Spring naar inhoud

sandra roobaert

    • Blog
    • Boek mij!
    • De inventaris van wat blijft
    • Dichter&Dichter
    • Over mij
    • SchrijfTijdlijn
    • Welkom!
  • Levensloterij

    su-ju photo via Pixabay

     

    En altijd zal je zien dat net de zachtmoedige oom,
    de goedlachse nicht met één haal worden geknakt.
    Terwijl wat jou betreft de nurkse neef,
    de chagrijnige schoonzus eerder in aanmerking kwamen.

    De inhalige doet niet aan die logica.
    Zijn kennersoog merkt op wat jij en ik niet kunnen zien.
    De plotse knik in de knie, de seconde van lichtheid in het hoofd,
    het overslaan van de bloedpomp.

    Waarop hij knipt met de vastheid van de chirurg
    en diens gebrek aan sentiment.
    Misschien maar beter zo.
    Vreesden we hem nog meer als hij te voorspellen viel.

     

    12 juni 2020

  • Het verlangen om er niet te zijn

    alkemade via Pixabay

     

    I.

    De bomen ruisen woest.
    Plots wil je van je fiets geslagen worden.
    Pijnloos weggedragen op een luchtstroom met bestemming onbekend.

    II.

    Op het natte bankje zitten langs het pad. Niks anders nu.
    Opgaan als een halm in het veld.
    Onzichtbaar blijven voor wie langsloopt.

    III.

    Knip de wereld uit als een staande lamp.
    Waar ben je dan?
    Is het daar zwart en klein of wit en eindeloos?

    IV.

    Alle mondvollen over de weldaad van stilstand, je begrijpt ze niet.
    Altijd is er een volgende seconde.
    Zelfs foto’s en rotsen worden ouder.

    V.

    Het verlangen om er niet te zijn maar nu ook weer niet dood ofzo.
    Misschien moet je je schamen om die luxe.
    Hoe dan ook trapezewerker zonder net.

    5 juni 2020

  • Waar zij gaat

    AnnRos via Pixabay

     

    Het hoofd van de vrouw zit vol.
    Vogels, bloemen, vruchten, lianen, een palmboom, een kolibrie om te completeren.
    Haar ogen kijken uit dit verborgen oerwoud naar buiten, onverstoorbaar.
    Binnenin mag kleur exploderen, zij draagt een shirt met smalle streep.
    Hoogstens verraadt een blosje op elke wang, het is nu eenmaal warm.
    Voor een hoed zit het hoofd te vol.
    Hij zou wankelen, eraf vallen, in de goot rollen.
    Vergeet die hoed.

    De vrouw draagt dit hoofd behoedzaam als was het een aquarium waaruit niet mag worden gemorst.
    Zo dragen vrouwen doorgaans hun hoofd.
    Het uitdelen begint, zonder teken, zonder aanleiding.
    Zij overhandigt een parkiet.
    Een stuk of wat pioenen stromen uit haar mond.
    Zij schudt en laat het rijpe vijgen regenen.

    Het hoofd loopt leeg.
    Tot zij naar buiten kijkt uit leegte.
    Zij weert een aanvliegende ijsvogel af.
    Strijkt de laatste flinter kamperfoelie van een mouw.
    Er komen nu dagen van niets geven.
    Zij zal aan tafel zitten, bij de bloesemtak in het vaasje.

     

     

    3 juni 2020

  • Van binnen naar buiten naar binnen

     

    Jij en ik behangen de muren met watervaste dialoog.
    We zetten de kamers blank met onze gesprekken.
    en varen er doorheen met bootjes.

    Op andere dagen nemen we een zwijgverzekering.
    Verbinden ons tot eigen uithoek van het huis.
    Polis zonder garanties.

    Voortdurend het slappe koord van wat wanneer.
    Doorbuigen onder te lange zinnen.
    Knappen in stilte.

    Dan maar naar buiten.
    Zon verbleekt het spreken tot handwarme strepen.
    Jaren van praten langs eendjes langs vijvers door wereldsteden.

    Komt het moment waarop antwoord uitblijft.
    Zal ik je hemden toespreken in de kast.
    Zal jij woorden leggen naast het overbodige bord op de tafel.

    31 mei 2020

  • Parenthese

     

    Patio with cloud – Georgia O’Keeffe (1956)

     

    Beschavingsgeluid blijft uit.
    Telefoon en wereld zwijgen.
    Of laten haar links liggen.
    Het hangt af van de blik.

    Ze bevindt zich als tussen witte lakens aan waslijnen.
    Water verdampt traag.
    Binnenkoertjes liggen voor de eeuwigheid.
    Hemdsmouwen waaraan gisteren haar blik bleef haken vervagen.

    Ze denkt aan de schilder die telkens opnieuw
    de achterdeur van haar huis schilderde.
    Beweerde aldoor bang te zijn en toch bleef schilderen.

    Tussen bollend wit katoen kan alles heruitgevonden worden.
    Gelukkig hoeft het niet.
    Lakens doen aan vlaggen denken.
    Koelte op zomerbedden.
    Lijkwades.
    Levenslijnen.

    29 mei 2020

  • Lijf ooit lijf nu lijf ooit

     

    Ooit had het vlaktespanning.
    Een huid die zich uitstrekte als vers ijs op een vijver.
    Alles kon het aan: onhandig gestuntel, hakken, kwikzilver in een onderbuik.
    Het was zo lichtzinnig om zich lelijk te vinden.
    Wist niet beter.

    De tijd was rijp, het gehoorzaamde de broedwet,
    nest na nest.
    Het klapte om onder de liefste last, het werd weer rechtgezet.
    De onderkoelde korst warmde in armen.

    Nu breken krasjes door,
    sluipen wakken in, water
    aan de blekere lippen.
    Begint het onderhuids verzakken.

    Ooit zal het vliesdun en dooraderd liggen, stil.
    In het diep de schim van een zwarte vis die traag voorbijglijdt.
    Het zal beter weten.

    27 mei 2020

  • botanische tuin

     

    zon wordt over jullie uitgestrooid als munten
    twee toevallige seconden beelden jullie het gouden koppel uit
    dat onder de begroeide boog door stapt

    jij hebt geen schoenen aan
    hij meldt iets milds op een grijs t-shirt
    grond blijkt helemaal grond onder jullie voeten

    bijna nu worden grote kinderen klein in jullie hoofden
    de overgave aan plantennamen kan beginnen
    frivole wensen ach hadden we die heideanjer ook in onze tuin

    er blijven bodems waarin niet te veel gewoeld moet worden
    duizend dingen waarin zacht verschil knarst
    maar frieten ergens op een pleintje straks

    alleen over de saus gaapt er een kloof

    20 mei 2020

  • kantelpunt

     

    een schelp net opgeraapt uit het zand
    je besluit mij te houden

    korrels wegblazen kijken
    met je vinger langs het randje gaan

    in je zak laten glijden
    af en toe er weer uithalen

    thuis leg je mij rechts naast het bed
    ik zorg voor ruis

    in je slaap onder de deken
    trilt je neusvleugel even mee
    met je binnenoor
    kan je de zee nog horen

    18 mei 2020

  • gedicht voor de ochtend

     

     

    ode

     

    blauw is opgelost
    de achtertuinen staan met naakte lijnen aangezet

    de ochtend
    twee woorden die beloven

    glans komt later
    honger nu

    de tijd waarin iemand zegt
    nooit eerder

    en dan de vaat van gisteren wegzet
    fruit schilt en in twee kommen legt

    15 mei 2020

  • op één been

     

    als je altijd kon zeggen
    altijd woorden had om te leggen

    nee het steekt er niet onderuit
    niks fouts met die kleur doe maar

    intussen liggen je wijsvingers op je oogleden
    adem je in het kommetje van je handen

    de middagklok herinnert je
    twaalf bakens

    als je stilstaat
    botst er iemand tegen je aan

    als je doorgaat
    denk je waar zijn zij gebleven

    hoe heten ze je somt ze op
    je houdt te veel namen over voor te weinig vakjes

    je sluit de wind hermetisch buiten
    terwijl de deur blijft zeuren

    op één been hinkelen
    ooit hield je daarvan

    11 mei 2020

Vorige pagina Volgende pagina

Maak een website of blog op WordPress.com

Reacties laden....

    • Abonneren Geabonneerd
      • sandra roobaert
      • Voeg je bij 61 andere abonnees
      • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
      • sandra roobaert
      • Abonneren Geabonneerd
      • Aanmelden
      • Inloggen
      • Deze inhoud rapporteren
      • Site in de Reader weergeven
      • Beheer abonnementen
      • Deze balk inklappen