sandra roobaert

    • Blog
    • Boek mij!
    • De inventaris van wat blijft
    • Dichter&Dichter
    • Over mij
    • SchrijfTijdlijn
    • Welkom!
  • Wild!

    Ik woon op een plek waar nauwelijks bossen zijn. Toch is het er ook helemaal niet stedelijk. Het is één van die plekken in Vlaanderen waar landbouw – monoculturen die zich uitstrekken tot aan de hemelsbrede horizon – een oppervlakkig gevoel van landelijkheid geeft. Het is ‘de buiten’, maar ongerept kan je het allerminst noemen. Ik pendel met de trein naar steden en kom weer terug. Zowat elke dag fiets ik in veelvoud de drie kilometer die mijn huis scheiden van station, bakker, supermarkt, krantenwinkel.

    Tevoren woonde ik aan de rand van een bos, wat ik erg mis. Ik ging er weg door omstandigheden zoals die in elk leven opdagen. Ik heb me vaak afgevraagd of ik de verkeerde keuze heb gemaakt door ergens te gaan wonen waar bossen zo opvallend ontbreken. Of ik niet opnieuw moet verhuizen, liefst naar ergens waar ongereptheid nog veel aanweziger is. Naar Schotland of Ierland bijvoorbeeld. Of gewoon rondtrekken. Telkens wat anders. Misschien doe ik dat ooit, maar sinds kort heb ik besloten om vrede te sluiten met mijn huidige woonplek.

    Onder andere omdat ik behoefte heb aan een antidotum tegen de negatieve ideeën die in tijden van klimaatcrisis heersen over de natuur rond ons.
    ‘Hier is geen echte natuur meer’.
    ‘Alles is al kapotgemaakt.’
    ‘Weer een nieuwe verbindingsweg, waar houdt het op?’.
    ‘Er bestaan geen stille plekken meer. Overal hoor je autogeraas op de achtergrond.’
    ‘Van de beloofde 10.000 hectare nieuw bos is niks in huis gekomen.’

    Ik zal niet beweren dat er geen enkele waarheid in die uitspraken zit. Wel betreur ik de overtuiging dat wilde natuur zich alleen nog ver weg bevindt – in de bossen in Noord- en Oost-Europa, in de Nationale Parken van de VS, in het Amazonewoud … Ik betreur dat deze plekken opzoeken zowat de enige manier lijkt om ons te herbronnen. Ik betreur de melancholie die daarrond hangt, het stille idee dat we iets fundamenteels kwijt zijn, dat rond ons alleen maar teloorgang en verlies te bespeuren vallen. Ik betreur dat we de indruk hebben verre reizen te moeten maken of minstens naar een natuurreservaat of de Ardennen te moeten om het verlorene terug te vinden.

    Dit is een pleidooi om veel meer te zijn waar we zijn. Onze leefomgeving te accepteren en zelfs te omhelzen. De bomen langs de snelwegrand die niemand ooit bewondert zijn niet minder wild dan die in een oerbos, al zijn ze daar met veel meer. Het beekje dat door een weiland stroomt heeft dezelfde wilde waterkwaliteiten als de Niagara Falls, als je tenminste wil kijken. Het vergt een mildere, minder hongerige en veeleisende blik, maar alles is er al, rond ons. Ook in de stad. Alleen al het eenvoudige effect van buitenlucht wanneer je je wat down voelt. De tuindeur, balkondeur, het raam open, je ogen sluiten en bewust de frisse, lauwe, ijskoude, lekker warme of zondoorstoofde buitenlucht inademen. Die simpele verhouding tot buiten en natuur terugvinden kan een enorme bron van herverbinding zijn. Met onszelf, met de antwoorden in ons, met oprechte verlangens en dromen. Met onze creativiteit ook. Ik weet zeker dat wie creatief – en daarmee bedoel ik niet artistiek, wel scheppend – in het leven wil staan de eigen relatie met natuur moet cultiveren. Niet door één keer per maand in de auto te stappen om ergens een lange boswandeling te maken. Wel door elk moment waarop het kan aan te grijpen om de natuurlijke plekken vlakbij op te zoeken. Dat is iets wat ik veel meer en veel bewuster voor mezelf wil doen. Waarop ik hoop dat mijn verhaal jou aansteekt. Zodat we sterker worden om op te komen voor alles wat we anders willen. Zonder de kwaliteiten van wat we allemaal hebben uit het oog te verliezen.

     

     

    28 mei 2019

  • Het gedoe dat liefde heet (5): Hoe vaak zeg jij de 4 magische woorden?

    Je mag kiezen of die vier magische ‘ik hou van je’ of ‘ik zie je graag’ zijn. In intentie verschillen ze niet veel, het is maar wat je uit je strot krijgt in de liefde. Tijd dus voor genadeloze introspectie: met welke frequentie spreek je ze uit, en tegen wie? Of schrijf je ze makkelijker? Plak je ze met enige achteloosheid achteraan een telefoongesprek? Duim je ze razendsnel en luchtig  – luv ya of ILU of KHVJ – op een schermpje?

    Voor mezelf stel ik vast dat ik een algemeen tekort ervaar. Ik zeg ze te weinig en ik hoor ze te weinig. Voor een deel heeft dat met persoonlijke dingen te maken, voor een deel met cultuur. Onze culturele barrières voor de vier magische zijn hoog. ‘Ik hou van je’ zeggen in een context van één-op-één tussen twee volwassenen komt al gauw – als je vriendschap en ouder-kindrelaties even buiten beschouwing laat – neer op ‘ik wil een relatie met jou, kies exclusief voor jou en geen ander, heb mijn hart aan je verpand, meen het bloedernstig met ons, …’. Etcetera. Durf je ze uit te spreken tegen iemand met wie je niet sowieso al een romantische verbintenis hebt, dan vraagt de ander zich vanzelf af ‘is ze verliefd op me, wil ze iets met me?’.

    Dat is, als je het mij vraagt, jammer. Want het maakt de vier magische tot een soort toverformule die we – tenzij we een partner hebben die bijzonder gul is met verbale liefdesuitingen of er zelf van overlopen – eerder zeldzaam ervaren. Waardoor we er ook geen vlotheid in verwerven. Ze blijven in onze keel steken en we stuntelen in het aannemen ervan.

    Ik wou dat het anders was, voor mezelf en voor de rest van de mensheid. Natuurlijk kan je ook zeggen: ‘Ja maar, het is net omdat ‘ik zie jou graag’ tot de eerder schaarse uitspraken behoort, dat het zo bijzonder kan zijn en blijven. Het vaker en in allerlei relaties en contacten uitspreken zou het devalueren.’ Daar ben ik het niet mee eens.

    Eind vorig jaar deed ik een experiment: ik schreef bij wijze van alternatief eindejaarscadeautje brieven aan geliefden en vrienden. In mijn hoofd noemde ik ze liefdesbrieven, maar in de praktijk schreef ik in lang niet allemaal de vier magische woorden letterlijk neer. Soms vroeg ik me af of ik ‘over the top’ was, of ik echt zo ver mijn nek moest uitsteken. Anderzijds wilde ik het blijkbaar wel.

    En wil ik het nog steeds. In contacten die helemaal geen klassieke liefdesrelaties zijn, welt het soms ineens op zonder dat ik het uitspreek: eigenlijk hou ik van jou. Voorbeeld één: iemand die mij coacht in iets wat ik graag wil leren werkt eindeloos op mijn zenuwen omdat het zo moeilijk is om concrete afspraken met hem te maken, maar wanneer het dan toch lukt, is wat hij geeft zo gul en mooi en warm dat ik spontaan denk ‘hierom hou ik van je’. Maar dat zeg ik dus niet, bang voor complicaties en misverstanden.

    In het station ontmoet ik iemand met wie ik een Hans-en-Grietje-contact heb: de keren dat we elkaar zien liggen meestal tamelijk ver uit elkaar, als kruimels op een pad, maar wanneer we elkaar toch kruisen voelt de verstandhouding voor mij meteen als verwantschap. Voldoende reden om te denken: ‘hé, ik zie jou graag’, maar alweer zal ik eerder doodvallen dan het te zeggen. Ik denk dat mijn woorden te gewichtig zouden zijn, krijg schrikbeelden dat ze mij zullen binden of ik erin verstrikt zal raken.

    Maar misschien moet ik nu even stoppen met schrijven en dringend gaan oefenen. Wees gewaarschuwd. Misschien hou ik wel van je en kom je dat binnenkort te weten.

     

     

    30 april 2019

  • connect

    toen het gebeurde
    lag ze al eeuwen in een wad
    haar gezicht net onder het oppervlak
    haar neus vol modder

    haar vingers – voelde ze
    verlengden zich tot luchtwortels
    de luchtwortels tot bomen
    een rilling later bekroop het kroos haar armen

    toen waagden de koeten het
    zich af te zetten
    onverstoorbaar over haar heen te glijden
    toeterend als boten die vertrek aankondigen

    de kikkers met bellen om de mond
    de wilde paarden in de verte baarde zij
    de zon een rukkende ballon
    het touwtje voelbaar in haar navel

    voortschrijdend landschap werd ze
    toen gedachten vliezen kregen
    schubben stengels bladgroen
    haar hartslag zich vermengde met de schrille roep
    van iets wat overvloog
    klapwiekend

    8 april 2019

  • A drawing a day …

    Je kent vast het Engelse gezegde ‘An apple a day keeps the doctor away’. Ik moet daar altijd aan denken wanneer ik teken en vervang ‘apple’ dan door ‘drawing’. ‘A drawing a day keeps the doctor away’. Ik voel me helemaal geen tekenaar, heb er nooit cursussen voor gevolgd en beschouw het ook niet als één van mijn talenten, maar voel het wel aan als een verrijking en een vorm van mentale zelfzorg om het regelmatig – elke dag is wat te hoog gegrepen – te doen. Mijn tekensessies zijn kort – tekeningen van landschappen of natuur in mijn buurt maak ik doorgaans in 10 à 15 minuten, fantasietekeningen in maximum een half uur. Tekenen heeft allerlei heilzame effecten:

    • het is een motivator om naar buiten te gaan
    • het zorgt voor ‘flow’: wanneer je tekent kan je haast niet anders dan in het moment zijn
    • het kan je blij maken middenin een zorgendag of een rotperiode
    • het prikkelt je fantasie en je creativiteit op andere vlakken
    • het doet je stilstaan en kijken naar mooie / bijzondere / doodgewone dingen

    Hier zijn wat ideetjes, waarbij ik hoop dat je ook het virus te pakken krijgt.

    Een schetsje van vegetatie langs een veldweg. Er was wind en het begon te regenen, zoals je ziet aan de lichter blauwe vlekjes. Materiaal: vulpen op schetsboekpapier

    Een veldweg met winterse bomen. Om te selecteren wat je gaat tekenen, ga je het best heel intuïtief te werk. Op sommige momenten valt je een detail op, andere momenten treft het landschap je. Het is zoals wanneer je foto’s maakt op reis: zonder er veel over na te denken laat je je leiden door wat je spontaan mooi vindt. Materiaal: bruine fijnschrijver op schetsboekpapier

     

    Je kan ook puur vanuit je fantasie werken. Schets een omtrek, bv een cirkel of zoals in dit geval een druppelvorm en vul de omtrek helemaal op. Gebruik zo min mogelijk je rationele brein. Plan niet van tevoren de structuur van je tekening en laat je voor vormen en kleuren telkens leiden door wat je hand vanzelf lijkt  te willen doen.. Denk niet na over welke kleuren al dan niet bij elkaar passen, maar grijp naar de kleur waarbij je zoiets als ‘hé ja’ voelt.

    Materiaal: potlood en kleurpotloden op schetsboekpapier

     

     

     

    Weer een heel snel landschapje. Details hoeven helemaal niet correct te zijn. De gebouwen aan de horizon zijn niet accuraat en de bomen zijn niet meer dan suggestieve krabbels.

     

    Soms kan een tekening ontstaan omdat je even niks anders te doen hebt. Deze maakte ik omdat ik ergens moest zitten wachten. Ik had toevallig ruitjespapier bij en tekenmateriaal – niet dat ik dat standaard overal mee naartoe sleep. De woorden kwamen op een bepaald punt toen ik voelde dat het zonder niet af zou zijn.

    Materiaal: ruitjespapier, kleurpotloden, gekleurde balpennen en fijnschrijvers, goud- en zilvermarker, zwarte marker.

     

     

     

     

     

    Ben ik altijd tevreden over wat ik teken? Helemaal niet! Soms vat ik niet de sfeer die ik in een tekening wil hebben. Deze ontstond tijdens een recente wandeling in een natuurgebied. Overal waren ontluikende blaadjes, prille bloesems, katjes, alles bewoog in de wind, de bomen rondom ruisten en kraakten. Die indrukken kwamen helemaal niet in de tekening terecht, zoals ik graag had gewild. Het lettertype van de tekst vind ik te stijf, het had veel natuurlijker gekund. Maar dat hoort bij tekenen, en al helemaal bij snel en spontaan tekenen.

    Wanneer je vaker tekent, leer je ook je beperkingen kennen. Ik krijg dieren zelden goed op papier en aan portretten durf ik me nauwelijks te wagen. Dat wil niet zeggen dat we ons moeten laten beperken. Misschien is het gewoon een kwestie van iets meer tijd nemen of een keer wat handboeken over tekentechniek bekijken.

    Ik wens je zalige tekenervaringen!

     

    16 maart 2019

  • taart in de stad

    we delen een punt
    met elke hap inhaliger
    alsof we het bord bestelen

    dan sla je om en wiebel je plots gul
    de laatste zoete brok op je vork voor mijn mond
    toehappen is tanden zetten in jou
    we weten het allebei
    je wiebelt
    ik hap
    je ogen reikhalzen
    ik ren ze tegemoet

     

    2 maart 2019

  • Eentje voor Valentijn

     

    14 februari 2019

  • verlangen

     

    wit is een sneeuwhaas in de sneeuw
    en lakens in de oude linnenkast
    het servies van de minimalist is wit
    ook de overhemden van de man in de herinnering van de vrouw
    wit zijn de gedachten van een eenvoudig mens
    wit pingpongballen stilte rijst papier
    de handen van een drenkeling zijn wit
    uit wit zijn we gekomen
    naar wit gaan we terug
    wit zijn de seconden voor we uit een droom ontwaken
    wit was je stem toen in het bos
    en wit zijn lelies zwanen engelen
    wit is dat wat gezegd is en vergeten
    wit zijn ledematen in het gips
    en laatste woorden zonder iemand bij het bed

    9 februari 2019

  • Daar staat je gedicht

    En dan sta je daar dus in, in het januarinummer van Poëziekrant, een literair tijdschrift. Of beter: daar staat je gedicht, en twee meneren – zelf ook dichters natuurlijk – hebben er zowaar een interpretatie bij geschreven. Het is vreemd en bijzonder en ook doodgewoon. Het is helemaal niet zoals vijf seconden op tv komen en twee zinnen zeggen, waarna nog weken later iemand tegen je zegt ‘ik heb jou op tv gezien’. Gedichten zijn onopvallend en bijna niemand leest ze. Vreemd genoeg krijg je wanneer je gedichten schrijft wel de indruk dat minstens de halve Vlaamse bevolking dat ook doet. Het lijkt wel alsof uit alle holen en kieren, uit spleten en konijnenpijpen plots de dichters tevoorschijn komen. Allemaal wapperend met hun laatste gedicht en ‘kijk mij! lees mij!’ smekend. Ik vind het soms wat benauwend gezelschap. Vraag mij soms af of ik nog wel iets zou schrijven. En doe dat toch altijd weer wel. Dus daar sta ik dan met mijn gedicht. En denk: ‘Waarom kiezen ze precies dit en niet dat andere?’.

    Of ik me kan vinden in de interpretatie van de twee meneren? Een beetje hier en daar en ook een beetje helemaal niet. Ik voelde me minder rusteloos dan zij tussen de woorden lezen. Wat zij als ‘irrealis’ bestempelen is voor mij een staat van zijn waar heel af en toe aan kan geraakt worden. En hoe mooi dat dan is. Maar iedereen mag lezen wat-ie wil, natuurlijk. Met gedichten mag dat, moet het misschien zelfs. Dus ga je gang, lezer.

    25 januari 2019

  • Ladder, lift, bucket list of nog wat anders?

    Als je de manier waarop je naar je leven kijkt in één beeld moest vangen, welk beeld zou dat dan zijn? Bij mij is het altijd een ladder geweest. Tenminste, tot nu toe. Tenzij je eraf dondert ga je via een ladder de hoogte in, ze voert je ergens heen, naar een positie die meer uitzicht biedt dan de vorige. Ladders en succes vormen een innig paartje. Ik heb altijd met half bewuste beelden rondgelopen dat ik op weg was – of moest zijn – naar hoger en beter: interessanter werk, een fijnere woonplek, meer kwaliteit in mijn relaties, een betere versie van mezelf … Wat eigenlijk impliceert dat waar ik ben niet goed genoeg is. Het is natuurlijk ook waar onze wereld in suddert en marineert: hoger, beter, uitdagender, spannender, bijzonderder … Zelfs in de tendenzen die de andere kant op lijken te gaan dan onze crazy streefsamenleving zit het verweven: meer eenvoud, aan jezelf werken, spiritueler zijn, meer mindful … Nooit mogen we gewoon zijn waar we zijn want er moet toch minstens iets worden opgeblonken. De ontelbare aanbiedingen voor verbeterbaarheid op elk mogelijk levensterrein – van gadgets en apparaten tot peperdure cursussen – drukken ons er permanent met de neus op: stilstand op de ladder is fout, of minstens not done.

    Als we het beeld van de ladder nog even vasthouden, kan ik wel stellen dat ik me de afgelopen maanden eraf voelde vallen. Of misschien verbrokkelde ze gewoon onder mijn voeten en was er alleen nog een gat. Het perspectief maakte een tuimeling. Ik bespeurde plots helemaal niks meer van een opgaande lijn of evolutie. Mijn verleden voelde als een rugzak vol kasseien in plaats van als een schatkist om af en toe met een glimlach in te gluren. Toen ik op zoek naar wie ik nu eigenlijk ben oude dagboeken ging herlezen viel het me op: de pijnlijke weerhaken waar ik last van heb, die waren er 10 jaar geleden ook al. Niet zo heel anders dan nu.  Daag betere versie van mezelf!

    Ik zocht naar een ander beeld en kwam uit op de lift. Die gaat naar boven, maar komt ook weer naar beneden. Eén verdieping omhoog en weer drie naar beneden. Stijgen en dalen als wetmatigheid van liften. En van het leven. Wat nog altijd opwaartse en neerwaartse beweging inhoudt, en dus eventueel oordelen van goed, beter, minder en slecht, daar ben ik me van bewust. Maar toch een voor mij meer bruikbaar en realistisch beeld.

    Ik had behoefte aan nog een ander beeld. Vaak heb ik er last van dat ik wat weg heb van een berggeit die grillig van rots naar rots springt, eerder dan van een pelgrim die rustig z’n weg bewandelt. Ik kan mateloos bewondering hebben voor mensen die 15 of 20 jaar met passie aan één of ander project werken en steeds deskundiger worden. Zelf ontbeer ik totaal het juiste gen daarvoor en zwerf ik nomadisch op de golven van wat mij tijdelijk boeit. Ik werd bijvoorbeeld geen docent Russisch met uitzicht op een lang academisch leven, al had dat 25 jaar geleden gekund. En ik studeerde vorig jaar niet netjes af als pianist, al zat het erin. Meestal beschouw ik het als een wat beschamende tekortkoming. Telkens weer komt de vraag ‘wat ga je nu verder doen met je diploma / kennis / vaardigheid?’. Er moet een logisch vervolg zijn, want anders kom je toch helemaal nergens op die levensladder (laat staan dat het ooit nog in orde komt met je pensioen en wanneer ga je je nu een keer als een verantwoordelijke volwassene gedragen)!

    Onlangs daagde het: eigenlijk benader ik het leven als een bucket list. Veel meer dan naar succes na succes in één of ander doel ben ik altijd op zoek naar ervaringen om toe te voegen aan mijn bonte lijstje. Met een studiebeurs naar Rusland in de prille post-sovjettijd: check! Thuis bevallen: check! Mijn kinderen buiten het reguliere schoolsysteem grootbrengen: check! Snare drum spelen in Rio tijdens het carnaval: check! Op mijn 45e aan het conservatorium gaan studeren: check!

    Als ik het zo bekijk worden de kasseien in die rugzak van het verleden langzaam kiezelsteentjes. Het woog zo zwaar omdat ik er allesbehalve trots op was. En het gaat niet zonder slag of stoot, maar ik mag – stilaan, misschien – van mezelf grillig zijn. Meer nog: ik moet het vooral blijven, want blijkbaar is het mijn natuur. Ik maak zelden echte bucket lists op papier, want als het er staat, dan wordt het meteen zo dwingend. Berggeiten plannen nu eenmaal ook niet vooruit waar ze morgen heen springen. Maar het beeld hou ik vast. Net als de lift. Ladders gebruik ik voortaan alleen nog om appels te plukken of op mijn dak te klauteren.

     

    30 december 2018

  • Kerstbrief aan mijn dierbaren

    Liefsten,

    Laat ik maar meteen helderheid scheppen: verwacht geen traditioneel kerstcadeau van me dit jaar, en wees voorbereid voor de komende jaren. Het is uit, ik doe niet meer mee. De afgelopen dagen viel het me op in mijn contacten, van alle kanten kwam het op me af: de ene had het over namen trekken en lijstjes opstellen, de ander sms’te me over shopping-perikelen, een derde moést nog het perfecte cadeau scoren voor x of y. Telkens overviel mij een wee, beklemd gevoel. Ik beschouw jullie stuk voor stuk als kritische, weldenkende mensen en zie met lede ogen hoe jullie door KKK – KerstKoopKoorts – worden bevangen. Begrijp me goed: ik wil me niet superieur opstellen. Ik geef toe dat het me op sommige momenten  ergert en ik mijn ogen in toom moet houden zodat ze niet gaan rollen, mijn tong omdraai in mijn mond opdat er geen ‘oh my god’ zou ontsnappen. Ik voel me erbuiten staan en ervaar een zekere gekweldheid, omdat ik het jammer vind dat jullie je blijkbaar gedwongen voelen om aan de consumptiegekte mee te doen.

    Ik weet het wel, het gaat om sfeer. Ik weet het wel, het kan gezellig zijn om bij een opgetuigde spar en het nodige voer en drank cadeautjes uit te pakken. Maar ik kan me ook niet ontdoen van de indruk dat het allemaal wel heel obligaat is, dat het een evenwichtsoefening wordt in wederzijdse materiële verwachtingen.
    Jij koopt voor mij een keukengadget.
    In ruil koop ik voor jou een dvd-box.
    Tot en met afspraken over maximale budgetten. Het lijken de Belgische begrotingsonderhandelingen wel. En uiteindelijk komt het neer op: nog meer overbodige spullen, nog meer ballast, nog meer afval en de koopindustrie die nog maar eens haar almacht bevestigd ziet.

    Het doet mij denken aan een uitspraak van de Sloveense filosoof Slavoj Zizek dat het doel van het kapitalisme erin bestaat ons te laten ophouden met denken. Liefsten, jullie zijn stuk voor stuk intelligente mensen, laten we weer helder worden in het hoofd, laten we dit juk afgooien en heerlijk samen zijn met kerst zonder al die ingepakte koude kak. Mijn verstand kan er niet bij dat heel dit commerciële circus is gebouwd omheen de vermeende geboortedag van een man die eenvoud en menslievendheid uitdroeg en zich kritisch opstelde ten opzichte van de samenleving waarin hij was opgegroeid. Laten wij dat dan ook doen.

    Ik hou oprecht van jullie allen en ik besef dat ik dat veel te weinig laat blijken. Mea culpa, ik ben soms een onvermogend opdondertje. Daarom het volgende besluit: elk van jullie mag de komende tijd bij wijze van alternatief cadeau een persoonlijke eindejaarsbrief van me verwachten. Op papier of digitaal, zoals het uitkomt. Ik zal erin neerschrijven waarom ik van elk van jullie hou, wat ik in jullie bewonder en wat me als bijzonder fijn bijblijft van het afgelopen jaar. Ik hoop dat jullie het mij niet kwalijk nemen dat er verder niks uit te pakken zal vallen of dat ik hier de kerstpret zit te vergallen met mijn gezeur.

    Hou vooral je mailbox en  je slakkenpost in het oog.

    Liefs,

    Sandra

     

     

    8 december 2018

Vorige pagina Volgende pagina

Maak een website of blog op WordPress.com

 

Reacties laden....
 

    • Abonneren Geabonneerd
      • sandra roobaert
      • Voeg je bij 62 andere abonnees
      • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
      • sandra roobaert
      • Abonneren Geabonneerd
      • Aanmelden
      • Inloggen
      • Deze inhoud rapporteren
      • Site in de Reader weergeven
      • Beheer abonnementen
      • Deze balk inklappen