Spring naar inhoud

sandra roobaert

    • Blog
    • Boek mij!
    • De inventaris van wat blijft
    • Dichter&Dichter
    • Over mij
    • SchrijfTijdlijn
    • Welkom!
  • Camille

    Ik zag haar in de tentoonstelling over die andere kunstenaar, met wie ze bijna altijd in één adem wordt genoemd. Omgekeerd is dat meestal niet het geval. Zo gaat het vaak. Een vrouw kan blijkbaar moeilijk zonder een man worden genoemd, de man wel probleemloos zonder de vrouw.

    De man is ouder en mentor, de vrouw jonger, muze en minnares. Hoewel ze allebei kunstenaars zijn, blijft zij in zijn schaduw, terwijl hij een reus wordt.

    Plots was ze daar, in de tentoonstelling. Of eigenlijk alleen haar hoofd. Met een plakkaatje erbij, jaartal, naam. Zonder enige verdere tekst of uitleg.

    Weken later keert ze terug, achtervolgt ze mij. Moet ik iets over haar schrijven. Haar naam noemen: Camille Claudel. Vrouw van gips.

    29 augustus 2024

  • Zuurstofdate

    Ik kreeg het boek meer dan tien jaar geleden van een vriendin die schilderde en zong: ‘The Artist’s Way’ van Julia Cameron. Het bleef lang in mijn kast staan, tot ik het uiteindelijk las en me met tussenpozen twee keer door het 12-wekenprogramma van opdrachten en teksten werkte dat Cameron enkele decennia geleden creëerde om mensen te helpen ‘de kunstenaar in zichzelf te (her)vinden’. Sinds ik dat deed volgde ik een meerjarige schrijfopleiding, werden gedichten die ik schreef opgemerkt / bekroond / gepubliceerd en debuteerde ik als dichter.

    Allemaal te danken aan Julia Cameron? Een één-op-één oorzakelijk verband is er denk ik niet. Bij artistieke creatie spelen nu eenmaal veel factoren een rol, én een dosis geluk. Feit blijft wel dat ik bepaalde Cameron-gewoonten probeer te behouden. Veel minder gedisciplineerd dan zij voorschrijft, maar wel met enige regelmaat.

    Eén ervan is de zogenaamde ‘artist date’ of ‘kunstenaarsafspraak’, een wekelijkse afspraak om de kunstenaar in je te prikkelen en verwennen. Met de benaming heb ik moeite. Ik kan mezelf intussen wel ‘auteur’ of ‘dichter’ noemen, maar ‘kunstenaar’? Ik zou het eerder een ‘zuurstofdate’ noemen, omdat het precies dat is wat het doet: het levert mentale en creatieve zuurstof, doorbreekt sleur en spreekt mijn verbeelding aan.

    Hoe ziet een zuurstofdate eruit? Je bent alleen, dit is een afspraak met jezelf. Je gaat het huis uit. Je gaat van de gebaande paden af, niet naar het park waar je elke dag je hond uitlaat. Je hebt niet per se een perfect uitgewerkt plan. Misschien stap je gewoon in een trein naar ergens en zie je daar wel welke zuurstof er te vinden is. Je beseft dat niemand precies weet waar je je nu bevindt. Des te beter.

    Zuurstof is zowel te vinden op natuurplekken – bos, heide, duinen, rivier, zee – als op cultuurplekken: kerk, museum, onbekende stad, bibliotheek, tweedehandswinkel, jazzcafé, bank op een plein, koffiebar … Zuurstofdates hebben te maken met ontdekking, kleine avonturen, de verrassing van het onbekende, het verlaten van het vertrouwde, het volgen van je gevoel. Deze straat of die daar? Het pad dat naar boven leidt of dat naar beneden? Wat ligt er achter die deur en durf je daar te gaan kijken?

    Een zuurstofdate is geen entertainment, geen aanstellerij van artistiekerige types. Het is ook geen verplicht nummertje en geen deal om aan inspiratie te komen. Je kan niet verwachten dat als je maar netjes voor die wekelijkse date zorgt de creatieve flow vanzelf blijft stromen.

    Het is meer een erkenning dat creativiteit een staat van genade is die je niet kan afdwingen, maar waar je wel openingen voor kan maken. Door het weefsel van het dagelijkse, praktische, resultaatgerichte tijdelijk te scheuren. Jezelf toe te staan om spelend met ruimte en tijd om te gaan en bereid te zijn op zo veel mogelijk plekken schoonheid te vinden. Soms zal je geen schoonheid vinden, soms zal je je afvragen waarom je uitgerekend naar deze plek moest, soms voel je je gefrustreerd in plaats van geïnspireerd, leeg in plaats van licht of vervuld. Dat hoort erbij.

    Nog een reden waarom ik de naam ‘kunstenaarsafspraak’ niet zo geschikt vind? Als je het zo noemt, werp je een drempel op: dit is iets voor kunstenaars, of minstens voor mensen die creatief werk doen. Ik zou het iedereen aanraden. We hebben allemaal zuurstof nodig in de zin van: tijd met onszelf, speeltijd, tijd om onszelf te vernieuwen door dingen te zien en doen die we op de meeste dagen niet zien en doen.

    Neem je agenda, plan die zuurstofdate. Bedenk pas wanneer het moment aanbreekt wat je precies gaat doen. Of maak een plan en gun jezelf de vrijheid om er op elk moment van af te wijken.

    (De foto’s bij dit artikel zijn gemaakt tijdens zuurstofdates.)

    30 juni 2024

  • Jij kan het ook! Geniet ervan!

    Ik leer het jou in kleine stapjes. Wees niet bang. Ik weet dat je ervan gruwt, maar jij kan het ook: online communiceren zonder het gevoel te hebben dat je jezelf verkoopt en zonder dat je er als een gek dag na dag mee bezig hoeft te zijn.

    Wel, ik blijf ervan gruwen en ja, ik heb heel snel het gevoel dat ik met m’n ziel de straatstenen aan het plaveien ben waar iedereen dan gewoon overheen rijdt. En ik zie een hoop mensen dag na dag na dag posten en posten over de dingen waar ze mee bezig zijn en dat jij die het me wil leren dat ook doet, dus ik snap niet zo meteen waaruit die alternatieve methode dan zou bestaan waar ik zen en onthecht bij blijf en tegelijk successen mee boek.

    Ook jij kan je potentieel bereiken, er zit zoveel meer in jou, durf je grootste droom te dromen.

    Ik hoor wat je zegt, maar eerlijk, bij een kleinere droom word ik al zenuwachtig en soms stel ik vast dat ik iets heb gedroomd en ik niet vanzelf een stralend superwezen word wanneer het effectief uitkomt.

    Ik heb gehoord dat jij schrijft? Oh wat bijzonder! En je wordt gepubliceerd, waw! Je bent zo sterk bezig met je passie. Dit is jouw kindje, dit is jouw moment, pak het! Wat prachtig die hele aanloop er naartoe, dat zal wel heel bijzonder voelen, geniet ervan!

    Ik geloof dat er iets mis is met me. Mijn hoofd is dankbaar en ja, ik vind het bijzonder, daar niet van, maar eigenlijk ben ik vooral heel erg bang. Met poëzie vul je geen zalen en ik al helemaal niet, ik excuseer me al bijna wanneer ik iemand een flyer in de hand stop. Behalve een handvol trouwe vrienden daagt er vast niemand op.

    Je belemmert jezelf, laat het los, je bent het waard.

    Ik geloof je graag, maar wat je zegt, klinkt voor mij als holle praatjes. Ik zie het wel, dat er standaardinstellingen zijn en dat iedereen ofwel heel veel moeite doet om daaraan te beantwoorden ofwel dat het vanzelf lijkt te gaan: je hoort enthousiast, ondernemend, positief, krachtig, communicatief, netwerkend etc te zijn. Naar mijn gevoel val ik heel dikwijls sub-standaard uit. Ik denk dan: wat is er mis met me, dat ik me nu niet enthousiast voel of niet in staat ben om met allerlei onbekenden praatjes aan te knopen of zomaar een samenwerking uit de grond te stampen? Soms wil ik daar wel een keer iets over zeggen, maar ik wil er ook niet de sfeer mee verknallen voor een ander of aan iemands kop zeuren.

    Durf te visualiseren wie jij wil zijn en wat je wil bereiken, durf jezelf en je talenten maximaal in te zetten.

    Sorry, ik denk dat we niet echt op dezelfde golflengte zitten. Ik geloof dat de meeste mensen rond me een aantal upgrades hebben ondergaan die ik om één of andere reden gemist heb. Waarschijnlijk heb je iemand anders voor ogen dan ik.

    6 oktober 2023

  • Dag 5-8: Siena of Firenze?

    Ze liggen allebei in dat paradijs-op-aarde-geachte Toscane. Wanneer je googelt ‘Florence or Siena’ krijg je een hele reeks websites en blogs die ze netjes op allerlei punten vergelijken. Het hangt er vanaf wat je precies zoekt en waar je voorkeuren liggen, maar ik doe het op mijn volslagen on-objectieve manier nog een keer over.

    In de Middeleeuwen ontwikkelden zowel Firenze als Siena zich tot machtige stadstaten. Tijdens de 15e eeuw werd Firenze onder het sterke leiderschap van de Medici’s de bakermat van de Italiaanse Renaissance, terwijl Siena haar middeleeuwse karakter bleef behouden. Rivaliteit was er volop en Frankrijk en Spanje bemoeiden zich ook nog eens met de strijd om de dominantie in de Toscaanse regio, de Fransen aan de zijde van Siena, de Spanjaarden aan die van Firenze. Resultaat: de slag bij Marciano in 1554. Beide partijen gooiden zo’n 15.000 manschappen in de strijd, maar de Florentijnen wonnen glansrijk, dankzij hun superieure artillerie. Op termijn werd de Republiek Siena ontbonden en geannexeerd door het Hertogdom Firenze. Einde verhaal.

    Wat was er gebeurd als Siena het had gehaald? Zou het er nu anders uitzien dan? Ik stel me voor van wel. Het lijkt alsof ze hier een paar tijdperken bewust aan zich voorbij hebben laten gaan, alsof de stad gespaard is gebleven van een alsmaar heftiger oprukkende moderniteit, van de dwang en de eisen die te maken hebben met de centrale stad van een regio zijn. Ik ben voor de derde keer in Siena en vind het weer even betoverend, door en door Italiaans en toch zo anders dan andere steden. Dat heeft zeker te maken met de keuzes die hier gemaakt zijn in de loop van de tijd en waar nog steeds aan wordt vastgehouden. Op het eerste gezicht valt het allemaal niet zo op, maar wanneer ik me afvraag wat ik nu precies zo geweldig vind aan Siena kan ik er wel de vinger op leggen.

    De esthetische eenheid en harmonie van deze plek is verbluffend prachtig: hoewel er net als in elke andere stad historische lagen aanwezig zijn die door elkaar heen lopen, met oudere en nieuwere gebouwen, past alles visueel bij elkaar. Het algehele beeld van middeleeuws bruin / oranje / okergeel is intact gebleven, het lijkt zelfs alsof de dakpannen hier door één enkele dakdekker geleverd zijn. Geen hoogbouw aan de horizon, geen uitrafelende randen met aartslelijke bedrijvenzones, geen fabrieksschoorstenen die het zicht verstoren op het glooiende Toscaanse landschap rondom. Waar zie je nog iets dergelijks in Europa?

    De middeleeuwse beslotenheid van de stad is bewaard gebleven. Stadspoorten zijn hier nog functioneel, niet die afgebrokkelde overblijfsels met een plakkaatje erbij waar een stadssnelweg onderdoor of langsheen raast. Autoverkeer blijft daarbuiten, als voetganger stap je onder de stenen boog door en ben je ‘binnen’. De straten zijn op prioritaire voertuigen na zo goed als verkeersvrij en een gevoel van traagheid en intimiteit overvalt je. Het centrale plein, de Piazza del Campo, versterkt die intimiteit: het is volledig omsloten door gebouwen en de meeste toegangen zijn overwelfd en voorbehouden aan voetgangers. Door de schelpvorm heeft het iets van een afhellende kom of een natuurlijk theater zonder trappen en nodigt het vanzelf uit om te gaan zitten, ook al zijn er geen zitbanken.

    Het Palazzo Pubblico met de typische Torre del Mangia erboven volgt de welving: de zijvleugels staan licht naar de middelvleugel toe gebogen. Op dit plein kan je heilzame leegte ervaren, ‘s morgens wanneer de zon nog niet boven de gebouwen uitstijgt. Zodra dat wel het geval is, zie je de schaduwen van minuut tot minuut opschuiven Ook verderop in de dag voelt het nooit te druk of overbevolkt aan. Terrassen liggen aan de rand en domineren niet, er staan hooguit enkele souvenirkramen en nee, natuurlijk valt hier niet te parkeren. Er klinkt een politiefluitje: twee lange-afstandfietsers moeten afstappen en met de volgepakte fietsen aan de hand verder.

    Is het iets wat we in moderne steden veelal niet meer hebben, dit soort van veilige gevoel, je omringd weten door een geheel, een cirkelvorm waarbinnen je je beweegt? Door hier te zijn merk ik het contrast: in veel andere steden voel ik me als het ware blootgesteld in een veel te ruime, openliggende omgeving. Deze stad is nog op mensenmaat. Er zijn geen brede straten, geen lawaaierige kruispunten. Alles is ook binnen stapbereik: op heel veel straathoeken staan wegwijzers naar de belangrijkste ijkpunten van de stad met de afstand in stapminuten. Het maximum is 15. Je hoeft niet met een stratenplan of met je gsm in de hand te lopen.

    Toch voelt Siena helemaal niet aan als een Italiaans Bokrijk. Het is geen imitatie of een opzettelijk onder een stolp gehouden plek. Toerisme is er heel aanwezig, maar tegelijk merk je dat mensen er doodgewoon wonen, werken en leven, al kan je je voorstellen dat ze opgelucht ademhalen wanneer het toeristische seizoen weer voorbij is. Er zijn bijzonder veel horecazaken en ook een hoop typische souvenirwinkels die grotendeels goedkope rommel verkopen, maar er lijken nergens plekken te zijn waar ze allemaal op elkaar gestouwd zijn tot toeristenfuiken. Het fenomeen ‘Mc Donald’s naast Primark naast Starbucks naast H&M’ ontbreekt hier, net als het verschijnsel ‘Chanel naast Prada naast Gucci naast Hermès’. Ik ervaar het als een totale verademing. Er is kleinhandel en ook wat keten-winkels, maar er lijkt een duidelijke keuze gemaakt voor Italiaanse merken, kleine oppervlaktes en geen al te sterke concentraties.

    Cultuur absorberen kan hier zoals overal in Italië: kerken genoeg, de Duomo is als je het mij vraagt de mooiste kerk in heel Italië – mooier dan die van Firenze en dan de Sint-Pietersbasiliek in Rome -, en met alle musea die er zijn ben je wel een paar dagen zoet, maar er worden geen speciale toeristenervaringen gecreëerd. Er vallen geen 3D-shows, panoramische liften of spectaculaire ervaringen te scoren. Cultuur is hier nog eenvoudig: alleen om de Torre del Mangia te bestijgen – te voet, 300 trappen – heb je een time slot nodig, voor de rest kan je het stellen zonder (online) reservaties, boekingen en apps.

    Siena is netjes. Je ziet er geen straatvegers, maar ’s morgens word je wel wakker van de straatveegmachines. Voor de rest lijkt het alsof iedereen zich vanzelf gedraagt en niet achteloos weggooit. Er lijken ook geen bedelaars te zijn. Wijst het op welvaart, een goed sociaal beleid of een rigoureus buiten beeld houden? Ik weet het niet, maar het valt wel op.

    Is Siena ook stil? Niet per se. Je nachtrust kan verstoord worden door gezelschappen die zich onder invloed van alcohol luidruchtig naar hun logies begeven, net zo vaak in het Italiaans als in andere talen. Ben je er tijdens het feest van één van de patroonheiligen van de stadswijken, dan kan je genadeloos middenin de nacht uit je bed getrommeld worden. Ook overdag kan je op een stoet of een trommelrepetitie stuiten. Net als in de middeleeuwen waarschijnlijk, want de tradities die samenhangen met de Palio, de beroemde paardenrace, is vele eeuwen oud.

    Geen idee in welke mate het aan die slag bij Marciano van 470 jaar geleden ligt, en machtig jammer dat hij voor de Siënezen zo pijnlijk en bloedig afliep, maar ik ben ontzaglijk blij met Siena zoals het is. Voor mij is het een plek waar ik telkens naar wil terugkeren. Iets wat ik dus niet heb met Firenze, ondanks de Duomo en de Botticelli’s, de David, de fonteinen en de pleinen.

    17 september 2023

  • Dag 4: Torino!

    Al bekend bij de Romeinen. Laatste plek om voorraden in te slaan voor je de Alpen overstak. Vele eeuwen later de stad van het geslacht Savoie, nadat Emanuel Filibert van Savoie er de hoofdstad van zijn hertogdom van maakte. Nog veel later – in 1861 – de eerste hoofdstad van het verenigde Italië, omdat Victor Emanuel II, een Savoie, de eerste koning van het land werd. Stad van Fiat, Lavazza-koffie en de vroege filmindustrie.

    En stad van een strak stratenplan en een kluit paleizen en musea, de Musei Reali, met dank aan de Savoies, die hun rijkdom niet in een sok staken. De man in het infokantoor bij het station zegt dat reserveren een must is voor Palazzo Reale en de musea die eraan vasthangen. Net zo voor de panoramische lift in Mole Antonelliata, die is voor vandaag vast al helemaal uitverkocht. Ik stap naar het centrum en vraag mij af of ik er opnieuw ingetuind ben, dat fenomeen waardoor te veel mensen zich tegelijk op dezelfde plekken in de wereld willen bevinden. Is Turijn zo populair? En waarom weiger ik tevoren online reservaties te maken en tickets te kopen? Waarschijnlijk omdat het een heel stuk avontuur weghaalt wanneer ik twee maanden van tevoren al weet hoe mijn dag in Turijn er zal uitzien. Ik wil vrij kunnen bewegen, kerken, musea en parken binnenwandelen zoals het uitkomt. Mij laten leiden door een affiche die een tentoonstelling aankondigt in een museum dat niet in de must-see-top-10 staat.

    Palazzo Reale, toch even checken. Leegte bij de kassa. Zijn er nog tickets voor vandaag? Natuurlijk. Soms wanneer ik door een museum loop, krijg ik een hol gevoel in mijn maag en denk ik plots dat al die madonna’s, annunciaties, kruisafnemingen, metershoge veldslagen en eeuwenoude portretten van vooral machtige mannen toch allemaal variaties op hetzelfde zijn. Er zijn er veel te veel, na vijf infobordjes krijg ik een waterhoofd, waarom doe ik mezelf dit aan? Ik sla twee zalen over en weet het dan weer.

    Ik doe dit om de engel die een vliegje op zijn rug heeft.

    De engel in de tegenoverliggende hoek met het uitkijkje achter zich.

    De uitdrukking op het gezicht van de Madonna.

    Vrouwen die de was te bleken hangen op een oud stadszicht.

    Om dat intrigerende draagtasje met die vis (de Bijbelse figuur Tobias die in de buik van een vis een middel vond om zijn vaders blindheid te genezen).

    Om het zwarte marmer en de gouden engelen van de Capella della Sindone, speciaal gebouwd om de sindone (lijkwade) te bevatten. Ze bevindt zich in het Palazzo Reale, maar heeft grote doorkijkramen die uitgeven in de Duomo.

    En misschien ook om na te veel schilderijen, antieke beelden, gestucte en beschilderde plafonds, keramiek, opgezette paarden en harnassen naar buiten te struikelen, van de airco naar de hitte, en in de Giardini Reali ‘boterhammekes te eten’.

    Bij de Mole Antonelliana staat een file voor de panoramische lift. Een medewerker komt vlak na mij de rij definitief afsluiten. De lift heeft een dagelijks quotum van enkele duizenden passagiers en iets voor 2 in de middag ben ik de laatste die nog zonder ticket mag aansluiten. Soms heb je gewoon stom geluk. Na een uur aanschuiven en mensen kijken is er boven uitzicht.

    De dag gaat verder met ijs en foto’s van Dorothea Lange, de Amerikaanse fotografe die in de jaren 1930 wereldberoemde beelden maakte van gezinnen die getroffen werden door de crisis na de beurskrach van 1929 en de dust bowl in de landbouwgebieden van Midden-Amerika. Ik wist niet dat ze in opdracht werkte van een agentschap dat de situatie van deze mensen wilde documenteren om zo hulp van de overheid te verkrijgen. En ook niet dat ze tien jaar later tijdens WO II Japanse Amerikanen fotografeerde die door de overheid onder dwang geëvacueerd werden en in interneringskampen ondergebracht. Foto’s om stil van te worden.

    Na nog veel meer stappen, langs de Po, langs de kades waar vroeger vrachtschepen gelost werden en die nu door hippe bars worden ingenomen en door Parco Valentino, waar Italiaans uitbundig genoten wordt van de zaterdagmiddag, is het op: voeten beginnen te atrofiëren en de boterhammekes in de paleistuin vanmiddag bleken toch een beetje schamel. Nog even twee minuten soloreis-moed, een eetplek uitkiezen en in de warme avondwind bij een open raam genieten van elke hap en slok.

    11 september 2023

  • Dag 3: Nice – Turijn

    Van Nice naar Turijn is niet de handigste treinverbinding, maar het kan. En als het kan, is er geen reden om het niet te doen. De duur is ondergeschikt, het traject volslagen onbekend en dus spannend, en onderweg zijn is in dit geval ook letterlijk mooi. Eerst gaat het met bijna voortdurend zicht op de Middellandse Zee tot in Ventimiglia, net over de Frans-Italiaanse grens. De trein is overvol, met zowel forensen als toeristen. Ik moet staan en benijd de vroege zwemmers die ik in het transparante water zie dobberen. Na Monaco / Monte Carlo zijn er plots zitplaatsen vrij. Traject 2 gaat tot Cuneo. De trein slingert zich door de Alpes Maritimes: nauwe kloven met steile wanden, op de bodem staat de rivierbedding bijna helemaal droog. Na enkele stations met Italiaanse namen zijn er plots weer bordjes met SNCF erop: Breil-sur-Roya, Saint-Dalmas-de-Tende … De spoorlijn loopt hier afwisselend over Italiaans en Frans grondgebied. De uitzichten zijn vaak indrukwekkend en niet meer dan korte flitsen tussen ontelbaar veel tunnels. De stationnetjes lijken niet op de prioriteitenlijst voor onderhoud of renovatie te staan.

    De overstaptijd in Cuneo bedraagt 5 minuten en we zijn iets te laat vertrokken uit Ventimiglia. Zou het lukken? De treinbegeleider maakt een rondje om iedereen die richting Turijn moet op de hoogte te brengen op welk spoor de trein vertrekt en de overstap gaat naadloos. Het gezapige ‘treno regionale’-gevoel is weg: in deze trein is airco en automatische mededelingen in twee talen. Het landschap lijkt niet langer uit een vakantiebrochure te komen: inspiratieloze landbouwgronden strekken zich uit tot zo ver je kan kijken.

    Torino Porta Nuova: ik vraag de weg aan drie politie-agenten want ben vergeten opzoeken hoe ik moet stappen naar mijn verblijfplek. Hoewel ik dit jaar een betere telefoon heb dan vorig jaar krijg ik mijn mobiele data niet aan het roamen. Italiaanse politie-agenten zien er doorgaans iets imposanter uit dan Belgische: ze zijn allemaal jong, aan de krachttraining, doen gewichtig en lijken eerder op militairen in het blauw. Ik zeg dat ik weet dat het niet ver is, ongeveer anderhalve kilometer stappen. De ene zegt meteen dat ik best een taxi neem. Nee nee, ik ben geen taxi lady, zeg ik. De volgende wijst naar de juiste uitgang, zegt dat ik de straat moet oversteken en bus 18 moet nemen, het is twee haltes verder. Ok jongens, laat maar. Is het een vorm van machismo, vinden dat een vrouw boven een bepaalde leeftijd en met een tamelijk grote rugzak ofwel in een taxi of in de bus moet gestopt worden, of interpreteer ik te snel? Op het plein voor het station blijkt een informatiepunt te zijn: een oudere dame vouwt een stadsplannetje open, tekent de weg uit, gaat met mij naar buiten en zorgt dat ik de goeie kant opga. Zo moet dat zijn.

    Na een kwartier stappen wacht Francesca mij op, de perfect ééntalige kamerverhuurster. Er zijn vier sleutels nodig om binnen te komen, maar de kamer is charmant, met oude meubels en tapijten. Ik versta 80 % van het gebabbel van Francesca en doe mijn best om de juiste replieken uit mijn micro-woordenschat te vissen.

    De rest van de dag gaat op aan een verkennend tochtje: hoe klinkt, voelt, ruikt deze stad? Oh ja, juist, er is hier een lijkwade, ze blijkt in de Duomo te hangen. Vier rivieren, waaronder de Po en de Dora. Veel sjieke boetieks, lekkere focaccia uit het vuistje, oranje tramstellen die zo oud zijn dat het lijkt alsof ze voor een plezier-ritje uit het trammuseum zijn gehaald. Ik ga niet meteen overstag voor Turijn: het is statig, met wijdse pleinen en eerder brede en kaarsrechte straten. Niet lelijk, maar ook niet echt gezellig.

    De Mole Antonelliana, de iconische toren waarin het Museo del Cinema gehuisvest is, is wel fascinerend. Oorspronkelijk bedoeld als synagoge, maar architect Antonelli had duidelijk andere ambities met het gebouw, dus die synagoge kwam er niet van. Wel een lift die je 85 m hoog brengt naar een panoramisch terras en 360°-uitzicht over de stad. Plannen genoeg voor morgen.

    10 september 2023

  • Dag 2: Les musées de Nice, het ritueel van de zonsondergang

    Zodra ik goed en wel opgestaan ben, is het heet. Ik ontbijt en de zon wurmt zich tussen de gordijnen door, amper half negen en ik zet de ventilator in de kamer aan. Wanneer het in België heet is, voelt dat als iets licht alarmerends, een uitzonderingstoestand. Hier voelt het als een dagelijks feest, een manier van leven. Ik heb maar één volle dag in Nice en ga die opzuigen als een cocktail door een rietje. Hoeveel musea kan je vermenigvuldigen met het doorkruisen van hoeveel wijken en het afvinken van hoeveel uitzichten en gebouwen? De ûbergulzige reiziger in mij wordt wakker. Ik neem de bus die de heuvels rond het centrum in klimt naar Musée Matisse. Openbaar-vervoervergelijkingen, altijd een interessant thema: elke halte wordt zowel op beeldscherm als auditief aangekondigd , je hoeft totaal niet op het puntje van je stoel te zitten om op de juiste plek uit te stappen. En de bus heeft airco. De Lijn kan er voorlopig niet aan tippen.

    Musée Matisse bereik je via een parkje met olijfbomen, een sculptuur van Tinguely, een trap.

    Van hier af aan wordt de dag een snoer van odalisken, gekoelde zalen, sensuele pentekeningen, een ommetje langs een zuiders kerkhof (Cimetière de Cimiez), het te voet afdalen van de heuvel tot aan Musée Marc Chagall, een onderdompeling in kleuren en Bijbelse thema’s, une baguette de campagne met beleg in een speeltuintje (Nice is best zuinig met openbare zitplaatsen), pop art, Niki de Saint Phalle en Yves Klein in MAMAC (Moderne en Hedendaagse Kunst), verrassende uitzichten vanaf de dakterrassen van laatstgenoemd museum, ‘le vieux Nice’ wat ik gisteravond ook al een keer zag, opklimmen naar een waterval, resten van een voormalig kasteel en toeristen-uitkijkjes op het strand en de baai.

    En dan valt de avond. Zal ik iets te eten kopen en dat ‘thuis’ opeten? Ik logeer twee nachten bij N. en haar dochter F. In mijn kamer hangt een citaat uit de Koran dat ik niet kan lezen, op een blaadje staan de huisregels: behalve ‘schoenen uittrekken’ en ‘niet roken’ ook ‘geen hesp, geen varkensvlees’ en ‘geen alcohol’. Is het door dat laatste of eerder door de warme dag dat ik plots zo’n zin krijg in wit of rosé? Besluit: voorlopig niet naar huis. Ik shop alle ingrediënten bij elkaar voor een avondlijke strand-picknick en vooral de 37,5 ml gekoelde Grenache voelt essentieel. Het (keien)strand van Nice heeft mondaine afgebakende bars waar mensen in deftige avondkledij loungen, maar die laat ik met plezier links liggen. Honderd meter verderop kan je een stukje keien uitkiezen en gaan zitten. Terwijl ik mijn slaatje opeet en Grenache uit de fles drink, zie ik dat zich hier een ritueel afspeelt: in groepjes of alleen gaan mensen nog even een paar minuten de zee in, de horizon begint suikerboonroze te kleuren, iedereen praat op gedempte toon terwijl de golfslag hoorbaarder wordt, de zee ruikt plots heel erg naar zee, de laatste zwemmers drogen zich af, hier en daar wordt gegeten. Het licht laat het afweten, de avond daalt in, de Grenache is op. Vanaf Place Massena rijdt tramlijn 1 tot vlakbij het appartementsgebouw van N. en F. Hopelijk is een alcohol-adem geen bezwaar.

    7 september 2023

  • Dag 1: Landen – Nice

    Meestal speelt vertrek zich niet zo netjes af als vandaag. Er is niet heel veel tijd, maar wel genoeg om ontbijt en een bescheiden lunch voor onderweg klaar te maken, de rugzak hoeft alleen maar de laatste spullen in ontvangst te nemen en dan staat er nog een mini-tijdvenstertje open. De voordeur hoeft niet in allerijl achter mij dichtgegooid te worden. Er is tijd voor de Russische gewoonte van ‘zitten ten afscheid’: even rustig bij elkaar zitten vlak voor vertrek, dat zou geluk brengen, kwade geesten afwenden die je oproept wanneer je zomaar het huis uitrent. Dus doen we dat. Geen haast, daarna kalmpjes de auto in naar het station.

    Uitstappen, en dan, in de loop van een paar seconden, daagt het: de kleine rugzak met telefoon, portefeuille en documenten erin bevindt zich niet in de auto. Ongeloof, adrenaline-rush, terugrijden. Hij blijkt netjes in de buurt van de voordeur te staan, waar hij werd neergezet voor dat nu vervloekte ‘zitten ten afscheid’. Er zijn twee treinen kort na elkaar naar Brussel-Zuid, waar ik de Thalys naar Parijs en daarna Nice moet halen. Ik mis de tweede trein net, de volgende heeft extra haltes en zal in het beste geval één minuut na vertrek van de Thalys aankomen in Brussel. Nog niet vertrokken en ik heb het al een beetje verknald, obstakel één over mezelf afgeroepen.

    Wat volgt is een ochtend van totale focus: in Brussel-Zuid recht naar de internationale loketten, het rotnieuws dat ik hoogstwaarschijnlijk een nieuw ticket naar Parijs moet kopen aan een veel hoger tarief, vraag maar aan de boordchef van de trein, misschien mag u wel zonder meer mee. Nee hoor, geen genade voor laatkomers, betalen mevrouw, c’est la politique de Thalys, daar kan ik niks aan doen. Maar ja, u haalt vast wel de aansluiting naar Nice. Ik durf niet te denken aan de aderlating in het geval ik die niet zou halen. Het comfortabele uur dat ik zou hebben gehad om mij van Paris Gare du Nord naar Gare de Lyon te begeven is nu geslonken tot een half uur. Focus, het moét lukken. Bij aankomst in Parijs doe ik naar mijn gevoel beroep op de verenigde krachten van zowat de halve mensheid: kan u me helpen om een ticket voor de RER te kopen (man bij de automaten)? / is dit de goeie richting voor Gare de Lyon (vrouw op de roltrap en daarna man op het perron) / ik moet de Thalys naar Nice hebben op spoor 15, ga ik zo de goeie kant uit? (veiligheidsman in Gare de Lyon) / helpt u me even aub (spoorwegman in de buurt van de automatische doorgang die de QR-code op mijn telefoon weigert op te pikken) / waar is rijtuig 017 aub (SNCF-vrouw op het perron). Zes mensen dragen ertoe bij dat ik om 10u08, twee minuten voor vertrek, instap. Altijd weer vind ik dit spectaculair, hoe de meest betrouwbare hulp in dit zo digitale tijdperk uit de mond en de wijzende armen van mensen komt.

    Laat varen nu die stress en focus, relax, de komende zes uren doorkruis je Frankrijk. Lezen, schrijven, uit het raam kijken hoe geleidelijk het zuiden in het landschap kruipt: de kleur van de huizen verandert in vanille-ijs en zachtgeel tot oker, roze en cafe latte. Verdord gras, stoffige aarde, stugge lage bomen en groenbegroeide heuvels.

    Ik verwacht ‘grande vitesse’ tot in Nice, maar plots stopt de trein in Marseille en treedt het reisgevoel in: de normaliteit is weg en alles voelt uitheems. We staan een kwartier stil en de trein op het perron tegenover ons lijkt dat nog langer te zullen doen: reizigers lopen in en uit, roken op het perron, geven honden te drinken, zitten op treden in deuropeningen van wagons. Daarna is het uit met de snelheid. Toulon, Les Arcs, … Tussen de bebouwing en de bomen door zie je af en toe een strook Middellandse Zee, de kromming van een baai, witte yachten, strandgangers. In de buurt van Cannes rijden we langs villa’s op rotspunten met duur uitzicht, palmbomen en zwembad. Over een half uurtje Nice. Nog even uit het raam kijken naar glinstering en loomheid, lichtval en graffiti, het bladderen van gevels in de zon.

    7 september 2023

  • De achterkant van de wereld

    Ik heb me aangeboden om te vrijwilligen en ontmoet samen met een hulpverlener enkele mensen in een opvanginitiatief voor vluchtelingen uit Oekraïne. Ze zijn ondergebracht in een voormalig openbaar gebouw dat zo goed en zo kwaad als het kan herbestemd is voor bewoning.

    V. is een mama met twee kinderen in de basisschool. Ze doet haar uiterste best om zich verstaanbaar te maken in het Nederlands en het lukt redelijk. Morgen heeft ze een examen. De hulpverlener en ik complimenteren haar met haar inspanningen. Ze glimlacht. Ze moet leren, om te kunnen werken, uit de opvang te verhuizen.

    Op de trap ontmoeten we een gezin: vader, moeder, een peuter. Ze zijn Roma, knikken bij wijze van groet, de man glimlacht, de vrouw kijkt sceptisch met het kind op de arm. Ik vraag me af of ze denken dat ik een soort inspecteur ben. Daarna glimlacht de vrouw toch. Er is niet echt gesprek, alleen een soort primitief contact.

    Bij de voordeur drentelt A. rond, een broodmagere oudere man, tanig, hij lijkt niet op de doorsnee Belgische senior. Ik stel me hem makkelijk voor in een afgelegen dorp waar hij met andere oudere mannen driekwart van de dag op een bank zit te praten op een stoffig pleintje. Hier is wel een bank, maar niemand om mee te praten. A. spreekt geen woord Nederlands. De hulpverlener probeert duidelijk te maken dat hij woensdag, samen met een andere bewoner, geacht wordt de douches en toiletten schoon te maken. Ik zie aan het gezicht van A. dat de kans dat hij de douches en toiletten ook effectief schoon zal maken zo goed als nihil is. Wanneer de hulpverlener vraagt hoe het weekend was en wat hij gedaan heeft, legt A. twee handen tegen zijn linkerwang en houdt hij zijn hoofd schuin. Hij heeft geslapen.

    Wanneer ik op mijn fiets stap en de paar kilometers naar huis afleg, voel ik me bedrukt. Ik denk aan het verouderde gebouw, de gangen met net iets te veel rommel, de licht groezelige vloeren, de kale keuken waar niemand met plezier zou kunnen staan koken, de douches die je waarschijnlijk zo snel mogelijk wil verlaten. Volgens de hulpverlener is deze plek al een stuk beter dan de vorige opvang waar ze woonden. Plots valt me in: ‘de achterkant van de wereld, deze mensen bevinden zich aan de achterkant van de wereld’.

    Er is ook een voorkant van de wereld. De meesten van ons houden zich daar op. We zijn ingesponnen in een web waar we ons nauwelijks van bewust zijn. Woorden die voortdurend uit de monden stromen van mannen en vrouwen in nette (mantel)pakken vormen de knopen en mazen van het web: tewerkstelling, koopkracht, concurrentiepositie, scholingsgraad, levenslang leren, productiviteit, … De woorden raken ons aan en zeggen iets over ons. Zelfs als we er niet zo van houden, hebben ze toch betrekking op ons. Alle woorden veronderstellen beweging, altijd naar voren gericht, liefst ook naar meer, beter, groter.

    Wanneer je je aan de achterkant van de wereld bevindt, heb je doorgaans een opeenstapeling van obstakels: je begrijpt en spreekt de taal niet genoeg, je ziet er op één of andere manier ‘anders’ uit, je hebt geen diploma’s of wekt geen vertrouwen wanneer je je aanbiedt als kandidaat-huurder, je worstelt langdurig in je hoofd.

    De mensen in de opvang, zouden zij er ooit in slagen om de achterkant te verlaten en in de voorkant te raken? Ik hoef er niet lang over na te denken: V. misschien wel, met de nodige hulp en op voorwaarde dat ze niet opbrandt als mama alleen. A. en het Roma-gezin? Ik denk het niet. Ik zie niet op welke manier zij de beweging die onze samenleving verwacht, vooruit, doelgericht, kunnen maken, hoe hard dat ook klinkt. In de achterkant van de wereld lijkt alles eerder stationair, of het beweegt anders, achteruit, op zijpaden die vaak niet begrijpelijk zijn voor mensen aan de voorkant.

    Voor mensen aan de achterkant is wel iets voorzien: hulpverlening, sociale diensten. Het wordt soms ‘vangnet’ genoemd. Maar ook daar wordt beweging verwacht, vooruitgang, herstel van autonomie. Hulp is voorwaardelijk, tijdelijk. Onze samenleving kan niet goed om met mensen die langdurig, of misschien wel altijd, aan de achterkant blijven. Wie gevlucht is, moet zich kunnen integreren en dan ‘zoals wij’ zijn. Wie depressief is, moet zich laten behandelen en dan weer ‘gezond’ zijn. Wie arm is, moet een traject volgen om schulden af te betalen en problemen op te lossen en dan ‘een nieuwe start’ maken.

    Kunnen we ook zonder ongemakkelijk met de handen te wringen en dingen te verbloemen erkennen dat het sommigen niet lukt om zich (opnieuw) naar de voorkant van de wereld te werken? Is er ook dan nog hulp, de erkenning: ook jij bent een mens, ook jij hoort erbij, en als het niet lukt, hoef je niet naar voren, beter, meer te bewegen. Ook als je blijft waar je bent, mag je er zijn. Het lijkt mij een graadmeter van een humane samenleving, dat ook de permanente achterkant van de wereld deel mag zijn van het plaatje. Dat je wanneer je je daar bevindt, niet verdwijnt in de onzichtbaarheid. Dat de mannen en vrouwen in de nette (mantel)pakken voor jou ook nog woorden hebben, en dat ze niet veroordelend of problematiserend zijn. Dat er ook dan nog iemand is, die met je op de bank gaat zitten en een praatje maakt, liefst iemand van de voorkant, zodat die lijn tussen voor- en achterkant minder hard wordt, zodat er grensverkeer komt, nieuwe paden.

    Niemand betaalde mij om dit verhaal te schrijven en jij kon het gratis lezen, ook al is schrijven mijn werk en niet mijn hobby. Wil je mij steunen zodat ik kan verder schrijven, dan kan je dat doen via Petje Af, met een eenmalige donatie of een abonnement.

    19 juni 2023

  • Radicaal

    Ik moet naar de bank om enkele circulaire cheques te laten uitbetalen. De grootbank waar ik voorlopig nog klant ben, maar waar ik graag vanaf wil, is dinsdag- en donderdagochtend vrij open. De tendens om barrières voor live contact met klanten op te werpen, bijvoorbeeld door voornamelijk op afspraak te werken, is duidelijk. Kom vooral niet zomaar langs bij je bank, lijkt de boodschap te zijn.

    Ik word door een typische bankmeneer naar een glazen hokje gecoacht: glad, strak pak, armgebaren en zalvende woorden die mijn radar meteen als betuttelend registreren. Ik wil doodgewoon de cheques uitbetaald krijgen. Cash.

    – Nee, dat gaat niet, cash. We storten het op uw rekening.

    – Waarom kan het niet cash?

    – (licht neerbuigend glimlachje) Omdat we helemaal geen cash meer hebben in de bank.

    – Waarom niet dan?

    – Al onze cash zit in de geldautomaat aan de ingang, mevrouw.

    – Ok, maar ik vind dit geen goede dienstverlening, ik wil graag de keuze hebben op welke manier de uitbetaling gebeurt.

    – Alles is meer en meer digitaal, mevrouw, zo is dat.

    – Ja, dat is de evolutie naar de cashloze samenleving, persoonlijk vind ik dat geen goede evolutie.

    – (opnieuw het wat smalende glimlachje) Oh, maar dat gaat u niet tegenhouden hoor, dat is onvermijdelijk.

    – Ik vind het geen goeie zaak voor de klanten, met digitaal verdient de bank op elke transactie en is er van alles een spoor.

    – Verdienen op transacties, dat is peanuts hoor, dat is niet ons verdienmodel en ja, data worden overal verzameld.

    – Niet wanneer ik cash uitgeef, dan weet u als bank niet waaraan.

    – Ja, dat is waar, maar als u die evoluties allemaal niet wil, dan moet u in een tentje in de Ardennen gaan wonen.

    – Dat is altijd meteen het argument wanneer je kritisch bent over zogenaamde vooruitgang, dan wordt er gedaan alsof je een oermens bent of terug wil naar de Middeleeuwen.

    De bankmeneer sust: zo heeft hij het niet bedoeld. We raken het eens dat we het oneens zijn, hij doet het nodige om het geld op mijn rekening te zetten en de wapenstilstand bestaat eruit dat ik het geïnde geld meteen aan de ingang uit de geldautomaat kan halen, wat ik ook prompt doe.

    Ben ik nu radicaal? Het woord speelt al een tijdje in mijn hoofd. Vergezeld van vragen. Mag je radicaal zijn? Wanneer ben je radicaal? Is radicaal eerder goed of toch een beetje fout of onwenselijk? Mag een ander radicaal zijn, maar ik niet?

    Ik geloof dat ik een stevig start-stopmechanisme heb ten opzichte van radicaal. Soms mag ik het even zijn. In een opwelling van verontwaardigde boosheid mag ik er wat uitgooien, waarna het mondslot weer wordt aangehangen. Mag ik iets doen, waarna ik mezelf weer terugfluit, het hok in. Om allerlei redenen: radicaal is toch wel een beetje overdreven, je zichtbaarheid gaat de hoogte in, de kansen stijgen dat je kop spreekwoordelijk wordt afgehakt of dat je jezelf voor schut zet. En het verlangen om iedereen happy, comfortabel en in de friend zone te houden kan je maar beter uitzwaaien. Nog: als ik het waag om een beetje radicaal te zijn, vind ik van mezelf dat ik alles, maar dan ook alles op een rijtje moet hebben, 150 argumenten en 300 feiten achter de hand om mijn mening indien nodig te staven. Dus radicaal met mate, zoals alcohol en suiker en foute vetten. Toch dacht en denk ik aan radicaal, en voel ik dat mijn radicaal-balans aan het schommelen is. Kan je alsmaar rustig en on-radicaal blijven toekijken in een wereld die volslagen radicaal is?

    Ik vind het behoorlijk radicaal, al die plekken waar vroeger geldautomaten waren en nu grimmige dichte wanden. En die slogans op de geldautomaten die er nog wel zijn, in de aard van ‘drop hier je cash’, alsof cash een soort walgelijk afval is dat je zo snel mogelijk kwijt wil.

    Ik vind het adembenemend radicaal wanneer ministers het aandurven om te suggereren dat een pauzeknop nu wel een goed idee is wanneer het gaat om klimaatmaatregelen en natuurherstel.

    Ik vind het afschuwelijk radicaal dat er vorig jaar in België 298 miljoen kippen werden geslacht en 105 miljoen varkens. Nee, er ontbreekt geen komma in die getallen.

    Ik vind het walgelijk radicaal dat een clubje weerzinwekkend rijke mannen manieren verzinnen om zo snel mogelijk de triljoenen dollars aan grondstoffen op de maan en Mars te ontginnen.

    Ik vind het onethisch radicaal wanneer in alle toonaarden over groei-groei-groei wordt gezongen, maar er tegelijk kapot wordt bespaard in de zorg, het onderwijs en de culturele sector.

    Ik vind het beschamend radicaal wanneer met dat zwart-gele vlaggetje ‘Vlaamse identiteit’ in het gezicht van een gekleurde medemens wordt gezwaaid, met de boodschap dat hij/zij er alvast niet genoeg deel van uitmaakt om één of andere functie te bekleden.

    Ik geloof dat ik in zo’n radicale wereld ook een beetje radicaal mag zijn. De bankmeneer beleefd een beetje tegengas mag geven, ook al maakt hij de regeltjes niet. Net ietsje minder elk woord hoef te wikken en wegen, net ietsje minder eerst de andere kant zo goed mogelijk moet proberen te begrijpen. Omdat er zo veel op het spel staat. Omdat het over behoud en overleving en welzijn en rechtvaardigheid gaat. Over dingen die ik aanvoel als inherent goed of fout. En ja, ik mag ook aanvoelen, hoef niet meer de hele tijd de 150 argumenten en 300 feiten aan te dragen.

    Wat ik verder vaststel: wat voor buiten geldt, gaat ook op voor binnen. Ik hoef niet te blijven rondlopen met malaises in relaties, niet te slikken wanneer iemand iets zegt of doet wat ik als kwetsend aanvoel. Ik hoef niet te laten passeren om de lieve vrede, niet te zeggen ‘mja’ of er het zwijgen toe te doen wanneer ik het helemaal niet eens ben. Ik hoef niet meer zo passe-artout en middle of the road te zijn om vooral niemand voor het hoofd te stoten.

    Ik mag keuzes maken die ingaan tegen het paradigma geld-verdienen – consumeren – entertainment – slapen dat zo kenmerkend is voor onze samenleving. Ik mag stoppen met mezelf aan te manen om normaal en redelijk te zijn en doen en mezelf in te passen zoals iedereen.

    Je bent dus gewaarschuwd, hier is sprake van enige radicalisering. Maar als dat te veel afschrikt of aan bommen en granaten doet denken, kunnen we het ook gewoon ‘uitgesproken’ noemen.

    6 juni 2023

Vorige pagina Volgende pagina

Maak een website of blog op WordPress.com

Reacties laden....

    • Abonneren Geabonneerd
      • sandra roobaert
      • Voeg je bij 61 andere abonnees
      • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
      • sandra roobaert
      • Abonneren Geabonneerd
      • Aanmelden
      • Inloggen
      • Deze inhoud rapporteren
      • Site in de Reader weergeven
      • Beheer abonnementen
      • Deze balk inklappen