Vleugelpiano’s

2120250-AKLUNKRW-7

Vleugelpiano’s

Vleugelpiano’s zijn zwart.
Witte een gril van de natuur – zoiets als albino’s –, bruine een verwaarloosbare vergissing.
Buffetpiano’s? Je weet toch waarom ze zo heten?
Zet er wat schotels met hapjes op als je een feestje houdt en vergeet ze verder.
Vleugelpiano’s dus. Mateloos onbescheiden, ruim in de schouders
als die bink aan wiens arm je graag gezien wordt.
Stemhebbend, ook met alle kleppen dicht.
Oogstrelend, zelfs met een gehaakt kleedje en een vaas met plastic bloemen erop.
Van te diep in hun zwart kijken word je stomdronken.
Je kust ze ten afscheid als minnaars van wie je voelt dat het de laatste keer is.
Om te knuffelen zijn ze te groot, maar bij liefdesverdriet kan je eronder gaan liggen
en bij storm waaien ze niet weg.
Je kan ze openklappen als oude voorraadkasten die op hun rug liggen en hun inhoud
langzaam prijsgeven, je in leven houden als het erom spant.
Vleugelpiano’s doen aan winstmaximalisatie.
Foute noten liggen niet aan hen, hemelbestorming wel.
Voor één ding moet je op je hoede zijn, kom niet te dicht.
Ze slokken je op, ze lijmen je vingers vast.
Ze wurgen je net niet met een snaar.
Je bent euforisch. Voor je het weet verloren.

 

Foto: Jan Chlebek

pandemonium

soms benijd ik de tuimelbeker.
andere keren wil ik liefst het plastic bakje zijn,
achter de gesloten deur van het keukenkastje, leeg en schoon.
soms – willen of niet – de vork die nu eenmaal niet rechtop kan staan
en een grillig heft heeft als geen ander ding in de bestekbak.
soms – nee niet trots daarop – de pan met restje van vijf dagen oud,
dat deksel wil je echt niet optillen.

vorkigheid.
tuimelbekerdom.
etterbakje.
pandemonium.

Het verzachtend effect van museumbezoek

Is daar onderzoek naar gedaan, naar de effecten van museumbezoek? Dat vroeg ik me plots af. Eigenlijk naar aanleiding van mijn eigen recente bezoek aan Museum M in Leuven. Ik kom er regelmatig. Als een café je stamkroeg kan zijn, dan is Museum M mijn ‘stammuseum’. Het slaat nergens op, want ik ga er altijd in mijn eentje heen, dus van stam is geen sprake, maar dat heeft geen belang. Googlen op ‘psychologisch effect van museumbezoek’ levert nauwelijks wat op, behalve dat museumbezoek, net als contact met dieren en mediteren, het welbevinden van mensen met een hersenaandoening zou verbeteren. Hersenaandoening of niet, mijn welbevinden wordt in elk geval beter van musea. Ik maak een wereldreis in één of andere sfeer – en dat zonder geestverruimende middelen – en word stil en mild binnenin. Als ik me creatief wat opgedroogd voel, gaat alles soms weer stromen. Dat was nu ook weer zo. Ik stapte het museum uit en schreef (zie lager).

LieveBlancquaert6_tcm39-85262Wat er op dit moment te zien is in Museum M? ‘Ecce homo’, een prachtige dialoog tussen fotografe Lieve Blanquaert en de vaste collectie, over de manieren waarop lijden wordt uitgebeeld. De foto’s zijn tussen, naast of tegenover de schilderijen en beelden opgehangen: ze contrasteren en harmoniëren, verruimen, actualiseren, verscherpen of verzachten. Verfrissend dat een museum genoeg durf heeft om verschillende kunstuitingen naast elkaar te presenteren en elkaar te laten versterken. Mooi ook hoe foto’s uit 2016 de springlevendheid van kunstwerken uit soms lang vervlogen eeuwen kunnen laten oplichten. Je hebt nog wel even de tijd om naar ‘Ecce homo’ te gaan kijken – tot 17 januari 2017 om precies te zijn – , maar stel het niet te lang uit.

 

Museum M

 

Binnentreden met

niet meer bagage dan mijzelf.

Hoewel dat weinig lijkt

soms zwaar te tillen toch.

 

Kaartje kopen,

jas en tas achterlaten,

zaal 1,

overgave.

 

Aan de houten engelen met fluiten,

uit die eeuwen toen engelen met fluiten

er nog toe deden.

Aan de roodheid van een gewaad.

Aan het verstikkend veilige duister

van Permekes landschap.

Overgave aan elke tint

van huid, elk vlekje, krasje, elke ader.

Overgave

aan muren,

drempels,

hoogtes,

spiegels,

uitzichten,

stiltes.

 

Gaandeweg binnengesijpeld worden,

met de inhoud van die anderen

die ook toevallige namen hebben.

Nieuwe vloeistoffen wolkend door eigen,

infuus van opluchting.

 

Wanneer ik buiten kom

ben ik meer kunstenaar

dan eerder.

Zo licht

dat ik mijn lippen in mijn gezicht voel zitten,

armen bengelend in het gelid van oksels.

Weer verwachting geworden,

bereidheid,

klaarte.

 

 

het circus van folteringen

(Soms gaat het allemaal een beetje moeizaam. Soms zijn we er kampioen in onszelf stokken in de wielen te steken. Een alledaags circusje van zelfkwelling dat we opvoeren …)

 

circushet circus van folteringen

 

nu voer ik voor u helemaal in mijn eentje

het circus van folteringen op

ik klim tot in de nok

en mis moedwillig

het inhaken aan de trapeze

smak op mijn gezicht

nee helaas er is geen vangnet

dan ben ik de leeuwentemmer

die met opzet een volkomen foute beweging maakt

waarop de leeuw twee rijen tanden in mijn arm zet

ook ben ik de vuurspuwer

die alle wetten van die discipline in de wind slaat

en haar mond brandt

tot slot ben ik de clown

die geen lach weet te ontlokken

maar misschien was ik dat altijd al