Beste Jean-Paul Mulders,

Mijn moeder – 92 en zo helder als een klaterende bergbeek – leest elk van jouw columns in Weekend Knack. Zelf doe ik dat – moet ik toegeven – maar af en toe. Telkens wel denk ik: ‘Wat doet hij dat goed!’. Of: ‘Waar blijft hij de insteek halen na al die jaren?’. Deze week had ik mijn moeder aan de telefoon en stond ze erop mij een stukje van je voor te lezen. Het fragment in kwestie ging over een verhandelingswedstrijd waar je in de zesde Latijn-Wetenschappen aan deelnam. Je behaalde de tweede prijs – een computer – terwijl de eerste op reis mocht naar Chicago. En dan komt het zinnetje: ‘Soms vraag ik mij af wat er van hem of haar geworden is.’. Dat kan ik je vertellen.

Het had ook heel anders kunnen lopen met die wedstrijd. Het wat lamme onderwerp – ‘Ik zie niet werkloos toe op de werkloosheid’ – boeide me zo matig dat ik de herhaaldelijke porren van mijn overenthousiaste leerkracht Nederlands al weken probeerde te negeren. Tot ik uiteindelijk toch een verhandeling pende en die instuurde. De dag voor de uitreiking kregen we thuis telefoon van school: ik werd verwacht in Antwerpen om met andere geselecteerden deel te nemen aan een kort debat, waarna zou worden beslist wie de winnaar werd. Email bestond pas 10 jaar later en de brief was op het schoolsecretariaat blijven slingeren, vandaar het bericht op de valreep. De dag daarop ging ik met mijn ouders naar Antwerpen en won, tot mijn eigen lichte verbijstering. Nu blijkt dus dat ik een connectie met jou heb die dateert uit 1986. Hiermee geef ik ons beider opschietende leeftijd prijs, Jean-Paul. Hopelijk vind je dat niet al te erg. En alsnog sorry, een tweede prijs behalen is altijd een beetje sneu.

De trip naar Chicago was een avontuur en een oefening in zelfstandigheid. Ik was nog net geen 17, had nooit eerder alleen gereisd en geen enkele vliegervaring. Van gsm’s was geen sprake en zoiets als een back-upplan voor het geval me niemand stond op te wachten in O’Hare Airport was er, voor zover ik me herinner, niet. Als ik er nu op terugkijk: mijn ouders stuurden me in volle vertrouwen en zonder veel vangnetten naar de andere kant van de wereld. Zo ging dat toen. Ik werd bij aankomst onder de vleugels genomen, herinner me eten in The Berghoff, in het Frans spreken voor een klasje in een high school, in het Art Institute Edward Hopper en American Gothic van Grant Wood ontdekken, de subway nemen, ronddwalen en de Amerikaansheid opsnuiven, met allerlei mensen praten, de subway nemen.

Maar dat was je vraag niet. Je wou weten ‘wat er van mij geworden is’. Dat klinkt alsof je verwacht dat ik ofwel iets belangrijks ben geworden ofwel in de goot ben geëindigd. Zoals bij de meeste mensen ben ik ergens tussenin terechtgekomen. Een eerder onopvallend mens met een tamelijk doorsnee leven, denk ik. Ik ging studeren in Antwerpen, wat toen nog vertaler-tolk heette, trok daarna een half jaar met een studiebeurs naar Moskou, had bij terugkomst net als jij wat shitty jobs met eerder klierige bazen. Rode draad op mijn carrièrepad: jobs laten schieten. Ook best prestigieuze soms, moet ik bekennen.

Wat ik onder andere had kunnen zijn en niet werd, doordat ik ontslag nam of een jobaanbod afwees: Belgisch diplomaat en docent Russisch aan de tolkenopleiding. Waarom ik dat deed? Ik geloof dat ik te veel lak had aan conventies om een job te (blijven) doen omdat hij prestige had, ik voelde telkens oprecht dat het niet was wat ik wou, en om eerlijk te zijn liep ik ook niet over van vertrouwen dat ik de geschikte persoon ervoor was. Intussen had ik een vriend en trouwplannen. We zijn nog steeds samen, een beetje ongewoon in deze tijden, en kregen drie kinderen, intussen volwassen. Kleinkinderen blijven voorlopig uit.

In al die jaren heb ik nog wat ongewone keuzes gemaakt, Jean-Paul. Opnieuw studeren rond mijn 30e en in de hulpverlening gaan in Brussel, een school oprichten omdat het onderwijs mijn gevoelige kinderen kraakte, toen ik in de 40 was auditie doen aan het conservatorium en net niet die bachelor piano afmaken.

Ik moet eerlijk bekennen: jobs bleven altijd een hachelijke zaak. Routine geeft me heel snel ondraaglijke jeuk en escapistische neigingen, ik heb er doorgaans een hekel aan mensen boven me te hebben staan net zo goed als onder me en ik vind heel weinig jobs de moeite waard om 8 uur van een dag aan op te offeren. Die combinatie maakt het net iets complexer laveren op de arbeidsmarkt. Ik heb er altijd heel consequent voor gekozen te werken om te leven. Leven om te werken is me fysiek en mentaal onmogelijk. Mijn risico op burn-out is daardoor tamelijk klein.

Hier past misschien nog iets over die prijs waar we allebei aan deelnamen. Als winnaar kreeg ik ook een trofee: het logo van de Handelshogeschool in metaal, gemonteerd op een marmeren voet. Het ding stond ergens in mijn ouderlijk huis en ergerde me. Ik vond het een typisch symbool van een meritocratische samenleving gericht op prestatie en succes. Een construct waar ik niet aan wilde deelnemen. Ik geloofde in andere waarden. Toen ik tussen 20 en 30 was, zat het me heel hoog. Het feit dat dit de wereld was waarin ik was opgegroeid en klaargestoomd, maakte mij ronduit ongelukkig. Op een dag pakte ik in een bui van frustratie en woede de trofee beet en wrikte aan het logo tot het halfstok hing. Een duidelijke afrekening.

Hoe het nu met me gaat? Best goed, Jean-Paul. Ik werk deeltijds als onthaalmedewerker in een vormingscentrum in het verste putje van onze Ardennen en het ligt me. Ik combineer het met interimdagjes in een verpakkingsvrije winkel in Leuven, gastredacteurschap van een literair tijdschrift en persoonlijk schrijverschap. In 2022 mocht ik nog een keer een eerste prijs in ontvangst nemen in een niet onbelangrijke poëziewedstrijd en ik had het geluk een uitgever te vinden en te debuteren in 2023. Je hoort mij niet klagen.

Dat jou die verhandelingswedstrijd nog zo helder voor de geest staat, dat je de details ervan zo in je column opnam dat ik mezelf erin kon herkennen: ik zie het als een verrassende samenloop van het universum. Laten we de rol van mijn moeder niet vergeten. Als haar oude hoofd minder alert was, had ik die column van je gemist. Ziezo, één onbeantwoorde vraag minder in je leven. Hopelijk heb je iets aan mijn antwoord. Voor verdere vragen blijf ik beschikbaar.

Hartelijke groet,

Sandra

PS. Ik herinner me dat ik een foto had die gemaakt werd van ons hele groepje na de prijsuitreiking. Daar moet jij dus ook opstaan. Ik heb ‘m niet teruggevonden. Ik vermoed dat ik ‘m tijdens mijn woedebui toen de trofee eraan moest geloven heb vernietigd. Daar heb ik nu een beetje spijt van.

De column van Jean-Paul Mulders waar deze blog een reactie op is, verscheen op 6 november 2024 in Weekend Knack onder de titel ‘Prikklok’.

Gepubliceerd door


Reacties

  1. Lieve Van Hummelen Avatar
    Lieve Van Hummelen

    Wat een tof verhaal Sandra ! En wederom door jou fantastisch helder, en ook kwetsbaar van antwoord gediend. .  Hopelijk krijg je een deugddoend antwoord terug. Lieve

    Yahoo Mail: Zoeken, organiseren, veroveren

    Like

    1. sandra roobaert Avatar
      sandra roobaert

      Dankjewel Lieve! Ik vind het ook wel grappig.

      Like

Geef een reactie op sandra roobaert Reactie annuleren