Bella Italia: Cinque Terre te voet (dag 6)

Gisteren na de middag nam ik de trein uit Genua naar La Spezia, zo’n 100 km verderop langs de Ligurische kust. La Spezia is een sympathiek kuststadje, maar meer ook niet. Wél is het een prima uitvalsbasis voor Cinque Terre, het snoer van vijf dorpen/stadjes waarbij iedereen met een beetje gevoeligheid voor de Italië-vibe spontaan gaat kwijlen. Ze heten Monterosso al Mare, Vernazza, Corniglia, Manarola en Riomaggiore en zijn alle vijf verbonden door een treinlijn, heel handig is dat. In La Spezia zit ik het dichtst bij Riomaggiore. Je kan ook van het ene dorp naar het andere stappen, en dat is precies wat ik wil doen. Voor sommige routes heb je een Cinque Terre Hiking Card nodig. Telkens staat er aan het begin van de route een uitdrukkelijke waarschuwing om er niet op teenslippers aan te beginnen. Bij mijn research gisteren heb ik vastgesteld dat de routes Riomaggiore – Manarola en Manarola – Corniglia gesloten zijn wegens onderhoudswerken aan de paden. Ik plan om de trein naar Corniglia te nemen en dan te stappen naar achtereenvolgens Vernazza en Monterosso. Drie stadjes bezoeken en twee staproutes er tussenin, dat lijkt me een dagtrip.

Om 5 voor 9 zit ik in de trein en het is druk, je merkt dat deze streek enorm populair is. Vanaf het station van Corniglia gaat het meteen flink omhoog naar het centrum. Super-uitzicht voor de treinliefhebber in mij.

Corniglia is klein en schattig met bochtige steegjes en gekleurde huizen en heel toeristisch uitgebaat, maar het is nog vroeg op de dag en tamelijk rustig. De barretjes en restaurants zijn piepklein. Na wat sfeer opsnuiven en een kaarsje branden in de kerk vind ik zonder veel moeite het pad richting Vernazza. Mijn Hiking Card wordt afgestempeld en al gauw ligt Corniglia achter me.

De paden zijn tamelijk smal en rotsig. Je stapt altijd een heel eind boven zeeniveau en het is de hele tijd klimmen en dalen. Ik ben blij dat ik besloten heb mijn stapschoenen mee te brengen. Ze nemen flink wat volume in mijn rugzak in, maar nu loop ik als op wolkjes, ook al is het eigenlijk veel te warm voor stapschoenen. Af en toe is er schaduw, maar al snel voel ik het zweet op mijn hoofdhuid prikken. De tegenliggers die uit Vernazza komen hebben zowat allemaal donkernatte vlekken op hun shirts. Het laatste stuk van de route is één gigantisch lange afdaling op een rotsige trap met diepe treden. Ik heb te doen met de tegenliggers en vind mezelf boffen dat ik de route in deze richting afleg. Corniglia ligt op een hoogte, maar Vernazza ligt beneden aan zee en heeft een mini-haven en strandje, wat het heel fotogeniek maakt. Tegen de tijd dat ik aankom, rond half 11, is het al overstroomd door toeristen (ja, ik ben er ook één, natuurlijk). Ik heb me voorgenomen om in Vernazza uit te rusten van de eerste route, maar na een tochtje door het centrum – met geuren van verse vis, pastasauzen en pesto – bevind ik me plots op de weg naar Monterosso en besluit ik ineens door te stappen. De drukte in Vernazza is een beetje té. Maar vanuit de hoogte gezien ligt het er schitterend bij.

Terwijl ik daarstraks de tegenliggers beklaagde, krijg ik nu zelf een heleboel fikse klimstroken achter elkaar te verwerken. Vernazza – Monterosso is het langste traject en achteraf ontdek ik dat het op de kaart aangeduid staat als ‘skilled‘. Het is een flinke inspanning en op sommige stukken zijn er enorm veel tegenliggers. Soms moet je even staan wachten om ze door te laten, op andere momenten wurm je je langs elkaar heen. De paden zijn niet echt gevaarlijk, maar het is wel uitkijken. Een enkel verzwikken is zo gebeurd en er zijn ook niet overal relingen. Ik besef dat ik net iets meer gefocust ben dan wanneer ik in gezelschap zou zijn. Af en toe waait er een lauw briesje van over zee.

En dan komt Monterosso in zicht, na eindeloos veel rotstrappen op en rotstrappen af. Groter dan Vernazza en Corniglia en heel badplaats-achtig.

Strand, water! Ik heb er niet aan gedacht om zwemspullen mee te brengen, maar ga wel regelrecht de metalen trap af, schop mijn schoenen uit en laat het niet eens koud aanvoelende zeewater mijn voeten belonen. Daarna is het nog maar rond enen. Ik neem een lange schaduwpauze op een bankje onder een boom, dwaal door Monterosso, ga elk kerkje binnen, eet focaccia en maak honderd steegjes-foto’s.

En dan slaat de combinatie van de stapinspanning, de hitte en de drukte toe. Ik neem de trein terug naar La Spezia en besluit het verder hééél rustig aan te doen vandaag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s