Spring naar inhoud

sandra roobaert

    • Blog
    • Boek mij!
    • De inventaris van wat blijft
    • Dichter&Dichter
    • Over mij
    • SchrijfTijdlijn
    • Welkom!
  • Soms

    Soms moet zij het lief ontlopen om niet te hoeven spreken
    en de vlucht vooruit nemen naar de top van het huis.
    Soms moet zij boeken om zich heen slaan en de lamp aanknippen ook al is het dag
    en haar koude voeten opnieuw tussen de lakens laten glijden
    waar goddank nog warmte van lijven bewaard ligt.
    Soms moet zij, het hoofd achterover, door de rechthoek raam staren
    en bekers blauw drinken en ook al lust zij geen warme melk, toch lijkt het daarop.
    Soms moet de ochtend herbeginnen en
    doet zij hem over zonder er een punt van te maken.
    Soms mag het bloeden wat haar betreft stoppen, maar het gaat door
    de dagen, de maanden, haar ondergoed.
    Soms wordt het later, zij weet het, het deert niet.

     

    10 mei 2018

  • 14 verhaaltjes over vrouw zijn

    Heel vaak zal ik in wat volgt zeggen ‘er was eens’ of ‘en dan was er ook nog’. Dat is niet omdat ik van sprookjes hou of omdat wat ik vertel verzonnen zou zijn. Integendeel, alles wat ik vertel is waar. Het is alleen dat mensen gemakkelijker iets onthouden als je er een verhaal over vertelt.

    1. Er was eens een onderzoekster die aan een theorie over de stress-respons werkte. Op een dag volgde ze de zoveelste lezing over de stress-respons bij ratten. Ze verwonderde zich erover dat ze in wat ze te horen kreeg, niets herkende wat overeenstemde met haar dagelijkse onderzoek bij mensen. Toen ze hierover in discussie ging met collega-wetenschappers, vertelde één van hen langs zijn neus weg dat haast alle studieresultaten bij dieren gebaseerd waren op onderzoek bij mannelijke ratten. Blijkbaar zijn er vrouwelijke onderzoekers nodig om te bedenken dat het misschien de moeite waard is om ook onderzoek bij vrouwelijke exemplaren van de soort te doen, en dat daar – wie weet, misschien – andere resultaten uitkomen.

    2. Toen ik in het 4e middelbaar zat was mijn leerkracht Frans een grote vrouw met een weelderig lichaam en lang golvend zwart haar. Ik zal haar mevrouw F. noemen, ze was van Italiaanse afkomst, streng in haar vak en tegelijk lachte ze graag en gul. Ik was 15 en ik begon Simone de Beauvoir te lezen, ‘Le deuxième sexe’. Een wereld ging voor mij open. Mijn moeder vond het een beetje zorgwekkend en sprak tijdens een oudercontact mevrouw F. aan. Mevrouw F. gaf geen krimp, integendeel, ze begon te stralen en moedigde mij aan om vooral zo door te gaan. Dat deed ik dan ook. Toen ik 20 was verkondigde ik: ‘Mama, ik ga waarschijnlijk nooit een langdurige relatie hebben, vele kortere relaties achter elkaar lijkt mij veel beter’. Mijn moeder maakte zich nog meer zorgen. Intussen ben ik 23 jaar getrouwd (ik heb er geen spijt van trouwens).

    3. En dan is er de strijd om gelijk loon voor mannen en vrouwen. Ik snap het wel, maar waarom gaat het dan alleen over het feit dat de vrouwelijke boekhouder of het vrouwelijke kaderlid hetzelfde moet verdienen als de mannelijke? Waarom gaat het er niet over waarom de sectoren waarin massaal veel vrouwen werken – toevallig of niet – die zijn waarin de laagste lonen worden verdiend, zoals het onderwijs en de zorg. Waarom gaat het er niet over dat dat sectoren zijn waarin – toevallig of niet – ook nog eens hopen vrijwilligerswerk wordt gedaan door vrouwen? In onze samenleving is de beste graadmeter voor de waarde die aan iets gehecht wordt of het in het BNP zit en of er geld voor gegeven wordt. Huishoudelijk werk en de zorg voor kinderen thuis – waarvan vrouwen nog altijd veruit het grootste deel op zich nemen – zitten niet in het BNP en worden op geen enkele manier financieel beloond. Voilà, zo kunnen we meteen de conclusie maken welke waarde onze samenleving daaraan hecht.

    4. Maar laten we het even over vrouwenlijven hebben. Ze zijn problematisch, helaas. De hele tijd zijn ze geketend aan hun vrouw-zijn, elke maand weer bloeden ze en daar is iets mee, het is een beetje vies en mysterieus en er in het openbaar over spreken of er ook maar iets van laten zien, dat doe je gewoon niet. Daar moet je mannen niet mee lastig vallen. En dan baren die vrouwenlijven kinderen en dat doet verdomd veel zeer en oh my god daarna hebben ze minstens een half jaar geen zin in seks. En als die vervelende functies eindelijk uitgewerkt zijn dan komt het pas: ok, ze bloeden dan wel niet meer maar dan hebben de dames hun menopauze. Ik weet het, we zouden er beter niks over zeggen, zo’n ouder wordend vrouwenlijf daar wil je toch niks mee te maken hebben zeker. Niks dan miserie trouwens die menopauze, het houdt echt niet op met die problematische vrouwenlijven.

    5. En dan hebben we het nog niet over Me too# gehad. Intussen is het zover en zijn zij de arme slachtoffers: als wij maar niet zo hard zeurden, als wij maar ietsje meer humor hadden, als wij maar eens deftig nee leerden zeggen, als wij maar niet constant dubbele boodschappen uitzonden vanuit ons decolleté.

    6. Een vraagje: wist je dat Robert Schumann – de componist – een vrouw had, Clara, dat zij een pianovirtuoos was en dat zij ook componeerde? Wist je dat Felix Mendelssohn – die andere componist – een oudere zus had, Fanny, dat zij honderden composities heeft gemaakt en dat sommige van haar stukken onder zijn naam gepubliceerd zijn, maar geen enkel onder haar eigen naam?

    woman

    7. Er was eens een man van achter in de 50 die met mij sprak over een vrouw van zijn leeftijd: ‘Zij ziet haar vrouwelijkheid wegdeemsteren en dat is normaal op haar leeftijd.’ Ik was te verbouwereerd om hem te vragen hoe het dan met zijn mannelijkheid gesteld was en of hij die ook zag wegdeemsteren en of dat ook normaal was op zijn leeftijd. Ik vermoed van niet.

    8. Een vrouw die de sterren van de hemel schrijft wordt ‘één van de beste vrouwelijke auteurs van haar generatie’ genoemd. De man die goed schrijft is gewoon ‘één van de beste auteurs van zijn generatie’. Blijkbaar kunnen vrouwen alleen met de top mee als je ze enkel met andere vrouwen vergelijkt. Of misschien is het ondenkbaar dat vrouwen in de categorie mens vallen en je ze dus ongeacht hun geslacht kan vergelijken met andere mensen – ja ook mannen – die toevallig met hetzelfde bezig zijn.

    9. In 2014 publiceerde Rebecca Solnit het boek ‘Mannen leggen me altijd alles uit’. Ze schreef dat vrouwen, ook uiterst professionele en deskundige vrouwen, routinematig beschouwd en behandeld worden als minder geloofwaardig dan mannen. Dat hun inzichten of zelfs hun gerechtelijk getuigenis worden afgewezen tenzij ze gevalideerd zijn door een man. Dat mannen de kwalijke gewoonte hebben dingen aan vrouwen uit te leggen, zelfs wanneer die vrouwen duidelijk over een grotere deskundigheid en kennis beschikken dan zijzelf. Ze verzon daar een nieuw woord voor, ze noemde het ‘mansplaining’.

    10. Er was eens de aarde. Nee, er is de aarde, en ze is er belabberd aan toe. Ik zie een connectie tussen de diep wanhopige situatie waarin onze aarde zich bevindt en onze patriarchale cultuur en waarden. Als je de scheiding maakt tussen het hoofd en de rest van het lichaam en de focus legt op rationaliteit, als je emoties en intuïtie als minderwaardig beschouwt en de natuur als één van de dingen waar we vrijelijk over kunnen beschikken en waar we boven staan, dan is dit het resultaat. Succesvol leven in onze tijd steunt op macht, winst, prestatie, competitie. In die eenzijdige focus zijn waarden als zorg, empathie, verbondenheid en aandacht voor spiritualiteit tweederangs. En is er niks mis mee om te vinden dat er nog meer olie en gas uit de grond mag worden gehaald – want aandeelhouders willen ook wat – als dat betekent dat op termijn een aantal eilandstaten door de zee worden verzwolgen en de gezondheid en het leven van elke mens en elk dier, behalve misschien wie op tijd zijn gepantserde bunker ingericht heeft, bedreigd wordt.

    11. En dan was er nog die man met wie ik zakelijk moest samenwerken – een jaar of 20 ouder dan ik. Hij permitteerde zich naar mijn zin iets te veel seksueel getinte opmerkingen. Niet rechtstreeks over mij, maar het stoorde, ik hoefde zoiets niet in onze contacten. Toen ik zonder er doekjes om te winden liet verstaan dat het moest stoppen, voerde hij als excuus aan dat in de professionele kringen waarin hij vertoefde dat helemaal niet ongebruikelijk was. Tussen haakjes: we bleven wel samenwerken en hij stopte ermee.

    12. Zo, en kunnen we dan nu de conclusies trekken: het is foute boel, het is kutzooi om het maar eens toepasselijk te zeggen, ocharme die vrouwen, ocharme wij, we zijn zo verdrukt, vernederd, onrecht aangedaan, worden zo slecht behandeld …

    13. Toch? Misschien, ja, maar we zijn soms ook onnozele miekes, trutjes, flauwe grieten en excuustruzen. We moeten ook in onszelf durven kijken. Durven we ook wel de confrontatie met onze eigen kracht aangaan en vanuit die kracht handelen, durven we in onszelf de wildheid, de natuur terugvinden en die gebruiken? Durven we uit het slachtofferschap treden en ons te gedragen alsof we dat allang achter ons hebben gelaten? Durven we onze rechten als vrouw zo evident vinden dat we niet meer gaan smeken en bedelen om onze waarden in de wereld te mogen zetten maar het doodgewoon doen zonder enige schaamte of twijfel? Durven we tijd nemen om onszelf en onze creativiteit te voeden en vanuit die inspiratie de wereld rond ons te beïnvloeden op onze manier, niet op de manier die van ons verwacht wordt door een op mannen afgestemde samenleving, niet door keihard te werken en zoveel mogelijk te proberen ‘one of the guys’ te zijn of hun goedkeuring te krijgen. We moeten het niet alleen doen, en we moeten mannen ook niet in de hoek zetten. Ik zou ze zo verdomd missen als ze daar allemaal in die hoek zaten. Zoals wij vrouwen onze authentieke vrouwelijkheid een beetje kwijtgeraakt zijn, zo zijn mannen ook van het pad van hun authentieke mannelijkheid af. Terwijl de combinatie van die twee nu net meestal de mooiste resultaten oplevert.

    14. We zijn sterk, oh ja, en dat weten we wel van onszelf, maar we vergeten het soms. ‘Gezonde vrouwen lijken op gezonde wolven. Ze delen bepaalde eigenschappen: een scherp waarnemingsvermogen, een speelse geest en een groot vermogen om zich aan iets te wijden. Wolven en vrouwen zijn van nature relatiegericht, onderzoekend, en bezitten een bijzonder uithoudingsvermogen en bijzondere kracht. Ze zijn sterk en intuïtief en bekommeren zich in hoge mate om hun jongen, hun partner en hun groep. Ze zijn er bedreven in zich aan voortdurend veranderende omstandigheden aan te passen: ze zijn uitermate standvastig en heel dapper.’

    Bovenstaande verhaaltjes schreef ik voor de workshop ‘Krachtig en creatief vrouw zijn’ die ik organiseer voor Villa VanZelf vzw. Het afsluitende citaat komt uit ‘De ontembare vrouw’ van Clarissa Pinkola Estes. Meer info over de workshop vind je hier.

    Sandra

    6 mei 2018

  • In treinen

    Af en toe stuur ik gedichten in naar wedstrijden of voor publicatie. Heel soms levert dat iets op, maar net zo vaak komt het neer op afwijzing. Schrijven is incasseren. In het beste geval krijg je feedback en kan je daar iets mee. Hieronder één van mijn afgewezen schrijfsels. De feedback van twee ‘echte’ dichters was: goed gemaakt, maar neigt toch te sterk naar de kolder, op het fraaie einde na. Nu hoef ik het met feedback natuurlijk niet eens te zijn. Gedichten schrijf je om te delen, dus deel ik het hier. En ook al is de sfeer licht, ik bedoel dit gedicht helemaal niet als kolder. Wat ik er wel mee wil zeggen: soms, wanneer je in een zware periode zit (zie laatste strofe), kan je door de kleine opmerkelijke dingen rond je te zien toch plots enige lichtheid ervaren. In treinen is dat zeker het geval af en toe. Tussen haakjes: alles gebaseerd op ware feiten (behalve het ei).

     

    In treinen

    In treinen gebeurt er nog eens wat.
    Er kotst er één,
    hij waggelt weg,
    een ander stapt er overheen.

    Een heer toont te veel been
    boven de sok.
    Na drie stations zakt hij ineen
    en glijdt de krant halfstok.

    Een tienermeisje zegt:
    ‘De kleinste maat is daar te groot voor mij’.
    Haar moeder – blik op locked –
    pelt traag een ei.

    Een jonge vrouw verdraagt de wapperende handjes van een reisgenoot,
    interpreteert zijn klanken met devoot gezicht.
    Is hij haar broer?
    Zijn kogelronde blik op elke koe en fiets gericht.

    En ik? In treinen mis ik minder.
    Tranen kunnen achter een hand.
    Ik beeld me in en blijk toch nog op weg
    naar jouw bevroren land.

    trein

     

    8 februari 2018

  • Vleugelpiano’s

    2120250-AKLUNKRW-7

    Vleugelpiano’s

    Vleugelpiano’s zijn zwart.
    Witte een gril van de natuur – zoiets als albino’s –, bruine een verwaarloosbare vergissing.
    Buffetpiano’s? Je weet toch waarom ze zo heten?
    Zet er wat schotels met hapjes op als je een feestje houdt en vergeet ze verder.
    Vleugelpiano’s dus. Mateloos onbescheiden, ruim in de schouders
    als die bink aan wiens arm je graag gezien wordt.
    Stemhebbend, ook met alle kleppen dicht.
    Oogstrelend, zelfs met een gehaakt kleedje en een vaas met plastic bloemen erop.
    Van te diep in hun zwart kijken word je stomdronken.
    Je kust ze ten afscheid als minnaars van wie je voelt dat het de laatste keer is.
    Om te knuffelen zijn ze te groot, maar bij liefdesverdriet kan je eronder gaan liggen
    en bij storm waaien ze niet weg.
    Je kan ze openklappen als oude voorraadkasten die op hun rug liggen en hun inhoud
    langzaam prijsgeven, je in leven houden als het erom spant.
    Vleugelpiano’s doen aan winstmaximalisatie.
    Foute noten liggen niet aan hen, hemelbestorming wel.
    Voor één ding moet je op je hoede zijn, kom niet te dicht.
    Ze slokken je op, ze lijmen je vingers vast.
    Ze wurgen je net niet met een snaar.
    Je bent euforisch. Voor je het weet verloren.

     

    Foto: Jan Chlebek

    22 januari 2018

  • De vergeetachtige engel

    angel

    Engelen spreken tot de verbeelding. Zijn ze wel zo heilig als ze er meestal uitzien? Wat zit er onder hun gewaad? Hoe zitten hun vleugels vast? Wat eten ze? Kan je op ze rekenen wanneer je ze nodig hebt? Een gedicht schrijven bij een kunstwerk doe ik zelden, maar bij deze engel van Paul Klee kon ik het niet laten. Wanneer Klee begint te tekenen sluipt er meestal eenvoud en speelsheid in, maar ook dubbele bodems. Is het toeval dat hij uitgerekend in 1939 een serie engelen tekent?

     

     

     

     

    Vergeetachtige engel, 1939

    Dat hij eergisteren al de gewaden van de opperengel had moeten halen in de stomerij.
    Dat er dringend gouden lepeltjes moeten bijbesteld.
    Dat de stoep voor de poort moet geveegd.
    De bazuinen moeten opgepoetst want morgen is het zondag.

    Zijn hoofd loopt om, hij is van het dromerige type, weet je wel.
    Hij staart vaak in de wolken en vraagt zich af of geen vleugels hebben ook voordelen heeft.
    Misschien mag alles dan trager hoewel als hij eens naar beneden kijkt weet hij het niet zo zeker.

    Ondanks dat mankement wil Klee hem tekenen vandaag.
    Hij had ook kunnen zeggen: stuur je broer of neef maar naar me toe, die hebben tenminste vereeuwiging verdiend.
    Maar nee, de kunstenaar begrijpt die neergeslagen blik, die van gêne friemelende handen.
    Met wat lijnen heeft hij hem zo op papier.
    Niet ten voeten uit, want vergeetachtigen hebben altijd meer te verbergen dan zo op het eerste gezicht lijkt.
    Wanneer hij klaar is en de engel uitgeleide doet, plukt hij discreet een stofpluk uit diens linkervleugel.
    Vast vergeten opschudden na het ragen van de gewelven.

    3 december 2017

  • Eenvoudiger leven : 7 tips en meer op komst

    Een blog met regelmaat aan de gang houden, het is een opgave. En meer dan één blog: is dat eigenlijk wel wijs? Misschien niet, maar soms heb je dingen te vertellen die op de ene web-plek beter lijken te passen dan op de andere. Anderzijds is integreren ook een optie. Zo heb ik op de blog van Villa VanZelf een reeks gestart over Eenvoudiger Leven, met telkens een korte tip die ongeveer om de week verschijnt. Intussen staat de teller op 7, en deel ik ze ook even hieronder:

    Tip # 1: start een eenvoud-dagboek
    Tip # 2: pak je hardnekkige rommeltjes aan
    Tip # 3: unitasken, of één ding tegelijk
    Tip # 4: vakantiestemming bewaren
    Tip # 5: jezelf betere gewoonten aanleren
    Tip # 6: op naar Plasticvrij Leven
    Tip # 7: mini-schoonmaak, maxi-effect

     

    9 september 2017

  • Man en make-up? Why the hell not?

    Sinds ik in de krant een interview met hem las, wil ik iets over hem schrijven. Een tamelijk hardnekkig wensje blijkbaar, want dat interview dateert intussen van een half jaar terug en nu ik van moorddrukte in zomerse luwte terecht ben gekomen denk ik plots weer: achterstallig, doen!

    Bron: flair.be

    Hij is Joppe De Campeneere, noemt zichzelf online ‘basically another one of those fashion bloggers’, out zichzelf in dezelfde zin als gay en vangt de aandacht van de media door het recht voor mannen op te eisen om make-up te dragen zonder daarop te worden afgerekend. Heb ik wat met fashion bloggers? Euh nee, totaal niet eigenlijk. Ben ik zelf een make-up fanaat? In de verste verte niet. Een vrouwelijke mannenrechtenactivist dan? Vooralsnog niet.  Toch raakte dat interview in De Morgen met een jonge man die startte met het stylen van anderen en toen ontdekte dat het ook leuk was om zichzelf te stylen iets bij mij. Als herkenbaar verhaal van iemand die voor zichzelf wil bepalen wie hij is en wil zijn en welk beeld hij van zichzelf wil geven, al wijkt dat af van standaarden en weet hij dat hij geheid op weerstand zal stuiten. Als pleidooi ook tegen het hokjesdenken: nee, hij is trans noch drag en wil er niet als een vrouw uitzien. Bega niet de vervelende fout zijn voorliefde voor make-up rechtstreeks aan zijn geaardheid te linken. Hij wil gewoon z’n ding doen en daar hoort nu eenmaal eyeliner en lipstick bij. En ja, de rare blikken of onbegrijpende opmerkingen zijn legio, maar ‘wanneer ik in de spiegel kijk, zie ik iemand die zichzelf niet verloochent.’

    Bron: starttofashion.com

    Wanneer ik Joppes blog ‘Start to Fashion’ lees – én bekijk, door de grote, artistieke foto’s is het ook een kijkfeest – valt me vooral ‘de mix’ op: het gaat over fashion en make-up, maar net zo goed gebruikt hij z’n platform om meningen mee te geven over genderrollen, gender-stereotypering, onverdraagzaamheid, relaties en vriendschap, beeldvorming over gay zijn. Hij heeft humor en zelfrelativering en ook een heerlijk theatraal kantje. De foto hiernaast van een Halloween fotoshoot zegt meer dan genoeg over dat laatste.

    Nog even een bottom line? Gewoon: niet meer of minder dan dat de wereld een leukere plek is als mensen tamelijk compromisloos zichzelf durven te zijn en ook anderen dat recht gunnen, dat ik instant vrolijk word van het aanschouwen van andermans lichtjes afwijkende creativiteit en dat als er ook nog af en toe een mening aanhangt die mij even tot nadenken of ‘hé ja’ stemt het helemaal mooi is.

    Merci, Joppe! Ik volg.

     

    3 juli 2017

  • Waarom leest een mens in vredesnaam poëzie?

    Voor het grootste deel van de mensheid is poëzie lezen en schrijven even ver van hun bed als forelvissen of aandelen verhandelen dat voor mij is. Toch ga ik over dat eerste maar weer een keertje schrijven, want daar heb ik iets mee en met die forellen en aandelen daarentegen helemaal niks.

    Dat wil niet zeggen dat poëzie een soort walhalla voor me is, het gegarandeerde paradijsje om in thuis te komen wanneer bijvoorbeeld de boze wereld echt heel boos is. Verre van: poëzie is vaak een strijdtoneel, de perfecte liefde-haat-crush met alles erop en eraan. Ik lees redelijk wat poëzie en vaak zegt het me niks. Begrijp ik er geen loeder van, snap ik niet waar het goed voor mag wezen wat die dame of heer daar schrijft, ervaar ik het als holle praatjes voor de vaak. Daar vallen makkelijk redenen voor te bedenken. 1. De hoogst beleden belevingswereld van de ander blijft hermetisch voor me omdat ik er niks van mezelf in herken. 2. De dichter moet het in tegenstelling tot de romanschrijver die desnoods 500 pagina’s tekeer kan gaan met één of een paar schamele blaadjes doen waar nog niet eens volle lijnen opstaan, en bouw in zulk bestek maar eens wat op waar een ander wat aan heeft. 3. En dan die taal! Al zijn ze door bondigheid gebonden, dichters mogen ook veel: obscure metaforen gebruiken,  grammatica ombuigen, dubbelzinnigheid scheppen door meervoudige betekenis, (ontbreken van) structuur en interpunctie, … Kortom, potentieel balt het gedicht zich samen tot een duister kluwen dat – mij in elk geval – alleen maar op de zenuwen werkt.

    Waarom poëzie dan toch die aantrekkingskracht heeft? Omdat gek genoeg alle redenen voor de hierboven beschreven afkeer in staat zijn zich binnenstebuiten te keren en dan net het recept vormen voor magie en hartverovering. Het persoonlijke van de ander kan ook met knetter en vonk bij me inslaan, drie meesterlijk geschreven lijntjes kunnen een wereld voor me openen, een beeld en wat uniek gecombineerde woorden kunnen maken dat ik op m’n lip bijt en m’n hart een tel vergeet of er eentje extra slaat.

    Beeld: Val (Valérie Goutard)

    Het overkwam me weer eens, vanmorgen, wat mistroostig lezend in ‘Wasdom’ van Hagar Peeters. Gedicht na gedicht de holle ergernis van ‘wat bazel je toch, mens!’, en dan plots trekt de hemel open bij de cyclus ‘Wederkerigheid’. Het is niet zo heel verwonderlijk, want gedicht na gedicht gaat het over gestuntel in hartszaken en laat ik op dat terrein nu net wat hebben meegemaakt. Een mens die – hoewel nog in leven – voor je doodgaat, het schrijnen van rouwen om een levende, of ben jijzelf het die wat zit te sterven, je kent het vast wel. Bij Hagar Peeters lees ik in ‘Het ongeluk’:

    ‘Zo moet ik verleden week zijn overleden.
    Ik ben door iets onnoembaars overreden
    toen ik onoplettend overstak van mij naar jou.

    Inderdaad, ja. En dan, twee gedichten verderop:

    ‘dat er in de straat een opmars van aftochten plaatshad
    alleen door lantaarnpalen gadegeslagen
    dat er niets meer hetzelfde is
    behalve dat steeds in het verborgene doodgaan’

    Ken ik, dat in het verborgene doodgaan. Het verandert geen spat aan situaties, en toch doet het wat: troost – even -, verlicht door herkenbaarheid, geeft een nieuwe teug adem. Dan weet ik het weer wel, waarom ik poëzie lees, en schrijf.

     

     

    24 juni 2017

  • De moedige angsthaas

    Ik beken: ik ben zo’n angsthaas. En toch wil en zal ik dat podium op met muziek en tekst. Moedig ben ik dus ook wel (een beetje). Begrijpe wie kan. Waar ik dan bang voor ben? Eigenlijk het meest voor mijn eigen oordeel over mezelf. Over mijn eigen prestatie misschien te zullen moeten besluiten: gadver, dit was kak, dit kan ik veel beter, ik leer het nooit (en ik ben al zo oud). En dan telkens opnieuw om die hete brij heen cirkelen in

    angsthaas
    bron: lizlohren.nl

    het hoofdje, duizend strategieën zoeken en bedenken om het goedje te bezweren: nog beter memoriseren, anders studeren, letten op ademhaling en houding, zal ik weer eens gaan hardlopen en helemaal stoppen met suiker eten, me verdiepen in verbindend communiceren met mezelf etc. Veel te veel gedachten. Langs honderd wegen kom ik erop uit, maar blijkbaar moet ik het die 100ste keer toch ook nog eens ervaren … stop met ‘copen’, er is maar één werkbare strategie: ja, je bent bang, wees dan bang en speel er toch op los. Punt. En ook: schrijf er iets over (zie hieronder).

    Bij deze ben je nog een keer uitgenodigd voor ‘Alles begint met ja’: muziek (klassiek) en tekst en spel en … nu ja, kom gewoon kijken, op 12 of 14 juni om 20u in LUCA School of Arts. Ik geef hierbij alvast de – volkomen toepasselijke – proloog weg. (En wees gerust: de rest van de voorstelling is in het Nederlands).

     

    Can you sneak around Fear?
    Trying to get past the circle of light in the dark forest  where it is sitting with Denial?
    They are having their discussions around the fire.
    Will they loosen their grip or will they sign up for another year?
    It’s not for you to decide. At least, that’s what they think.
    They are united in their light and might while you try to be the size of a mouse and get away.
    Leaving them behind, never looking back.
    But you are not a mouse: twigs creak under your human feet. They know you’re there, they know everything about you, they can feel you, smell your nerves, taste your sweat, even at this distance where you try to hide between the trees.
    ‘You’re caught! Come back! Now! Who do you think you are?’. That was Fear calling out.
    ‘Nobody. If I thought I was somebody I wouldn’t sneak. I would step into the light and stamp out your fire and tell you you’re tresspassing. But here I am.’
    ‘What else do you have to say in your defense?’, Denial said.
    ‘Nothing really.’
    ‘What are you up to then?’. That was Fear again.
    ‘I don’t know. Just living, I guess.’
    ‘Tell us your opinion about mistakes.’ Denial was looking at me closely.
    ‘You know, I used to have a lot of opinions on that topic, but now I think it’s better not to have too many.‘
    Fear and Denial looked in eachother’s eyes and nodded.
    ‘There’s no magic.’  Fear said.
    ‘There’s no real answers.’ said Denial. ‘But your words sound right enough to us.’
    They got up, they stretched their legs that had gotten stiff from sitting too long.
    They put out the fire.
    We walked side by side, the three of us, to the edge of the forest, chatting quietly.
    It was dark.
    But we could see.

    30 mei 2017

  • The wild experiment

    Piano spelen kan ik alvast goed genoeg om in 3e bachelor te raken aan een conservatorium. Schrijven goed genoeg om een prijs te winnen in een bescheiden literaire wedstrijd. Tot daar mijn vermogen om op te scheppen over mezelf. De vraag is nu: kan ik ook piano spelen, én schrijven, én acteren in één project? Het zal moeten blijken in ‘the wild experiment’ waar ik intussen een klein jaartje mee aan de slag ben en dat over anderhalve maand de planken op moet, één keer zonder jury, één keer mét. Duim voor me! Of nog beter: kom kijken!

     

     

    4 mei 2017

Vorige pagina Volgende pagina

Maak een website of blog op WordPress.com

 

Reacties laden....
 

    • Abonneren Geabonneerd
      • sandra roobaert
      • Voeg je bij 62 andere abonnees
      • Heb je al een WordPress.com-account? Nu inloggen.
      • sandra roobaert
      • Abonneren Geabonneerd
      • Aanmelden
      • Inloggen
      • Deze inhoud rapporteren
      • Site in de Reader weergeven
      • Beheer abonnementen
      • Deze balk inklappen