Spring naar inhoud

sandra roobaert

    • Blog
    • Boek mij!
    • De inventaris van wat blijft
    • Dichter&Dichter
    • Over mij
    • SchrijfTijdlijn
    • Welkom!
  • Ik wou dat er iets bijzonders

    ik wou dat er iets bijzonders maar wat
    het bijzondere dat je kan bedenken
    is dat niet langer
    een cadeau krijgen waarvan je al weet wat erin zit

    ik wou dat er iets bijzonders
    bijvoorbeeld dat jij terugkwam en zei
    ik meende het niet natuurlijk niet
    en keek zoals daarvoor
    alsof je mij warm toedekte met je ogen

    ik wou dat er iets bijzonders
    bijvoorbeeld dat de stilte van de nacht
    trouwde met de ochtendnevel in het weiland
    en er op de middag een miljoen boterbloemen
    bloeiden tussen de koeien

    ik wou dat er iets bijzonders
    een wonder magie vrede genezing
    harten die te lijmen vallen als kopjes met een oor af
    en kinderen die je na het spelen schone kleren aantrekt
    haren kamt gezichtjes boent

    ik wou dat er iets bijzonders

    21 september 2018

  • Zeer bescheiden gedicht over bescheidenheid

     

    altijd

     

    breuklijn
    hoekje af
    scheve tand
    kale plek
    scheurtje
    motregen
    vetvlek
    dor blad
    hormonen
    misverstand

    zo is het dus altijd
    minder dan ideaal

    12 september 2018

  • Ultieme droom? Nee, danku.

    Ik heb een tijdje geleden gezegd dat als er nog iets te melden viel over de aankomende menopauze ik het hier zou vertellen. Nu stel ik vast dat wat er mij de laatste tijd fysiek of mentaal ook overkomt ik denk: ”t Zal de menopauze wel zijn zeker?’. Een dag hondsmoe met watten in de kop: menopauze zeker? Jeuk achter mijn oren, vettig haar of te veel gesnoept: de menopauze zeker? Nu ja.

    Wat ik denk dat er wel mee te maken heeft: ik ben de evidenties van onze knettergekke doe-maatschappij spuugzat. Wat ik bedoel? Onder andere dit: je komt iemand tegen die je al een tijdje niet meer gezien hebt en de vraag luidt ‘Oh, en waar ben jij zoal mee bezig de laatste tijd?’. Versta: je moet iets zodanig geweldigs en sensationeels in de maak hebben dat het entertainend genoeg is voor je gesprekspartner.

    Waar het zich nog in uit? In de goedbedoelde maar eigenlijk ook wel ferm opgeklopte boodschappen die we aan één stuk onze strot in geramd krijgen. Bereik je potentieel! Vervul je soul quest! Volg de ware weg van je hart! Je kan wonderen tot stand brengen! Realiseer je ultieme droom! Wees diegene die jij écht bent! 10 geheime tips voor jouw persoonlijke succes! Vind je droomjob/ het geluk /de vervulling/ de ware/ je diep verborgen talent/ je roeping … En zo kan ik nog wel even doorgaan.

    Ik geef toe, ik laat me daar ook door verleiden. Wie wil er nu niet een kortere route naar meer geluk of geld, verpakt in hoera-sfeer met een licht spiritueel sausje erover? De keerzijde daarvan is: er wordt echt wel van ons verwacht dat we ‘het maken’. Zeventien yes-you-can-boeken gelezen en nog altijd niet in Patagonië aan het backpacken in je dooie eentje, nog steeds niet de omzet van je zelf uit de grond gestampte hippe business verdubbeld of verhuisd naar een tiny house op de Russische steppe? Ja sorry, maar dan ben je echt wel een hopeloos geval.

    Ik zeg het je: al dat overgespannen dromen-realiseren-getoeter zet ons in een snelkookpan en binnenkort ontploffen we. De laatste tijd weet ik het eerlijk gezegd niet meer. Ik weet niet goed meer of ik nu per se mijn eerste dichtbundel op de wereld wil krijgen of pianoles wil gaan geven, een vrouwenworkshop organiseren of weer eens een ‘project’ opstarten. Geen hond zit op die dichtbundel te wachten, misschien heb ik geen talent om les te geven, voor die workshop schrijft geen vrouwmens zich in en maffe projecten heb ik al wel een paar keer eerder uit mijn hoed getoverd. Misschien heb ik wel totaal geen ultieme droom in de la liggen nu. Misschien  ….

    WIL IK WEL HELEMAAL NIKS NU!

    Of laten we zeggen:

    Ik wil nu mijn planten water geven, nah!

    Ik wil nu tot in mijn haarwortels genieten van het glas naar de glasbak brengen (zalig toch dat kapotvallen-geluid?).

    Waarom zou ik niet eens op zoek gaan naar een job met de minste poespas en de kleinste intellectuele uitdaging die ik maar kan vinden (voor zover zoiets nog bestaat?)

    Ik wil nu besluiten – nee, ik heb al besloten – dat er niks speciaals, zelfverwezenlijkends, magisch hoeft te gebeuren.

    Gedaan met die tralala!

    De eerstkomende tijd ga ik mezelf toestaan hartsgrondig geen zin te hebben, hier en daar mijn voeten aan te vegen en misschien is zo vaak mogelijk naar de sauna gaan ook wel een idee. En wie weet gaat er in de vruchtbare modder van al dat met de middelvinger opgestoken leven wel weer een (liefst heel rustig) plan broeden.

    8 september 2018

  • Slapeloos gedicht over knopen

    Soms kan ik niet slapen. Kan ik dan niet slapen omdat er een gedicht moet worden geschreven? Of schrijf ik een gedicht omdat ik niet kan slapen? Ik zal het me maar niet afvragen.

     

    gordiaans

    er zijn knopen en daar lig je in
    een lus een acht
    gooi je je lasso uit dan vang je eigen enkels
    bot of hoogstens een paar trage vliegen
    hollywoodauto’s in lege landschappen zijn echt niet meer voor jou
    nee jij gaat nergens heen
    je surft op het droge je bent zelf de plank
    dat dat geen compliment is weet je dame
    zelfs geen luis in de pels kan je je wanen
    wel zo’n wijfje van die
    veel te erg verbreide soort
    wat heb je toch
    een stelletje kinderen schurft en kolder in je kop
    overschot aan recepten voor
    granola allesreiniger en liefdesverdriet
    misschien ben je herkenbaar
    misschien wisselt iemand je nog net in voor
    een badhanddoek een mok een pannenset
    of word je op de valreep gered ontwar je
    maar dan DIY en zonder goeroes of godinnen

    knoop

    31 juli 2018

  • Maak eens een visueel gedicht

    Vandaag een mini-cursusje ‘visuele poëzie’ gevolgd van Wisper in Leuven, begeleid door creatieve fee Sandrine Lambert. Een beetje nieuwe wereld voor mij. Hieronder twee ideeën. Ik zou zeggen: ‘Do try this at home’, ter opfrissing van je bezwete zomerhoofd.

    1. Druk een mooie zin (of twee). Als je geen drukpers hebt kan je de letters ook stempelen of ergens uitknippen of zelf mooi schrijven of printen. Maak er met stiften, potloden, verf, foto’s, stempels … een beeld bij. Het wordt dan zoiets als dit …

     

    2. Maak een schrapgedicht. Neem een volledige pagina tekst, maakt niet uit welke de inhoud is, druk die af op papier en selecteer de tekst die nog leesbaar moet zijn. Al de rest schrap je door of kleur je in. Je kan er nog andere visuele details aan toevoegen, op schilderen, erbij plakken. Deze hieronder is niet opbeurend, maar geeft wel een idee van wat het kan worden. Bij visuele poëzie komt er gewoon wat er komt.

    25 juli 2018

  • Voor jou

    Ik heb de woorden voor je opgeladen.
    Hier zijn ze dan.
    Gedicht.
    Ook heb ik er een lampje in gezet.
    Nu zijn ze dus verlicht.
    Ik hoop dat je erin kan komen.
    Een huis waarvan behalve jij geen één de sleutel heeft.
    Je kan er heen wanneer de aarde beeft
    en ook die enkele keer wanneer je denkt:
    Ik heb al veel te veel geleefd.

    huisje

    24 juli 2018

  • moeder

    iets voor twaalven en het huis
    moet nog wat rechtgetrokken in de hoeken
    voor zij onder zeil gaat bovenin
    ze weet dat breedbeeld noch almacht binnen bereik liggen
    dat hoogstens haar hand
    gladstrijkt omspoelt wegbergt tot
    de volgende explosie van huiselijkheid in een nieuwe dag

    ze kent de permanentie van haar lichaam
    dat niets heeft van een breed schip of een kerk
    om bij onweer in te schuilen
    meer lijkt op de perenboom met volle takken
    die niet wegwandelt nooit het tuinhek voor altijd achter zich dichtslaat
    rotte vruchten zonder aarzeling laat vallen
    en ook wel eens een tak verliest

    ze doet dit al sinds kinderheugenis
    de kweek is klaar al haperen de vleugels nog
    maar nooit is het af nooit uit nooit helemaal volbracht
    het weze zo
    ze gaat naar boven
    neemt het wasgoed mee
    zet de wekker

    blouse

    15 juli 2018

  • Woedende shampoo

    Ik ben in het station.
    Lees achteloos de reclameborden waar ik langs loop.
    ‘Het woedende recept voor zeer droog haar’.
    Het valt mij op en ik denk: ‘Hé ja, dat klopt eigenlijk wel, om heel droog haar te lijf te gaan, heeft die shampoo best wel wat knetterende energie nodig. Zoiets van: erop of eronder. Dit varkentje – of eigenlijk, deze kurkdroge haardos – wassen we zo even. Kaboemmmm!’
    Euh, nee dus.
    Er staat gewoon: ‘Het voedende recept voor zeer droog haar’.
    Je fantasie gaat met je op de loop, schat.
    Je wordt echt een beetje kierewiet.
    Wat zegt dit over jouw energie, als je ‘woedend’ leest in plaats van ‘voedend’ en drie keer moet kijken voor je door hebt dat het eerste echt niet is wat er staat.
    Het is vooral jouw energie die knettert en laait de laatste tijd.
    Geregeld richting woedend in plaats van voedend.
    Maar eigenlijk … so what?
    Ik weet het, woedend is zo ‘not done’.
    Zo oei-oei-wat-scheelt-er?
    Zo ‘kan je je niet een beetje beheersen’?
    Nee, er scheelt niks.
    Ik weet het gewoon van mezelf.
    Ontkenning noch verontschuldiging, het gaat niet ondergronds.
    Ik leef even in een wereld waarin woedende shampoo plausibel is en alles soms flink oplaait vanbinnen.
    Omdat het mag hoef ik niet binnenkort iets in de fik te steken, hoef ik – meestal – geen onschuldige verrot te schelden of niet helemaal loos te gaan op sociale media.
    Zo werkt dat.
    Best voedend eigenlijk.

     

    5 juli 2018

  • Wat doe je met 59 dagboeken?

    Ik zit al weken in een minimaliseer-fase. Ik schreef er onlangs over, en ik doe het ook echt. Intussen staan er enkele kubieke meters kartonnen dozen klaar om volgende week door de kringwinkel te worden opgehaald.

    Kasten, schouwmantels en tafels zijn plots niet langer de oppervlakken die dankbaar gebruikt worden om alles en nog wat kwijt te kunnen. Ze zijn leeg. Verkwikkend, zen-achtig, maar ook lichtjes confronterend – moet daar nu echt niet één of ander decoratiedingetje staan? – leeg.

    Eén van mijn bezittingen komt niet in aanmerking om aan de kringwinkel te schenken, en wel deze:

    Een kartonnen doos met welgeteld 59 dagboeken erin. Volgeschreven tussen begin 1983 en vandaag. Dat maakt dik 35 jaar levensgeschiedenis. En dus de mogelijkheid om te achterhalen wat mij bezighield op mijn 14e, 26e, 33e, 41e, en alle jaren daar tussenin. De mogelijkheid om te weten wat ik dacht of voelde bij het stuk gaan van relaties, bij de geboorte en het opgroeien van kinderen, bij verliefdheid, bij wat er gebeurde in vriendschappen en in jobs en in een lang lang huwelijk en op doodgewone dagen van geluk of miserie.

    Maak ik ook gebruik van die mogelijkheid? Eerder zelden eigenlijk. Als ik herlees, dan is het meestal het meest recente wat ik heb geschreven, ook omdat die dagboeken zich nog ergens in mijn buurt ophouden. Waar de kartonnen doos met oudere dagboeken zich nu eigenlijk bevond in mijn huis wist ik niet meer precies. Wat ik er uiteindelijk mee moet, is wel iets wat al jaren af en toe opduikt in mijn gedachten. En mij dan een wat ongemakkelijk gevoel geeft, zoals alles wat met het verstrijken van tijd en met vergankelijkheid te maken heeft dat kan doen. Want ultiem kan ik er niet onderuit om er een beslissing over te nemen, of iemand anders doet dat als ik het zelf niet doe. Ik ben ook op een leeftijd gekomen waarop je nog niet echt oud bent, maar toch al wat vaker aan je eindigheid denkt dan wanneer je 30 bent.

    Dus wat met die dagboeken? Laat ik eens creatief alle mogelijkheden oplijsten:

    1. Gewoon weg ermee. Oud papier. (= de radicale oplossing, geen sentimenteel gedoe)
    2. Verbranden. (= de met symboliek geladen oplossing, loutering, het verleden achter je laten)
    3. Integraal nalaten aan partner en/of kinderen bij overlijden. (= de psychologisch complexe oplossing, sowieso doet het wat met hen)
    4. Bij leven en welzijn dagboeken wegschenken aan gezins- of familieleden, vrienden, bekenden en bewust kiezen wie welk deel uit welke periode krijgt. (= de moedig/kwetsbare oplossing, potentieel kan het relaties flink beïnvloeden, in positieve of negatieve zin)
    5. Bij leven en welzijn dagboeken wegschenken aan om het even wie erin geïnteresseerd is, bekende of onbekende, en de ontvanger de periode laten kiezen. (= de uiterst avontuurlijke oplossing, dit is zoiets als van een klif in zee springen of een bungeejump in de Grand Canyon)
    6. Bij leven en welzijn op parkbanken, in publieke vuilnisbakken, aan bushaltes of in treincoupés afzonderlijke dagboeken achterlaten, zonder contactgegevens erbij. (= de romantische oplossing, zoiets waar een auteur een roman uit zou kunnen puren of een scenarioschrijver een film).
    7. Schenken aan het Nederlands Dagboekarchief. (= de licht griezelige oplossing, wie wil eigenlijk dat haar dagboeken potentieel door wetenschappers worden bestudeerd?)
    8. Alle dagboeken herlezen en enkel die die het beste gevoel geven of het interessantst zijn bijhouden. (= de pragmatische oplossing, of de positivo-oplossing, weg met de depri-dagboeken en de zeurpagina’s)
    9. Van elk dagboek een foto van de kaft maken. Vervolgens elk dagboek lukraak openslaan en een foto maken van de opengeslagen bladzijden. De foto’s bijhouden op een computer. (= de creatieve, luchthartige oplossing)
    10. Gewoon alle dagboeken bijhouden (= de angstvallige oplossing, niet kunnen loslaten).
    11. Online verkopen (= de zakelijke, materialistische oplossing, maar wie wil in vredesnaam ook maar een cent uitgeven aan een doos dagboeken van een nobele onbekende?)
    12. Alle mogelijke variaties op bovenstaande.

    Wat het wordt? Ik zou het voorlopig echt niet weten. Intussen herlees ik hier en daar, word ik beurtelings aangenaam en onaangenaam verrast, of word ik melancholisch of nog wat anders. Wat ik wel vaststel: herinneringen aan periodes verschillen meestal van de beleving zoals ik ze toen heb beschreven en van sommige dingen kan ik me helemaal niet herinneren ze ooit te hebben geschreven, hoewel ik mezelf erin herken. Voorlopig geen uitkomst dus. In afwachting toch alvast foto’s maken. En geef toe: mooi zijn ze wel.

     

     

    23 juni 2018

  • Fabuleus 50 of ouwe doos?

    Ik word vijftig. Nog niet helemaal heel binnenkort, maar toch. In september is het zo ver. Nu moet je weten dat ik de afgelopen jaren bij momenten met een mengeling van weerzin en benauwdheid aan alles wat dat getal voor mij betekende heb zitten denken: menopauze – ugghhh! – , nog meer rimpels, eventueel oprukkende kilo’s en vetrollen, slap vel, slapeloosheid, hormoon-rollercoasters met bijhorend idioot gedrag. Kortom, zieligheid en gruwel troef leek het mij. Ik kon er met de beste wil van de wereld niks positiefs aan ontdekken om de mistige kaap van 50 te ronden. Mijn echtgenoot suste tussendoor dat het allemaal heus wel zou meevallen en een man van een eind in de 50 verzekerde mij dat het allemaal alleen maar beter werd met de jaren voor intelligente mensen zoals ik. Dat laatste was mooi meegenomen als compliment, maar voor de rest vond ik dat ze vooral één detail over het hoofd zagen: zij zijn geen vrouwen, dus weten zij veel.

    vintage50

    Ik bespeur in de media een wat hijgerig discours over vrouwen van 50 en ouder dat vooral door vrouwen zelf wordt onderhouden (lees er Sonja Kimpen en Martine Prenen op na): ze tellen echt nog mee / nee, ze zijn niet oud / niet klaar om alleen nog koekjes te bakken en de geraniums water te geven. Tot en met het overspannen uitbazuinen van peptalk à la ‘een heel nieuwe levensfase’ / ‘begin lekker opnieuw’ / ‘nergens te laat voor’ / ’50 worden is fabuleus’. Met perfect gestileerde foto’s met de juiste lichtinval erbij zodat de intredende aftakeling nog niet al te zichtbaar is.

    Ik heb besloten dat ik het op mijn geheel eigen wijze ga aanpakken. Dat wil zeggen: wegkwijnen noch doen alsof 50 het nieuwe 35 is, niet flauw doen, niet in ontkenning gaan en wel zien wat zich aandient. Ik weet dat ik af en toe in stilte ga blijven gillen dat ik geen zin heb om een oud wijf te worden, dat ik met een zekere regelmaat de echtgenoot aan de kop ga zeuren en dat ik met enige afgunst ga zitten gluren naar een mannengezicht hier, een mannenarm daar waarvan ik vind dat die zoveel eleganter ouder worden dan mijn onderdelen. (Waarbij ik eerlijkheidshalve moet toegeven dat sommige mannen-onderdelen dan weer minder gracieus verouderen dan mijn equivalent, maar laat ik nu niet té veel in detail treden.)

    Wat ik ook ga doen: mijn zegeningen tellen. Ik ben bijna vijftig en nee, ik verga niet van de opvliegers, heb voorlopig hetzelfde figuur als 10 jaar geleden, nauwelijks een grijze haar en het maandelijkse klokje tikt nog tamelijk netjes. Ik heb van de natuur gewoon de tijd gekregen om er helemaal klaar voor te zijn, en dat ben ik nu wel zowat geloof ik. Op die grijze haren zit ik eigenlijk bijna te wachten omdat ik denk dat ze, geloof het of niet, flatterend zullen staan.

    Ik ging er helemaal van uit dat het in mijn lijf zou starten, het hele meno-gedoe, maar nee, sinds kort stel ik vast dat mijn hoofd het startschot heeft gegeven. Met de regelmaat van een klok ben ik kwaad, woedend, laaiend van ergernis en frustratie en slaan de vlammen net niet uit mijn haar. Want alle kut-klerezooi kan de hort op, inclusief alle verdomde lastpakken rond mij – euhm, sorry jongens – en ik sta klaar om mijn strijdwagen met 4 zwarte merries ervoor van stal te halen, denderend de straat uit te jagen en alles achter mij te laten. Godverdomme!

    Nu moet ik zeggen dat ik woede ken bij mezelf. Toen ik jonger was, had ik er af en toe flink last van, maar met de jaren was het op dat vlak wel wat kalmer geworden in de huishouding. Echtgenoot, Kinderen en ik kunnen nu vaststellen dat Hare Wilde Boze Ontembaarheid opnieuw de kop opsteekt.

    Maar ik herhaal: niet in ontkenning gaan en zien wat zich aandient. Woede dus voorlopig, en een verlangen om uit te breken. Geef Me Iets Anders, godbetert. Voorlopig verlaat ik huis en haard nog niet, maar ik voel dat het wel goed is, de evidenties die uit hun tuttige hoesjes worden geschud en op de grond in scherven vallen. In vraag stellen of ik altijd moet proberen om correct, verzoenend, sociaal wenselijk gedrag te vertonen. Niet dat ik dat eerder altijd deed (vooral Echtgenoot en Kinderen kunnen daarover meespreken, vrees ik), maar zelf voel ik het zo aan dat ik al mijn halve leven zo verdomd mijn best heb zitten doen en het nu misschien stilaan wat minder mag.

    Laverend tussen fabuleus – meer dan ooit vaststellend dat het leven veel kleine en grote snoepmomentjes heeft – en weerspannige ouwe doos – nee, ik wil pertinent geen botox, geen lifting en ja die stomme voorhoofdrimpels en die lijnen rond mijn mond zijn lelijk en diep en dat is dan maar zo – vaart mijn vrouwelijke-piratenkapiteinboot richting september. Als het zo uitkomt stuur ik de komende tijd nog wel eens een postkaartje.

     

     

     

    12 juni 2018

Vorige pagina Volgende pagina

Maak een website of blog op WordPress.com

Reacties laden....

    • Abonneren Geabonneerd
      • sandra roobaert
      • Voeg je bij 61 andere abonnees
      • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
      • sandra roobaert
      • Abonneren Geabonneerd
      • Aanmelden
      • Inloggen
      • Deze inhoud rapporteren
      • Site in de Reader weergeven
      • Beheer abonnementen
      • Deze balk inklappen