ook iets over de persoonlijkheid van de dichter. Een sterk element van ‘Rozige maanvissen’ zijn de verschillen in taalbehandeling tussen de cycli. In ‘lichaam I’ is de taal eerder sober, met heel veel concrete details en af en toe een treffend beeld – winterzwanen die haar aderen binnendreven / haar lippen noemt hij vrieskoukussentjes – of een schrijnende aanspreking: zullen we gaan? er staat een auto voor je klaar. In ‘lichaam II’ zit veel meer taalcreativiteit. Neologismen als aderspektakel, slootkantkoeien, bevingerwandelen, roofvlies, lustlijf, spartelvis, borstenbasiliek zorgen voor een speels-erotische sfeer. De korte fragmentachtige gedichten klinken dynamisch en bekoorlijk, als een hedendaags Hooglied. Hier is nummer 9:

    mijn roosje uit de dag geplukt, vroege morgenmond, speels oororakel
    plotselinge nekwervelwind, mijn jachtvonk, vlaag van wilde
    vroomheid, mijn borstenbasiliek om in te zingen, speldenklanken
    die op haar mozaïekvloer vallen, mijn brandschoon ramenschijn

    De gedichten in cyclus 3 en 4 ogen klassieker, maar ook hier schuwt Jansma het taalexperiment niet. Vooral in de laatste cyclus komt daar ook een sterke verbeelding bij kijken. In ‘het symfonisch aquarel van je dorst’ gaat de auteur aan de slag met het gegeven dat we ons de dood vaak voorstellen als een éénkleurige (witte / zwarte) leegte. Hij maakt er een synesthetisch spektakel van kleuren en geuren van, van requiemrood en dieseldampgroen tot een schitterende klanklimonade van in elkaar schuivende trombonetinten.

    Het gedicht waaraan de bundel zijn titel ontleent, is – een beetje ongebruikelijk – het allerlaatste gedicht. Hier lijkt de auteur een overgang gemaakt te hebben. Terwijl doorheen heel de bundel de aanspreekvorm ‘je’ voor de geliefde heel consequent gebruikt wordt, alsof de bundel één grote brief aan haar is, gebruikt hij hier ‘zij’. Hij situeert haar in de taal, als om te benadrukken hoe belangrijk de talige verwerking voor hem is (geweest).

    rozige maanvissen

    ergens in taal is zij nog

    in woorden die duurloos
    en momentenbreed ronddobberen

    als rozige maanvissen

    haar zoeken is woorden aftasten
    die haar nog niet kennen, ze omvormen

    tot ze fingerspitzenvinnen krijgen
    om haar bij zinnen te zwemmen

    Dankjewel Sytse Jansma, voor een fijngevoelige, taalsprankelende bundel! Ik wou dat ik je in het Fries ook kon lezen.

    PS. En dat zie ik nu pas, ‘Rozige maanvissen’ won de C. Buddingh’prijs 2024.

    • Tegenstroom
    • Warme dichters
    • Wereldreis
    • Vallen, verdwijnen, doorgaan
    • Mama’s Pride
    27 januari 2025

Vorige pagina Volgende pagina

Maak een website of blog op WordPress.com

 

Reacties laden....
 

    • Abonneren Geabonneerd
      • sandra roobaert
      • Voeg je bij 62 andere abonnees
      • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
      • sandra roobaert
      • Abonneren Geabonneerd
      • Aanmelden
      • Inloggen
      • Deze inhoud rapporteren
      • Site in de Reader weergeven
      • Beheer abonnementen
      • Deze balk inklappen