Chirurg om 2 uur ’s nachts

Sylvia Plath (1932 – 1963) had iets met ziekte en ziekenhuizen, fysieke en mentale verwonding. Dat hoeft niet te verbazen, het speelde in haar korte leven een grote rol. De gedichten die daarover gaan vallen mij telkens op in haar ‘Collected Poems’. Een gedicht met als titel ‘Face Lift’, een ander dat ‘Fever 103°’ heet, of ‘Cut’, waarin ze beschrijft hoe bij het uien snijden plots het topje van haar duim nog maar met een klein flapje huid, als een mini scharniertje, vasthangt. Dat zijn er maar enkele, er zijn er nog meer. Vaak blijkt uit die gedichten een mengsel van bewondering en fascinatie voor het menselijk lichaam, tegelijk een half onderdrukte angst voor alles wat het kan overkomen. De oncontroleerbare wereld die zich daarbinnen bevindt, beschrijft ze alsof het een exotische jungle is. Zo ook in ‘The Surgeon at 2 a.m.’, geschreven vanuit het standpunt van de chirurg als een magiër op het snijpunt tussen leven en dood. Een gedicht dat strak gespannen staat van lichaamssappen en metaforen, dit is geen rustig kabbelende poëzie. Ik weet niet of het ergens in een Nederlandse bloemlezing is opgenomen, ik had gewoon zin om het zelf te vertalen. Het origineel is online makkelijk te vinden.

Chirurg om 2 uur ’s nachts

Het witte licht is artificieel, en hygiënisch als de hemel.

Microben overleven het niet.

Ze vertrekken in hun transparante gewaden, weggeleid

van scalpels en latex handen.

Het gedesinfecteerde laken is een sneeuwvlakte, vredig en bevroren.

Het lichaam eronder is in mijn handen.

Zoals gewoonlijk is er geen gezicht. Een klomp witte chinaklei

waarin een duim zeven gaten heeft gedrukt. De ziel geeft een ander licht.

Ik heb haar niet gezien; ze vliegt niet op.

Vannacht trok ze zich terug als een scheepslantaarn.

Het is een tuin waar ik in te werken heb – knollen en vruchten

lekken hun plakkerige substanties,

een klit van wortels. Mijn assistenten haken ze opzij.

Geurvlagen, kleuren overvallen me.

Hier heb je de longboom.

Deze orchideeën zijn verrukkelijk. Gevlekt en kronkelig als slangen.

Het hart is een rode klokbloesem, in nood.

Wat ben ik klein

vergeleken met deze organen!

Ik wurm en hak me door paarse wildernis.

Het bloed is een zonsondergang. Ik bewonder hem.

Ik zit er tot de ellebogen in, rood en knarsend.

Nog blijft het opwellen, het raakt niet uitgeput.

Wat magisch! Een hete bron

die ik moet verzegelen en de ingewikkelde blauwe riolering

onder dit bleke marmer laten vullen.

Wat bewonder ik de Romeinen –

aquaducten, de Baden van Caracalla, de adelaarsneus!

Het lichaam is een Romeins ding.

Het heeft de mond gesloten rond de stenen pil van rust.

Het is een standbeeld dat de verplegers wegrollen.

Ik heb het vervolmaakt.

Ik blijf achter met een arm of been,

een stel tanden of stenen

die rammelen in een flesje om mee naar huis te nemen,

en weefsels in plakjes – een pathologische salami.

Vannacht worden de onderdelen bijgezet in een koelbox.

Morgen zullen ze zwemmen

in azijn als de relieken van heiligen.

Morgen heeft de patiënt een frisse nieuwe ledemaat van roze plastic.

Boven één bed op de afdeling kondigt een blauw lichtje

een nieuwe ziel aan. Het bed kleurt blauw.

Vannacht is blauw voor deze persoon een mooie kleur.

De engelen van de morfine hebben hem opgestuwd.

Hij zweeft een duimbreed van het plafond

en ruikt het tochten van de morgen.

Ik loop tussen slapers in gazen sarcofagen.

De rode nachtlichten zijn vlakke manen, dof van het bloed.

Ik ben de zon, in mijn witte jas,

grijze gezichten, achter rolluiken van verdoving, volgen me als bloemen.

29 september 1961

bron origineel: Sylvia Plath, Collected Poems, Faber and Faber

,

Gepubliceerd door


Reacties

  1. Valère Gijbels Avatar
    Valère Gijbels

    Dag Sandra,

    In 2016 kocht ik in Watou Ariel de tweetalige editie. Ik was op slag verliefd op haar gedichten, toegankelijk voor me wegens de puike vertaling. Het was één van de prikkels die me aanzetten om zelf gedichten te gaan schrijven. Helaas kan ik geen hoge toppen bereiken maar het dichten geeft me toch voldoening en zin. Sylvia Plath was voor mij een openbaring en we kunnen ons maar afvragen wat ze allemaal nog had kunnen schrijven …

    Hartelijke groet,

    Valère

    >

    Like

    1. sandra roobaert Avatar
      sandra roobaert

      Dag Valère, dat is inderdaad een mooie uitgave en toegangspoort tot haar werk. Leuk dat ze jou aanzette tot schrijven! Veel groeten, Sandra

      Like

Plaats een reactie