het is de kunst

 

in het licht van deze dag
blijken straten solide vergaarbakken
voor de menselijke soort

buitenwanden discreet opgesteld
lantaarnpalen kaarsrecht
strepen getrokken stoepjes gelegd

dat alles met het oog op nut
verbeelding prikkelen is voor frivolen
hier verkiest men degelijke materialen

binnenwands
draagt elk van ons een muisgrijs lichtje
ergens op een rechtgeaarde plek

spot en hemelwater glijden er vanaf en
ook met handen er omheen wil het niet aldoor branden
muisgrijs muisgrijs lichtje

het is de kunst om vast te houden
voor zover dat kan

stadsbibliotheek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de sofa’s zijn er niet al te huiselijk
maar wel zacht genoeg
hij heeft een eenpersoons bemachtigd
en zit nu met de ogen dicht
slechts lichtjes onderuitgezakt
het moet niet lijken of hij slaapt

de beduimelde tassen die zijn bestaan omvatten
heeft hij wijselijk in een locker opgeborgen
de groeven haarklitten woekerende baard
kan hij nergens kwijt

het heeft er alle schijn van
dat hij niet voor de boeken komt
toch staat hij na een tijdje op en gaat dwalen
zijn geurvlag achter hem aan
hij benadert de rekken
zoals hij al lang geen vrouw meer heeft benaderd
hij probeert het nog een keer
zichzelf veroveren op onzichtbaarheid

het cordon van ruggen drijft hem achteruit
de schone vingers waar zij zich graag door laten beroeren
kan hij niet bieden
hij draait zich om en gaat op weg naar de meest verlaten plek
achterin bij de encyclopedieën
ten minste zal hij het warm hebben tot sluitingstijd

Schrijf eens een ik-hou-van-je-gedicht

Ik volg een cursus. Een schrijfcursus. Hij heet simpelweg ‘De dichters’. We zijn met negen dichters en één begeleidende dichter. We lezen elkaars gedichten en bespreken ze. Geven plusjes en minnen aan zinnen. Schuiven met woorden en dichtregels en argumenteren wat waar hoe beter kan. Naar onze bescheiden mening. Er zijn ook opdrachten. Geheel vrijblijvend, want dichters zijn geen dwingelanden. Poëtische vrijheid, weet je wel. Eén van de huiswerkjes voor volgende keer: schrijf een niet-melig gedicht waarin je de woorden ‘ik hou van je’ gebruikt. Ik kan het iedereen aanraden. Hier is mijn poging. Misschien is ‘ik hou van je’ als titel gebruiken een klein beetje ‘foefelen’, maar niemand zei dat dat niet mocht.

 

ik hou van je

beminnelijk is niet haar merk
misschien trekt dat hem aan
een zekere onbuigzaamheid
in die plooirokjes en blouses van haar
hij speurt naar aanleidingen
om te zeggen dat
precies ja dat
of liever nog te fluisteren
wanneer zij haar bril afzet
haar boek weglegt
de lamp uitknipt
ze slaapt voor hij de woorden vindt

hij droomt ze dan maar tot de ochtend
tot de sterke koffie die ze delen
staande bij het keukeneiland
ze hebben zo hun momenten
bij het afscheid proeft hij adem
tandpasta haar kleine glimlach
waarna ze in de auto stapt vertrekt
achter het stuur kan je niet sms’en
dat weet hij wel
hij neemt de trein
achttien minuten bij het raampje
in een overvolle coupé volstaan ruim
hij drukt op verzenden
vier woorden
geen emoticon

 

 

connect

toen het gebeurde
lag ze al eeuwen in een wad
haar gezicht net onder het oppervlak
haar neus vol modder

haar vingers – voelde ze
verlengden zich tot luchtwortels
de luchtwortels tot bomen
een rilling later bekroop het kroos haar armen

toen waagden de koeten het
zich af te zetten
onverstoorbaar over haar heen te glijden
toeterend als boten die vertrek aankondigen

de kikkers met bellen om de mond
de wilde paarden in de verte baarde zij
de zon een rukkende ballon
het touwtje voelbaar in haar navel

voortschrijdend landschap werd ze
toen gedachten vliezen kregen
schubben stengels bladgroen
haar hartslag zich vermengde met de schrille roep
van iets wat overvloog
klapwiekend

taart in de stad

we delen een punt
met elke hap inhaliger
alsof we het bord bestelen

dan sla je om en wiebel je plots gul
de laatste zoete brok op je vork voor mijn mond
toehappen is tanden zetten in jou
we weten het allebei
je wiebelt
ik hap
je ogen reikhalzen
ik ren ze tegemoet

 

verlangen

 

wit is een sneeuwhaas in de sneeuw
en lakens in de oude linnenkast
het servies van de minimalist is wit
ook de overhemden van de man in de herinnering van de vrouw
wit zijn de gedachten van een eenvoudig mens
wit pingpongballen stilte rijst papier
de handen van een drenkeling zijn wit
uit wit zijn we gekomen
naar wit gaan we terug
wit zijn de seconden voor we uit een droom ontwaken
wit was je stem toen in het bos
en wit zijn lelies zwanen engelen
wit is dat wat gezegd is en vergeten
wit zijn ledematen in het gips
en laatste woorden zonder iemand bij het bed

ballade voor een egel

 

aangereden egel langs de weg
in dit geval vermochten duizend stekels niets
hier ligt hij rauw en rood en heel erg dood
getuigen geen of toch niet
de moeite van het oproepen waard
kwaad opzet wellicht uitgesloten
politielint onnodig
dader noch voertuig gesignaleerd
alleen een eenzame fietser rijdt langs en honoreert
met korte stilte en enige gedachten over eindigheid
dan valt de nacht
niemand waakt begraving niet gepland
de dag daarop dunt hij tot bruine streep
en slijt net als het rood de dood

 

Foto Miguel Depoortere