ballade voor een egel

 

aangereden egel langs de weg
in dit geval vermochten duizend stekels niets
hier ligt hij rauw en rood en heel erg dood
getuigen geen of toch niet
de moeite van het oproepen waard
kwaad opzet wellicht uitgesloten
politielint onnodig
dader noch voertuig gesignaleerd
alleen een eenzame fietser rijdt langs en honoreert
met korte stilte en enige gedachten over eindigheid
dan valt de nacht
niemand waakt begraving niet gepland
de dag daarop dunt hij tot bruine streep
en slijt net als het rood de dood

 

Foto Miguel Depoortere

Ik wou dat er iets bijzonders

ik wou dat er iets bijzonders maar wat
het bijzondere dat je kan bedenken
is dat niet langer
een cadeau krijgen waarvan je al weet wat erin zit

ik wou dat er iets bijzonders
bijvoorbeeld dat jij terugkwam en zei
ik meende het niet natuurlijk niet
en keek zoals daarvoor
alsof je mij warm toedekte met je ogen

ik wou dat er iets bijzonders
bijvoorbeeld dat de stilte van de nacht
trouwde met de ochtendnevel in het weiland
en er op de middag een miljoen boterbloemen
bloeiden tussen de koeien

ik wou dat er iets bijzonders
een wonder magie vrede genezing
harten die te lijmen vallen als kopjes met een oor af
en kinderen die je na het spelen schone kleren aantrekt
haren kamt gezichtjes boent

ik wou dat er iets bijzonders

Slapeloos gedicht over knopen

Soms kan ik niet slapen. Kan ik dan niet slapen omdat er een gedicht moet worden geschreven? Of schrijf ik een gedicht omdat ik niet kan slapen? Ik zal het me maar niet afvragen.

 

gordiaans

er zijn knopen en daar lig je in
een lus een acht
gooi je je lasso uit dan vang je eigen enkels
bot of hoogstens een paar trage vliegen
hollywoodauto’s in lege landschappen zijn echt niet meer voor jou
nee jij gaat nergens heen
je surft op het droge je bent zelf de plank
dat dat geen compliment is weet je dame
zelfs geen luis in de pels kan je je wanen
wel zo’n wijfje van die
veel te erg verbreide soort
wat heb je toch
een stelletje kinderen schurft en kolder in je kop
overschot aan recepten voor
granola allesreiniger en liefdesverdriet
misschien ben je herkenbaar
misschien wisselt iemand je nog net in voor
een badhanddoek een mok een pannenset
of word je op de valreep gered ontwar je
maar dan DIY en zonder goeroes of godinnen

knoop

Maak eens een visueel gedicht

Vandaag een mini-cursusje ‘visuele poëzie’ gevolgd van Wisper in Leuven, begeleid door creatieve fee Sandrine Lambert. Een beetje nieuwe wereld voor mij. Hieronder twee ideeën. Ik zou zeggen: ‘Do try this at home’, ter opfrissing van je bezwete zomerhoofd.

1. Druk een mooie zin (of twee). Als je geen drukpers hebt kan je de letters ook stempelen of ergens uitknippen of zelf mooi schrijven of printen. Maak er met stiften, potloden, verf, foto’s, stempels … een beeld bij. Het wordt dan zoiets als dit …

 

2. Maak een schrapgedicht. Neem een volledige pagina tekst, maakt niet uit welke de inhoud is, druk die af op papier en selecteer de tekst die nog leesbaar moet zijn. Al de rest schrap je door of kleur je in. Je kan er nog andere visuele details aan toevoegen, op schilderen, erbij plakken. Deze hieronder is niet opbeurend, maar geeft wel een idee van wat het kan worden. Bij visuele poëzie komt er gewoon wat er komt.

moeder

iets voor twaalven en het huis
moet nog wat rechtgetrokken in de hoeken
voor zij onder zeil gaat bovenin
ze weet dat breedbeeld noch almacht binnen bereik liggen
dat hoogstens haar hand
gladstrijkt omspoelt wegbergt tot
de volgende explosie van huiselijkheid in een nieuwe dag

ze kent de permanentie van haar lichaam
dat niets heeft van een breed schip of een kerk
om bij onweer in te schuilen
meer lijkt op de perenboom met volle takken
die niet wegwandelt nooit het tuinhek voor altijd achter zich dichtslaat
rotte vruchten zonder aarzeling laat vallen
en ook wel eens een tak verliest

ze doet dit al sinds kinderheugenis
de kweek is klaar al haperen de vleugels nog
maar nooit is het af nooit uit nooit helemaal volbracht
het weze zo
ze gaat naar boven
neemt het wasgoed mee
zet de wekker

blouse

Soms

Soms moet zij het lief ontlopen om niet te hoeven spreken
en de vlucht vooruit nemen naar de top van het huis.
Soms moet zij boeken om zich heen slaan en de lamp aanknippen ook al is het dag
en haar koude voeten opnieuw tussen de lakens laten glijden
waar goddank nog warmte van lijven bewaard ligt.
Soms moet zij, het hoofd achterover, door de rechthoek raam staren
en bekers blauw drinken en ook al lust zij geen warme melk, toch lijkt het daarop.
Soms moet de ochtend herbeginnen en
doet zij hem over zonder er een punt van te maken.
Soms mag het bloeden wat haar betreft stoppen, maar het gaat door
de dagen, de maanden, haar ondergoed.
Soms wordt het later, zij weet het, het deert niet.