Bella Italia: reismoed, en Cinque Terre deel 2 (dag 7)

Reismoed. Ik weet niet of de meeste solo-reizigers die vanzelf hebben of ze die net als ik heel geregeld uit één of andere diepere laag moeten aanboren. Het is minder erg dan het klinkt, het is niet alsof ik voortdurend als een schichtig hertje rondloop. Het zijn al die kleine dingetjes die dag na dag moeten gebeuren, de mini-hordes die moeten worden genomen. Ik weet uit ervaring dat ik het veel makkelijker vind wanneer ik iemand aan mijn zijde heb die ook kan meedenken en vragen stellen en inbreng voor een plan leveren, maar het hoort er nu bij en ik voel ook wel dat mijn solo-reizigersvaardigheden elke dag een beetje groeien. Wat het ook is: ik heb me voorgenomen om zo weinig mogelijk terug te vallen op de makkelijke oplossing van Engels of Frans spreken . En ja, dan moet ik eerst even diep ademhalen voor ik in mijn eentje het restaurant instap waarvan het terras er zo gezellig uitziet, maar waar op dat moment alleen wat mensen met drankjes zitten en de vraag te stellen of ik iets kan eten. In België ga ik over het algemeen zelfs geen restaurant in zonder het menu te hebben gezien. Maar het lukt en het eten smaakt heerlijk.

Tijdens mijn tweede stapdag in Cinque Terre moet ik mijn rugzak ergens kunnen achterlaten want ik verlaat mijn verblijfsplek en moet ’s avonds een trein nemen. De avond ervoor voorbereiden dus. Er zijn geen lockers in het station en het bagagedepot ziet er potdicht uit, zonder aanduiding van openingsuren. Dan maar aan de loketten gaan vragen die nog wel open zijn. Slik, even wat zinnen in mijn hoofd voorbereiden terwijl het koppel voor me tickets koopt in het Frans. Op mijn vraag of ze de openingsuren van het bagagedepot kent, zegt de – oef, vriendelijke – loketdame: ‘Nee. Het is dicht, blijft dicht. Maar een paar honderd meter die kant op als je uit het station komt, is er wel iets. Ga ‘ns kijken.’ Met google en maps vind ik ze: automatische lockers. Opgelost.

Na mijn eerste stapdag eergisteren vraag ik me af hoe ik het kan aanpakken om ook Manarola en Riomaggiore te bezoeken, waar ik nog niet ben geweest. In het Cinque Terre Infocentrum hebben ze me zonder verdere informatie gezegd dat er twee routes afgesloten zijn, maar ik zie dat er tussen Riomaggiore – Manarola – Corniglia behalve die populairste routes ook alternatieve zijn. Een stuk langer wel, in totaal zo’n 4,5 uur stappen, en waarschijnlijk zwaarder. Waarom heeft niemand daar iets van gezegd? Zijn deze routes wel open? Op internet lijkt het van wel, maar checken is wel zo verstandig. Reismoed, ik biep je op. In het station in La Spezia vraag ik het na: ‘altri sentieri’, ‘sono aperti?’ etc. Ja hoor, tuurlijk, die zijn open. Is het moeilijk om ze te vinden? Waar beginnen ze? Antwoord: je start best in Corniglia, dat is het minst zwaar, vraag het maar wanneer je daar aankomt, er is ook een infocentrum in het station. Infocentrum Corniglia, zelfde vragen. De infodame bevestigt dat de alternatieve paden open zijn, maar begint iets te vertellen dat moeilijker te volgen is. Ze ziet waarschijnlijk mijn ingespannen blik en vraagt of ik haar goed begrijp in het Italiaans. Ik zeg zonder nadenken ‘ja’ en begrijp wat ze zegt, op één cruciaal stukje na. ‘Er is gisteren op de overgang van pad 587 naar pad 586 een ‘nido di calabroni’ gevonden. Best gevaarlijk. Kijk uit en wees voorzichtig wanneer u daar voorbijkomt.’ Een nest dus, maar wat voor nest? Gisteren zag ik op een infobord over fauna dat er in deze streek slangen voorkomen. De meeste onschuldig, maar niet allemaal. Mijn verbeelding gaat aan de slag en ik zie al een Indiana-Jones-en-de-slangen-scène voor me. Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik een slangenfobie heb die ik maar moeilijk overwonnen krijg. Damn, wat nu?

Toch maar stappen, of terug naar de loketdame en toegeven dat ik niet weet wat ‘calabroni’ zijn? Een in technologisch opzicht normaal mens zou gewoon even op google translate kijken op z’n telefoon, maar vermits ik geen technologisch normaal mens ben, is dat geen optie. In elk geval, voor ik er erg in heb, sta ik aan het begin van het pad en – in tegenstelling tot wat ik verwachtte – zie ik dat er nog wel wat mensen zijn die dit idee hadden. Gewoon beginnen stappen dus. Op de bewuste overgang van pad 587 naar pad 586 brandt de zon op de stoffige stenen, inderdaad een prachtlocatie voor een stel slangen, maar behalve af en toe wat geritsel en dan een snel wegschietende hagedis valt er tot in Manarola geen andere lokale fauna te bespeuren. Voor de rest is het genieten van de route. Na weer een monsterklim – in andere landen geven ze dit soort routes vreeswekkende namen à la duivelspad of reuzentrap, maar daar doen ze hier totaal niet aan – volgt een lang vlak stuk. Olijfbomen, bosjes, en heel veel wijngaarden. Je kan alleen maar bewondering hebben voor de titanenarbeid die verricht is om op deze steile hellingen terrassen aan te leggen en ze in cultuur te brengen. Kleine kabelsporen worden gebruikt om vrachten druiven naar boven of beneden te vervoeren.

In Manarola vind ik een schaduwplek bij het water om mijn lunch op te eten. Er staan overal zwemverbodsborden, maar in de kleine baai wordt druk gezwommen. De grootste durvers beklimmen rotsen en springen eraf. Een fijn spektakel tijdens het eten, al ben ik telkens een beetje bang dat er één niet ver genoeg springt en als een lappenpop tegen de rotsen naar beneden stuitert.

En dan de laatste tocht, van Manarola naar Riomaggiore. Deze is niet zo lang en bestaat alleen maar uit trappen. Zo’n 600 naar boven en dan weer 600 naar beneden. Hoge, ongelijk liggende joekels. Op de kaart staat dat je er zo’n uur over doet. Op weg naar boven raak ik aan de praat met een Amerikaan uit San Francisco. Hij maakt een reis van 5 weken, heeft er al Ijsland en de Alpen opzitten en is nu hier. Hij is vanmorgen om half 8 beginnen stappen vanuit Monterosso en legt dus in één dag het traject af dat ik over twee dagen heb gespreid. We praten over alleen reizen, en verder komt er naar boven wat ik intussen al enkele keren van in Europa reizende Amerikanen heb gehoord: een soort schaamte voor hun land, eigenlijk geen Amerikaan meer te willen zijn. Wapengeweld, de Trump-jaren, Roe vs. Wade, ze vinden het vreselijk allemaal. De top is sneller bereikt wanneer je in gesprek bent. Boven nemen we afscheid. Ik daal af naar Riomaggiore en duizel wat door de straten. Mijn thermostaat kan de hitte nog maar nauwelijks aan. Maar ik voel me dankbaar dat het gelukt is: de 5 Cinque Terre stappend bezoeken. Nog wat beelden opslaan van Riomaggiore, nog wat over de alle-tinten-blauw-zee uitkijken en dan rugzak oppikken en de trein naar Pisa. Aangekomen op mijn bestemming en ingecheckt op mijn nieuwe plek stel ik vast dat ‘calabroni’ wespen zijn.

3 reacties op ‘Bella Italia: reismoed, en Cinque Terre deel 2 (dag 7)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s