Fabuleus 50 of ouwe doos?

Ik word vijftig. Nog niet helemaal heel binnenkort, maar toch. In september is het zo ver. Nu moet je weten dat ik de afgelopen jaren bij momenten met een mengeling van weerzin en benauwdheid aan alles wat dat getal voor mij betekende heb zitten denken: menopauze – ugghhh! – , nog meer rimpels, eventueel oprukkende kilo’s en vetrollen, slap vel, slapeloosheid, hormoon-rollercoasters met bijhorend idioot gedrag. Kortom, zieligheid en gruwel troef leek het mij. Ik kon er met de beste wil van de wereld niks positiefs aan ontdekken om de mistige kaap van 50 te ronden. Mijn echtgenoot suste tussendoor dat het allemaal heus wel zou meevallen en een man van een eind in de 50 verzekerde mij dat het allemaal alleen maar beter werd met de jaren voor intelligente mensen zoals ik. Dat laatste was mooi meegenomen als compliment, maar voor de rest vond ik dat ze vooral één detail over het hoofd zagen: zij zijn geen vrouwen, dus weten zij veel.

vintage50

Ik bespeur in de media een wat hijgerig discours over vrouwen van 50 en ouder dat vooral door vrouwen zelf wordt onderhouden (lees er Sonja Kimpen en Martine Prenen op na): ze tellen echt nog mee / nee, ze zijn niet oud / niet klaar om alleen nog koekjes te bakken en de geraniums water te geven. Tot en met het overspannen uitbazuinen van peptalk à la ‘een heel nieuwe levensfase’ / ‘begin lekker opnieuw’ / ‘nergens te laat voor’ / ’50 worden is fabuleus’. Met perfect gestileerde foto’s met de juiste lichtinval erbij zodat de intredende aftakeling nog niet al te zichtbaar is.

Ik heb besloten dat ik het op mijn geheel eigen wijze ga aanpakken. Dat wil zeggen: wegkwijnen noch doen alsof 50 het nieuwe 35 is, niet flauw doen, niet in ontkenning gaan en wel zien wat zich aandient. Ik weet dat ik af en toe in stilte ga blijven gillen dat ik geen zin heb om een oud wijf te worden, dat ik met een zekere regelmaat de echtgenoot aan de kop ga zeuren en dat ik met enige afgunst ga zitten gluren naar een mannengezicht hier, een mannenarm daar waarvan ik vind dat die zoveel eleganter ouder worden dan mijn onderdelen. (Waarbij ik eerlijkheidshalve moet toegeven dat sommige mannen-onderdelen dan weer minder gracieus verouderen dan mijn equivalent, maar laat ik nu niet té veel in detail treden.)

Wat ik ook ga doen: mijn zegeningen tellen. Ik ben bijna vijftig en nee, ik verga niet van de opvliegers, heb voorlopig hetzelfde figuur als 10 jaar geleden, nauwelijks een grijze haar en het maandelijkse klokje tikt nog tamelijk netjes. Ik heb van de natuur gewoon de tijd gekregen om er helemaal klaar voor te zijn, en dat ben ik nu wel zowat geloof ik. Op die grijze haren zit ik eigenlijk bijna te wachten omdat ik denk dat ze, geloof het of niet, flatterend zullen staan.

Ik ging er helemaal van uit dat het in mijn lijf zou starten, het hele meno-gedoe, maar nee, sinds kort stel ik vast dat mijn hoofd het startschot heeft gegeven. Met de regelmaat van een klok ben ik kwaad, woedend, laaiend van ergernis en frustratie en slaan de vlammen net niet uit mijn haar. Want alle kut-klerezooi kan de hort op, inclusief alle verdomde lastpakken rond mij – euhm, sorry jongens – en ik sta klaar om mijn strijdwagen met 4 zwarte merries ervoor van stal te halen, denderend de straat uit te jagen en alles achter mij te laten. Godverdomme!

Nu moet ik zeggen dat ik woede ken bij mezelf. Toen ik jonger was, had ik er af en toe flink last van, maar met de jaren was het op dat vlak wel wat kalmer geworden in de huishouding. Echtgenoot, Kinderen en ik kunnen nu vaststellen dat Hare Wilde Boze Ontembaarheid opnieuw de kop opsteekt.

Maar ik herhaal: niet in ontkenning gaan en zien wat zich aandient. Woede dus voorlopig, en een verlangen om uit te breken. Geef Me Iets Anders, godbetert. Voorlopig verlaat ik huis en haard nog niet, maar ik voel dat het wel goed is, de evidenties die uit hun tuttige hoesjes worden geschud en op de grond in scherven vallen. In vraag stellen of ik altijd moet proberen om correct, verzoenend, sociaal wenselijk gedrag te vertonen. Niet dat ik dat eerder altijd deed (vooral Echtgenoot en Kinderen kunnen daarover meespreken, vrees ik), maar zelf voel ik het zo aan dat ik al mijn halve leven zo verdomd mijn best heb zitten doen en het nu misschien stilaan wat minder mag.

Laverend tussen fabuleus – meer dan ooit vaststellend dat het leven veel kleine en grote snoepmomentjes heeft – en weerspannige ouwe doos – nee, ik wil pertinent geen botox, geen lifting en ja die stomme voorhoofdrimpels en die lijnen rond mijn mond zijn lelijk en diep en dat is dan maar zo – vaart mijn vrouwelijke-piratenkapiteinboot richting september. Als het zo uitkomt stuur ik de komende tijd nog wel eens een postkaartje.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s