sandra roobaert

    • Blog
    • Boek mij!
    • De inventaris van wat blijft
    • Dichter&Dichter
    • Over mij
    • SchrijfTijdlijn
    • Welkom!
  • Van binnen naar buiten naar binnen

     

    Jij en ik behangen de muren met watervaste dialoog.
    We zetten de kamers blank met onze gesprekken.
    en varen er doorheen met bootjes.

    Op andere dagen nemen we een zwijgverzekering.
    Verbinden ons tot eigen uithoek van het huis.
    Polis zonder garanties.

    Voortdurend het slappe koord van wat wanneer.
    Doorbuigen onder te lange zinnen.
    Knappen in stilte.

    Dan maar naar buiten.
    Zon verbleekt het spreken tot handwarme strepen.
    Jaren van praten langs eendjes langs vijvers door wereldsteden.

    Komt het moment waarop antwoord uitblijft.
    Zal ik je hemden toespreken in de kast.
    Zal jij woorden leggen naast het overbodige bord op de tafel.

    31 mei 2020

  • Parenthese

     

    Patio with cloud – Georgia O’Keeffe (1956)

     

    Beschavingsgeluid blijft uit.
    Telefoon en wereld zwijgen.
    Of laten haar links liggen.
    Het hangt af van de blik.

    Ze bevindt zich als tussen witte lakens aan waslijnen.
    Water verdampt traag.
    Binnenkoertjes liggen voor de eeuwigheid.
    Hemdsmouwen waaraan gisteren haar blik bleef haken vervagen.

    Ze denkt aan de schilder die telkens opnieuw
    de achterdeur van haar huis schilderde.
    Beweerde aldoor bang te zijn en toch bleef schilderen.

    Tussen bollend wit katoen kan alles heruitgevonden worden.
    Gelukkig hoeft het niet.
    Lakens doen aan vlaggen denken.
    Koelte op zomerbedden.
    Lijkwades.
    Levenslijnen.

    29 mei 2020

  • Lijf ooit lijf nu lijf ooit

     

    Ooit had het vlaktespanning.
    Een huid die zich uitstrekte als vers ijs op een vijver.
    Alles kon het aan: onhandig gestuntel, hakken, kwikzilver in een onderbuik.
    Het was zo lichtzinnig om zich lelijk te vinden.
    Wist niet beter.

    De tijd was rijp, het gehoorzaamde de broedwet,
    nest na nest.
    Het klapte om onder de liefste last, het werd weer rechtgezet.
    De onderkoelde korst warmde in armen.

    Nu breken krasjes door,
    sluipen wakken in, water
    aan de blekere lippen.
    Begint het onderhuids verzakken.

    Ooit zal het vliesdun en dooraderd liggen, stil.
    In het diep de schim van een zwarte vis die traag voorbijglijdt.
    Het zal beter weten.

    27 mei 2020

  • botanische tuin

     

    zon wordt over jullie uitgestrooid als munten
    twee toevallige seconden beelden jullie het gouden koppel uit
    dat onder de begroeide boog door stapt

    jij hebt geen schoenen aan
    hij meldt iets milds op een grijs t-shirt
    grond blijkt helemaal grond onder jullie voeten

    bijna nu worden grote kinderen klein in jullie hoofden
    de overgave aan plantennamen kan beginnen
    frivole wensen ach hadden we die heideanjer ook in onze tuin

    er blijven bodems waarin niet te veel gewoeld moet worden
    duizend dingen waarin zacht verschil knarst
    maar frieten ergens op een pleintje straks

    alleen over de saus gaapt er een kloof

    20 mei 2020

  • kantelpunt

     

    een schelp net opgeraapt uit het zand
    je besluit mij te houden

    korrels wegblazen kijken
    met je vinger langs het randje gaan

    in je zak laten glijden
    af en toe er weer uithalen

    thuis leg je mij rechts naast het bed
    ik zorg voor ruis

    in je slaap onder de deken
    trilt je neusvleugel even mee
    met je binnenoor
    kan je de zee nog horen

    18 mei 2020

  • gedicht voor de ochtend

     

     

    ode

     

    blauw is opgelost
    de achtertuinen staan met naakte lijnen aangezet

    de ochtend
    twee woorden die beloven

    glans komt later
    honger nu

    de tijd waarin iemand zegt
    nooit eerder

    en dan de vaat van gisteren wegzet
    fruit schilt en in twee kommen legt

    15 mei 2020

  • op één been

     

    als je altijd kon zeggen
    altijd woorden had om te leggen

    nee het steekt er niet onderuit
    niks fouts met die kleur doe maar

    intussen liggen je wijsvingers op je oogleden
    adem je in het kommetje van je handen

    de middagklok herinnert je
    twaalf bakens

    als je stilstaat
    botst er iemand tegen je aan

    als je doorgaat
    denk je waar zijn zij gebleven

    hoe heten ze je somt ze op
    je houdt te veel namen over voor te weinig vakjes

    je sluit de wind hermetisch buiten
    terwijl de deur blijft zeuren

    op één been hinkelen
    ooit hield je daarvan

    11 mei 2020

  • twee verhaaltjes uit de oertijd

     

    opstanding

     

    met haar voet tekent ze figuren op de plavuizen
    duizend figuren en de mis is uit

    voor het eerst valt haar het misdienaartje op
    ziet hij haar ook en hoe haar nieuwe jurk valt de bultjes eronder
    verdwijnen in lichte schouderkromming

    voorbeden en vergeving wiegen oor in oor uit
    ze slaat haar benen over elkaar in verse vrouwelijkheid

    als je het gezangenboek opent
    ver genoeg
    krult de rode kaft om tot een hart

    voor wie geduld heeft verricht Hij een mirakel
    ze wordt twaalf en koopt een album met een slotje
    ze schrijft in het grootste geheim de eerste zinnen

     

    xxx

     

    vluchtig

     

    een jeugdhuis ergens in de polder
    natte zeelucht neergegooide fietsen
    zij is het stugste dertien van de wereld

    ze maakt iets met handen
    een mand een weefsel een pot
    ze vergeet zichzelf en buigt voorover

    de handen die achterlangs op haar gaan liggen
    kneden haar plots
    heeft zij heupen om naar te grijpen

    ze schrikt op als een ree
    slaat de handen weg
    achter haar rug bast een lach met de baard in de keel

     

    8 mei 2020

  • midweegs

     

    liever wil je nu reizen in je eentje
    instappen aan het laatste perron
    waar de klaprozen en de distels heersen

    je bladert door diorama’s achter een ruit
    golvend groen terloops ontblote achtertuinen
    je weerspiegelde gezicht er overheen
    geen kans om te vergeten

    je lichaam een koffer die kostbare inhoud draagt
    je hoofd een mand om een nieuw mens in te bewaren

    in treinen koop je tijd
    stille beweging voor inventarissen

    je opent een raampje je hand erdoor
    geklapper als een zakdoek in de felle luchtstroom
    je vingers ontspannen
    je laat gaan

    4 mei 2020

  • portret van Edith – Egon Schiele

     

    twee handen strijken neer op een veelkleurige rok
    als witte kaketoes in de jungle

    alleen gekomen om te zeggen dat zij niet wil poseren
    vandaag niet lieverd
    geeft zij zich over in een glimlach
    onder opgestapeld haar

    zijn blik kreukelt de stof
    haar buik voelt het penseel

    hij trekt een baan oranje
    zij laat zich vangen als een kat

    in strepen kan je zwemmen tot je zinkt
    vallen en nooit neerkomen

    29 april 2020

Vorige pagina Volgende pagina

Maak een website of blog op WordPress.com

 

Reacties laden....
 

    • Abonneren Geabonneerd
      • sandra roobaert
      • Voeg je bij 62 andere abonnees
      • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
      • sandra roobaert
      • Abonneren Geabonneerd
      • Aanmelden
      • Inloggen
      • Deze inhoud rapporteren
      • Site in de Reader weergeven
      • Beheer abonnementen
      • Deze balk inklappen