connect

toen het gebeurde
lag ze al eeuwen in een wad
haar gezicht net onder het oppervlak
haar neus vol modder

haar vingers – voelde ze
verlengden zich tot luchtwortels
de luchtwortels tot bomen
een rilling later bekroop het kroos haar armen

toen waagden de koeten het
zich af te zetten
onverstoorbaar over haar heen te glijden
toeterend als boten die vertrek aankondigen

de kikkers met bellen om de mond
de wilde paarden in de verte baarde zij
de zon een rukkende ballon
het touwtje voelbaar in haar navel

voortschrijdend landschap werd ze
toen gedachten vliezen kregen
schubben stengels bladgroen
haar hartslag zich vermengde met de schrille roep
van iets wat overvloog
klapwiekend

taart in de stad

we delen een punt
met elke hap inhaliger
alsof we het bord bestelen

dan sla je om en wiebel je plots gul
de laatste zoete brok op je vork voor mijn mond
toehappen is tanden zetten in jou
we weten het allebei
je wiebelt
ik hap
je ogen reikhalzen
ik ren ze tegemoet

 

verlangen

 

wit is een sneeuwhaas in de sneeuw
en lakens in de oude linnenkast
het servies van de minimalist is wit
ook de overhemden van de man in de herinnering van de vrouw
wit zijn de gedachten van een eenvoudig mens
wit pingpongballen stilte rijst papier
de handen van een drenkeling zijn wit
uit wit zijn we gekomen
naar wit gaan we terug
wit zijn de seconden voor we uit een droom ontwaken
wit was je stem toen in het bos
en wit zijn lelies zwanen engelen
wit is dat wat gezegd is en vergeten
wit zijn ledematen in het gips
en laatste woorden zonder iemand bij het bed

ballade voor een egel

 

aangereden egel langs de weg
in dit geval vermochten duizend stekels niets
hier ligt hij rauw en rood en heel erg dood
getuigen geen of toch niet
de moeite van het oproepen waard
kwaad opzet wellicht uitgesloten
politielint onnodig
dader noch voertuig gesignaleerd
alleen een eenzame fietser rijdt langs en honoreert
met korte stilte en enige gedachten over eindigheid
dan valt de nacht
niemand waakt begraving niet gepland
de dag daarop dunt hij tot bruine streep
en slijt net als het rood de dood

 

Foto Miguel Depoortere

Ik wou dat er iets bijzonders

ik wou dat er iets bijzonders maar wat
het bijzondere dat je kan bedenken
is dat niet langer
een cadeau krijgen waarvan je al weet wat erin zit

ik wou dat er iets bijzonders
bijvoorbeeld dat jij terugkwam en zei
ik meende het niet natuurlijk niet
en keek zoals daarvoor
alsof je mij warm toedekte met je ogen

ik wou dat er iets bijzonders
bijvoorbeeld dat de stilte van de nacht
trouwde met de ochtendnevel in het weiland
en er op de middag een miljoen boterbloemen
bloeiden tussen de koeien

ik wou dat er iets bijzonders
een wonder magie vrede genezing
harten die te lijmen vallen als kopjes met een oor af
en kinderen die je na het spelen schone kleren aantrekt
haren kamt gezichtjes boent

ik wou dat er iets bijzonders

Slapeloos gedicht over knopen

Soms kan ik niet slapen. Kan ik dan niet slapen omdat er een gedicht moet worden geschreven? Of schrijf ik een gedicht omdat ik niet kan slapen? Ik zal het me maar niet afvragen.

 

gordiaans

er zijn knopen en daar lig je in
een lus een acht
gooi je je lasso uit dan vang je eigen enkels
bot of hoogstens een paar trage vliegen
hollywoodauto’s in lege landschappen zijn echt niet meer voor jou
nee jij gaat nergens heen
je surft op het droge je bent zelf de plank
dat dat geen compliment is weet je dame
zelfs geen luis in de pels kan je je wanen
wel zo’n wijfje van die
veel te erg verbreide soort
wat heb je toch
een stelletje kinderen schurft en kolder in je kop
overschot aan recepten voor
granola allesreiniger en liefdesverdriet
misschien ben je herkenbaar
misschien wisselt iemand je nog net in voor
een badhanddoek een mok een pannenset
of word je op de valreep gered ontwar je
maar dan DIY en zonder goeroes of godinnen

knoop