1. De rivier Arno. Stroomt erdoor. Geeft mooie verstilde beelden van langgerekte kades en de gebouwen erlangs.

2. Fietsers. Waren me eerder in Italië nog niet opgevallen. Hier zijn ze wel. Het elektrische tijdperk is nog niet ingetreden. Iedereen rammelt op een oud wrak voorbij en zit ook heel laag op het zadel. Geen foto’s van.
3. Botanische tuin. Botanische tuinen bezoek ik het liefst met mijn maatje, de wandelende planten- en bomenencyclopedie. Helaas, hij is er niet. Dan maar in mijn eentje dag zeggen tegen de cactussen, aan blaadjes van de kamferboom ruiken, de dadelpalmen bewonderen en al die opzichtige bloemen fotograferen.


4. Kerken. Veel kerken. In Italië loop je sowieso het risico op een kerken-overdosis, maar ik merk dat ik eerder naar ze toe groei. De bijna altijd openstaande deuren lokken mij. Hebben kerken in Italië iets wat ze elders niet hebben? Er zijn de kleintjes met hun simpele gevels en interieur zonder veel pretenties of versiering, dikwijls een beetje donker. En de grote die vooral over macht en indruk maken lijken te gaan. Ik kan beter dan voorheen het culturele van het geloof – alles wat erop geplakt is aan verhalen en beelden en verering en praal – scheiden van het universele, of spirituele als je wil. Zodat ik niet het gevoel krijg dat ik lid van de club moet zijn om mij er thuis te voelen. Kerken als huizen waar je niet hoeft te doen alsof en waar alles wat je bezighoudt vrij kan opfladderen in een veilige ruimte.


5. Gevallen engel (Angelo Caduto). Gebroken vleugels, geen schedel, geen onderlijf, six-pack. Beeld van Poolse kunstenaar Mitoraj, 2012. Ligt vlakbij de scheve je-weet-wel.

6. Camposanto. Een plek die – ook al maakt ze deel uit van de megatoeristische Piazza dei Miracoli – één en al sereniteit uitstraalt. Zou gebouwd zijn op een scheepslading grond die tijdens de 3e kruistocht in de 12e eeuw werd meegebracht uit Golgotha. Getroffen door een bom tijdens WOII waardoor er drie dagen brand woedde. Restauraties blijven doorgaan. Je kan de restaurateurs op stellingen aan de fresco’s in de gaanderij zien werken. Jammer van dat gigantische zeil op de achtergrond.

7. Battistero. 12e eeuw, grootste doopkapel in Italië, maar voelt intiem vanbinnen door de ronde vorm en de marmeren zitbanken die langs de volledige cirkel van de muren lopen. Plots worden de houten deuren met een klap gesloten, stapt een dame naar het midden van de kapel, roept ze luid ‘saailens plies’ en begint ze te zingen. Het is niet echt een lied, meer een opeenvolging van tonen, drieklanken. De akoestiek is zodanig dat je een rilling langs je ruggengraat voelt lopen. Het is precies drie uur, zie ik achteraf, wanneer de deuren weer opengaan en er nieuwe bezoekers instromen. Achteraf lees ik dat het elk half uur wordt herhaald. Er zijn zelfs Youtube-filmpjes van.

8. Mensen. Die collectief gek doen, allemaal op dezelfde manier. Ze gaan in rare posities staan om een bepaald knullig effect te bekomen in combinatie met de scheve je-weet-wel. Soms begrijp ik ze niet, mensen. Waarom ze zich zo kudde-achtig gedragen. Waarom ze allemaal per se diezelfde foto moeten hebben die zo uitgemolken is als een koe op leeftijd. Maar goed. Laat ik m’n best doen om met vriendelijke blik te kijken. Ze doen niemand kwaad.

Geef een reactie op Miranda Reactie annuleren