
Reizen = de trein.
Reizen met vliegtuig of auto geeft foutmeldingen.
Reizen naar Italië = solo.
Reizen naar Italië met het lief veroorzaakt permanente kortsluiting.
Solo reizen = Italië.
Solo reizen naar andere bestemmingen leidt tot fatal error.
Reizen = een slingerlus met tien bestemmingen in twee weken.
Bij minder dan vijf bestemmingen komt de vermelding try again.
Reizen naar Italië = Siena moét op de route liggen.
Siena links laten liggen laat een loeiend alarm afgaan.
Voilà, op deze manier heb je dus geen keuzestress wanneer je een reis organiseert. Hoewel, hiermee liggen alleen wat grove lijnen vast. Daarbinnen zijn de mogelijkheden eindeloos. Maar toch, het is gelukt. Mijn bijl heeft de data uit de kalender gehakt – 22 april tot 6 mei – en de route gekloven. Hier is ze:
Landen → Lugano → Padova → Ferrara → Ravenna → San Miniato → Gambassi Terme → San Gimignano → Monteriggioni → Siena → Como → Landen
Hoe zo’n route tot stand komt? Er moet zowel cultuur als natuur inzitten. Kleine of middelgrote steden hebben de voorkeur. Voor de rest hangt het aan elkaar van toevalligheden en associaties. In een Belgische trein zag ik een keer iemand met een stoffen tasje met daarop MASILugano / Museo d’Arte della Svizzera Italiana. Genoeg om mijn nieuwsgierigheid te wekken. Lugano is trouwens prima als aanloopje naar Italië en je raakt er met de trein in minder dag een dag.
Mijn oma aanriep de heilige Antonius van Padua (Padova) wanneer ze iets kwijt was en mijn moeder herinnerde me daar heel mijn jeugd aan. Waarom dus niet een keer de stad van de heilige opzoeken?
Van Padova naar Ravenna is amper 140 km, een boogscheut in een land als Italië. Ik treinde al eerder vanaf Bari in het zuiden zowat de hele Adriatische kust langs en vond die zo rustig ogende zee – het leek op veel plaatsen wel een meer – fascinerend. Ravenna = Adriatische kust + UNESCO Werelderfgoedsites, doén dus.
In 2022 zag ik pelgrims te voet en fietsend aankomen bij de poorten van Siena en ontdekte ik dat het stadje op de Via Francigena ligt, een oude pelgrimsroute die van Canterbury tot Rome loopt. Ik noteerde op mijn bucket list dat ik ooit te voet wilde aankomen in Siena. Dit jaar kan ik dat – hout vasthouden – afstrepen. Het plan is om vanaf San Miniato vier dagroutes van de Via Francigena te stappen tot Siena.
Intussen tikken de dagen weg en heb ik volop de gelegenheid om stress te vergaren.
Durf ik het nog, dat alleen reizen?
Op mijn vertrekdag staakt de NMBS (wanneer staakt de NMBS niet), zal de alternatieve dienstregeling betrouwbaar blijken?
Zal de Railplanner van Interrail het doen op mijn telefoon?
Zal die dagtocht van 30 km lukken?
Zal de rugzak niet te zwaar blijken bij het stappen?
Ben ik niet één of andere boeking vergeten?
Zullen de gaten in mijn Italiaans niet te kwellend zijn?
Anderzijds probeer ik mezelf ervan te doordringen dat ik niet naar de woestijn noch naar het regenwoud of de boreale bossen vertrek, dus het zal vast wel meevallen. Ik weet ook dat die opbouwende spanning erbij hoort. Dat ze wegvalt zodra ik op dag één de treinkilometers in mijn botten begin te voelen en het landschap zie veranderen. Dat ze weer terugkomt wanneer ik ‘s avonds aankom op een onbekende plek in een wat verlaten stationsbuurt en mij plots een hond voel die het baasje kwijt is. Dat alleen reizen behalve spanning ook duizend-en-één andere sensaties oplevert, van nieuwsgierigheid, vreugde en euforie tot eenzaamheid. Meer dan wanneer ik in gezelschap reis kan ik mij een bescheiden maar moedig ontdekkingsreizigertje voelen. En ik kan me te buiten gaan aan al mijn persoonlijke mini-uitspattingen: drie musea in één dag afwerken, maaltijden overslaan en daarna het tekort ruimschoots inhalen met een driegangenmenu, ultra-trage regionale treinen nemen om het plezier van mensen kijken in al die kleine stations, anderhalf uur zitten schrijven aan mijn reisblog, in het donker zoeken naar dat ene supermarktje dat nog open is en plantaardige yoghurt zonder suiker en vieze smaakjes heeft.
Ik ben er wel weer aan toe: ijsjes en blaren, Feltrinelli-boekhandels en bordjes pasta, pizza en focaccia uit het vuistje, Sanpellegrino Chinotto, musea die om 8 uur ‘s morgens opengaan en zonlicht dat met bakken over me wordt uitgekieperd.
Ci vediamo presto, cara Italia, we zien elkaar snel.
Geef een reactie op Valère Gijbels Reactie annuleren