
Wat niet op sociale media heeft gestaan, is niet gebeurd. Online gezien worden is een primaire levensbehoefte als een andere. Wat menselijk vergelijkingsmateriaal betreft, zorgen de platformen voor een grenzeloos en constant aanbod. Wereldwijd komt er een beweging op gang om voor kinderen en tieners het gebruik aan banden te leggen, wegens de evidente risico’s. Als volwassene word je geacht ermee om te kunnen gaan. Af en toe weerklinkt er een zucht, de vage suggestie dat het anders zou moeten. Er zijn alternatieven, zonder advertenties, zonder misbruik van privacy, maar de vraag of we ze constant in ons leven willen, wordt niet echt gesteld. De aanwezigheid van sociale media lijkt in steen gebeiteld.
Ik voel het geregeld aan als een worsteling. En dan blijf ik nog bewust weg van Instagram, LinkedIn, Snapchat, TikTok, X en andere. Ik heb het in de praktijk dus alleen maar over Facebook, wat ik al moeilijk genoeg vind om mee te dealen. Om te beginnen: het is er, in mijn dag, mijn week, mijn leven. Ik heb vaak het gevoel dat ik het niet links kan laten liggen. Alsof ik een huisdier heb aangeschaft en nu niet meer kan besluiten om het beest gewoon even een paar dagen of langer te parkeren wanneer ik daar zin in heb. Natuurlijk kan dat met sociale media – in tegenstelling tot je huisdier – perfect, maar toch lijkt het alsof ik dan mijn kop in de grond steek. Wegloop van iets wat ik eigenlijk recht in de ogen moet kijken, of zoiets.
Want ik moet reageren.
Moet die duim opsteken.
Een kwestie van beleefdheid.
Ja hoor, ik heb je gezien.
Ik moet hartjes plempen.
Anders gaat hij of zij misschien denken dat.
Afhaken kan niet.
Ik moet op de hoogte blijven.
Straks hoor ik er niet meer bij.
Mis ik contacten.
Kansen.
Dat is de passieve zijde, de reageerkant. Er is ook de actieve zijde, de onderhoud-je-pagina-kant.
Ik moet genoeg doen, want kijk ‘ns wat anderen doen.
Ik moet genoeg bereiken, want kijk ‘ns wat hij of zij alweer gepresteerd heeft.
Ik moet eraan denken om foto’s te maken.
Dit kan ik beter posten.
Dit wil ik posten, iedereen moet het weten.
Kom op met die reacties.
Hou van wat ik doe!
Ik heb een hekel aan zelfverheerlijking.
Dit wil ik helemaal niet.
Sociale media bereiken precies waar ze voor gemaakt zijn: mijn aandacht naar zich toe zuigen en mij in een constante mentale spiraal meetrekken. Soms kan ik het moeiteloos: zit ik bovenop de golf en strooi ik gul met commentaartjes en emoji’s. Op slechtere momenten voelt het alsof de helft van mijn wereld bestaat uit etalage en ik voortdurend moet kiezen of ik erin ga staan en druk met mijn armen ga zwaaien om de aandacht van voorbijgangers te vangen. De kwestie is: mijn etalage is niet de enige, alle anderen hebben er ook één. We zitten in een universum van etalages van waaruit we aan één stuk naar elkaar gebaren. Zie me, vind me leuk, prijs me, loof me. Ik vind het vaak beschamend onvolwassen. Alsof we een bende kinderen zijn die zich alleen van aandacht kunnen verzekeren door hard op en neer te springen. Diep behoeftige wezens voor wie het een kwestie van psychische overleving is om zo veel mogelijk aandacht te krijgen.
Doordat ik er niet echt met anderen over praat, krijg ik de indruk dat iedereen het wel kan. Kijk, het lijkt hen moeiteloos af te gaan. Waarom kan ik het niet? En dan schiet een vertrouwd mechaniekje in mijn persoonlijkheid in werking: als je ergens niet goed in bent, dan moet je gewoon hard werken om dat mankement bij te spijkeren. Voor mezelf besluiten dat ik iets niet hoef te kunnen lijkt altijd neer te komen op struisvogelgedrag en morele zwakheid. In de praktijk ga ik door opeenvolgende fasen van weerstand en adaptatie. Bij weerstand heb ik geen zin om obligaat te juichen, fotoreeksen te bejubelen, of – in mijn persoonlijke geval als dichter met hopen collega-dichters in mijn vriendenbestand – bij het zoveelste geposte gedicht ‘wat knap!’ en ‘prachtig!’ te kraaien. Waar ik uit besluit gewoon een slecht mens te zijn, niet zachtmoedig, ondersteunend, positief, menslievend, gunnend en gul genoeg.
De realiteit is: voor mijn brein, constitutie, gesteldheid is het veel te veel. Ook: op sommige momenten word ik er ronduit onzeker of afgunstig van om dag na dag met mijn neus bovenop de prestaties, publicaties, prijzen en events van anderen te zitten. Ik word constant uit mijn eigen proces gerukt, als een balletje in een flipperkast. Soms droom ik ervan om alleen nog persoonlijk te communiceren met een beperkt aantal mensen in plaats van via bulkberichten waarmee ikzelf en anderen de aandacht van de halve mensheid lijken te willen vangen. In een economische wereld lijkt de wet van het zoveel mogelijk en van het ‘meer is sowieso beter’ onverbrekelijk. Maar het brengt mij tot afhankelijkheid en behoeftigheid en maakt mij soms down. Het ene moment baad ik in dopamine-gelukzaligheid, het volgende ervaar ik een diep tekort of onvermogen ten opzichte van en in vergelijking met anderen.
Wat ik er concreet aan doe?
Bewust niet scrollen. Ik kies om het allemaal niet te bekijken. Dus sorry, ik heb je laatste post doodgewoon niet gezien. Ik hoef het nu even niet te weten. In ruil accepteer ik dat jij het van mij niet hoeft te weten. Voel je vrij. Ben ik zo belangrijk dat tientallen mensen zouden moeten reageren op mijn volgende levensfeit? Nee, helemaal niet. Toch is dat waar sociale media ons toe brengen: voor elkaar een belangrijkheidscultus creëren. Elk van ons waant zich een farao en verwacht dat de anderen met palmtakken gaan staan wuiven. Maar zo belangrijk zijn we niet. Wat wel belangrijk is: het Ik en Jij van Martin Buber, de live ontmoeting in waarachtigheid, hoe aartsmoeilijk die ook is, hoe vaak ze ook mislukt. Wat is er fijner dan het één-op-ééngesprek dat verder gaat dan koe en kalf en waarbij je de ander kan laten voelen: ik zie jou, ik hoor je. Waarbij je je op jouw beurt gezien en gehoord voelt.
Ik ga mezelf wat meer toestaan het niet te hoeven kunnen, de socials. Misschien ben ik dus niet meer op de hoogte van je laatste exploot. En ja, ik ben me bewust van de paradox: als ik dit stuk niet online in de kijker zet, zal zo goed als niemand het lezen. Daar heb ik voorlopig geen oplossing voor. Het is wel mogelijk dat ik je zomaar een berichtje stuur. Aan jou alleen. Wees niet verbaasd. Het is omdat ik de toeters en de bellen neerleg, uit de cultus stap.
Vorige blogs lezen …
Abonneren om melding te krijgen van nieuwe blogs …
Geef een reactie op Waarom ik Meta verlaat – sandra roobaert Reactie annuleren