Blad valt, een mens valt. Mijn vader viel herhaaldelijk, tot hij in het ziekenhuis terechtkwam en niet meer terugkeerde. Intussen zijn er 8 maanden voorbij. Ik kon er niet niet over schrijven.
‘Piketpaaltjes voor een haperend geheugen’. Onder die noemer verzamelde MUGzine gedichten voor een nieuw nummer. Mijn vadergedichten mochten er ook in. Intussen al enkele weken geleden verschenen, maar morgen 1 november, daar passen ze wel bij. Mijn moeder leest de gedichten. Vertelt me over de tijd die verstrijkt.

De tijd doet vreemd, vind ik. Hij krult op en strekt zich uit, als een rups. Het gaat traag, het gaat snel. In de zomer ging ik van Facebook af. Een literair zelfmoordplan voor een auteur, als je de marketingpraatjes gelooft over hoe belangrijk sociale media zijn om jezelf te promoten. Mijn digitale uithangbord is gewist, dus moet ik nu lijfelijk de ambassadeur van mijn poëzie zijn. Ik ontmoet nieuwe mensen, begeef me op nieuwe plekken en heb altijd minstens een bundel bij. Ik duw ‘m niemand ongevraagd onder de neus, maar verzwijg ook nooit meer dat ik schrijf. Altijd is er wel iemand die vraagt: ‘En kunnen we jouw gedichten ook ergens lezen?’. Natuurlijk. Zo verkoopt de bundel zachtjes zichzelf. Niet als zoete broodjes, eerder als bij gelegenheid een croissant op zondag.
Ik vind het allemaal prima. De bib vraagt: kan je een lezing geven tijdens de Poëzieweek in januari? Graag! We mailen over subsidie, over een affiche. Zijn mijn gedichten geëngageerd? Vooruit maar.

Na maanden wachten komt er een mailtje van Literatuur Vlaanderen: je aanvraag voor een literaire beurs is goedgekeurd. In 2025 en 2026 kan ik schrijven met subsidie. Wow, dankjewel! Ik praat met mijn uitgever (nu ja, hij praat en ik luister, af en toe krijg ik er een speldje tussen). Bundel twee komt plots sterker in het vizier.
Literaire tijdschriften verdwijnen. ‘Verzin’ houdt op te bestaan. Jammer, ik schreef er de afgelopen jaren met plezier voor. Publiceren in ‘Het Liegend Konijn’ is vanaf nu verleden tijd, het laatste nummer is net verschenen. Maar laten we niet pessimistisch zijn. Poëzie is buigzaam. Waar ze niet kan staan, kruipt ze. Tussen voegen en spleten vindt ze haar weg, naar lezers, naar luisteraars. Blijven schrijven dus.
Geef een reactie op Antony Samson Reactie annuleren