
Een paar weken geleden stapte ik mee in de Leuvense Pride, achter een metersbreed spandoek, in een minstens drie maten te groot shirt. ‘Proud to be a Trans Parent’ schreeuwden het spandoek, mijn rug, de ruggen van andere ouders. Langs de straten glimlachende gezichten, enkele licht sceptische blikken, handen die het hartsymbool vormden of klapten, één boze man die een fluim onze kant op stuurde.
Misschien had er beter gestaan: ‘Proud of my Trans Kid’. De transitie naar de als juist aangevoelde identiteit en lichaam is een loodzware weg, fysiek en mentaal. Heeft niks te maken met de onzinkramerij van onwetenden die het afdoen als hippe grillen en losgeslagen keuzevrijheid. Ik ben trots op mijn transdochter. Hoe moeilijk, mentaal zwaar en fysiek pijnlijk ook, ze waagde de sprong, duwde door, hield vol. Ze werd door die transitie een mooier, heler, vollediger mens, al wordt het nooit een Disneyfilm met eenduidig happy end.
Vroeger ging ik niet naar Prides. Ik had vrienden in de LGBTQ+-community, ik sympathiseerde, maar toch ging ik niet. Onlangs zei iemand tegen me: ‘Ik weet niet waarom ik naar zo’n Pride zou gaan, want zelf ben ik niet LGBTQ+’. Ik herken de denkfout. Dat het niet over jou gaat omdat je niet ‘één van hen’ bent. Waar het om gaat is niet identificatie, maar solidariteit. We zitten in een wereld waar bepaalde krachten ons maar al te graag uit elkaar willen spelen in wantrouwige fracties. In wij en zij zonder raakvlakken. Een Pride met enkel ‘betrokkenen’ is niet meer dan een assertieve uiting van ‘wij zijn er ook, zie en erken ons’. Een Pride met massaal deelnemers die niet L of G, B, T, Q of + zijn is een krachtig signaal van een solidaire samenleving. We kunnen allemaal op een dag tot een geviseerde minderheid behoren, het gaat veel sneller dan je denkt. Als die dag komt, zullen we maar wat blij zijn dat wie er zogenaamd niks mee te maken heeft ook voor ons de straat op gaat.
De dag na de Pride lees ik op een Amerikaans forum een gedicht met als titel TIVE, wat staat voor Transgender Ideology-Inspired Violent Extremism. Het is geen verzinsel, dat acroniem probeert de Heritage Foundation te verspreiden in de VS. Vanuit ultrarechtse hoek wordt transgender zijn afgeschilderd als een ideologie met een extreem en gewelddadig karakter. Het zal bij ons nog niet meteen zo’n vaart lopen, maar in een aantal Oost-Europese landen – leden van de EU nota bene! – worden de rechten van transpersonen stelselmatig ingeperkt. Hoewel België één van de meest progressieve landen is op het vlak van transrechten, groeit ook hier de intolerantie, met name bij jongeren.
Ik vertaalde het gedicht ‘TIVE’ van Gray Davidson Carroll. Het origineel kan je lezen op de site van poëzietijdschrift Rattle.
TIVE
Transgender Ideology-Inspired Violent Extremism
Ik word ‘s morgens wakker en ben een terrorist.
Ik doe de vaat, ik lees het nieuws.
Mijn handen zijn de handen van een terrorist.
Mijn oren de oren van een terrorist.
De onderkant van het rechter een hobbelige richel
waar, toen ik een kind was, mijn vader me sneed
tijdens een ongewenste knipbeurt.
Ik ren door het centrum van de stad
en mijn voeten die het asfalt meppen
zijn de voeten van een terrorist.
Ik ga naar mijn favoriete koffieplek
waar alle barista’s terroristen zijn.
Daar ontmoet ik mijn vriend van het terroristische breiclubje.
Hij maakt prachtige truien,
steevast versierd met bloemen.
Alle mensen van wie ik het meest hou zijn terroristen!
In de terroristenbar, waar alle drankjes
genoemd zijn naar beruchte terroristen,
zoeken onze heupen toenadering als een gebed.
Ook onze heupen zijn terroristisch, eindelijk
leren ze hoe de scepter te zwaaien. Elke zondag
loos ik terrorisme in mezelf
via de punt van een naald. Elke dag
slik ik een pil om de groei te metastaseren.
Ik wist dat ik een terrorist was toen ik
acht jaar oud was. Datzelfde jaar
vond ik mijn grootvaders glock in het nachtkastje
zette de loop aan mijn mond
denkend dat ik misschien, een seconde lang
het geluid van de verlossing kon proeven.
Hoeveel geliefden
heengegaan intussen wegens datgene in hen
waar de wereld niet moedig genoeg voor was.
Trauma is een goudmijn voor de poëzie, zei iemand
na de lezing waarin ik sprak over mijn vriendin
die in haar eigen huis werd neergestoken.
Je was moordgoed, zeggen ze
je gaf de genadeklap.
En het klopt, taal is het beste wapen
om bij de wortel uit te roeien.
Mijn terroristen! Mijn terroristen!
Ik hou van elk van mijn terroristen.
Mijn terroristen zingen gospel. Mijn terroristen
hebben kinderen. Mijn terroristen worden aangetroffen
in de goot elke morgen,
met blauw uitgeslagen huid,
van onder tot boven roodwit bekrast.
Niemand wil een blik werpen op een dode terrorist.
Niemand wil een terrorist horen snikken.
Wanneer mijn geliefden en ik elkaar aanraken
doen we dat met het vuur
van terroristisch verlangen.
Onze monden staan wijd,
open. Vingers gespannen,
klaar om te lossen.
















