
Ik zag haar in de tentoonstelling over die andere kunstenaar, met wie ze bijna altijd in één adem wordt genoemd. Omgekeerd is dat meestal niet het geval. Zo gaat het vaak. Een vrouw kan blijkbaar moeilijk zonder een man worden genoemd, de man wel probleemloos zonder de vrouw.
De man is ouder en mentor, de vrouw jonger, muze en minnares. Hoewel ze allebei kunstenaars zijn, blijft zij in zijn schaduw, terwijl hij een reus wordt.
Plots was ze daar, in de tentoonstelling. Of eigenlijk alleen haar hoofd. Met een plakkaatje erbij, jaartal, naam. Zonder enige verdere tekst of uitleg.
Weken later keert ze terug, achtervolgt ze mij. Moet ik iets over haar schrijven. Haar naam noemen: Camille Claudel. Vrouw van gips.

Plaats een reactie